George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Middenpartij

Tegen politiek radicalisme. Kan de gevestigde partijpolitiek nog het verschil maken?

leave a comment »

De gevestigde partijpolitiek moet geloofwaardig zijn om ongeloofwaardige partijpolitiek af te kunnen straffen. Als het de gevestigde partijpolitiek ontbreekt aan een oprechte afweging van belangen, programmatische standvastigheid en rechtstatelijkheid, dan geeft het munitie aan de ongeloofwaardige partijpolitiek. Dat is op dit moment aan de orde. Aan de nostalgische romantiek van Forum voor Democratie die terugverwijst naar een situatie in de 19de eeuw die nooit bestaan heeft. Aan de islamkritiek van de PVV die zich baseert op een joods-christelijke beschaving die nooit bestaan heeft. Aan de linkse politiek die de sociaal-economische strijd ondergeschikt maakt aan sociaal-culturele onderwerpen zoals identiteit, afkomst en gemeenschapsgevoel.

Wat de gevestigde partijen daar tegenover zetten is teleurstellend. Ze verliezen de strijd op twee fronten. Ze laten zowel in de beeldvorming als in de politieke realiteit een idee postvatten dat ze niet oprecht zijn in hun sociaal-economisch beleid en niet eens meer zelf aan de knoppen zitten om het vorm te geven. Het zijn de multinationals (afschaffen dividendbelasting), de banken (miljardensteun in 2008) en de EU die het voor het zeggen hebben. Dat relativeert het belang van de gevestigde partijpolitiek en verkleint het verschil met de radicale randpartijen van rechts en links. De gevestigde partijpolitiek laat deels bewust, deels onbewust na om te formuleren, te verduidelijken en te presenteren hoe in Nederland de macht verdeeld wordt en welke richting het land moet inslaan om toekomstbestendig en duurzaam te zijn. Zo resteert een pragmatisme dat politiek zonder politieke beginselen en programma biedt. Dat de politiek zonder partituur laat improviseren.

Een oplossing voor de gevestigde politiek om de schijnvoorstellingen en -oplossingen van de radicalen te ontmaskeren ligt voor de hand. Het moet aan geloofwaardigheid, voorspelbaarheid en verantwoording winnen om het verschil met het ongeloofwaardige beleid van de radicalen te benadrukken. Gevestigde partijpolitiek moet met realisme en transparantie rekenschap van zichzelf geven om het verschil te onderstrepen met de randpolitiek die bestaat uit onrealistische toekomstbeelden die zijn gebaseerd op historische gebeurtenissen die nooit hebben bestaan. Zolang de gevestigde partijpolitiek onvoldoende geloofwaardig, voorspelbaar en met verantwoordelijkheid handelt kan het de politieke handelaren in hersenschimmen niet de pas afsnijden.

Maar kan de gevestigde partijpolitiek nog wel geloofwaardig, voorspelbaar en met verantwoording handelen? Valt het politieke systeem nog wel te repareren of is het het punt al gepasseerd dat de partijpolitiek en de burgers samen er nog voldoende grip op kunnen krijgen om het te repareren omdat het al bezit van externe krachten is? Van de multinationals, de financiële instellingen en de supranationale organisaties als de EU, de ECB of het IMF. Het antwoord op die vraag is onduidelijk. De paradox is dat wat Forum voor Democratie en de PVV als bezwaar zien, namelijk het weggeven van de soevereiniteit van Nederland, precies hun electorale opgang mogelijk maakt. Niet omdat ze daarin beleidspunten scoren die van belang zijn voor de praktische politiek, maar omdat het het verschil met de geloofwaardigheid van de gevestigde partijpolitiek verkleint.

Het gebrekkige en uitblijvende antwoord van de gevestigde partijpolitiek dat schippert tussen het inleveren van soevereiniteit en het ophouden van de schijn dat dit niet aan de orde is, baart meer zorgen dan de schijnoplossingen van radicaal links en rechts. De politieke filosofieën van het communisme en het fascisme die ten grondslag liggen aan de programma’s van de radicale partijen hebben hun geloofwaardigheid voor de praktische politiek allang verloren. Dat is een dode weg waar de gevestigde politiek minder bevreesd voor zou moeten zijn dan het nu is. Dat maakt het uitblijven van een passend antwoord er des te raadselachtiger op.

Foto: Shot van trapportaal uit Vertigo (1958) van Alfred Hitchcock.

Advertenties

Paul Mason pleit voor linkse samenwerking. Terugvechten! Dat onderwerp zoemt overal rond in reactie op het rechts-populisme

leave a comment »

Publicist Paul Mason omschrijft zichzelf als een radicale sociaal-democraat met belangstelling in politiek links. Hij ijvert voor linkse samenwerking. Dat pleidooi komt overeen met dat van de Amerikaanse socioloog Charles Derber aan wiens ideeën en de les die er valt te trekken uit de teloorgang van de Weimar-republiek ik onlangs aandacht besteedde in een commentaar. Net als Mason meent Derber dat progressieven door onderlinge samenwerking de strijd met de rechts-populisten (UKIP) moeten aangaan met het doel ze te marginaliseren.

Mason voegt hieraan toe dat links het gematigd rechts (Theresa May) niet te gemakkelijk moet maken. Als Brit is zijn perspectief de Brexit waarvan het volgens hem nog maar de vraag is of links ermee moet instemmen als het niet in het belang van de werkende klasse is. Een argument dat door de Leave-campagne trouwens voor een Brexit werd gebruikt. Mason accepteert niet dat het eenzijdig gekaapt wordt door nationalistisch rechts, keert het om en tilt het naar het niveau van de ideeënstrijd. Dit pleidooi raakt ook aan de Democratische partij waar de cultureel-linkse en economisch-rechtse Hillary Clinton en de sociaal-democratische Bernie Sanders gedwongen zijn tot samenwerking. Sanders probeert Clinton hierbij in het Democratische platform van de partij tot concessies te dwingen tijdens het verslaan van de rechts-populistische kandidaat Donald Trump.

Zo ontstaat bewustwording bij politiek links dat het niet machteloos is en niet afhankelijk hoeft te zijn van samenwerking met rechts. Zoals in Nederland de PvdA die met de VVD in zee ging en zichzelf niet meer terugvond. PvdA, GroenLinks, SP en zelfs D66 kunnen meer samenwerken als ze willen. Daartoe moeten ze hun eigenbelang opzij zetten. Dat is voor politieke partijen lastig met politici met hun eigen carrière die niet altijd het algemeen belang laten voorgaan. Dat leert ook de worsteling van de Britse Labour-leider Jeremy Corbyn. Hij heeft het mandaat van de leden, maar niet van de kaderleden. Van Corbyn wordt gezegd dat hij geen goede leider is en zijn partij en het sociaal-democratische gedachtengoed niet goed vertegenwoordigt. Het is de afweging tussen zuiverheid in de leer en doelmatigheid. Mason geeft er indirect antwoord op door te pleiten voor pragmatisme en doelmatigheid. Zo’n commentaar past perfect bij de links-liberale The Guardian.

Charles Derber: Samenwerkend links moet demagogie van rechts-populisten beantwoorden. Met een les voor Nederland

with 2 comments

In een artikel voor truthout schetst hoogleraar sociologie Charles Derber het antwoord op de demagogie van Donald Trump of rechts-nationalisten als Geert Wilders. Hij maakt een vergelijking met de Duitse Weimar-republiek die in de jaren ’20 en vroege jaren ’30 in zijn ogen het verkeerde antwoord gaf op de opkomst van Hitler. Derber geeft vier vuistregels voor progressieven om de strijd met de rechts-populisten te winnen. Het is het antwoord op extreem-rechtse demagogie die de VS en Europa overspoelt. Met een les voor Nederland.

1: Duits links was versplinterd en faalde om sterke coalities te vormen. Als de sociaal-democraten en communisten samen met een stedelijke culturele beweging een blok hadden gevormd dan hadden ze het parlement gecontroleerd en de macht behouden. De les voor de VS is dat de Democratische partij, de supporters van Bernie Sanders en allerlei sociaal-democratische bewegingen samen moeten werken.

2: Hitler werd grandioos onderschat, en op dit moment wordt Trump onderschat. Zo blijven deze populisten grotendeels  onder de radar en kunnen ze vanuit een relatieve luwte zonder harde tegenstand hun opgang maken. Dit heeft te maken met de werkende klasse en de lagere middenklasse op wie deze rechts-populisten een succesvol beroep doen.  De les is om het rechts-populisme van Trump of Wilders serieus te nemen omdat het aansluiting weet te vinden bij die sociale klassen die het een electorale basis verschaffen.

3: Sociaal-democraten en andere progressieve krachten dienen zich in te spannen om deze lagere sociale klassen terug te winnen door aanpassing van het beleid. Voor de VS kan dat door het opzetten van een banenprogramma, vergroening van de economie, verlaging van militaire uitgaven en het nastreven van meer inkomensgelijkheid. Naast de aanpak van het racisme, seksisme, het strikte gevangenisregime en de burgerrechten. In de VS dient Hillary Clinton een alternatief te geven dat de werkende klasse en de lagere middenklasse overtuigend in hun hart en portemonnee aanspreekt.

Toegevoegd kan worden dat Clinton als kandidaat van het establishment ongeloofwaardig is in deze rol. Ze wordt er door Wall Street van weerhouden om een progressieve politiek te voeren die de lagere sociale klassen tegemoetkomt en een progressief front te vormen. Derber: ‘Having been a leading figure of the Establishment for 25 years, it is virtually impossible for Clinton to embrace the anti-Establishment moment and lead a progressive populism.’ Er is hoop dat Clinton ondanks zichzelf delen van de beleidsvoornemens van Sanders, zoals het minimumloon van 15 dollar overneemt, maar de vraag is of dit voldoende is om te overtuigen.

4: Apocalyptische waarschuwingen van Trump over het verval van de VS of Wilders’ tsunami van moslims die naar Nederland komen moeten beantwoord worden omdat ze aansluiten bij echte angsten van mensen. Linkse politici moeten uitleggen waar angsten vandaan komen en uiteenzetten dat ze niet voortkomen uit culturele, maar uit sociaal-economische omstandigheden. Het establishment van banken en mega-ondernemingen dient als natuurlijke vijand van de werkende klasse en de lagere middenklasse aangewezen en aangepakt te worden om rechts-populisten de wind uit de zeilen te nemen, de democratie te redden en de linkse politiek weer focus en zelfvertrouwen te geven. Daartoe moeten partijen en sociale bewegingen samenwerken.

Voor Nederland houdt deze les een revitalisering van de PvdA in die op sterven na dood is. Het moet afstand nemen van de rechtse politiek van de VVD zoals die door het kabinet Rutte II wordt uitgevoerd. En stelling nemen tegen rechts-populisten als Geert Wilders. Dat kan het duidelijkst door het aanwijzen van een nieuwe lijsttrekker die de nieuwe koers symboliseert. Samenwerking met GroenLinks als ideeënpartij en de SP die de werkende klasse en de lagere middenklasse aanspreekt kan de versplintering van links tegengaan. Probleem hierbij is wel dat de SP een links-populistische demagogie volgt die net als het rechts-populisme een beroep doet op de angsten die er in de samenleving leven. Door de SP echter een essentiële rol te geven in de linkse samenwerking waar de PvdA niet de leiding krijgt kan het wellicht overtuigd worden om zich voortaan te concentreren op sociaal-economische thema’s ten koste van de andere thema’s (islam, immigratie, EU).

De linkse politiek kan samenwerking zoeken met de middenpartijen D66 en CDA om de basis te versterken. Mits deze bereid zijn om de machtspositie van het establishment fundamenteel aan te pakken en mee te helpen aan de herverdeling van de welvaart ten gunste van de werkende klasse en de lagere middenklasse.

De haai in de VVD is dood, maar leeft

with 6 comments

Er zijn harde noten te kraken over de huidige koers van de VVD. Een gatenkaas van logica en gemiste kansen. Te rechts. Te neo-liberaal. Te hard. Te veel asfalt en huizen. Hoe komt dat beeld tot stand en kunnen we het in onze eigen tijd goed beoordelen? En hoe doet de eerste liberale premier in honderd jaar het?

Bij de VVD moet ik denken aan het werk dat Damien Hirst bekend heeft gemaakt. In 1991 maakte deze succesvolle BritArt-kunstenaar The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living. Volgens Don Thompson in ‘Shock Art’ formuleerde Hirst in het allereerste nummer van kunsttijdschrift Frieze het idee: Ik hou ervan om een gevoel te beschrijven door middel van een ding. De haai staat voor angst, hij is groter dan jij, en hij leeft in een voor jou onbekende omgeving. Hij lijkt levend als hij dood is, en dood als hij leeft. 

Marketing in kunst en politiek werken tegengesteld. De titel van Hirsts werk roept toeschouwers op om betekenis te geven. Bij politiek gebeurt het omgekeerde. Het politieke debat nodigt kiezers uit door opeenvolgende schijnbewegingen om geen betekenis te geven aan een programma of manifest. In elk geval worden kiezers of leden door een politieke partij bewust ontmoedigd. Op afstand gehouden.

Haai en politiek hebben gemeenschappelijk dat ze levend dood en dood levend zijn. Omdat de VVD dit idee consequent doorvoert, moet ik daarom bij deze partij aan de haai van Hirst denken. Een zombie kan ook.

Tegenwoordig wordt de VVD met CDA en PvdA als klassieke middenpartij gezien. Soms wordt D66 daar nog aan toegevoegd, maar die partij kent geen evenknie. Want het begrip middenpartij zegt dat het varianten heeft. Zoals in de recente politieke geschiedenis de VVD op haar flank Boerenpartij, Volksunie, Centrumpartij, Middenstandspartijen en LPF kende. Het CDA kent SGP en CU als flanken en de PvdA DS’70 en de SP.

In december 2009 schrijft de Utrechtse activist Kees van Oosten: Wat is er met de PvdA gebeurd? De standpunten van de PvdA van pakweg dertig jaar geleden, zoals neergelegd in het beginselprogramma 1978, hebben plaatsgemaakt voor standpunten die conservatief en rechts zijn vergeleken met het Liberaal Manifest 1980 van de VVD. Wat de VVD in 1980 schreef zou voor de huidige PvdA te gedurfd en te progressief zijn.

Een partij neemt een plek in het spectrum in. Dat loopt van links tot rechts, van progressief tot anti-revolutionair, van vrijzinnig tot religieus. Positionering volgt uit uiteenlopende ontwikkelingen. Het spectrum staat nooit stil. In de beweging met z’n allen een kant uit wisselen partijen doorgaans niet van positie.

De huidige beweging naar rechts wordt de VVD verweten. Aan de hand van partij-iconen als Oud, Toxopeus, Geertsema, Wiegel, Voorhoeve en Bolkestein wordt de oude koers verheerlijkt. Met Drees, Den Uyl en Kok als externe meetpunten. Soms ligt de vergelijking over de grens met Walter Scheel, Bill Clinton of Edmund Burke.

Het lijkt op de herwaardering van Pim Fortuyn. Pas na zijn dood werd-ie geaccepteerd. De dreiging was weg, zeker toen de LPF door het ijs zakte. Fortuyn werd waarschuwing voor iets ergers: Geert Wilders. Werkt hetzelfde mechanisme met terugwerkende kracht voor de oude VVD die als niet zo rechts wordt voorgesteld?

Het ligt eraan. De VVD in de jaren ’50 en ’60 was een elitaire partij van de gegoede burgerij. Zo noteert Jan Hanlo die Oote oote oote boe schreef in 1952 over een VVD’er: In dezelfde maand haalt het vers de Eerste Kamer waar Mr. W.C. Wendelaar (VVD) zich erover opwindt. Met name ergert hij zich aan het feit dat het vers gepubliceerd werd in een door het rijk gesubsidieerd tijdschrift. De pendule is na 60 jaar terug bij de minachting door de VVD voor kunst. En zoals Van Oosten opmerkt was in de tussentijd het Liberaal Manifest van de VVD uit 1980 linkser dan het programma van de PvdA anno 2011. Veel is betrekkelijk, maar niet alles.

Waar laat ons dat? De VVD zit door samenwerking met de PVV in een spagaat. Hierdoor is het met standpunten over de arbeidsmarkt naar links gedrongen en met die over integratie naar rechts. Met de afwijzing van hervormingen op de woningmarkt bindt de VVD haar achterban van huizenbezitters. Hervormen wordt genegeerd. Bezuinigingen op cultuur zetten een streep onder een VVD die vrijgestelden bedient.

De VVD grossiert in oude reflexen. De VVD is haai waar het kan en vertoont geen onnodige compassie waar het niet hoeft. Met een echo van zakelijkheid zonder moralisme. Da’s ten minste nog iets.

Foto: Damien Hirst, The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living, 1991-1992

Politiek moet veranderen om hetzelfde te blijven

with 5 comments


Nederlandse politiek houdt niet van avontuur en timmert liever een regeerakkoord dicht om achterdocht te bezweren dan iets open te laten. Vandaar dat de economische crisis onwelkom komt voor onze politiek. Niet zozeer omdat het budgetten onder druk zet, maar omdat het de logica van eigen regels doorkruist.

Deze houding verklaart de afkeer van inspraak. Niet omdat de burger geen eigen stem gegund zou worden, maar omdat het het fijngeregelde regelspel doorkruist. Regels zijn instrumenten van de Nederlandse politicus, zonder dat kan-ie niet opereren. Onze politieke trapezewerkers werken niet zonder net. Bang om zonder afspraken te komen en diep te vallen.

Dit verklaart de afkeer voor Geert Wilders en Jan Marijnissen. Niet vanwege hun politieke standpunten, maar vanwege het feit dat SP en PVV de interne afspraken en het Haagse regelspel anders spelen. Zij zetten afspraken op scherp door improvisaties en interventies, en zijn lastiger te paaien met een functie in het openbaar bestuur.

Door de smalle marges in het parlement lijkt het er deze keer anders toe te gaan. Maar da’s gezichtsbedrog. Het gedoogakkoord tussen VVD, CDA en PVV werkt volgens de oude logica waaraan alle partijen zich nauwgezet houden. Verschil is dat de PVV zich losser opstelt en het beeld geeft de samenwerking elk moment op te kunnen zeggen.

Media zijn uit hetzelfde hout gesneden en putten uit hetzelfde reservoir. Een programma over politiek wordt voorbesproken, uitonderhandeld en ontdaan van het onverwachte. Vanwege deze gedeelde mentaliteit passen media en politiek bij elkaar in voorspelbaarheid. Nederlandse televisieprogramma’s zijn even dichtgetimmerd als regeerakkoorden.

Vraag is of de afwijzing van politieke hervorming door de middenpartijen en het laten vallen van dit onderwerp door D66 ook volgens deze wetmatigheid van voorgekauwde afspraken en dichtgetimmerde akkoorden begrepen moet worden. Ofwel, zijn het minder de inhoudelijke bezwaren die politieke hervormingen blokkeren dan het machtsdenken van de politieke partijen zelf?

Waar gaat het bewaken van het eigen bestaan over in inflexibiliteit, in omwil om nog op de omgeving te willen reageren? In Europees verband is de Nederlandse politiek rigide in het afwijzen van vormen van directe democratie en geeft het geen inhoudelijke argumenten die het uitblijven van hervormingen billijken.

Paradox is dat middenpartijen bij zeldzame discussies over inspraak naar het spookbeeld van Geert Wilders of Henk Westbroek verwijzen. Omdat ze op de burger reageren worden ze populistisch genoemd. De politiek suggereert het beter te weten omdat het huidige systeem ontsporingen zou voorkomen. De misleiding is dat het politieke systeem zelf de ontsporing is geworden. Te groot om te zien.

Daarbij komt dat de politiek over zichzelf oordeelt. De vraag hoe de politiek presteert wordt nooit gesteld en angstvallig vermeden. Evaluaties van niet gehaalde doelen ontbreken. Perspectieven veranderen met verwijzing naar veranderde omstandigheden. Da’s altijd goed. Hierdoor vergeet iedereen hoe onwaarachtig en inflexibel het huidige systeem is. En nooit in de kern gecorrigeerd wordt.

Partijen zoals de SP en de PVV die er belang bij hadden om te morrelen hadden er meer werk van kunnen maken. Maar na een aanloopfase met kritiek hebben ze eieren voor hun geld gekozen. Da’s de wetmatigheid van het systeem. Daarom kan een doorbraak niet vanuit de politiek zelf komen. Het smoort eigen kritiek en blijft in zichzelf besloten.

Door inflexibiliteit, onwil tot verandering, onzekerheid over de ideale afstand tussen burger en instituties, de door Den Haag en Hilversum stilgezette beeldvorming over de politiek, minachting voor burgerinitiatieven en afwijzing van hervormingen van het systeem heeft de politiek elk vertrouwen van de burger verloren. Het systeem zit op slot.

Foto: Het grote oude slot van deze deur blijft gesloten