George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Michiel van Hulten

Wat gebeurt er met de uitslag van het referendum? Dreigt binnen kabinet een tweedeling tussen VVD en PvdA?

with 6 comments

media_xl_1961652

Naar het referendum op 6 april over de associatie-overeeenkomst van de EU met Oekraïne kan men op verschillende manieren kijken. Los van de politieke stellingname voor of tegen. Het valt te beredeneren vanuit wat in de verdragstekst ‘opgesloten is’. Wat er logischerwijs direct uit volgt. Dat betreft onder meer de mate van stabilisering door hervormingen van Oekraïne, handelsbelangen, soevereiniteit van Oekraïne dat een eigen koers kiest, geopolitieke belangen in Oost-Europa en de Europese veiligheidssituatie, de relatie tussen Europese natiestaten en de supranationale EU en tenslotte belangen van maatschappelijke groeperingen, politieke partijen en individuen die zich om uiteenlopende redenen (profilering, carrière, overtuiging, partijbelang, financieel gewin) betrokken voelen bij de associatie-overeenkomst. Of dat suggereren te zijn.

Men kan het ook beredeneren vanuit de buitenkant. Daarmee wordt niet de informatievoorziening bedoeld. Want zelfs als het gaat om misleiding als onderdeel van een informatie-oorlog wordt dat nog vanuit de verdragstekst beredeneerd. Of dat onzin is doet er niet toe. De kritiek die trouwens van vele kanten klinkt is dat de informatievoorziening onvoldoende is en het publiek slecht wordt voorgelicht. Dat betreft zowel delen van de overheid als radicale partijen die pro-Kremlin standpunten verkondigen. Misleiding en verwarring gaan tot aan de top. Zo wijst premier Rutte op de handelsbelangen als voordeel van de associatie, maar in het referendum wordt daarover de Nederlandse kiezer geen uitspraak gevraagd. Handelsbetrekkingen vallen wettelijk gezien onder de bevoegdheid van de Europese Unie en daar heeft de kiezer geen invloed meer op. Dit is al sinds begin februari in de Nederlandse publiciteit bekend, maar wordt toch niet overgenomen.

De buitenkant is wat er gebeurt met de uitslag van het referendum als het is gehouden. Wat doet het kabinet en welke reactie geven betrokkenen daar vervolgens weer op? In een ingezonden brief in NRC van 23 maart spreekt het oud-lid van de Tweede Kamer (D66) Bob van den Bos de verwachting uit dat het kabinet de associatie-overeenkomst zal ratificeren. Wat de uitslag ook is van het niet bindende referendum: ‘Ook als de (zeer lage) drempel van 30% gehaald wordt, zal de regering het advies niet opvolgen. (..) Na zorgvuldige heroverweging gaat de regering over tot ratificatie, zelfs als de Tweede Kamer haar oproept om dit na te laten.’ Hij schat in dat de regeringspartijen het eigen kabinet niet met de verkiezingen van maart 2017 in het vooruitzicht naar huis sturen. Maar de voorkeur van VVD-stemmers die volgt uit een opinieonderzoek van I&O-Research maakt dat minder vanzelfsprekend omdat het kan leiden tot meningsverschillen in het kabinet.

io

De achterban van D66 en GroenLinks is het meest positief over het goedkeuren van de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne. Beide partijen tellen veel hoogopgeleiden in hun achterban en profileren zich als vanouds als internationaal en EU-gezind. Een tegengesteld beeld laten de SP en PVV zien die EU-kritisch zijn, weinig hoogopgeleide kiezers hebben en gaan voor een nationalistische oriëntatie. Deze tweedeling komt niet onverwachts en sluit aan bij de politieke standpunten van genoemde partijen. Anders is het gesteld met de opstelling van de kiezers van PvdA en VVD die een onverklaarbaar verschil laten zien.

De PvdA-kiezers zijn het meest positief over de associatie met Oekraïne. Dat kan behalve programmatisch verklaard worden door het afstand nemen van PVV en SP en in tweede instantie de rechts-populisten van GeenStijl en de nationalistisch-conservatieve Thierry Baudet. Een verschil kan tevens zijn dat de PvdA voor en de VVD tegen het referendum is en laatstgenoemde partij zich nauwelijks laat horen in de campagne. Of zoals gezegd, als Rutte zich laat horen dan komt hij met verkeerde argumenten over handel. De PvdA’ers vice-premier Lodewijk Asscher of fractieleider Diederik Samsom spreken zich onomwonden en met overtuiging uit voor de associatie. Voormalig PvdA-partijvoorzitter Michiel van Hulten voert actief campagne met Stem Voor.

De tragiek van de VVD is dat het geen overtuiging heeft en lijdt aan intellectuele armoede. Een oude klacht die zich nu tegen de partij keert. De VVD beseft niet dat bij een buitenlands beleid dat de handelsbetrekkingen voorop zet een solide veiligheidsbeleid hoort met een defensie die op sterkte is en een pragmatische, neorealistische koers vanwege de verstoring van de internationale rechtsorde door Rusland uitgewerkt is. De VVD kan niet de kool en de geit blijven sparen in buitenlandse betrekkingen of in de binnenlandse electorale opstelling. De VVD moet spieren en kloten durven tonen en niet lachend wegdraaien als het menens wordt. De VVD moet zich niet laten gijzelen door een idee van een verdeelde achterban, maar er juist op inzetten om die het JA-kamp binnen te loodsen. Binnen de VVD zijn nog veel JA-stemmen te mobiliseren als de politieke leiders afstand durven nemen van de PVV, het nationalisme en de eigen angst om zich uit te spreken. Als dat niet lukt valt het niet uit te sluiten dat er op 7 april binnen het kabinet een tweedeling ontstaat tussen de PvdA die de uitslag naast zich neer wil leggen en de VVD die blijft twijfelen over de eigen standpunten.

Foto 1: Premier Mark Rutte en Europarlementariër Hans van Baalen op het najaarscongres 2013 van de VVD. Credits: ANP. 

Foto 2: Grafiek 4.1 uit het rapportHet referendum over de associatie-overeenkomst met Oekraïne’ van Onderzoek I&O Research, maart 2016.

Advertenties

Mislukt debat bij Nieuwsuur tussen Van Bommel en Van Hulten over Oekraïne-referendum

with 2 comments

In de aanloop naar het Nederlandse referendum over de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne op 6 april 2016 hield Nieuwsuur op 2 februari een debat. Omdat de informatieverstrekking ondergeschikt was werd het een mislukking. Woordvoerder van de JA-campagne Michiel van Hulten (PvdA) kende de feiten onvoldoende en wist niet passend te reageren, en Harry van Bommel (SP) die in de ontregel-stand stond stelde de feiten verkeerd voor. De kijker die op zoek was naar de waarheid werd het slachtoffer van dit debat.

Harry van Bommel maakt het er het meest bont op. Het viel op dat hij zich zelfs in zijn taalgebruik (‘etnische Russen’) leek te vereenzelvigen met het perspectief van de Russische regering. Als een polder-Stalinist biedt Van Bommel een karikatuur van iemand die probeert de standpunten van het Kremlin zo nauwgezet mogelijk te verwoorden. Het is beschamend dat een Nederlandse volksvertegenwoordiger aanhaakt bij het Russische, en niet bij het Nederlandse standpunt. Al is dat in kritische zin. Van Hulten heeft geen weerwoord. Op zijn beurt lijkt hij ontregeld door de ontregelende uitspraken van Van Bommel. Opvallend is trouwens dat Van Hulten stelt dat het raadgevende referendum opgevat moet worden als bindend. Daarmee gaat hij op de stoel van de regering zetten en verwart hij de campagne met de staatsrechtelijke ruimte die het kabinet heeft.

Van Bommel bouwt zijn betoog op de aanname dat Oekraïne tot op het bot verdeeld is. Dat is juist, maar anders dan hij het voorstelt. Hij legt de breuklijn verkeerd. Die lijn volgt niet eenduidig etnische verschillen. Een meerderheid van meer dan 90% steunt de eenheidsstaat Oekraïne. Uit opinieonderzoeken, zoals PEW, 2015  blijkt dat minder dan 10% van de Oekraïeners zelfstandigheid voor de zogenaamde volksrepublieken Donetsk en Loehansk wil of aansluiting ervan bij de Russische Federatie. De echte breuklijn in Oekraïne loopt tussen degenen die de corruptie hard en doelmatig willen bestrijden en degenen die het als systeem in stand willen houden. Het is het verschil tussen de oude elite en degenen die hun lot in eigen hand willen nemen, onder wie de jongere generaties. De laatsten zien daarvoor de meeste kansen door associatie met de EU.

Uitgaande van die weergave van etnische verdeeldheid deelt Van Bommel ‘etnische Russen’ en ‘Russisch sprekenden’ automatisch in bij het pro-Kremlin kamp. Dat is onjuist omdat vele Russische-Oekraïeners om politieke en economische redenen afstand nemen van het Kremlin dat denkt in termen van Novorossiya of ‘Groot Rusland’. Ze steunen de eenheidsstaat Oekraïne. Van Bommel stelt de verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen te simpel voor. In het verlengde daarvan suggereert hij dat die zogenaamde etnische verdeeldheid de oorlog vanwege binnenlandse verschillen heeft aangejaagd. De klacht van de Russische oud-rebellenleider in Donetsk Igor Girkin in de zomer van 2014 duidde op het tegendeel. Girkin en andere door het Kremlin naar Oost-Oekraïne gestuurde rebellenleiders viel het op dat de lokale bevolking niet in beweging te brengen was voor een revolte tegen Kiev en zich ondanks alles vooral Oekraïens voelde. Het waren Russische vrijwilligers, huurlingen en militairen, en Oekraïense beroepsrevolutionairen die hun kansen roken die een idee van een burgeroorlog moesten suggereren wat feitelijk een oorlog tussen twee landen was.

Van Bommel pleidooi voor een pas op de plaats voor Oekraïne is niet anders dan een beloning van de huidige ondermijning en destabilisatie van Oekraïne door de Russische Federatie. De situatie waarin Oekraïne zich nu bevindt is geen natuurlijke situatie waarin het land zich door eigen toedoen bevindt. Bijzonder aan de huidige situatie van Oekraïne is de door de Algemene Vergadering van de VN in maart 2014 in een resolutie breed veroordeelde bezetting van de Krim en de continue aanwezigheid van tussen de 5.000 en 10.000 reguliere Russische militairen in Oost-Oekraïne. Zo’n pas op de plaats levert Oekraïne over aan de invloed van de Russische Federatie die er alle belang bij heeft dat het land zich niet ontwikkelt zoals het zou kunnen doen in associatie met de EU. Ondermijning en destabilisatie zijn doel van het Kremlin opdat Oekraïne niet kan normaliseren. Ontwikkeling in associatie met de EU verkleint de Russische invloed in Oekraïne en geeft Russen een voorbeeld op de eigen drempel van een Oost-Europees land dat succesvol voor burgers kan zijn.

Zo fabuleert Van Bommel verder over een afspraak in 1990 tussen de toenmalige Sovjet-Unie en het Westen over de uitbreiding van de NATO naar de Russische grens. Zo’n afspraak is nooit gemaakt en was zelfs in de gesprekken in die jaren tussen de Sovjet-Unie en het Westen geen onderwerp van gesprek, behalve over voormalig Oost-Duitsland zoals oud-president Gorbachov in een interview in 2014 op een rijtje zette. Het is gewenst dat Nieuwsuur de volgende keer een debat tussen historici met kennis van de recente geschiedenis van Oost-Europa organiseert. De misleidingen van Van Bommel informeren het publiek niet, evenmin het gebrek aan feitenkennis van Van Hulten. De Nieuwsuur-redactie had dit zorgvuldiger moeten voorbereiden.