Bestrijding van coronavirus mag geen dekmantel zijn voor nationale staten om de burgerrechten permanent in te perken

Op of kort voor 9 maart 2020 sprak Michael O’Flaherty dit commentaar in over grondrechten en het coronavirus. Hij is de directeur van de FRA, (Fundamental Rights Agency) een onafhankelijk instituut over grondrechten van de EU. Hieronder zijn tekst. In zekere zin raakt het commentaar niet de kern als O’Flaherty inzoomt op migranten, nationaliteit of etniciteit. Zijn zorg daarover is terecht, maar het is bij lange na niet het hele verhaal. Het draait om het verschil tussen burgerrechten en mensenrechten. Dat eerste wordt nationaal bepaald en dat laatste universeel. Migranten vallen noodgedwongen terug op mensenrechten omdat ze in het land van aankomst (nog) geen burgerrechten hebben. De essentie van de huidige crisis is nu juist dat de burgerrechten van burgers onder druk staan. Dat gaat over veel grotere aantallen burgers die aangetast worden in hun grondrechten. Dat speelt zich niet in de marge, maar in het centrum van de samenleving af.

Het is opvallend dat O’Flaherty de afgelopen dagen nog geen nieuw commentaar heeft ingesproken over burgerrechten. Dat regeringsleiders van de EU-lidstaten waarschuwt of er krachtig op wijst dat de inperking of opschorting van grondrechten hooguit tijdelijk kan zijn gedurende de bestrijding van het coronavirus en dat over de tijdelijkheid van de maatregelen nu afspraken moeten worden gemaakt. Of afgedwongen, bijvoorbeeld door oppositionele politici in nationale parlementen. Nog beter zou het zijn als dat in EU-verband gebeurde in het Europees Parlement. Ofschoon onduidelijk is in welke vorm dat zou moeten gebeuren. Dat betreft dan het oprekken van staatsmacht, het schenden van privacy van burgers en het sluiten van voorzieningen. Want het risico dreigt dat regeringsleiders van zowel autoritaire landen als liberale democratieën onder de dekmantel van het coronavirus nu burgerrechten inperken die feitelijk niet nodig zijn voor de bestrijding ervan.

O’Flaherty kondigt ‘over enkele weken’ een inventarisatie van mensenrechtenkwesties aan. Dat is een goede stap, maar het valt te bezien hoeveel indruk zijn vinger aan de pols maakt. Nu worden grondrechten in allerlei landen verregaand ingeperkt door nationale overheden. Voor de goede zaak. Maar het politieke debat, laat staan het publieke debat ontbreekt over de tijdelijkheid, proportionaliteit en omvang ervan. Dat moet snel hersteld worden. De gezondheidscrisis vraagt nu weliswaar alle hens aan dek, maar de bestrijding wordt er wrang op als achteraf mocht blijken dat die samenging met de permanente inperking van de burgerrechten.

A couple of days ago I was shocked talking to a waiter in a restaurant when he said to me that the solution to the Corona virus epidemic is to stop migrants coming into his country because, according to him, they have poor hygiene standards.

That shocking remark brought home to me the extent to which the current situation is as much one of human rights as it is of public health.

Absolutely, we need strong public health responses right now, well informed, transparently rolled out. But at the same time we have to be very vigilant for the respect of the human rights of everyone.

It’s never acceptable for instance to target people just because of their perceived nationality or ethnicity. It’s never acceptable to pick on somebody in the street and to beat them up because somebody thinks they might be a carrier of the virus.

On the other hand it is reasonable to limit some of our human rights about access to school, access to the work place, who we can meet with in the present time.

But such limitations must be proportionate to the good that they are seeking to achieve. Measures like that also need to take account of the particular situation of certain groups in our society. Old people seeking access to hospital, children whose only square meal a day comes from the school room, parents who are impacted in the workplace because of child – minding duties.

And these are just a tiny number of the human rights issues that present themselves as we combat the virus.

The Fundamental Rights Agency right now is mapping the range of human rights issues across our Member States. We’ll publish our findings in the next few weeks together with strong recommendations on how we can fight the fake news.

We can deliver for the human right to health of our people while also respecting the human rights of everyone.

Bij een Europese enquête over vertrouwen in de politie door moslims

Een tabel uit de gisteren gepubliceerde enquête van het Europese Agentschap voor Grondrechten (FRA) dat in Wenen is gevestigd. Het is de tweede enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie (EU-MIDIS II): moslims – geselecteerde resultaten. Het persbericht concludeert dat moslims in de EU een hoge mate van vertrouwen in de instituties hebben: ‘We zien onder hen zelfs juist een groter vertrouwen in democratische instellingen dan bij een groot deel van de algemene bevolking’, aldus FRA-directeur Michael O’Flaherty. Dit schetst tegelijk de complexiteit om de enquete goed op waarde te schatten. Wat wordt er precies gemeten? Hoe dan ook combineert de enquête positieve en negatieve ervaringen en verworvenheden.

Uit bovenstaande tabel 34 blijkt dat Nederlandse moslims van alle ondervraagden het minste vertrouwen in de politie hebben. Wie kijkt naar de etnische profilering door de politie -wat de grootste steen des aanstoot voor discriminatie door de politie is- ziet dat de Turkse moslimmigranten in onderstaande tabel 31 naar hun ervaring op een gemiddelde waarde uitkomen. Dat spoort lastig. Het rechtvaardigt geen tweede plek in tabel 31. Er moeten andere redenen zijn. Het is voorstelbaar dat de politie een witte organisatie wordt gevonden die met name in hoge functies te weinig divers is. Er zou sprake zijn van een discriminerende, anti-feministische cultuur. Leden van minderheidsgroepen kunnen zich daarom onvoldoende met de politie vereenzelvigen.

Het valt te bezien waar de hoge negatieve score van met name de Turks-Nederlandse moslims in tabel 34 vandaan komt. Heeft het te maken met de emancipatie van deze moslims die gemiddeld groter is dan in andere Europese landen? Komt het gebrek aan vertrouwen mede voort uit negatief sentiment en publiciteit die in de hele Nederlandse samenleving bestaat over alle problemen, het lage oplossingspercentage en de slechte organisatie van de Nationale Politie? Het is logisch dat Turkse en Noord-Afrikaanse moslims in Nederland negatief over de politie zijn gaan denken. Een kwestie van integratie en vereenzelviging met Nederland. De openheid over het debat van etnisch profileren en diversiteit kan leiden tot het zich miskend voelen zonder dat ervoor directe aanleiding bestaat. Wat tabel 34 precies betekent is daarom niet op voorhand duidelijk.

Foto’s. Tabel 34 en 31 uit enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie (EU-MIDIS II): moslims – geselecteerde resultaten, gepubliceerd op 22 september 2017.