Persfotograaf wordt met auto en al sloot ingekieperd. Hoe kan agressie tegen journalisten gestopt worden?

Gisteren werd de auto van persfotograaf Timothy waarin hij samen met zijn vriendin zat door een shovel ondersteboven een sloot ingewerkt. Dat gebeurde nadat ze werden bedreigd door een groep omstanders. De fotograaf was in het buitengebied van Lunteren afgekomen op een autobrand om daar foto’s van te maken. De politie heeft twee mensen aangehouden, onder wie de bestuurder van de shovel.

In een bericht van Omroep Gelderland vertelt Timothy dat hij overal pijn heeft: ‘Ik heb spierpijn, rugpijn. Mijn rug is beschadigd door glas van de autoruit. Ik kan dus ook nergens tegenaan zitten.’

Het Genootschap van Hoofdredacteuren is volgens een bericht in De Telegraaf geschokt door het gebeurde. Het zegt: ‘Bij die aanval werd de auto waarin zij zaten met een shovel een sloot in geduwd, waarbij beiden gewond raakten. Het gaat hier om een directe en levensbedreigende aanval op twee mensen maar het is ook een nieuwe aanslag op de journalistiek en de persvrijheid.

Deze gebeurtenis van een persfotograaf die wordt bedreigd en aangevallen en het werken onmogelijk wordt gemaakt kan niet los worden gezien van de rol van de journalistiek in het publieke debat. Die staat onder druk zoals een uitzending van Medialogica (HUMAN) duidelijk maakte. Is het niet zo dat extremistische geluiden steeds meer zendtijd in de gevestigde media krijgen en het ageren tegen journalisten steeds meer genormaliseerd wordt?

In een scherts zou je kunnen zeggen dat na het tijdperk Pim Fortuyn de gevestigde media de boze burger opzocht omdat die in de periode daarvoor over het hoofd gezien zou zijn en dat als emanciperend na-ijl-effect daarvan nu de boze burger de journalist opzoekt. Met knuppel of shovel.

De media waren kort na de eeuwwisseling bang de boot te missen en stuurden hun journalisten de straat op om de mening van de burger te horen. Sinds die tijd besteden media zoveel aandacht aan de boosheid, ontevredenheid en het misnoegen van de burger dat dit de norm lijkt te zijn geworden. Maar publieksonderzoeken concluderen dat deze nieuwe normaliteit helemaal niet standaard is. Ze wordt door de media oververtegenwoordigd. Politici als Baudet en Wilders, en allerlei complotdenkers krijgen overmatige aandacht.

Dat heeft tot gevolg dat de claim van vooral het rechts-radicale populisme dat journalisten het verlengde van de macht zijn (‘Staatsomroep’) door steeds meer mensen wordt geloofd. Overigens nog steeds een minderheid. Journalisten worden verjaagd, het werken onmogelijk gemaakt of met als nieuw dieptepunt de sloot in gekieperd. Terwijl het omgekeerde het geval is. Namelijk journalisten volgen kritisch de macht én de tegenmacht en doen daar verslag van.

Wat er moet gebeuren om de aversie of zelfs vijandschap van steeds meer mensen tegenover de media en journalisten af te zwakken is de vraag. Hoe dan ook lijken de afgelopen 20 jaar de media in eigen voet te hebben geschoten door veel te veel aandacht aan extremistische en anti-democratische denkbeelden te hebben gegeven. De agressie tegen journalisten hebben de media zelf gezaaid.

Het is de vraag of de gevestigde media nu nog met elkaar tot een strategie van de-escaleren, media educatie en versterking van de democratie kunnen komen. De fletse houding van hoofdredacteur NOS Nieuws Marcel Gelauff in de uitzending van Medialogica geeft weinig vertrouwen dat de Nederlandse journalistiek intellectueel en mentaal opgewassen is tegen het rechts-radicalisme en ambitie, bereidheid en durf in zich heeft om de urgentie onder ogen te zien om zich te wapenen tegen de rechts-radicalen en anti-democraten die journalisten aanvallen.

Kritiek van Max Pam op de ondermaatse televisie-journalistiek van de Nederlandse publieke omroep is deels terecht. Een antwoord

Deels mee eens Max. De Nederlandse treurbuis is wat de journalistieke kwaliteit betreft te triest voor woorden. Af en toe komt Nieuwsuur met een onderzoek of een reportage van niveau, er is HUMAN met de diepgravende analyse van Medialogica (misleiding aanschaf taser door Nationale Politie) en KRO-NCRV’s Pointer heeft ook af en toe goede analyses. Maar talkshows zoals OP1 zijn van een bedroevend ondermaats niveau. Ze zijn niet serieus te nemen als journalistiek medium.

Van de andere kant past enige relativering over de macht van de Nederlandse media. We moeten ze daarom niet te zwaar vallen. Want het zijn in de eerste plaats de politiek en het bedrijfsleven die de autoritaire regimes van de Russische Federatie (gas, olie) en China (van alles) geen strobreed in de weg willen en durven leggen.

Wat zou logischer zijn dan een boycot van China? Vanwege Tibet, vanwege de concentratiekampen waarin Oeigoeren zijn opgesloten, vanwege het verbreken van de afspraken over Hong Kong, vanwege de agressie en annexatie in de Chinese Zee en vanwege de op de EU gerichte campagne van misleiding. Maar de politiek en het bedrijfsleven doen niks. Zelfs geen symbolisch gebaar.

Hetzelfde geldt voor de opstelling van het Westen tegenover het Kremlin. Die is te terughoudend. Het machtscentrum dat al sinds de jaren 1960 de anti-Westerse terroristen steunt. Nu weer de Taliban in Afghanistan. Toenmalige president Obama en de Britse premier Cameron deden niks toen de Russen in 2014 tegen alle garanties in van het Boedapest Memorandum de Krim militair bezetten en inlijfden. Evenmin reageert het Westen krachtig op de reguliere Russische troepen die illegaal in Oost-Oekraine zijn gestationeerd.

Dus ja, de Nederlandse media excelleren in trivialiteiten en weten niet meer wat belangrijk is. Maar nee, dat weten de Westerse regeringen evenmin. Dus het valt de media niet echt kwalijk te nemen dat ze niet doen wat de Westerse staten nalaten. Op allerlei manieren volgt de Nederlandse televisie-journalistiek de agenda van anderen. Dat pakt extra beroerd uit als die anderen een verkeerde agenda hebben.

NB: Wat anders is waarom de Nederlandse publieke omroep de zomerperiode zonder voetbal en wielrennen benut om bijna uitsluitend oude sportprogramma’s, reeksen en reeksen detectives en oude, naar nostalgie neigende televisieprogramma’s uit te zenden. Dat warme bad gaat aardig vervelen en verdooft na verloop van tijd alle prikkels. Waarom geen kunstprogramma’s? Waarom geen politieke documentaires (de fantastische documentaire van Sergei Loznitsa over de begrafenis van Stalin). Waarom geen belangwekkende cinematografische werken van auteurs-regisseurs die alleen een oudere generatie nog lijkt te kennen? Waarom sluit de Nederlandse publieke omroep tijdens de zomerstop niet twee van de drie netten? Dan zijn we gelijk verlost van die ondermaatse talkshows waar je terecht kritiek op hebt.

Foto 1: Post op Facebook van Max Pam, 1 juli 2020.

Foto 2: Aankondiging van de Detectivezomer van KRO-NCRV, juni 2020.

Foto 3: Still uit de documentaire State Funeral (2019) van Sergei Loznitsa.

Michael Hayden: Amerikaanse krijgsmacht zou Trump negeren

Update 6 juni 2020: Het is zover. Een oud fragment uit 2016 is hoogst actueel door uitspraken van president Trump om federale militairen in te zetten bij het neerslaan van de huidige demonstraties die ontstonden in reactie op de moord van George Floyd door een politieagent. De militaire en politieke top van het ministerie van Defensie heeft afgelopen dagen collectief afstand genomen van Trumps voornemen. De krijgsmacht toont hiermee meer stabiliteit en rechtsstatelijkheid dan de politie. Ook een reeks oud-militairen heeft in harde bewoordingen afstand genomen van Trump. Ze hebben hun reactie met elkaar afgestemd. Salon zet ze in een artikel op een rij. Generaal Hayden heeft het in dit fragment specifiek over de bestrijding van het terrorisme door Trump dat de rechtsstaat te buiten gaat en daarom onaanvaardbaar is. Maar er klinkt meer in door: een onafhankelijke opstelling van de krijgsmacht die zich niet laat sturen door Trump als hij in hun ogen de nationale veiligheid in gevaar brengt. Bill Maher heeft het over een militaire coup, maar het tegendeel lijkt waar: de steun van de krijgsmacht voor het volk om de diefstal van de democratie door president Trump en zijn medestanders te voorkomen. Militairen zweren trouw aan de Constitutie, niet aan de president. 

Generaal Michael Hayden is oud-chef van NSA en CIA, en iemand die zich doorgaans opstelt als hardliner in de publiciteit. Als gepensioneerde generaal verdedigt hij in de vermomming van deskundige het standpunt van de strijdkrachten en de veiligheidsindustrie. Net als in Nederland zoals Medialogica van Argos TV in een reportage berichtte waar ‘sommige deskundigen verbonden zijn aan beveiligingsbedrijven en de wapenindustrie’. Bij Hayden is het niet anders zoals Glenn Greenwald in 2013 in een artikel uiteenzette: ‘Hayden is a partner in the Chertoff Group, a private entity that makes more and more money by increasing the fear levels of the US public and engineering massive government security contracts for their clients.

Die Hayden dus die net als de Nederlandse Dick Berlijn zich anders voordoet dan hij is. Of de media vergeten die andere belangen te melden. Door continu het publiek angst aan te jagen probeert Hayden de uitgaven voor defensie te verantwoorden. Het maakt zijn uitlating over een mogelijke president Trump die door de top van de Amerikaanse krijgsmacht genegeerd zou worden er des te opvallender op. Bill Maher noemt dat een staatsgreep, een coup, wat Hayden wegwimpelt. Een conservatieve hardliner als lobbyist voor de veiligheids- en wapenindustrie laat weten dat zelfs hem de opstelling van Trump te gortig is. Het progressieve publiek reageert dol van enthousiasme. De angst richt zich op de nieuwe, gemeenschappelijke vijand: Donald Trump.

Reportage over Russia Today vraagt om een vervolg

Human en VPRO vertoonden gisteren in de reeks ‘Argos Medialogica’ de reportage ‘De Wereld volgens Russia Today’. Deze Russische nieuwszender zendt sinds 2005 uit, maar raakte vanaf 2008 bij de inval van Russische troepen in Georgië in opspraak. De reportage gaat in op de werkwijze van RT -zoals de zender tegenwoordig heet- en de directe en indirecte wijze van censuur. Kritiek op Rusland is per definitie uit den boze. Vele journalisten hielden het voor gezien omdat ze zich niet meer met de werkwijze van RT konden verenigen.

De reportage legt RT langs een journalistieke meetlat. Begrijpelijk omdat het over medialogica gaat. Zo wordt het vooral een opzienbarende reportage met medewerking van journalisten als belangrijkste getuigen over het afnemende journalistieke gehalte. Dat mist echter de ware doelstelling van RT die niet zozeer te maken heeft met journalistiek, het overtuigen van een westers publiek of het verspreiden van een relativerend idee dat er geen waarheid bestaat en niets voor zeker aangenomen kan worden. Zelfs feiten als uitgangspunt voor journalistiek zijn niet meer zeker bij RT, zodat uiteindelijk straffeloos alles beweerd kan worden. De vrees bestaat dat andere zenders dit concept van feitenvrije journalistiek in de toekomst zullen overnemen.

RT gaat verder en dat laat deze reportage liggen. Wellicht iets voor een vervolgaflevering over de integratie van RT en andere Russische zenders als Sputnik of LifeNews met de politiek en het veiligheidssyteem. Want RT is als publicitaire tak van de Russische oorlogsmachine geïntegreerd in het Russische leger. Zoals sinds voorjaar 2014 blijkt uit de betrokkenheid van RT bij de Russisch-Oekraïense oorlog. Op de grond volgt RT in real time de oorlogshandelingen ter plekke en is bij een aanval vaak al aanwezig voordat deze begint. In de studio wordt dat dan politiek opgetuigd, ter verwarring of ter afleiding door in te zoomen op een detail en dat door herhaling groot te maken. Dat gebeurt uiterst vakkundig en de paradox is dat men diep en breed geïnformeerd moet zijn en mediawijsheid dient te bezitten om te doorzien waar RT exact tekortschiet.