Godsdiensten zijn minder uniek dan christelijke randdebielen en bollebozen suggereren. Het rechtvaardigt geen uitzondering voor kerkdiensten

The second drama premiere of the 63rd Dubrovnik Summer Festival, Euripides’ ancient Greek tragedy Medea directed by Tomaž Pandur and realized in | ‘Medea’s demonic aria’ on Fort Lovrjenac till 7th August | Just Dubrovnik

Het is duidelijk: de randdebielen zijn onder ons. Ze zijn van orthodox-religieuze, protestante signatuur en wonen in steden als Urk of Krimpen a/d IJssel. Ze kunnen wellicht alles van de bijbel weten en gezag hebben in eigen kring, maar hebben geen historisch besef en politiek benul. Maar ze staan niet alleen. Ze krijgen rugdekking van christelijke bollebozen.

Hoe wereldvreemd is het niet om te zeggen dat de SS vriendelijker handelde in de oorlog dan journalisten die verslag doen van de kerkgang? Terwijl heel Nederland op slot zit. Dit is rugwind voor religiecritici die kritisch zijn op religieuze instellingen en tragisch voor de meerderheid van goedwillende gelovigen die zich voorbeeldig gedragen en zien hoe deze protestante hardliners alle godsdiensten in een kwaad daglicht zetten. Deze christelijke randdebielen hebben in 48 uur meer schade aan het christendom aangericht dan vrijzinnigen en religiecritici in 48 jaar.

Zoals bij islamitisch geweld de ‘gewone’ moslims door voornamelijk rechtse segmenten van de samenleving daar op aangesproken worden (zelfs als zij of hun ouders niet eens moslim zijn maar een islamitisch land als land van herkomst hebben) zo zouden nu de ‘gewone’ christenen ter verantwoording moeten worden geroepen voor de daden en woorden van deze orthodoxe christenen.

Het is een geluk bij een ongeluk dat het orthodoxe christendom zich uitspreekt en haar ware aard toont. Want daarover bestaat onduidelijkheid. Veel Nederlanders in de grote steden denken dat deze orthodoxe christenen redelijk en niet veel anders zijn. Dat kun je vermoeden van gelovigen waarmee je nooit in aanraking komt. Dat is het misverstand. De basis voor die zelfgekozen segregatie van de orthodoxe christenen is de angst om het eigen karakter te verliezen. Daarom houden ze krampachtig aan elkaar vast en gijzelen ze in zekere zin elkaar. Op hun beurt hebben ze weer een verkeerd beeld van andersdenkenden. Dat leidt tot radicalisering in eigen kring. Dat is bij orthodoxe gelovigen van andere godsdiensten niet anders.

Het AD maakt in een artikel met als aanleiding de actualiteit van schoppende kerkgangers een rondgang langs docenten en hoogleraren theologie/ godsdienstwetenschappen waarvan er vermoedelijk in Nederland honderden zijn. Afwijkende geloofsrichtingen, gemeenschappen, stromingen en godsdiensten leiden tot afwijkende meningen over wat geloof is. Daarmee worden ook de valse tegenstellingen geïntroduceerd om het geloof te verdedigen. De bollebozen nemen het ‘genuanceerd’ op voor de randdebielen. Zo suggereren ze in hun wijsheid.

Schermafbeelding uit artikel ‘Volle kerken leiden tot onbegrip: ‘Kerkdienst is echt iets anders dan een festival’’, AD, 30 maart 2021.

Hoogleraar praktische theologie Hans Schaeffer zegt in de hierboven geplaatste schermafbeelding uit dat artikel in het AD dat ‘een kerkdienst is daarmee echt iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Eeuwenlang was het christendom in Nederland het dominante verhaal en het besef dat religie wat hogers is, vanzelfsprekend. Sinds de verlichting wordt het geloof steeds meer achter de voordeur teruggedrongen.

Dat is een valse tegenstelling. Natuurlijk is een kerkdienst iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Maar daarmee is niet gezegd dat het waardevoller is en de vrijheid van godsdienst een grondrecht is dat meer bescherming moet krijgen dan andere grondrechten. Dat suggereert Schaeffer hiermee. Het feit dat eeuwenlang een situatie heeft bestaan wil niet zeggen dat dat een juiste situatie was. De geschiedenis kent genoeg wantoestanden als kinderarbeid, slavernij of feodale verhoudingen die eeuwenlang hebben bestaan en in hun tijd vanzelfsprekend waren, maar waarvan het toch beter is dat ze niet meer bestaan.

Godsdienst is historisch ook zo’n relict uit vroeger tijden. Het christendom is een sekte van twee millennia oud. De leeftijd van het christendom is dus eerder een argument tegen voor de legitimiteit en het bestaan ervan. De ondergeschikte positie van vrouwen binnen godsdiensten is een teken van die achterhaaldheid.

Schaeffer is selectief door een kerkdienst te vergelijken met een voetbalwedstrijd of festival. Hij kan het ook vergelijken met een tentoonstelling in een openbaar museum van het werk van Mark Rothko (zoals de Rothko Chapel in Houston) of een Griekse tragedie van de grote drie tragedieschrijvers Aechylus, Sophocles en Euripides. Vooral van de eerste is duidelijk dat hij in vorm en inhoud uit dezelfde bron put van de rituelen en een mensbeeld met noodlot, zondeval en Goden als de ons nu bekende godsdiensten. Er zijn meer voorbeelden uit de kunsten, van Bach tot Marc Mulders die tegenspreken dat kerkdiensten principieel anders zijn. Dat zijn ze niet. Kunst raakt in presentaties ervan ook het diepste wensen van de mens. Daarin is religie niet uniek.

The Oresteia of Aeschylus – Leader of the Chorus

Kerkdiensten zijn op dit moment in Nederland slechts op één aspect anders. Ze genieten voorrechten die vergelijkbare theatervoorstellingen en museumprestaties niet genieten omdat ze op last van de rijksoverheid zijn stilgelegd. Dat bergt een onverklaarbare ongelijkheid in zich.

Schaeffer constateert terecht dat het geloof sinds de verlichting steeds meer achter de voordeur is teruggedrongen. Dat is er een gevolg van dat de meerderheid van de Nederlanders verklaart zich niet door een godsdienst te laten inspireren en het christendom haar dominante grip op de samenleving is kwijtgeraakt. Binnen het secularisme heeft het christendom nu dezelfde positie als andere geloven en levensovertuigingen. Ermee is het recht van de christenen niet verdwenen om zich te verenigen in kerken, maar alleen hun traditionele voorrecht waar Schaeffer nostalgisch naar terug lijkt te verlangen. De episode van de kerkdiensten tijdens de pandemie verduidelijkt dat zelfs dit voorrecht van het christelijke geloof niet definitief is verdwenen. Dat is het naijl-effect van christenen die zich in de politiek hebben verschanst en met een beroep op de voortreffelijkheid en bijzonderheid van hun geloof dat aloude voorrecht als natuurlijk opeisen.

Patrick van der Vorst ziet in religieuze organisaties een belangrijke rol weggelegd voor kunst. Maar hoe de kunstenaars te bereiken?

Kerknet.be plaatst in een kort stukje drie citaten van de Belgische tv-antiquair en toekomstig priester Patrick van der Vorst. Ze komen uit een interview met hem in het magazine ‘Oh God!. Twee ervan gaan over kunst:

1: ‘In de toekomst wordt kunst volgens mij een van de belangrijkste tools om het geloof weer naar de mensen te brengen.’

2: ‘De Kerk vond dat hedendaagse kunstenaars te veel met hun eigen ego en gevoelens bezig zijn en te weinig met de gemeenschap. Aan de andere kant groeide bij kunstenaars de overtuiging dat de Kerk niet geïnteresseerd is in nieuwe vormen van expressie. Wel, dat is aan het kantelen.

Het is de vraag waar Van der Vorst zich op baseert. Hij wil intreden als priester en daarom is het begrijpelijk dat hij zijn oude (kunst) en nieuwe (godsdienst) liefde probeert te combineren. Of het klopt wat hij zegt valt niet te controleren, maar het is interessant dat hij een verbinding tussen kunst en godsdienst wil leggen. Hij schat voor de nabije toekomst in dat die verbinding mogelijk is. Hoe strikt hij dat opvat valt te bezien.

Van der Vorst zou wel eens gelijk kunnen hebben. Er is vooral voor kerken veel te winnen. Wie in Nederland een protestante of katholieke kerk binnenloopt wordt doorgaans onaangenaam verrast door het lage niveau van de hedendaagse kunst. Op presentaties, in een winkel of door de kerk verspreid. Hier zijn goedwillenden aan het werk die niet kunnen tippen aan het niveau dat in musea wordt getoond. Men kan het alleen maar betreuren dat dat zo is gelopen. Het is opmerkelijk om het verschil in kwaliteit te zien tussen oude en hedendaagse kunst in (oude) kerken. Er is als het ware sprake van een schisma. De hedendaagse kunst is losgescheurd van de godsdienst. Hoe dat uitpakte toonde het teleurstellende niveau van de ‘moderne refo-kunst’ op de interessante tentoonstelling Bij ons in de Biblebelt in Museum Catharijneconvent in 2019.

Tegelijk gaat Van der Vorst voorbij aan het hoge niveau van hedendaagse kunstenaars als Marc Mulders die al jaren de verbinding tussen kunst en religie leggen. Een ander voorbeeld is de Belgische keramist Johan Tahon.

Zij zijn de uitzonderingen. Er zijn wel ‘spirituele’ kunstenaars, zoals Mark Rothko die zich laten inspireren door het geestelijke zonder direct verbinding te hebben met een religieuze organisatie. Vraag is of een scherpe afbakening van christelijke en niet-christelijke kunstenaars de kerken helpt. Tekenend is de strijd die soms in kerken ontstaat die een culturele bestemming hebben gekregen, maar die nog alle uiterlijkheden van een kerkgebouw vertonen. Een opdracht voor een glas-in-lood-venster kan zo een strijdpunt worden tussen orthodoxe gelovigen en seculiere beheerders zoals in de Rotterdamse Laurenskerk in 2000 gebeurde.

Het is te wensen dat het niveau van de hedendaagse kunst in kerken wordt verhoogd. Elk initiatief dat daar aan bijdraagt is welkom. Het valt te betwijfelen of een prijsvraag voor katholieke kunstenaars over ‘katholieke schilderkunst’ volgens de richtlijnen van paus Johannes Paulus II van een Brabantse galerie het juiste middel is. Dit lijkt niet te wijzen op een gedachtengoed dat geïnteresseerd is in nieuwe vormen van expressie, maar eerder op een gedachtengoed dat zich in zichzelf verschanst en apart zet. Dat legt geen verbinding. Om hedendaagse kunstenaars te interesseren moeten de kerken beseffen dat ze zich open moeten stellen en zonder koudwatervrees vertrouwen moeten hebben in de integriteit en het vakmanschap van kunstenaars.

Foto 1: ArtikelPatrick van der Vorst in magazine ‘Oh God!’ — 3 rake quotes’ op kerknet.be, 26 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelGalerie Aarle-Rixtel stelt prijs in voor katholieke kunstenaars’ in het KN, 11 juni 2020.

Kunst moet een list verzinnen: aansluiten bij een politiek doel

ornette-colleman-free-jazz-atlantic-1364-gatefold-1800-ljc

Soms leiden verkeerde bedoelingen tot goede uitkomsten. En omgekeerd kunnen goede bedoelingen tot slechte resultaten leiden. Neem de theorie dat de promotie van ‘moderne kunst’ een Westers instrument was in de strijd met de toenmalige Sovjet-Unie. Alweer een oude theorie die midden jaren ’90 met feiten werd onderbouwd. Zie hier een toelichting in The Independent. De CIA zou ermee sinds het eind van de jaren ’40 het communisme bestreden hebben, terwijl de kunst waarmee de Sovjet-bevolking werd geconfronteerd in de VS bij het grote publiek matig tot negatief werd ontvangen. De abstract expressionistische schilder Jackson Pollock stond niet voor niets bekend als ‘Jack the Dripper’. Maar kunstenaars profiteerden van die promotie.

Mijn eerste kennismaking met Pollocks werk gaat terug naar begin jaren ’70 toen ik de elpee Free Jazz (1961) van Ornette Coleman kocht, met een uitklaphoes met een reproductie van White Light uit 1954 van Pollock. Het tijdperk 1955-1965 dat de overgang symboliseert naar kunst waarin vervreemding in navolging van de ‘uitvinder’ Bertolt Brecht een hoofdthema wordt en de representatie van de werkelijkheid verder afgeschaald wordt. Vooral in de cinema (Antonioni, Kurosawa, Bunuel, Godard), de jazz (Coleman, Coltrane, Shepp, Ayler) en de beeldende kunst (De Kooning, Rothko, Pollock, Motherwell) is die scheidslijn duidelijk te herkennen. Elders omschreef ik dat in enkele schetsen als transitie. Tevens een tijdperk van hoop en in te lossen beloften.

Hoe is het mogelijk dat de hedendaagse kunst van de jaren ’40, ’50 en ’60 een wapen kon worden in de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie? Hoewel het belang ervan nou ook weer niet overschat moet worden. Maar nu is kunst als politiek wapen nauwelijks nog voor te stellen. Eigenlijk kennen we het in getemde vorm alleen nog als landenpromotie bij staatsbezoeken. Nederland zet dan kunst in het zonnetje waarmee het zich meent te kunnen onderscheiden: design, ballet, Concertgebouworkest of geïmproviseerde muziek. Dan dient kunst als smeermiddel voor politieke doeleinden. De tanden van de kunst zijn in dat geval bij voorbaat afgevijld.

eclisse-l-1962-001-monica-vitti-back-shot-00o-7lv

De EU doet veel te weinig met kunst en cultuur als politiek middel. Terwijl de Europese kunst toch zo rijk is. Steven ten Thije (Mondriaanfonds) gaf in een video uit 2014 een aanzet tot een debat om kunst en cultuur een belangrijke rol te geven binnen de EU, maar moest een concreet antwoord hoe dat moest uiteraard schuldig blijven. Zie hier voor mijn commentaar en genoemde video. Onpartijdig is de inzet van kunst niet, want het staat haaks op de intenties van sommigen om de EU te laten fragmenteren. Thierry Baudet en andere nationalisten keren zich met hun theorie over het thuisgevoel en de vrees voor het eigene ook tegen het modernisme in de kunst dat het gevoel van vervreemding zou versterken. Baudet noemt dat oikofobie.

Die geslotenheid en dat thuisgevoel ontmoedigen. Het is trouwens opvallend dat voorvechters van de natiestaat zo weinig met nationale kunst ophebben. Dat is een tegenstelling die ik nog steeds moeilijk kan verklaren, hoewel het wellicht beter is dat dit zo is. Waarom werden in de 19de eeuw Vondel en Rembrandt tot nationale iconen gebombardeerd? Mijn opvatting over kunst gaat overigens vooraf aan mijn opvatting over politiek en heeft dat laatste gevormd. Niet andersom. Kunst legt toch een dieper fundament dan politiek.

Dat tijdperk rond 1960 waarin kunstenaars de vrijheid vinden om niets te hoeven vinden en loskomen van hun eigen thuis maakt voor mij duidelijk waarom ik niets moet hebben van populisten en eng nationalisme.

Hoe kan na de hakbijlen van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra, tegen de achtergrond van een vijandige politieke klasse die in de kern geen echte affiniteit met kunst voelt en het opkomend rechts-populisme dat zweert bij thuisgevoel, natiestaat en haat tegen hedendaagse kunst de kunst overleven? De enige uitweg lijkt het aanhaken bij een politiek doel. Niet om de kunst, maar om de politiek. Laat de politiek maar verkeerde bedoelingen hebben met de kunst, maar als het tot goede uitkomsten leidt dan is dat mooi meegenomen.

Foto 1: Binnenkant hoes van Free Jazz (1961) van Ornette Coleman; black music en white light.

Foto 2: Monica Vitti in L’eclisse (1962) van Michelangelo Antonioni.

Onsamenhangend voetbalcommentaar. Journalistiek of kletspraat?

Directeur Benno Tempel koos de afgelopen weken voor Piet Mondriaan als rechtsback. De sterke man zag Theo van Doesburg door een moeilijke periode gaan na zijn blessure. Hij kwam langzaam aan terug en was simpelweg niet in vorm. Hij heeft zich inmiddels goed teruggeknokt, zegt Tempel. De personele problemen stapelen zich op voor de directeur van het Haags Gemeentemuseum. Naast het vaste rijtje geblesseerden zijn daar deze week richting Boijmans uit Piet Mondriaan en Bart van der Leck bijgekomen. Door de afwezigheid van dit tweetal keert de geschorste Erich Wichmann terug in de basis. Hij zal rechtsbuiten gaan spelen. De van Magyar Nemzeti Galéria uit Boedapest overgenomen stijlvaste Vilmos Huszár krijgt voor het eerst dit seizoen in de competitie de kans als basisrechtsback. De diep spelende Mark Rothko begint verrassend op de bank.

iu

Foto: Jan Hoet op doel, 1994. Voorheen Sparta Ganda. Uit verslag VRT.

Tempel: Bezuinigingen Gemeentemuseum raken Den Haag

Directeur Benno Tempel van het Haags Gemeentemuseum is niet alleen negatief over de gevolgen van de bezuinigingen voor z’n museum. Het raakt volgens hem ook aan de dynamiek van Den Haag. Het museum moet zo’n 1 miljoen euro korten op educatielessen en tentoonstellingen. Hij schetst het effect dat dit tot minder vrije publiciteit voor z’n museum leidt. De weg naar beneden wordt dan ingeslagen omdat afnemende publiciteit en bezoek elkaar versterken. Deze boodschap richt-ie aan de lokale politiek. De allergrootste nachtmerrie van Tempel is dat-ie niet meer kan concurreren met bijvoorbeeld het onlangs heropende Stedelijk Museum dat een kleinere collectie maar een groter budget heeft. Dat kan echter ook als inhaaleffect gezien worden. De claim dat de Rothko-tentoonstelling die straks Den Haag bezoekt uniek is valt lastig na te gaan. Vele Rothko-tentoonstellingen zijn doorgaans in Europa te zien, zoals in München 2008. Tempel schetst dat nu de reserves verteerd zijn de cultuurbezuinigingen hard in het vlees snijden. Een onaangename waarheid.

Is Amsterdam afraid of Sally and Daniel Goldreyer?

Update 12 september 2013: De gemeente Amsterdam moet van de Raad van State binnen zes weken twee rapporten openbaar maken. Amsterdam vreest schadeclaims van nabestaanden van restaurateur Goldreyer.

Galerist Leo Castelli stuurde in januari 1970 het schilderij ‘Electric Cord‘ van Roy Lichtenstein naar restorator Daniel Goldreyer (1927-1987) om het schoon te laten maken. Goldreyer stuurde het werk niet terug maar liet weten dat het verloren was. Op een magische manier verdwenen, zoals Abigail Esman opmerkt. Kwijtgeraakt of gestolen door Goldreyer? Pas twee weken geleden dook het op in een New Yorks pakhuis. Opgespoord door de FBI die liet weten dat het terugkeerde naar de rechtmatige eigenaar, de weduwe Barbara Bertozzi Castelli.

Goldreyer werd in 1987 door het Stedelijk Museum in de arm genomen om ‘Who’s Afraid Of Red, Yellow, and Blue III‘ van Barnett Newman te repareren. Een jaar eerder door Gerard Jan van Bladeren met een stanleymes zwaar beschadigd. Het werd een blamage. Nadat Goldreyer in 1991 het schilderij terugbracht ontspon zich een debat over de kwaliteit van zijn werk.  Onderzoek wees uit dat Goldreyer geen twee miljoen puntjes zette, maar met een verfroller aan de slag was geweest. Die discussie drukte Goldreyer de kop in door met een rechtszaak te dreigen. Hij stelde Amsterdam verantwoordelijk voor reputatieschade. Goldreyers intimidatie had succes. Amsterdam bond in. Naast zijn fee van 800.000 gulden kreeg-ie 170.000 dollar ‘schikking’. Afspraak was dat beide partijen zich voortaan ‘terughoudend’ uitspraken over de kwaliteit van de restauratie.

Nu worden oude wonden opengereten. Jhim Lamoree heeft namelijk met een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur in 2011 geëist dat Amsterdam twee rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut uit 1991 en 1992 over de restauratie openbaart. De Rechtbank Amsterdam heeft op 25 september de eisende journalist in het gelijk gesteld. Amsterdam moet beide rapporten openbaar maken. De rechtbank voegt toe dat haar niet is gebleken dat ‘de financiële belangen van de gemeente door openbaarmaking van de rapporten in ernstige mate zullen worden geschaad‘. Tegen dat besluit gaat Amsterdam in beroep. De geest van intimidatie van Goldreyer en zijn weduwe Sally Model zaait blijkbaar nog steeds angst in het Amsterdamse stadhuis.

Foto: Barnett Newman, Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III, 1966/67. Olie op linnen, 245 x 544 cm. Courtesy of Stedelijk Museum Amsterdam. Credits: Barnett Newman/Artists Rights Society, New York.

Zwart, Bordeauxrood en Geel in Tate Modern

Gisteren is in de Londense Tate Modern ‘Black on Maroon‘ van Mark Rothko beklad. Het schilderij uit 1958 is onderdeel van de Seagram-serie en kan hersteld worden. Vladimir Umanets schreef met een pen in de rechterbenedenhoek ‘Vladimir Umanets ’12 / A Potential Piece of Yellowism‘. Rothko (1903-1970) is een hoog gewaardeerde schilder aan wiens kleurvlakken spirituele kwaliteiten worden toegedacht. De Rus Umanets kon ontkomen. Gevraagd door The Guardian verwijst Umanets naar het ‘Yellowism‘. Een manifest zegt dat voorbeelden ervan op kunstwerken kunnen lijken, maar het niet zijn. Marcin Lodyga en Vladimir Umanets menen dat de context voor kunstwerken al kunst is. Umanets past in de traditie van verwarde geesten en iconoclasten zoals Gerard Jan van Bladeren die tot tweemaal toe aan het eind van de vorige eeuw een werk van Barnett Newman met een Stanley-mes beschadigde. Deze keer valt de schade mee. Vladimir Umanets is gekend. Museumdirecteur Chris Dercon ziet het museum als vrijhaven voor de kunst. Daar gebeurt het.

Foto: Mark Rothko, Black on Maroon, 1958. (cat.nr. T1170). Tate Modern, Londen, Credits Kate Rothko Prizel en Christopher Rothko/DACS, 1998

Jacques Berlinerblau legt uit wat seculiere kunst is. Of niet.

Jacques Berlinerblau vraagt zich af wat seculiere kunst is. In het TheSecularCenter. Het antwoord is niet makkelijk te geven, want het antwoord bestaat niet. De open benadering van Jacques Berlinerblau is het echte antwoord op wat secularisme is. Kunst wordt erbij gehaald om dat uit te leggen. Secularisme à la Berlinerblau is geen schoppen tegen religie zoals sommige gelovigen denken. Maar twijfel. Directe antwoorden die de hele wereld insluiten worden elders beantwoord. De vorm die Berlinerblau zoekt valt zo samen met de inhoud.