Gedachten bij de foto ‘De hal van het Luxor theater’ (1955)

Fotopersbureau Het Zuiden,’De hal van het Luxor theater‘, 1955. Collectie: Stadsarchief ‘s-Hertogenbosch.

In Bioscoop Luxor in Den Bosch wordt Odyssee verwacht die ‘heden’ al draait zoals uit de aankondiging blijkt. Met Sylvana Mangano en Kirk Douglas. Het is donderdag 14 april 1955. Als vanouds de dag dat films ‘uitgaan’. De Italiaanse productie ‘Ulisse van regisseur Mario Camerini en de producenten Dino De Laurentis en Carlo Ponti dateert van 1954.

Elke taal geeft blijkbaar een andere titel aan deze film. In het Engels heet de film ‘Ulysses‘. Waarom de Nederlandse titel niet ‘Odysseus‘, maar ‘Odyssee‘ is heeft er wellicht mee te maken dat de toenmalige Nederlandse marketing de tocht die Homerus beschrijft centraal stelt en niet de door Douglas gespeelde persoon ‘Odysseus‘ die de tocht ondergaat.

Silvana Mangano is zo te zien voor de Nederlandse markt de ster die publiek trekt. Met ‘Bittere Rijst‘ uit 1949 was ze een vedette geworden. De Italiaanse ‘peplum’-films genoten weinig artistieke waardering, maar het publiek was er dol op. Dat woord is afgeleid van het Griekse peplos

De foto van de hal van het Bossche Luxor theater baadt in het licht van 1955. Daarachter wacht het donker. Tenzij men jonger is dan 14 jaar. De passage van het filmbezoek valt samen met de passage van de film. De begrippen doorgang, overtocht, galerij en citaat zijn te verbinden met de foto. Zo’n kluster van betekenissen voelt bijna te deftig om het voorbijgaan in populaire cultuur te tekenen.

Spaanse affiche van de film ‘Ulisse‘ (1954)
Advertentie

Parlami d’amore Mariù (1932)

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 24 maart 2012. Licht gewijzigd.

Vittorio de Sica (1901-1974) zingt Parlami d’amore Mariù van componist Cesare Andrea Bixio en tekstdichter Ennio Neri. Het liefdeslied voor Mariù klinkt op een pianolo in een taveerne aan het Comomeer in Gli uomini che mascalzoni (1932) van Mario Camerini. Mannen zijn schurken zegt de titel. De komedie in documentaire stijl gefilmd in Milaan en omgeving wordt soms als de eerste neorealistische film opgevat.

Vittorio de Sica (als Bruno) en Lia Franca (als Mariuccia) in Gli uomini che mascalzoni (1932).

In 1932 is de geluidsfilm nieuw. Het lied is het Leitmotiv in de film en wordt een internationale hit. Engelse (Lily Pons) en Zweedse (Zarah Leander) versies verschijnen. 

Het Franse Le chaland qui passe van tekstdichter André de Badet is een bewerking die tekst en Napolitaanse stijl omgooit. Lys Gauty zingt het in 1933. Onderwerp is het binnenschip. Jean Vigo is zo onder de indruk dat hij zijn meesterwerk L’Atalante doopt. Die film is weer een voorbeeld die leidt tot navolging, onder meer in Young Adam uit 2003.

Mariù wordt nog steeds aanbeden. In allerlei bewerkingen. De Milanese jazzpianist Stefano Bollani brengt een ode aan zijn jeugd en aan De Sica, Camerini en Bixio. En aan de liefde.

Parlami d’amore, Mariù!
Tutta la mia vita sei tu!
Gli occhi tuoi belli brillano
Come due stelle scintillano!
Dimmi che illusione non è,
Dimmi che sei tutta per me!
Qui sul tuo cuor non soffro più:
Parlami d’amore, Mariù.