VVD en CDA zijn de pubers van de Nederlandse politiek. Ze vertragen formatie omdat ze op zoek zijn naar een eigen identiteit

CDA-leider Wopke Hoekstra op het Binnenhof. Augustus 2021.
BEELD ANP

Er klinkt steeds meer kritiek op de traag verlopende onderhandelingen voor een nieuw kabinet. Op 17 maart 2021 vonden de verkiezingen voor de Tweede Kamer plaats. Dat is inmiddels meer dan vijf maanden geleden. Er is nog geen zicht op een doorbraak. De indruk ontstaat steeds meer dat de politieke partijen uitsluitend met zichzelf en elkaar bezig zijn en de wereld om zich heen vergeten. Maar die wereld draait door ondanks de schijnbewegingen van de Nederlandse politiek.

In zijn column van 24 augustus 2021 in NRC constateert Tom-Jan Meeus dat de rechtse partijen een meerderheid van 81 zetels hebben. Dus het is van tweeën een. Of beide rechtse partijen VVD en CDA die nu deelnemen aan de besprekingen gaan volmondig voor een rechts kabinet dat hun voorkeur verdient en waar ze zich sterk voor zeggen te willen maken. Of ze laten die ambitie varen en gaan niet voor zo’n rechts kabinet en aanvaarden de deelname van centrumpartij D66 en de twee linkse partijen PvdA en GroenLinks. Een andere keuze is er niet.

Meeus zegt: ‘Links had decennia de reputatie verdeeld en ontoeschietelijk te zijn, nu is vooral rechts daar goed in. Een volbloed rechts kabinet zou afspraken met complotdenkers (FVD/corona), EU-sceptici (JA21 wil uit de euro) en een wegens groepsbelediging veroordeelde voorman (Wilders) vergen. Dan zijn Ploumen en Klaver natuurlijk een eitje‘. Kortom, het lijkt er verdacht veel op dat VVD en CDA geen volbloed rechts kabinet nastreven omdat de rechtse partijen PVV, FvD, Van Haga, SGP, JA21 en BBB te instabiel en te weinig constructief zijn. Maar Rutte en vooral Hoekstra houden ten onrechte vol dat PvdA en GroenLinks instabiel zijn.

Er is nog het aspect van de getalsverhoudingen tussen partijen in een kabinet dat ik naar aanleiding van een mediaoptreden van CDA’er Madeleine van Toorenburg in een commentaar van 6 juni 2021 noemde. Het is begrijpelijk dat PvdA en GroenLinks dat tot nu toe in de publiciteit niet naar voren hebben gebracht omdat het gaat over hun eigen nietige positie. Dat zou wel verhelderend zijn.

Schermafbeelding van deel commentaarCDA en VVD vertragen formatie door te duwen op rechterkant en PvdA en GL samen uit te sluiten‘ van 6 juni 2021.

Bij de vorming van een kabinet draait het bij het formuleren van het regeerakkoord en de verdeling van de kabinetsposten om de zwaarte van de afzonderlijke partijen. Die weegt door in de resultaten. Niet toevallig hebben de grootste partijen VVD en D66 in juni 2021 van informateur Mariëtte Hamer de opdracht gekregen om een proeve van regeerakkoord te schrijven dat nu het werkdocument is voor de onderhandelingen.

In een nieuw kabinet Rutte-Kaag zullen PvdA en GroenLinks weinig in de melk te brokkelen hebben met hun in totaal 17 zetels. Vergelijk dat met de liberale as in dat kabinet van VVD en D66 van 58 zetels. Dat is 3,4 zoveel als beide linkse partijen. Of vergelijk het met de rechtse as van VVD en CDA met 49 zetels. Dat is 2,3 zoveel als beide linkse partijen.

Waar zijn VVD en CDA bang voor? Voor de eigen lusteloosheid, sloomheid en stuurloze drift?

Het is simpel. Of beide rechtse partijen kiezen voor een op en top rechts kabinet met onder meer PVV, FvD en rechtse splinters. Of ze kiezen voor een centrumkabinet met D66, PvdA en GroenLinks. Want D66 heeft een kabinet met de ChristenUnie geblokkeerd en uit wat bekend is uit de proeve van regeerakkoord zal de ChristenUnie zich daar niet in kunnen vinden. Zo moeilijk is het niet voor VVD en CDA om aan hun achterban uit te leggen dat PvdA en GroenLinks in een nieuw kabinet getalsmatig weinig in de melk te brokkelen hebben en dat het landsbelang nu vraagt om voortgang.

De aarzelende aanpak van de evacuatie uit Kabul roept de vraag op hoe minister Kaag sinds mei 2021 de regiodirectie DAO/ZA heeft aangestuurd en hoe de inlichtingendiensten het kabinet hebben geïnformeerd over de toestand in Afghanistan en wat het kabinet daarmee heeft gedaan. Het heeft in elk geval niet gehandeld zoals Frankrijk deed. Hoeveel tijd heeft premier Rutte de afgelopen drie maanden aan Afghanistan besteed? Dat is de schaduwzijde van de Nederlandse politiek die op het Binnenhof kringetjes om zichzelf draait als een adolescent die op zoek is naar een eigen identiteit.

Voor welk probleem blijven VVD en CDA een oplossing zoeken? Het lijkt er steeds meer op dat ze niet weten wie ze zijn.

Hoekstra roept vragen op over zijn functioneren door PvdA en GroenLinks gelijk te stellen met PVV en FvD

Schermafbeelding van deel artikelKabinetsformatie nog steeds muurvast: het lukt partijleiders niet om over eigen schaduw heen te springen‘ in de Volkskrant, 21 juni 2021. Verslag Avinash Bhikhie en Natalie Righton.

Laat mijn positie duidelijk zijn, de PvdA vind ik een partij die het sociaal-democratische gedachtengoed in de uitverkoop heeft gedaan en GroenLinks heeft naar mijn idee door Kauthar Bouchallikht te selecteren als kamerlid de verkeerde afslag genomen. Ze is niet geloofwaardig in het weerleggen van de aantijging dat ze sympathieën voor de radicale islam heeft. Dat verwijt blijft daarom boven GroenLinks hangen en beschadigt het beeld van een partij die ondubbelzinnig democratisch is.

Afkeer van deze twee linkse partijen heb ik echter niet. Ze hebben bestaansrecht, maar vullen dat naar mijn idee op dit moment verkeerd in. Ze verkwanselen in mijn ogen hun eigen potentie. Dat vertaalt zich in hun gebrek aan electorale aantrekkingskracht. Ondanks dat ben ik toch van mening dat deze twee partijen een waardevolle aanvulling kunnen zijn op de Nederlandse politiek. Op voorwaarde dat ze beter dan nu in vorm zijn én meer krachtige en overtuigende leiders naar voren schuiven. Vooral de PvdA heeft een langere traditie dan GroenLinks.

In mijn ogen heeft FvD geen bestaansrecht in de Nederlandse politiek. Het is een anti-democratische partij met uitgangspunten die niet binnen de democratische rechtsstaat passen. In een commentaar van 16 maart 2021 schreef ik op de vooravond van de verkiezingen voor de Tweede Kamer het volgende:

Je zou kunnen zeggen dat PVV ‘foute’ beweringen doet, maar binnen de democratie blijft en die niet ter discussie stelt. FvD doet ook ‘foute’ beweringen, maar stelt het bestaan van de democratie en de democratische instituties wel ter discussie. Dat onderscheid wordt in het publieke debat onvoldoende gemaakt. FvD is in de kern een grotere bedreiging voor de democratie dan de PVV.
Als het criterium is dat partijen die tot doel hebben om met uitsluiting van andere partijen de bestaande democratische orde omver te werpen en hun eigen autocratie te vestigen, dan zouden partijen als FvD en de theocratische SGP die een orde wil vestigen die gebaseerd is op Gods woord verboden moeten worden. Zij zijn een bedreiging voor de democratie.

De opinie van CDA-leider Wopke Hoekstra die de Volkskrant noteert is dat hij evenveel afkeer heeft om samen te werken met GroenLinks en PvdA als met PVV of FvD. Deze uitspraak roept sterke twijfels op over het politieke inzicht van Hoekstra. Het is tevens een echo van zijn botte opmerkingen over Zuid-Europa in maart 2020 als minister van Financiën. In een reactie noemde de Portugese premier Costa Hoekstra’s opmerkingen ‘weerzinwekkend, zinloos en totaal onacceptabel’.

Hoekstra’s opmerkingen over de PvdA en GroenLinks zijn eveneens ‘weerzinwekkend, zinloos en totaal onacceptabel’. Heeft Hoekstra met de belediging van beide linkse partijen een politiek doel, zoals het ontmoedigen om nog aan de formatie deel te nemen? Eerder het omgekeerde lijkt het geval.

Hoekstra laat zich door zijn uitspraak kennen als een botte en sociaal onhandige persoon. Hij strijkt PvdA en GroenLinks én formateur Mariëtte Hamer ermee tegen de haren in zodat beide partijen zich naar verwachting met z’n tweeën nog standvastiger zullen opstellen om samen de formatiebesprekingen te voeren.

DEN HAAG – Wopke Hoekstra staat de pers te woord na afloop van een gesprek met informateur Mariette Hamer. Juni 2021. Credits: ANP Robin Utrecht.

De kille Hoekstra bereikt het omgekeerde van wat hij beoogt en is dus ook een ondoelmatig politicus. Als persoon die de sfeer goed moet houden in de lastige en vermoeiende formatie en als politicus die resultaten moet boeken valt Hoekstra door de mand.

Hoekstra laat zich kennen als een rechtse politicus die hoegenaamd het verschil niet kent tussen de zes partijen (VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU) die deel uitmaken van de formatiebesprekingen doordat ze zijn uitgenodigd door informateur Hamer én PVV en FvD. Of hij doet alsof hij het verschil niet kent. Dat is kinderachtig van hem.

Blijft de achterban van het CDA zwijgen over de uitspraak van Hoekstra? Hoe valt het bij de leden in de regio die decennialang goed hebben samengewerkt met de PvdA dat deze partij wordt gelijkgesteld aan de ultrarechtse FvD die de democratie wil afschaffen? Door het vertrek van kamerlid Pieter Omtzigt en de fluistercampagne van de CDA-top tegen hem en de verrechtsing van de partij onder leiding van Hoekstra is het CDA toch al tot op het bot verdeeld. Wat bezielt Hoekstra om daar onnodig een nieuw strijdpunt aan toe te voegen?

Het lijkt er sterk op dat Wopke Hoekstra als leider van een instabiele partij lijdt aan zelfoverschatting. Wellicht denkt hij dat de aanval de beste verdediging is omdat hij door de PvdA en GroenLinks aan te vallen afleidt van de beeldvorming over een verzwakt CDA. Wie weet. Tegelijk roept Hoekstra met zijn uitspraak die door beide linkse partijen als belediging opgevat wordt, en feitelijk onnodig is omdat het geen doel dient, vragen op over zijn beoordelingsvermogen, politieke vakmanschap, leiderscapaciteiten en karaktereigenschappen als persoon die niet weet hoe hij zich sociaal moet gedragen.

Adviesraden constateren dat arbeidsmarktsituatie kunstenaars slecht is. Welke actie volgt?

ser

Vandaag werd de Verkenning Arbeidsmarkt Cultuursector gepresenteerd. Het is een initiatief van de Sociaal Economische Raad (SER) en de Raad voor Cultuur en werd uitgevoerd door een gezamenlijke commissie van deze twee adviesraden van de Nederlandse regering en parlement. Minister Jet Bussemaker reageerde zoals ze altijd reageert, empathisch en vol begrip over alweer een nieuw geconstateerd onrecht, maar zonder iets te veranderen en te kunnen doen. Op het opentrekken van haar cosmetische potje voor publicitaire noodgevallen na dat dient om daadkracht en bekommernis te suggereren, maar dat feitelijk niets anders is dan het rondpompen van euro’s binnen haar begroting. De verkenning kreeg de aandacht die kunst en kunstenaars in Nederland doorgaans krijgen: nihil. De YouTube kanalen van de Raad voor Cultuur en de SER bleven stil.

De verkenning constateert wat iedereen die de kunstsector zelfs maar van de buitenkant kent met eigen ogen al sinds de kaalslag in 2010 door toenmalig staatssecretaris Zijlstra heeft gezien: de arbeidsomstandigheden en de inkomenspositie zijn beroerd. De raden noemen de arbeidsmarktsituatie zorgwekkend: ‘De combinatie van dalende werkgelegenheid, een relatief hoge kans op werkloosheid, lage en dalende inkomens, een slechte onderhandelingspositie voor werknemers en zzp’ers, het vaak niet verzekerd zijn voor inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid en een geringe pensioenopbouw, maakt de positie van werkenden kwetsbaar.’ En dus? Met zes arbeidsplannen moet dat opgekrikt worden. Gaat dat lukken of is dat het parkeren van een probleem?

In Nederland wordt kunstenaars bescheidenheid ingeprent. Ze zijn de lepralijders van Nederland. Een beetje vies en anders. Getolereerd, maar niet geaccepteerd. Met een fooi worden kunstenaars afgescheept door een cultuurminister die het het gevecht in het kabinet niet eens meer aangaat. Wat als kunstenaars zich eens hard zouden opstellen als Guerilla Boys en Guerilla Girls? Door te infiltreren in de politieke partijen en netwerken waar het geld wordt verdeeld. Het zou iets zijn, maar het betaalt zich pas na lange tijd uit. Samen een Partij voor de Kunst oprichten? Of een initiatief beginnen, dat FC Utrecht of FC Twente noemen en vervolgens 9 miljoen euro subsidie eisen omdat anders de bakstenen door de ruiten zeilen bij burgemeester, wethouder en cultuurwoordvoerders? Een scenario dat zich in de afgelopen jaren perfect uitbetaalde en voetbalsupporters hun zin gaf. Hoe een harde actie voeren zonder geweld of bedreigingen die toch indruk maakt en wel doelmatig, maar niet hooghartig is? Van de SER, de Raad voor Cultuur en minister Bussemaker die met elkaar onder veel gepraat de dekstoelen op het dek van de Titanic verschuiven zal de oplossing niet komen. Niet.

Foto: Schermafbeelding van berichtArbeidsmarktverkenning wijst uit: Vaak zwakke positie voor werknemers en zzp’ers in cultuursector’ van de SER, 22 januari 2015.

Senaatsvoorzitter weerde Wilders uit Commissie inhuldiging

pvv

Update 14 juni: Fred de Graaf stapt op. Er werd getwijfeld aan zijn onpartijdigheid. De fractievoorzitters in de Tweede Kamer zouden vandaag schriftelijke vragen stellen aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer. De Graaf ontkende eerder in een brief kunstgrepen toegepast te hebben. Zijn lezing werd alom betwijfeld. 

De Volkskrant bracht vanochtend het nieuws dat Eerste Kamervoorzitter Fred de Graaf (VVD) een kunstgreep heeft toegepast om te voorkomen dat Geert Wilders een van de vijf volksvertegenwoordigers was die bij de inhuldiging op 30 april in de Nieuwe Kerk Willem-Alexander begeleidde als lid van de Commissie van In- en Uitgeleide. De Graaf erkent tegenover de Volkskrant dat-ie Wilders er liever niet bij had ‘vanwege diens problematische relatie met het Koninklijk Huis‘. Het komt erop neer dat De Graaf de SGP-senator Gerrit Holdijk ervan overtuigde niet in de Commissie plaats te nemen zodat de SGP-er Kees van der Staaij in plaats van Geert Wilders (PVV) een van de twee vertegenwoordigers van de Tweede Kamer in de Commissie kon zijn.

In een antwoord laat Wilders weten dat-ie in maart door het secretariaat van de voorzitter van de Tweede Kamer Anouchka van Miltenburg (VVD) gebeld werd. In dat gesprek werd gezegd dat Wilders er rekening mee moest houden in de Commissie van In- en Uitgeleide te komen. En: ‘Dan moet je namelijk een jacquet aan, en dat heb je niet zo één-twee-drie. Daarna bleef het een maand stil.’ Daarna werd volgens zeggen van Wilders zijn secretaresse afgewimpeld toen ze navraag deed bij het secretariaat. Geert Wilders zegt opheldering te vragen en: ‘Als het waar is, heeft De Graaf zijn onpartijdigheid te grabbel gegooid en moet hij opkrassen.’

Opvallend in het verhaal van De Volkskrant is dat in eerste instantie de SP-ers Harry van Bommel en Jan de Wit kandidaat waren voor de Commissie omdat ze bovenaan de lijst van langstzittende Twee Kamerleden stonden. Ze bedankten voor de eer. De SP is ook een partij met een ‘problematische relatie met het Koninklijk Huis’. 

Heeft Wilders gelijk dat Fred de Graaf zijn onpartijdigheid te grabbel heeft gegooid? Het is schadelijk voor het opereren van de Eerste Kamervoorzitter dat deze gang van zaken de publiciteit haalt. Parlementsvoorzitters hebben ruimte om plooien glad te strijken, maar ze dienen dat handig en onzichtbaar te doen zonder sporen na te laten. Daarin heeft De Graaf gefaald. Met zijn opmerking dat-ie Wilders er liever niet bijwilde ‘vanwege diens problematische relatie met het Koninklijk Huis’ brengt De Graaf ook koning Willem-Alexander in verlegenheid. Een ‘problematische relatie‘ mag nooit een reden zijn om iemand voor een functie of commissie te weigeren. Dat Wilders garen spint bij het onhandige optreden van De Graaf valt hem niet kwalijk te nemen.

30-04_commissie_in_en_uitgeleide_van_de_linden

Foto 1: Tweet van Geert Wilders, 11 juni 2013.

Foto 2: Commissie van In- en Uitgeleide op 30 april 2013 in de Nieuwe Kerk bij de inhuldiging van Willem-Alexander: Anouchka van Miltenburg (VVD), René van der Linden (CDA), Mariëtte Hamer (PvdA), Heleen Dupuis (VVD) en Kees van der Staaij (SGP). Credits: NOS.