Kunstenaars roepen op subsidie te stoppen van Centrum voor Chinese hedendaagse kunst (CFCCA) in Manchester dat racistisch ‘wit’ zou zijn

Artist Residency Studio during an open studio session. Photo by Arthur Siuksta. Credits: CFCCA, Manchester.

Identiteitspolitiek in de kunst biedt voor allen opties om stelling te nemen. Voor of tegen. Identiteitspolitiek gaat onlosmakelijk samen met beschuldigingen. Tegen de aantijging ‘racisme’ is geen verdediging mogelijk als de beschuldiging niet omschreven, laat staan onderbouwd wordt. In de praktijk wordt de beschuldiging nonchalant tegen de muur gegooid en overgenomen door sociale media. Dat is doorgaans voldoende om in de publiciteit de zaak te winnen en een beschuldigd individu of instelling te beschadigen of zelfs uit de kunstsector te verbannen.

Nuance wordt niet gezocht, verbinding wordt uitgesloten, verschillen mogen niet bestaan en intolerantie is immens. De identiteit van de kunstenaar verdringt de identiteit van de kunst.

Neem het geval in het Engelse Manchester van het Centre for Chinese Contemporary Art (CFCCA). In september 2020 heeft de CFCCA zeven kunstenaars benoemd tot lid van een werkgroep om kwesties rond gelijkheid en inclusie aan te pakken. De instelling heeft vele beleidsstukken geproduceerd over deze aspecten. De zeven kunstenaars met Chinese wortels beschuldigen nu in een open brief deze instelling van racisme. Of erger nog ‘institutioneel racisme’. Wat ze eronder verstaan is onduidelijk. Ze preciseren niet wat hun opvatting van racisme is.

Ook roepen de kunstenaars de subsidiegever op om de subsidie in te trekken. Dat is feitelijk een oproep om het bestaan ervan te beëindigen. Zie hier een artikel in The Guardian voor de details.

Identiteitspolitiek bijt steeds vaker in de eigen staart. Een feminist hoeft geen vrouw te zijn, iemand die opkomt voor een etnische of seksuele minderheid hoeft geen lid van die minderheid te zijn en iemand die opkomt voor de Chinese zaak hoeft niet van Chinese afkomst te zijn. Ofschoon de meest radicale actievoerders daar anders over denken. Ze menen in hun denken dat opvallend overeenkomt met de uitgangspunten van de historische apartheid dat grenzen tussen groepen niet vloeiend zijn en groepen zich niet moeten en kunnen vermengen.

Het lijkt er sterk op dat deze zeven kunstenaars het feit dat witte mensen het management van het CFCCA vormen al een blijk van racisme vinden. Terwijl het vermoedelijk eerder een gevolg van een traditionele kunstpolitiek is in een land waar een witte meerderheid het eeuwenlang voor het zeggen heeft gehad. Dat sijpelt door in de kunsten. Dát moet hervormd worden om de kunst bij de tijd te brengen, zonder dat grove middelen als de beschuldiging van racisme ingezet hoeven te worden. Die overigens de emancipatie van minderheden eerder vertragen dan versnellen. Hoewel enige politieke druk de verandering kan dienen. Maar onredelijke druk roept weerstand op en leidt af van de zaak.

Juist daarom is de vraag wat de intentie van activisten is. Wat willen ze bereiken? Als de emancipatie van de groep waarvoor ze zeggen te spreken de hoofdzaak is, dan valt te betwijfelen of ze de meest doelmatige methode gebruiken om die emancipatie dichterbij te brengen.

De gevoeligheden zijn groot. De tenen zijn erg lang. Ineens gaat het niet meer over kunst, maar over de identiteit van de kunst. En ineens gaat het zelfs niet meer over de identiteit van de kunst, maar over de identiteit van de kunstenaars.

Net zoals beleidsmakers kunst voor hun karretje willen spannen als ze plannen laten maken over stedelijke ontwikkeling, stadspromotie, emancipatie, sociale cohesie, propaganda, vercommercialisering en alle verschijningsvormen die kunst niet als autonoom erkent zo spannen de doorgaans links-radicale kunstenaars, pseudo-kunstenaars, studenten of beroepsactivisten kunst voor hun karretje. Ze eigenen zich de kunst toe alsof ze er eenzijdig het laatste woord over hebben.

Beleidsmakers die de status quo vertegenwoordigen en activisten die de status quo willen wijzigen zijn twee kanten van dezelfde medaille. De politisering van de kunst door links-radicale activisten is even ongewenst als de aanwending van kunst als politiek instrument door beleidsmakers.

Hoewel de negatieve effecten van de identiteitspolitiek in de kunst doorsijpelen in de publieke opinie doen de media daar terughoudend verslag van. Dat verlengt de grip van de activisten op de kunst en is ongewenst. Mede omdat het indirect een vrijbrief geeft aan de beleidsmakers om de autonome positie van de kunst verder uit te kleden. Het beschadigt de positie van de kunst van twee kanten.

Adrian Smith mag op Facebook tegen het homohuwelijk zijn

De Britse christen Adrian Smith werd op z’n werk, de Trafford Housing Trust gedegradeerd nadat-ie zich op Facebook beleefd uitgesproken had tegen het homohuwelijk. Hij noemde dat ‘een gelijkheid te ver’. Nu is-ie vrijgesproken in een zaak voor de Hoge Raad die hij tegen zijn werkgever aanspande. Dat weegt niet op tegen het leed dat hem en z’n gezin is aangedaan. Of-ie zijn oude functie terugkrijgt is nog niet duidelijk.

Nick Cohen wijst in The Spectator op de rol van internet. De zaak had 30 jaar geleden niet kunnen gebeuren: ‘In democracies, and of course dictatorships, the Internet is proving that it is the friend of the censorious rather than a tool for emancipation. Adrian Smith could never have been hounded in this way 30 years ago. He would have expressed his opposition to gay marriage in his church.‘ Kritiek was binnenskamers gebleven.

Iedereen kan blij zijn met de uitslag. De werkgever eiste als niet-politieke en niet-confessionele organisatie dat werknemers ook in hun vrije tijd hun mening niet mogen geven op internet. Da’s een absurde claim die de vrijheid van meningsuiting volledig onderuit haalt. Adrian Smith werd beschuldigd van ‘denigrerende‘ (‘derogatory’) uitlatingen terwijl-ie op een niet-lasterlijke manier zijn politieke en religieuze mening gaf.

Zoals Nick Cohen zegt wordt internet toch al steeds meer een plek van censuur dan emancipatie. Daarom is de vrijspraak een overwinning voor de vrijheid. De affaire Adrian Smith zet aan tot nadenken voor werknemers die zich in hun vrije tijd op sociale media uiten. Houden ze in hun achterhoofd wellicht toch al rekening met een werkgever die hun berichten zou kunnen lezen? En daar maatregelen aan zou kunnen verbinden?

Nieuwe vastberadenheid van David Cameron ongeloofwaardig

De uitbarsting van geweld in Londen en andere Engelse steden als Birmingham, Bristol en Manchester is even snel gaan liggen als-ie opkwam. Door massale inzet van politie is de straat heroverd op de overwegend jeugdige plunderaars en ontevredenen. Ze zijn teruggedrongen en worden gebrandmerkt als yobs, wild beasts, scum of animals. Vraag is hoe tijdelijk de rust is. Het wachten is op een nieuwe uitbarsting.

In reactie is de roep door de Tories om meer recht en orde even voorspelbaar als de roep van Labour om meer sociale gelijkheid. Premier David Cameron legt het accent op het moreel verval. Londens burgemeester Boris Johnson vraagt om een hardere aanpak van de relschoppers. Labourleider Ed Milliband vreest in die aanpak simplisme en eenzijdige maatregelen die de sociale ongelijkheid eerder vergroot dan oplost.

Voorwaarde is dat het praten over moreel verval en slecht gedrag en een adequate aanpak meer aan kracht wint als het breder wordt gedefinieerd. De schade van de recente rellen wordt op meer dan 600 miljoen euro geschat. En er zijn enkele doden gevallen waarbij de publicitaire omkering van waarden was dat etnische groepen zoals moslims in de verdediging werden gedrongen en zwarten en autochtonen de aanval kozen.

Maar wat is de financiële schade vergeleken bij de massale steun aan banken die afgelopen jaren door de samenleving zonder veel debat is opgehoest en de ruimhartige bonussen die bankiers en topmensen van bedrijven zichzelf vanwege die steun opnieuw toekennen? Da’s moreel verval en slecht gedrag van mensen die al veel hebben en de sociale ongelijkheid verder vergroten door zichzelf en de eigen sociale klasse te fêteren.

David Cameron is politiek handig genoeg om in zijn analyse deze verbreding te betrekken. De Britse politieke klasse zat tot voor kort in de zak van Rupert Murdoch zoals het afluisterschandaal van de News of the World doet uitkomen. De top van de politiek en de Londense politie zijn gecorrumpeerd. Parlementsleden hebben gefraudeerd met onkostenvergoedingen. Da’s moreel verval van het establishment dat meer schade heeft aangericht dan de rellen.

Daarom kan alleen een integrale aanpak geloofwaardig zijn die hoog en laag, witte- en blauwe boorden, armoedzaaiers en topverdieners even krachtig aanpakt. Appels en peren zijn lastig vergelijkbaar, maar voorspelbaar is dat een eenzijdige aanpak van de relschoppers uiteindelijk niet zal werken. Moreel verval en slecht gedrag kunnen alleen teruggedrongen worden en sociaal draagvlak krijgen als ze op alle niveau’s tegelijk aangepakt worden. De opvatting dat ze een probleem van de openbare orde zijn schiet tekort.

Vraag is hoe gemeend de verbreding van premier Cameron naar bankiers, bestuurders, parlementsleden en politie is. Het lijkt lippendienst als-ie het accent op het gezin, de school en de gemeenschap legt. Wat betekent de centrale rol van het gezin voor frauderende parlementsleden of zelfverrijkende bankiers? Moeten ze hun gezin nog meer toeschuiven? Om echt geloofwaardig te zijn moet Cameron de oplossing meer in lijn brengen met zijn analyse. Vraag is of-ie de wil heeft om het establishment aan te pakken.

Foto: Bolton folk at play on holiday in Blackpool, 1937. Photograph: Humphrey Spender