Bibliotheken gaan door lobby op 20 mei open. Musea en theaters niet. Hoe hebben ze hun zaak bepleit?

Bibliotheken zijn net als musea en theaters zogenaamde ‘doorstroomlocaties’. In het geleidelijk opheffen van de maatregelen ter bestrijding van de COVID-19 pandemie was aanvankelijk het plan om de doorstroomlocaties vanwege tegenvallende cijfers nog gesloten te houden.

De Tweede Kamer was het daar voor wat de bibliotheken betreft niet mee eens ‘omdat de maatschappelijke functie te groot is’, met als gevolg dat op 20 mei de bibliotheken weer open mogen mits de cijfers dat toelaten. Daar lijkt het op dit moment op. Uit deze stellingname valt af te leiden dat de leden van de Tweede Kamer de maatschappelijk functie van musea en theaters minder groot achten en ze volgens hen een minder urgente maatschappelijke functie dan bibliotheken hebben.

Directeur Dirk Nijdam van Forum Groningen zegt over de opening van de bibliotheken het volgende: ‘Dat is een hele goede ontwikkeling. Ik had er een beetje op gehoopt en er was ook een lobby in gang gezet, landelijk, om de bibliotheken zo snel mogelijk open te doen. Het kan ook gewoon heel goed, gereguleerd, dus ja hartstikke mooi’. Hoe het gaat met cursussen en een expositie in het gebouw is volgens Nijdam nog even afwachten. Hij verwacht dat dit op korte termijn ook weer mogelijk is.

Nijdams woorden houden in dat door een goede lobby van de bibliotheeksector bij de Tweede Kamer de bibliotheken nu open mogen gaan als de cijfers dat toestaan. Dat roept de vraag op of een lobby van de museum- en theatersector zich afgelopen weken ook bij de Tweede Keer gemeld heeft om opening te bepleiten. En als die lobby er was, dan heeft die gezien het uitblijven van resultaat blijkbaar minder succesvol geopereerd dan de bibliotheeksector. Waarom dat verschil? Zegt dat iets over het professioneel opereren van museum- en theatersector?

COVID-19 houdt ons een spiegel voor: ‘De rek is eruit’ of ‘Onze veerkracht is groter dan ons verteld wordt’?

Je hoort het de laatste weken steeds meer ‘de rek is eruit’. Een petitie vraagt om ‘een open en vrije samenleving, waarin iedere burger vrij is om te gaan en te staan waar hij wil.’ Dat is marketing van de politieke partij Vereniging Vrij en Sociaal Nederland. Burger is mannelijk.

De medische oorzaak die kan leiden tot overbezette ziekenhuizen en IC’s, en uitgestelde zorg voor andere ziektes wordt weggemoffeld. Vrijheid is de leus. Ieder voor zich. De banvloek van 2021 is de excommunicatie van de werkelijkheid. Daar gaan velen lichtzinnig in mee.

Wie de media volgt komt al snel tot het vermoeden dat er een complot is om burgers als zielig, afhankelijk en op de rand van een zenuwcrisis of depressie af te beelden. Media doen niet alleen verslag, maar zetten zelf de toon van het opzwepen en het wijzen op de miskenning.

Hulp zou nodig zijn voor jongeren, ouderen en iedereen in psychische nood. Burgers kunnen het blijkbaar niet meer alleen klaren. Ze zijn te beklagen en hebben hulp van de staat nodig.

Nederland heeft zich onder het regime van COVID-19 verklaard tot een land van watjes. Terwijl de zorgsector onder enorme druk staat schiet Nederland in de verpleegstand. Als in een eierdoosje van zes met schattige veertjes liggen ze zacht met elkaar afgesloten van de harde wereld verbolgen te wachten op wat komen gaat. Of zo lijkt het in de media.

Vermoedelijk zijn Nederlanders veerkrachtiger en souvereiner dan nu alom wordt gesuggereerd. Dat geluid dringt slecht door omdat het niet in het denken past. Maar de befaamde Nederlandse trits van individualisme, nuchterheid en medemenselijkheid is niet weggesmolten als het laatste restje sneeuw voor de zon. Het is een beeld dat wordt vervormd.

Gaat het zo slecht met de Nederlanders dat ze reden tot klagen hebben? Er zijn beperkingen waarvan iedereen baalt. Maar het raderwerk van de samenleving loopt toch gewoon door? Iedereen kan de straat op en genieten van de zon. Iedereen kan een vriend of vriendin ontvangen of spreken. Onze veerkracht is groter dan ons verteld wordt. Weten we het niet? Daar op wijzen is het beste medicijn.

Foto: Aleksandr Mikhailovich Bermant, Yuzhno-Kurilsk. 2000. In de serie: ‘The Russian Far East in Modern Photography’. Collectie: Library of Congress.