Europa beseft ondanks alle onheilspellende signalen onvoldoende hoe gevaarlijk het Trumpisme is. Het wordt verward met conservatisme

De conservatieve voormalig Republikeinse strateeg Rick Wilson die een van de oprichters van The Lincoln Project is gaat in gesprek met DW News. Hij wijst op het gevaar van het Trumpisme in de VS en elders en wijst op de noodzaak om deze anti-democratische stroming te bestrijden. Velen verwarren ultra-rechtse stromingen als alt-right, nieuw rechts, extreem-rechts of rechts-populisme met conservatisme. Er zijn overeenkomsten tussen het een en ander, maar de verschillen zijn groter. Voor de duidelijkheid moet toegevoegd worden dat het conservatisme niet eenduidig is. Er zit variatie in. Maar als het buiten de bandbreedte komt houdt het op conservatisme te zijn.

Ook journalisten van Nederlandse media maken dat onderscheid tussen het rechts-populisme en conservatisme onvoldoende. Waarbij de vraag is of ze het niet begrijpen of het met een specifieke bedoeling bewust verkeerd voorstellen. Dat is een gemiste kans om de urgentie van het gevaar van het Trumpisme te beseffen. Signaleren van ontwikkelingen is toch een hoofdtaak van de journalistiek. Iemand als Thierry Baudet wordt soms een conservatief genoemd, wat hij in de verste verte niet is of ooit is geweest. Hij heeft reactionaire denkbeelden over kunst, wetenschap, journalistiek, architectuur, samenleving, democratie en politiek die ver af staan van het conservatisme.

Ook een socioloog en politicoloog als Merijn Oudenampsen die zich meermalen over dit onderwerp uitliet heeft een gereduceerd en verwrongen beeld van wat conservatisme is. Hij lijkt de gelijkschakeling of vermenging van Trumpiaans alt-right met conservatisme te gebruiken om dat laatste in een kwaad daglicht te stellen. Hij komt daar nog mee weg ook. Ik vind hem partijdig en niet objectief en schreef in een commentaar over Tim Carney van september 2019: ‘Linkse opinieleiders als Merijn Oudenampsen dichten het conservatisme zelfs een revolutionaire dimensie toe zodat ze het naadloos kunnen verbinden met de denkwereld van Thierry Baudet of Donald Trump. Dat is bedenkelijke en kwaadaardige retoriek. Dat is ongelukkige, linksige intellectuele acrobatiek die vanwege de eigen politieke agenda het onverenigbare probeert te verenigen. Dat zou niet erg zijn als het de verwarring niet vergroot over wat conservatisme is.’

De constatering is dat het Nederlandse publieke debat over politiek rechts waarbij Trumpisme en conservatisme niet worden onderscheiden van laag niveau is. Met als gevolg dat het debat erover niet van de grond komt. Omdat er in Nederland geen gezaghebbende conservatieve intellectuelen en een conservatieve politieke partij bestaan en progressieven begrijpelijkerwijze maar al te graag het conservatieve gedachtengoed aanvallen, kan de misleiding over wat conservatieve politiek is in de Nederlandse publieke opinie zonder verheldering verder woekeren.

Trump, Baudet, Farage, Orbán, Kaczyński, Jansa of dat soort politici zijn geen conservatieven omdat ze het conservatieve gedachtengoed niet onderschrijven of te ver oprekken. Ze hullen zich af en toe met de mantel van het conservatisme om aan te sluiten bij een gelauwerde traditie waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt. Dat is nep.

Conservatieven als Rick Wilson behoorden in de campagne van 2020 tot de felste en best georganiseerde tegenstanders van Trump. Zonder hen had Biden waarschijnlijk niet gewonnen. Juist omdat ze beter dan progressieven wisten hoe ze Trump emotioneel, maar ook programmatisch konden raken en het gevaar van deze anti-democratische en autoritaire stroming voor een levensvatbare en weerbare democratie doorzien.

Vanuit centrum-links perspectief hebben conservatieven onder meer verwerpelijke denkbeelden over medisch-ethische kwesties, belastingdruk en eigendom. Maar dat kan binnen de normale politieke kaders bestreden worden. De bestrijding van het Trumpisme is lastig omdat de aanhangers ervan tot een sekte behoren. Trumpisme is een godsdienst waar mensen zo worden opgejut met racistische en christelijke denkbeelden dat ze tegen hun eigenbelang in handelen.  Omdat religie niet om argumenten en verstand, maar om emotie en geloof draait is de normale politieke verstandhouding niet meer mogelijk. Dat is het verschil tussen Trumpisme en conservatisme.

Oudenampsen bespreekt boeken over neoliberalisme en geeft stof tot nadenken hoe de politiek macht over de economie kan krijgen

Een interessante boekbespreking van socioloog Merijn Oudenampsen in NRC over het neoliberalisme en de invloed ervan op de samenleving. Overigens ontbreekt in de webversie zijn naam en is de titel ‘De maakbare markt’ van de papieren versie gewijzigd in ‘Waar komt toch dat hardnekkige geloof in de vrije markt vandaan?’. In april 2018 had ik per e-mail een uitwisseling van gedachten met Ombudsman NRC Sjoerd de Jong en wees ik hem erop dat de papieren versie niet meer op te roepen viel en vervangen was door de webversie, zoadat de archieffunctie van de krant verloren ging. Tot mijn genoegen zie ik dat dat gewijzigd is en dat online de optie ‘Oude digitale editie’ toegevoegd is waarmee men de papieren editie kan oproepen.

Oudenampsen bespreekt vier boeken over het neoliberalisme en kiest daarbij zijn woorden behoedzaam en zorgvuldig. Hij constateert dat het neoliberalisme diverser is dan vaak gedacht wordt, en meer is dan ‘het Amerikaans wildwestkapitalisme’. Tussen de regels door klinkt zijn politieke stellingname als hij constateert: ‘Het neveneffect van de depolitisering van economische vraagstukken is een sterke politisering van het culturele domein. Het paradoxale gevolg van de ontkoppeling van cultuur en economie is dat een cultureel nationalisme is opgekomen, dat zich eveneens keert tegen de internationale instituties van de markt.’ In de praktijk betekent dat kort door de bocht dat de sociaal-economie weggehaald is bij de politiek en vervangen is door sociaal-cultuur. Politieke partijen hebben geen zeggenschap meer over de eigendomsverhoudingen, inkomensverschillen en belastingheffing, en moeten zich tevreden stellen met debatten over identiteit, nationalisme of sociale cohesie van een volk. Deze ontkoppeling van cultuur en economie verklaart in welke fase van het politieke debat we verzeild zijn geraakt. Zijn slotnoot dat Trump en Brexit ertoe kunnen leiden dat de politiek opnieuw opgetuigd wordt klinkt merkwaardig omdat Trump en de Britse Tories niet tornen aan de depolitisering van de economie of de economisering van de politiek en zich bovenal cultureel uiten.

De vraag die dat weer oproept en waar Oudenampsen binnen het kader van zijn boekbespreking niet aan toekomt is of er een masterplan ten grondslag ligt aan die ontkoppeling van economie en cultuur. Het staat buiten kijf dat sinds het tijdperk Reagan-Thatcher de besluiten over de economie de politiek ontnomen zijn, maar het is onduidelijk of die ook bewust zijn vervangen door debatten over cultuur. Want de politiek moet ergens over gaan, en als dat niet de economie is dan blijft cultuur als surrogaat over om de leegte op te vangen en de politiek een idee van urgentie te geven. Een en ander verklaart trouwens ook waarom de sociaal-democratie geen missie meer kan hebben nadat de arbeiders cultureel geëmancipeerd waren.

Oudenampsen wijst op Oostenrijkse denkers als Ludwig von Mises en Friedrich Hayek: ‘Naar het evenbeeld van het verdwenen Oostenrijks-Hongaarse Rijk ontwierpen zij een visie van een federale organisatievorm, waar natiestaten de controle zouden houden over culturele aangelegenheden, maar de vrije markt en vrije kapitaalstromen door een federale instantie gewaarborgd zouden worden.’ Die federale instantie is in de praktijk het internationale bedrijfsleven van multinationals en financiële instellingen geworden. Door deregulering en privatisering ontstonden ‘enorme bedrijven, die zoveel marktmacht hadden dat ze de concurrentie grotendeels konden negeren of uitschakelen.’ Door hun marktmacht konden ze niet alleen de concurrentie uitschakelen, maar ook de politiek opkopen. In combinatie met de afgenomen macht van vakbonden en overheid vertaalt zich dat in stabiliserende lonen die niet stijgen bij een florerende economie omdat de ‘enorme bedrijven’ dat eenzijdig blokkeren. De ideeëngeschiedenis die Oudenampsen aan de hand van deze boekbespreking schetst en voor een breed publiek bereikbaar maakt biedt stof tot nader nadenken.

Foto: Schermafbeelding van de ‘oude digitale editie’ (achter betaalmuur) van het artikelDe maakbare markt’ van Merijn Oudenampsen in NRC Boeken, 14 september 2018.

Ron Paul streeft naar eeuwige vrede zonder eeuwige oorlog

Libertariër Ron Paul is een vreemde eend in de bijt onder de Republikeinse kandidaten. Hij blijft fascineren vanwege zijn afwijkende meningen. Als enige beeldbepalende Amerikaanse politicus neemt-ie het op voor WikiLeaks-voorman Julian Assange en de vermeende klokkenluider Bradley Manning over wie komende week beslist wordt of-ie als staatsvijand voor de krijgsraad moet verschijnen. Bij de voorverkiezingen is Paul het populairst onder jongeren. Koploper Mitt Romney is kwetsbaar vanwege zijn opereren voor Bain Capital.

Ook in Nederland trekt Paul de aandacht. D66’er Boris van der Ham schrijft in een columnZo is hij tegen de doodstraf. Tegen de ‘The War on Drugs’ omdat die niet werkt; Hij pleit voor regulering van drugs. Bovendien is hij geen tegenstander van het openstellen van het huwelijk voor mensen van het gelijke geslacht. Hij beschouwt het huwelijk namelijk als een vrijwillige afspraak tussen mensen die anderen daarmee geen kwaad doen, en vindt dat dus homo’s en lesbiennes hierin niet in de weg mogen worden gezeten door de overheid. Bovendien verzet Ron Paul zich regelmatig tegen inperking van Burgerlijke Vrijheden. Van der Ham zet dat af tegen de voorzichtige president Obama die weinig lef toont.

Dat roept op DDS de reactie op getiteld ‘Boris van der Ham zou op racistische Ron Paul stemmen‘. Gebaseerd op James Kirchick met als strekking dat Pauls geloof in complottheorieën hem meer diskwalificeert dan mogelijke racistische uitlatingen. Paul die het boegbeeld van Gay America Bradley Manning ondersteunt. De waarheid over Paul is ongemakkelijk en bevat tegenstrijdigheden. Deze Texaanse conservatief is niet brandschoon, maar al decennia rechtlijnig in het schetsen van het schrikbeeld dat de Amerikaanse overheid de eeuwige vrede bereikt door eeuwige oorlog. Wat telt is dat Ron Paul dat met argumenten tegenspreekt.

Ron Paul wijst op de gevaren van inperking burgerrechten

Amerikaans staatsburger ben ik niet en al helemaal geen Republikein. Mijn stem telt niet. Maar ik begrijp het enthousiasme onder jongeren voor presidentskandidaat Ron Paul. Hij treedt buiten gebaande paden met zijn pleidooi voor individualisme en een kleine overheid. In zijn onafhankelijke opstelling herinnert Paul aan Ross Perot, John Anderson en Ralph Nader. Paul wordt afgeremd door beschuldigingen van racistische uitlatingen. In campagnes wordt met modder gegooid. Als antwoord beschuldigt zijn team anderen van hetzelfde.

Paul wordt door media niet serieus genomen vanwege zijn afwijkende standpunten. Hij is echter de enige kandidaat die tegen SOPA en NDAA is. Deze overheidsmaatregelen perken onder het mom van veiligheid de burgervrijheden in. Burgerrechtenbewegingen als de American Civil Liberties Union (ACLU) hebben dezelfde kritiek. De National Defence Authorization Act for Fiscal Year 2012 (NDDA) is door Obama op 31 december 2011 getekend. Het geeft de president veel macht in de terrorismebestrijding. Secties 1021 en 1022 (p.265-267) worden als ongrondwettelijk gezien. Paul verzet zich tegen de staatsmacht en de uitbreiding ervan.

Ron Paul is een interessante kandidaat die met zijn conservatisme het spectrum breed houdt en geen flip-flopper is. Principiële standpunten vormen de kern van zijn programma. Maar delen van zijn programma zijn verre van realistisch en tenderen naar non-interventie. Dat zet de positie van de VS op het spel. En daarmee de positie en winstverwachting van Amerikaanse bedrijven. Dat verklaart het feit dat-ie genegeerd werd.

Zijn voorbeeld is Ludwig von Mises. Voor Paul geldt hetzelfde wat Mises’ vrouw over haar man zei: His most eminent qualities were his inflexible honesty, his unhesitating sincerity. He never yielded. He always freely enunciated what he considered to be true. If he had been prepared to suppress or only to soften his criticisms of popular, but irresponsible, policies, the most influential positions and offices would have been offered him. But he never compromised. Iemand met deze eigenschappen kan geen nominatie winnen, maar prima de boel opschudden. Onze tragiek is dat Ron Paul standpunten over vrijheid inneemt die niet vanzelfsprekend zijn.