Louis Couperus Museum presenteert Couperus in tentoonstelling als non-binair, terwijl het daar geen onderbouwing voor heeft. Hoe ethisch is dat?

Schermafbeelding van deel artikelWas Louis Couperus non-binair? Museum opent ‘gedurfdste tentoonstelling ooit’ van Sander Becker in Trouw, 27 januari 2023.

Was Louis Couperus non-binair? Het Louis Couperus Museum stelt die vraag centraal in de tentoonstellingLouis Couperus & Gender‘ die volgens Trouwmet regenboogkleuren is overgoten’. Identiteit staat centraal. 

In de toelichting bij de tentoonstelling zegt het museum: ‘Het gaat uiteindelijk om het vinden van je innerlijke regenboog. Leef niet het leven van een ander. Leef je eigen leven en laat je niet in een hokje stoppen. Zoo ik ièts ben… ben ik mezelf.

Schermafbeelding van bericht53. LOUIS COUPERUS, NON-BINAIR AVANT LA LETTRE?‘ van het Louis Couperus Museum.

Het vinden van je innerlijke regenboog, wat moeten we ons daar bij voorstellen? Het Louis Couperus Museum spreekt zichzelf tegen als het terecht opmerkt dat mensen zich niet in een hokje moeten laten stoppen, maar doet vervolgens precies dat door Couperus non-binair te noemen. Want daarmee stopt het Couperus in een hokje.

Het Museum zegt: ‘Met de ogen van nu zou je Couperus non-binair kunnen noemen, een beetje man, een beetje vrouw.’ Het museum maakt er een modeverschijnsel van om iemand non-binair te noemen. Een beetje van dit en een beetje van dat.

Het stellen van dat soort vragen over iemands identiteit is vrijblijvend. Het is vrij schieten op iconen uit het verleden. Je kunt ze vragenderwijze alles aanwrijven, zo lijkt het. Het Louis Couperus Museum gaat daar vanwege marketing overwegingen ver in. Men zou kunnen zeggen: te ver.

In de VS bestaat voor psychiaters de Goldwater rule. Dat is een ethische beroepscode die oproept tot terughoudendheid in uitspraken over dode of levende personen die men als psychiater niet heeft onderzocht. Deze regel geeft aan dat men moet oppassen met het geven van een interpretatie over personen.

De kern van de Goldwater rule is (vertaald): ‘Soms wordt psychiaters gevraagd naar hun mening over een persoon die in het licht van de publieke aandacht staat of die informatie over zichzelf heeft vrijgegeven via openbare media. In dergelijke omstandigheden kan een psychiater zijn of haar expertise over psychiatrische kwesties in het algemeen met het publiek delen. Het is echter onethisch voor een psychiater om een ​​professionele mening te geven, tenzij hij of zij een onderzoek heeft uitgevoerd en daarvoor de juiste toestemming heeft gekregen.’

Het Louis Couperus Museum is geen psychiater die aan een ethische beroepscode van psychiaters is gebonden, maar wel aan de ethische code van de ICOM waar geregistreerde musea zich aan te houden hebben.

Paragraaf 4.2 (Uitleg bij het tentoongestelde) van die code zegt: ‘Een museum draagt er zorg voor dat de informatie die het bij permanente presentaties en tentoonstellingen verschaft, goed gefundeerd en accuraat is. De informatie geeft een goed beeld van de gerepresenteerde groepen of godsdienstige opvattingen en benadert deze met respect.’

De informatie die het Louis Couperus Museum over de identiteit van Louis Couperus verschaft is niet goed gefundeerd en niet accuraat. Het Louis Couperus Museum zegt er zelf geen idee van te hebben of Couperus werkelijk non-binair was. Hoe ethisch en professioneel is het dan om in de publiciteit en in de tentoonstelling die vraag centraal te stellen als men er geen onderbouwing voor heeft?

Door Louis Couperus te framen als non-binair hopen de makers een ander publiek te trekken. Hier komt de aap uit de mouw voor het opereren van het museum. Het gaat om het trekken van publiek. Directeur Josephine van de Mortel zegt tegen Trouw: ‘Ik denk ook aan kinderen. Die zijn al heel vroeg met gender bezig. Misschien moeten we ook een keer het Jeugdjournaal uitnodigen.’ 

Het Louis Couperus Museum maakt Louis Couperus tot een halfproduct voor een maatschappelijk debat en eigen publiciteit. Couperus is de Sjaak. Terwijl men juist van het Louis Couperus Museum mag verwachten dat het Louis Couperus centraal stelt.

Van de Mortel: ‘Het non-binaire aspect is dan een handig bruggetje. Daar komt bij dat Couperus zich nooit openlijk over zijn geaardheid heeft uitgelaten. We weten dus niet zeker wat hij was. Daarom wilden we hem niet in het homoseksuele hokje stoppen. Zo zijn we uitgekomen bij non-binair: een beetje man, een beetje vrouw.

Van de Mortel redeneert zo: Omdat het niet zeker is of Couperus homoseksueel was, noemen we hem non-binair. Wat we evenmin zeker weten. We weten niet of Couperus homoseksueel was of non-binair en noemen hem daarom non-binair.

Het museum vervangt de ene door de andere onzekerheid over de identiteit en gender van Louis Couperus die het vervolgens met tromgeroffel als zekerheid presenteert. Terwijl biografen juist meer onderbouwing geven voor Couperus als homoseksueel dan als non-binair persoon.

Dat laatste ontspruit aan de fantasie en de scoringsdrift van het Louis Couperus Museum. Deze benadering van het Louis Couperus Museum is de ethische code van musea onwaardig.

Advertentie

Benali meent dat Houellebecq een linkse of liberale intellectueel is

Schermafbeelding van deel columnHouellebecqs taal is die van de inquisitie: er is geen plek voor Europese moslims‘ van Abdelkader Benali in Trouw, 3 januari 2023.

Schrijver Abdelkader Benali doet een geslaagde poging tot mislukte framing door in een commentaar van 3 januari 2023 in Trouw de Franse schrijver Michel Houellebecq een ‘linkse intellectueel’ en ‘liberale intellectueel‘ te noemen. Maar er is meer kritiek op de column mogelijk.

Is Houellebecq of Benali in verwarring? 

De politieke positie van Houellebecq is minder eenduidig dan Benali suggereert met zijn eenvoud over linkse en liberale intellectuelen. Houellebecq is vóór Macron (vanwege de klasse waartoe hij behoort), vóór Poetin, tegen de NAVO en de EU en wordt op de huid gezeten door moslims en linkse intellectuelen voor zijn uitspraken over de islam.

In 2018 verklaarde Houellebecq dat ‘Donald Trump een van de beste Amerikaanse presidenten is die hij ooit heeft gezien’. Ook stelt hij zich pro-Israëlisch op en meent dat Franse linkse politici dat juist niet doen om Franse moslims genoegdoening te geven die ze in Frankrijk niet krijgen. 

Neemt Houellebecq de posities van een linkse intellectueel in? Of van een rechtse intellectueel? Of is Houellebecq een post-modernistische intellectueel die zich dan weer links, dan weer rechts opstelt? 

Houellebecq omarmt in interviews op dweepzuchtige wijze rechtse talking points over witte suprematie, de ‘Great Replacement’-theorie en gewelddadige ‘verzetsdaden’ tegen moslims.

Houellebecq vindt het geloven in één God de daad van een idioot. En de domste religie vindt hij de islam. Dat is een mening die door elementen van links en rechts wordt omarmd. Kritiek is wel dat hij dat met weinig compassie naar buiten brengt. Houellebecq is de relativering voorbij. 

Benali ziet een tegenstelling tussen Houellebecq die voor de islam waarschuwt en niet voor Poetin: ‘De angst voor moslims is groter dan de angst voor de kernwapens bezittende Rus.’ 

Dat is terechte kritiek. De steun van Houellebecq voor Poetin is opvallend en verklaarbaar vanuit het idee van de Russische propaganda dat de Russische Federatie het laatste bastion voor de verdediging van christelijke waarden is. Dat is echter een te vals argument voor een ‘intellectueel’ om te volgen.

Het is misplaatst van Benali om Houellebecq te verwijten dat hij wel waarschuwt voor de agressie van de islam en niet voor de agressie van Poetin. Het is immers het voorrecht van schrijver of kunstenaar om selectief te zijn en geen afgewogen wereldbeeld naar buiten te brengen. Of te hebben.

Benali bekritiseert met zijn vergelijking indirect de keuze van een schrijver om thema’s te kiezen en daar rondom een oeuvre en profiel te bouwen. Ook als publieke figuur die in de media opereert en er niet vies van is om gepeperde, controversiële uitspraken te doen.

De Januskop van schrijver en mediafiguur/ dilettant-politicus geeft verwarring. Maar werk en vent moeten onderscheiden worden. Hoe lastig dat ook is. Zie Pound, Céline, Hermans of Reve die met hun beste werk aan hun politieke uitspraken ontstijgen. Houellebecq is geen politicus, maar een schrijver die opereert op het gebied van de fictie. Ook in zijn toelichting op zijn werk. 

Gedachten bij een foto met Miklós Bánffy (1934)

Erdélyi írók sátra a Könyvnapon a Szervita-téren. Ülnek: Szántó György, Bornemissza Elemérné, Makay Sándor református püspök. Állnak: Szántó Györgynégróf Bethlen Balázsné, Tamási Áronné, Kovács Lászlóné, báró Kemény János, KeményGizella, Bánffy Miklós, Be 1934‘. Collectie: Hungarian National Museum.

De Hongaarse schrijver Miklós Bánffy (1873-1950) is beroemd om zijn Transsylvaanse of Zevenburgen trilogie die hij in de tweede helft van de jaren 1930 publiceerde en in Nederlandse vertaling van Rebekka Herman Mostert verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact. Twee van de drie delen zijn verschenen en het laatste deel staat aangekondigd voor mei 2022. Het speelt in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog in de kringen van de Hongaarse adel.

Hoofdpersoon graaf Bálint Abády is de alter ego van Miklós Bánffy. Hij is een verlichte, rationele en wat buiten de hoofdstroom staande parlementariër en landheer die het het beste voorheeft met de Roemeense boerenstand en bosbouwers in Transsylvanië. Hij is hopeloos verliefd op een vrouw die ongelukkig getrouwd is. Bánffy die in 1921 ook Hongaars minister van Buitenlandse Zaken was geeft vele details over de partijpolitieke strijd tussen de onafhankelijken, de coalitie, de 48’ers en de 67’ers. Voor een niet-Hongaars publiek niet altijd even makkelijk te volgen.

Tot 1918 was Transsylvanië Hongaars grondgebied, sinds die tijd is het Roemeens. De Saksen (Walen, Vlamingen. Lotharingers en Duitsers in het algemeen) en Hongaren hadden na 1918 hun macht verloren. Na de Tweede Wereldoorlog bezette de Sovjet-Unie onder meer Hongarije en Roemenië, werd de adel afgeschaft en werd hun bezit onteigend. De Hongaarse adel stond met lege handen.

Graaf Bánffy vertegenwoordigt de tragiek van Hongarije. Een land dat zich tijdens de associatie met Oostenrijk in de dubbelmonarchie (1867-1918) verliest in muizenissen, politieke stagnatie, grootheidswaanzin en irreële aanspraken op eigenheid en zo de eigen positie en militaire slagkracht ondermijnt. De Hongaarse politieke elite stelt zich hooghartig op tegenover Kroaten, Slowaken en Roemenen waarover het heerst, terwijl het diezelfde hooghartigheid van de Oostenrijkers jegens de Hongaren laakt en daar misbaar over maakt.

De titel van de foto uit 1934 van de medewerkers van het tijdschrift de ‘Transylvanische Helikon‘ (1928-1944) dat nationale en taalkundige verschillen probeerde te overstijgen luidt in vertaling: ‘Kiosk van Transsylvanische schrijvers op Boekendag op het Servita Plein [in Boedapest]. Zittend: György Szántó, Elemérné Bornemissza, gereformeerde bisschop Sándor Makay. Staand: Györgynégrof Szántó Balázs Bethlen, Áronné Tamási, Lászlón Kovács, Baron János Kemény, Gizella Kemény, Miklós Bánffy, Be.’

Bánffy staat half verscholen in de kiosk naast de vrouw met het witte hoedje. De moeilijkste jaren voor hem, Hongarije en de Hongaarse adel liggen nog voor hem. Een beklemmend vooruitzicht.

Roemers uitspraken over Bouterse kloppen niet met verslag van jury van Prijs der Nederlandse Letteren die haar inzicht in de grote geschiedenis toedicht

Schermafbeelding van deel artikel ‘Advocaat Spong over schrijfster Astrid Roemer: ‘Ze is niet goed snik” op DBS, 6 augustus 2021.

Er is kritiek op politieke uitspraken van de Surinaamse schrijfster Astrid Roemer die in Brussel in oktober 2021 de Prijs der Nederlandse Letteren 2021 ontvangt. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van € 40.000. Het juryverslag zegt: ‘Haar werk is onconventioneel, poëtisch en doorleefd. Roemer slaagt erin thema’s uit de recente grote geschiedenis, zoals corruptie, spanning, schuld, kolonisatie en dekolonisatie, te verbinden met de kleine geschiedenis, het verhaal op mensenmaat‘.

De kritiek gaat erover dat Roemer de voormalige Surinaamse president en oud-legerleider Desi Bouterse een moordenaar weigert te noemen. Volgens DBS zei Roemer op haar FB-pagina dat Bouterse zelf alle betrokkenheid bij de moorden ontkent. Roemer meent ook dat er geen bewijs is dat hij ‘daadwerkelijk een of meerdere moorden heeft gepleegd‘.

Schermafbeelding van deel artikel Surinaamse schrijfster Roemer: ‘Ik weger Desi Bouterse moordenaar te noemen‘ op DBS, 5 augustus 2021.

De critici zeggen dat Roemer geen verstand heeft van het recht en het uitgebreide vonnis van de Krijgsraad niet begrijpt. Dat vonnis onderbouwt dat Bouterse medeplichtig is aan de moorden en daarom strafrechtelijk aansprakelijk is. Ook is Roemers argument merkwaardig dat zij Bouterse gelooft als hij zegt dat hij niet betrokken was bij de moorden. Het is juist de rechtbank die objectief heeft vastgesteld dat Bouterse wel betrokken is. Feitelijk verwerpt Roemer met haar uitspraken de legitimiteit van de Surinaamse rechtsstaat.

De oproep aan de Prijs der Nederlandse Letteren om Roemer vanwege haar politieke uitspraken de prijs in oktober 2021 niet feestelijk uit te reiken is onverstandig. Want voor haar politieke kennis of overtuiging heeft ze deze prijs niet ontvangen, maar vanwege haar literaire talent. Het is ongepast om iemand te cancellen vanwege een politieke mening. Juist nu moeten we daar uitermate voorzichtig mee zijn.

Toch wringt er iets als Roemer in het juryverslag wordt geroemd als iemand die in haar werk erin slaagt de recente grote geschiedenis te verbinden met de kleine geschiedenis. Deze affaire maakt duidelijk dat Astrid Roemer een beperkt inzicht heeft in de grote geschiedenis. Met haar uitspraken zet Roemer niet zozeer zichzelf te kijk als iemand die weinig verstand heeft van het recht, de rechtsstaat en de actuele politiek van Suriname, maar zet ze de jury te kijk vanwege de verkeerde inschatting van Roemer. Het is een gotspe als zij wordt geroemd als iemand die een thema als corruptie in haar verhalen weet te verbinden, terwijl ze de daden van Desi Bouterse die Suriname heeft gecorrumpeerd relativeert. Dat kan niet allebei waar zijn.

Wie herhaalt Kreins kritiek op Trump door in Nederland afstand te nemen van Baudets ontvankelijkheid voor racistische ideeën?

Een relletje over Baudet die in een recensie van de roman Sérotonine van Michel Houellebecq in American Affairs Journal oordelen invoegt die niet direct uit het te bespreken werk volgen, maar er in elk geval wel zijdelings mee te maken hebben. De grens van de recensent die bespreekt en de recensent die zijn eigen mening invoegt is niet duidelijk te trekken. Fictie en non-fictie lopen door elkaar heen in deze recensie. Begrijpelijk voor een politiek tijdschrift waar het niet in de eerste plaats gaat om de literatuur, maar om de ideeën en het gedachtengoed die daar in uitgedrukt worden. Vraag is of daar ook grenzen aan zijn te stellen.

American Affairs is een conservatief politiek tijdschrift dat eens per kwartaal verschijnt en in 2017 opgericht werd door Julius Krein. Het begon als pro-Trump, maar na de rally in Charlottesville in augustus 2017 keerde Krein zich publiekelijk af van Trump in een opinieartikel in de New York Times van enkele dagen later met de duidelijke titel: ‘Ik stemde voor Trump. En ik heb er spijt van.’ In het citaat hierboven neemt Krein afstand van Trump als hij zegt: ‘Het is nu duidelijk dat we onszelf voor de gek hielden. Of de heer Trump is oprecht sympathiek tegenover David Duke types [= voormalig voorman van de KKK], of hij is zo stom dat hij totaal niet in staat is om van zijn ergste fouten te leren. Hoe dan ook, hij blijft zijn felste critici gelijk bewijzen.’

Het is onduidelijk of Baudet Kreins kritiek op Trump volgt en afstand van de Amerikaanse president heeft genomen. Omdat er overeenkomsten zijn tussen Trump en Baudet is het niet ondenkbaar dat Kreins kritiek op Trump ook op Baudet van toepassing is. Reken maar na, Trump en Baudet werden allebei door de gevestigde media aan vrije publiciteit geholpen waarbij hun trivialiteiten en persoonlijk leven centraal stonden en de kritiek op hun politieke denkbeelden doorgaans ontbrak. Ze presenteren zich als apolitieke politici en buitenstaanders. Trump spoorde racisten aan en normaliseerde ze door ze op een lijn te stellen met de critici ervan. Baudet doet hetzelfde, hij doet zelf geen racistische uitspraken, maar spoort degenen die dat wel doen aan. Zo blijft hijzelf buiten schot, maar geeft zijn achterban het signaal waar hij echt voor staat. Baudet en Trump eten van twee walletjes. Critici missen zo een aangrijpingspunt omdat ze het zelf niet hebben gezegd. Het is de politiek van de glibberige mening die veinst en zichzelf door vaagheid beschermt tegen aanvallen.

Een andere overeenkomst tussen Trump en Baudet zijn de meelopers. Hoewel er ook een verschil is, want Trump heeft als levenslange New Yorkse Democraat de Republikeinse Partij overgenomen. Baudet heeft zelf een partij opgericht. Maar alleen door deze opportunisten, meelopers en baantjesjagers kunnen Trump en Baudet hun macht vestigen. De Derk Jan Eppinks, Paul Cliteurs of Robert de Haze Winkelmans wisselen van partij en politieke overtuiging vanwege de kansen die het groeiende Forum voor Democratie biedt waar bestuursfuncties, en zetels in Europarlement. Eerste Kamer of Provinciale Staten zijn te vergeven.

Het wachten is op een Nederlandse Julius Krein die afstand neemt van de denkbeelden van Baudet en toegeeft hem verkeerd te hebben ingeschat omdat hij in de kern een racist is. Niet dat het voor de korte termijn zoveel uitmaakt omdat Baudets achterban zich toch nauwelijks door argumenten laat sturen, maar zweert bij emoties en slachtofferschap. Maar  het verschil maakt het partijestablishment van Forum voor Democratie. Een vis moet in het water kunnen zwemmen, zoals een politieke partij niet kan zonder voetsoldaten en luitenanten. Als dat beseft door wat voor monsterlijke ideeën Baudet gestuurd wordt en zichzelf eens goed afvraagt of het zich daar mee kan verenigen als ‘fatsoenlijke burger’ en ‘democraat’, dan is de betovering doorbroken.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelI Voted for Trump. And I Sorely Regret It.’ van Julius Krein in The New York Times, 17 augustus 2017.

Jörg Maurer beoefent de kunst om kort te zijn

De Duitse auteur van misdaadverhalen Jörg Maurer beoefent in een sketch de kunst van het weglaten. Ofwel, de kunst om kort te zijn. Dit taalspel is een voortzetting van de stijloefeningen (Exercices de style) van de Franse auteur Raymond Queneau die in de jaren ’70 (vdve) door Rudy Kousbroek in Nederland geïntroduceerd werden. In Nederland was in die tijd Hugo Brandt Corstius, ofwel Battus een taalspeler in zijn Opperlandse taal en letterkunde. Maurer speelt het spel vol overgave en vindt de interviewster aan zijn zijde als ze concludeert dat het weglaten niet tot verlies heeft geleid en alles aanwezig is. Echt? Dan begeven we ons op het terrein van de kunst van het veinzen of nauwkeuriger gezegd, het net doen alsof het doen alsof geen doen alsof is. Spel. 

Godsdiensten zijn tijdgebonden. Uiteindelijk worden ze uit het religieuze domein verdrongen. En opgevolgd

Een artikel van J. H. McKenna op Patheos zet aan tot denken. De geschiedenis van de godsdienst toont de beperkte levensduur van godsdienst. De wetmatigheid is dat ze beperkt zijn in tijd, plaats en doelstelling. Daarom kent de geschiedenis en de hedendaagse verspreiding over de wereld zoveel godsdiensten omdat ze uiteenlopende behoeften moeten afdekken. Ze geven antwoord op de vragen van hun tijd, maar als de omstandigheden veranderen verliezen ze aan betekenis voor hun tijd. Dan worden ze overbodig en opgevolgd door nieuwe godsdiensten die andere vragen stellen en zich beter voegen in de motieven van de nieuwe tijd. Dan worden de heilige boeken van de oude godsdienst bevrijd. Waar de knapste koppen van hun tijd aan hebben meegewerkt. De heilige schriften kunnen dan vervolgens toegevoegd worden aan het domein van de kunst. Van de literatuur of het drama. Ultiem bevrijd van hun primaire functie om zin te geven aan het leven.

McKenna schetst in mijn ogen op een inzichtelijke manier een heldere en onbetwistbare logica, maar waarom hij het verbindt met de positie van de atheïst is me onduidelijk. Dat heeft zijn betoog niet nodig. Mijn reactie:

Religion and art spring from the same source. The source of the imagination of rituals. It is a dramatic feature that reaches a public through a well told story. The article clearly underlines this through well chosen examples. The logic is that religion grows more towards art as religion lasts longer. Greek mythology is now seen as an art form, while in its own time it was seen as a religion.

It is inevitable that modern religions suffer the same fate like old religions did. The development from religion to art is a regularity. Eventually the sacred books written by men will be stripped of their supernatural pretension and will go down in history as literary works.

Then the circle is round where the recently deceased Dutch theologian Harry Kuitert referred to: ‘All speaking about Above comes from below, also the speaking that claims to come from Above‘. Because the greatest minds of their time were connected to this speaking, this intellectual and literary aspect is not lost. But it has to be liberated from the religious environment that keeps it confined.

Literature or drama is ultimately freed from the religious environment and is liberated. The flywheel of the development of religions continues so that new religions with new images of God and new sacred scriptures emerge that we do not yet know about.

Why the author links his argument to the atheist’s right is unclear. Because it is unnecessary to make this point which is already strong enough. The perspective of the atheist or cynic adds nothing to his argument, but makes it unnecessarily polemical and more political. The so-called atheist does not want to relate to God images and religions, but to stand outside. That applies equally to this kind of criticism of religion.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIs Time On The Atheist’s Side?’ van J. H. McKenna op Patheos, 16 november 2017.

Donald Trump als Odradek: 1917-2017

Odradek is een fantasiefiguur van Franz Kafka uit het verhaal ‘Die Sorge des Hausvaters’ (1917) dat in 1920 in druk verscheen. Odradek werd een gewild onderwerp van tekenaars. Het drong tot de populaire cultuur door waar het nu weer uit verdwenen is. Odradek is als ding een ‘het’, maar lijkt meer dan dat. Voor kunstenaars was het een uitdaging om het ondefinieerbare dat zich niet in betekenis vast laat pinnen vast te leggen. Maar Odradek laat zich niet vastleggen. Omdat het door gebrek aan gegevens moeilijk is en omdat een vastgepinde Odradek geen Odradek meer kan zijn. Als ingelost verlangen dat ophoudt verlangen te zijn. Overinterpretatie ligt op de loer, vooral om Odradek in woorden te willen vangen. Odradek is fantasie die zich niet laat vangen en zich onttrekt aan categorisering. Maar Odradek is ook weer niet de fantasiefiguur die zich volledig onttrekt aan categorisering. Odradek beweegt zich heen en weer tussen categorieën. Dat maakt Odradek onvangbaar en interessanter dan een fantasie die zit opgeborgen in een vakje met een vast stempel en etiket. Odradek gaat over grenzen, maar als Odradek een fantasie is die niet over grenzen kan gaan, wat is Odradek dan?

Is Donald Trump Odradek 100 jaar later? Nee, natuurlijk niet. Het is vooral prikkelend om de vergelijking te maken. Als uiting van verontwaardiging over de president die zich niet gedraagt als president. Dat geeft richting in de duiding van de president, maar zegt vooral iets over degene die de vergelijking maakt. Odradek wordt er geen snars begrijpelijker op. Of de president. De president kan praten, maar zwijgt vaak als hij moet praten. En praat als hij moet zwijgen. De president die ziel noch betekenis lijkt te hebben en een lege huls is die door de laatste spreker in de kamer wordt gevuld. Maar of Odradek zó was kunnen we niet zeker weten.

Allen die de president meemaken worden er bezorgde huisvaders of -moeders door. Overleeft Trump ons? Maar de president is geen Odradek. Hij is geen fantasie, maar een concrete persoon die alleen moeilijker te duiden valt dan ‘normaal’. De president is een schijngestalte die Kafka had kunnen bedenken als hij 100 jaar later had geleefd. Zo stellen we het ons voor. Wij hebben geen 100 jaar om de president te duiden. Odradek is aangrijpender in ongrijpbaarheid. Trump is de dikdoener die het niets omhult. Odradek is het niets dat wij dik maken door er betekenis aan te hechten. Woorden willen de realiteit bezweren, maar schieten soms tekort.

Foto: Odradek, tekening van Emma Fenton.

Waarom krijgen islamcritici als Boualem Sansal geen podium op de Nederlandse televisie?

Wie zoekt naar een interview van de Algerijnse schrijver, denker en islam-criticus Boualem Sansal op Nederlandse audiovisuele media komt van een koude kermis thuis. Geen Nieuwsuur, geen Buitenhof, geen Tegenlicht of andere opiniërende nieuwsrubrieken. Hoewel de Vlaamse islamcriticus Wim Van Rooy in 2016 naar eigen zeggen zijn verhaal in Buitenhof mocht doen en zich daarbij baseert op Boualem Sansal die volgens hem de islam een nazisme noemt. NRC geeft Sansal een plek in de bijlage Boeken en laat hem in Brussel interviewen door Margot Dijkgraaf die de Franse literatuur covert. Maatschappijkritiek teruggebracht tot literatuur. Aanleiding is zijn recent in het Nederlands vertaalde roman, 2084. Het einde van de wereld.

De koudwatervrees van gevestigde media als Nieuwsuur en Buitenhof is logisch. Ze willen de kerk in het midden houden, weliswaar voorzichtige maatschappijkritiek bieden, maar niet op een hoop gegooid worden met rechts-populisten of er zelfs van beticht worden deze in de kaart te spelen. Dezelfde rechts-populisten die de ‘gevestigde orde’ en de ‘establishment media’ verdacht proberen te maken en het idee van waarheid trachten te ondermijnen. Maar is zwijgen over Boualem Sansal dan de oplossing? Het won in Frankrijk de prestigieuze Prix Goncourt en de Grand Prix de l’Académie française en werd verkozen tot beste boek van het jaar, volgens RektoVerso. In Duitsland is Sansal een grootheid. Maar Nederland zwijgt zo goed als over hem.

In het NRC-interview zegt Sansal: ‘Eeuwenlang schreef niemand kritische teksten over de islam. Victor Hugo, Voltaire, Ernest Renan schreven erover, verder niemand. In de Arabische wereld hoefde ik niet te zoeken, daar stond kritiek op de islam gelijk aan geloofsafval, waar de doodstraf op staat.’ (..) ‘Je moet heel vastberaden en standvastig zijn in het bestrijden van het islamisme. Je moet streng zijn, stevig in je schoenen staan. Dus nee tegen de hoofddoek, nee tegen moskeeën, je woont in Frankrijk, daar geldt de laïcité, de scheiding van kerk en staat. Je moet demagogen bestrijden. Alles wat er gedaan wordt om het Front National te verzwakken, moet je ook inzetten tegen het islamisme. Ondersteun de oppositie, droog de financiële bronnen op.’

De Nederlandse overheid moet zowel het rechts-populisme als het islamisme bestrijden. De media kunnen in die bestrijding een rol spelen. Als de Nederlandse gevestigde media dat in hun oren knopen en beseffen dat een keuze voor islamcritici als Sansal niet vanzelfsprekend een keuze is voor Wilders, willen ze misschien islamcritici ruimte te geven in hun programma’s. Het zal tijd worden. Want in elke maatschappij behoort een machtige en machtvormende religie vergezeld te gaan van religiekritiek. Het één kan niet zonder het ander.

Alphen aan den Rijn onthult gedenkplaat voor J.C. Bloem. Alles vergeven en vergeten?

Wie was dichter J.C. Bloem? Is hij werkelijk gerehabiliteerd zoals Jan van Rijn van kunstenaarscollectief STA-ART beweert? In Alphen aan den Rijn is een gedenkplaat onthuld. Een initiatief van STA-ART dat de gemeente wist te overtuigen. Maar Jacques Bloem werd al in 1933 lid van de NSB. Moeten we ons dat nu nog herinneren of maar beter vergeten? Net als Pyke Koch was het zijn elitaire houding die hem behoedde voor collaboratie die hem na de oorlog kon worden nagedragen. Mussert was een ambtenaar van Waterstaat. Of dat te maken had met een veranderde overtuiging is de vraag. Ach, Gabriele d’Annunzio, Louis-Ferdinand Céline, Robert Brasillach, Ezra Pound en vele anderen gingen Bloem voor. Hebben ook zij gedenkplaten voor hun kop?