George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Landelijk Platform Slavernijverleden

Monarchie hoort in het museum. Laat daarom de Gouden Koets rijden

with 7 comments

prinsjesdag.2013.gouden.koets.koning.willem.alexander.blote.vrouwen.1000

Er is iets opvallends aan de hand met het opinieartikel van Joris Hanse voor Joop.nl. Niet hij, maar de reageerders trekken de ultieme consequentie uit zijn woorden. Ze pleiten voor afschaffing van de structuur achter de Gouden Koets: de monarchie. Hanse redeneert vanuit de haalbaarheid van de praktische politiek. Hij laat het bij het pleidooi om de Gouden Koets als symbool ‘voor al het leed dat Nederland in vier eeuwen overzee heeft aangericht’ naar het museum te verplaatsen. Op Prinsjesdag rijdt de koning in de Gouden Koets naar de Ridderzaal waar hij de troonrede uitspreekt. Het is de opening van het parlementaire jaar.

Waar Hanse doet aan symboolpolitiek door alleen de Gouden Koets aan te pakken gaan de reageerders verder: ‘Word het niet eens tijd dat het 110 miljoen kostende sprookje ook richting museum verdwijnt en een replica van WILLEM de overbodige bij het wassenbeelden museum voor de genen die zo nodig moeten zwaaien’, zegt Ton de Vries. Olav Meijer meent: ‘Natuurlijk hoort de gouden koets in een museum, net zoals het koningshuis zelf’ en Anja Lodewijks is consequent: ‘Daarom doe de koning in het museum, dan gaat de koets vanzelf mee.’ Eric Minnens koppelt juist monarchie en Gouden Koets los: ‘Anders gezegd: het is gemakkelijker een nieuwe koets aan te schaffen dan de monarchie af te schaffen.’ Het museum als opslag voor het ongewenste.

Er zijn vier opties: 1) Schaf de Gouden Koets (GK) af en de monarchie (M) niet; 2) Schaf GK en M af; 3) Schaf GK niet af en M wel; 4) Schaf GK en M niet af. Optie 3 vervalt omdat het onlogisch is een symbool te laten bestaan van een monarchie die afgeschat wordt. Optie 1 waar ook Joris Hanse voor pleit is een polderoplossing die de verschijningsvorm aanpast, maar de machtsstructuur erachter ongemoeid laat. Optie 4 is een voortzetting van de bestaande situatie. Optie 2 is de radicale oplossing die zowel symbool (GK) als structuur (M) aanpakt.

Hanse heeft gelijk met zijn opstelling omdat de macht van de monarchie op dit moment te sterk is om deze af te schaffen. Politieke partijen zien dat de pro-monarchistische krachten te sterk zijn en doen nu geen moeite om in principiële Republikeinse standpunten te investeren. Ik kwam in 2011 in een blogposting tot een exact tegenovergesteld standpunt als Hanse: ‘Het gevolg van de discussie rond het linkerpaneel van de Gouden Koets is dat links en rechts zich verschansen in de loopgraven. En dat het Koninklijk Huis opnieuw onderwerp van discussie is geworden.’ Anders gezegd, wie voor afschaffing van de monarchie is moet de Gouden Koets niet afschaffen, maar die als antireclame voor de monarchie juist laten blijven rijden. Leve de Gouden Koets!

Foto: Koning Willem-Alexander in de Gouden Koets, Prinsjesdag 2013.

Advertenties

Prijst de Gouden Koets slavernij aan?

with 17 comments

Update 16 september 2014: Vandaag op Prinsjesdag rijdt-ie weer door Den Haag, de Gouden Koets. Elk jaar is er weer belangstelling voor en kritiek op de afbeeldingen die verwijzen naar de koloniale geschiedenis van Nederland. Ieder denkt daar weer anders over.

Na de negerzoen en Zwarte Piet is nu de Gouden Koets aan de beurt. In een ingezonden brief stellen Barryl Biekman (Landelijk Platform Slavernijverleden), Jeffry Pondaag (Comité Nederlandse Ereschulden) en de kamerleden Harry van Bommel (SP) en Mariko Peters (GroenLinks) dat een afbeelding op de zijkant van de Gouden koets niet door de beugel kan. Omdat het verwijst naar kolonialisme en slavernij.

In aanvulling op de ingezonden brief doet Iwan Leeuwin, coördinator van de African Diaspora en lid van het Landelijk Platform Slavernijverleden er nog een schepje bovenop. Op de weigering van historicus en premier Mark Rutte om het gewraakte paneel te verwijderen zegt Leeuwin dat de Koets strijdig is met het VN-verdrag en Nederland de plicht heeft om haar geschiedenis te herschrijven. Leeuwin wil het paneel wel in een museum, maar niet op een nationaal symbool als de Gouden Koets.

Het gewraakte zijpaneel zit aan de linkerkant en verbeeldt de hulde van de koloniën. Producten en inwoners van de overzeese gebieden van het koninkrijk liggen aan de voeten van de Maagd.  Het ontwerp is van Nicolaas van der Waay en dateert van 1898. Halfnaakte zwarte mannen, maar geen halfnaakte vrouwen staan er trouwens afgebeeld. Dat laatste zien de vier verkeerd. De Nederlandse Maagd is evenmin een zinnebeeld van het koningshuis zoals de vier suggereren, maar van het Nederlandse gemenebest.

Het is een grappige discussie die de vier opgestart hebben. Door slordigheid worden ze tegenstrijdig. Zo suggereren ze dat de Nederlandse overheid erop uit is om wat ze zeggen ‘het enige kennisinstituut over slavernij’ het NiNsee graag te zien opgeheven. Want Kennelijk moet de meest beschamende bladzijde van de Nederlandse geschiedenis uit het collectieve geheugen worden verdrongen. Maar als dat zo is lijkt het niet logisch dat dezelfde overheid dat slavernijverleden op een beeldende manier levend houdt. De publiciteit die de Gouden Koets jaarlijks trekt is immers het tegendeel van verdringing uit het collectieve geheugen.

Verder verwijzen de vier naar Australië en de VS. In tegenstelling tot Nederland dat niet verder komt dan diepe spijt over het eigen verleden zouden deze landen in het recente verleden excuses aangeboden hebben aan respectievelijk Aboriginals en Afro-Amerikanen. Maar vraag is hoe vergelijkbaar en passend de spijtbetuiging aan inwoners van een oud-kolonie is met het excuus aan nakomelingen van eigen inwoners.

Het gevolg van de discussie rond het linkerpaneel van de Gouden Koets is dat links en rechts zich verschansen in de loopgraven. En dat het Koninklijk Huis opnieuw onderwerp van discussie is geworden. Dat hebben de kamerleden Van Bommel en Peters met hun ondertekening bereikt.

Foto: Zijpaneel Gouden Koets; Ontwerptekeningen voor de beschildering van de Gouden Koets, Nicolaas van der Waay, 1898.