George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kunstprofessionals

Pleidooi voor herdefinitie en nieuwe afbakening van het begrip kunst

with 4 comments

Alles kan kunst genoemd worden. Van het ontwerp van een ‘zeer bijzondere versie van de e-Golf’ door Volkswagen en McDonald’s in een artikel op Mixed Grill tot de ‘Nieuwetijds schilderijen‘ van de zelfbenoemde ‘new age art artist’ Ron Malestein uit Dordrecht in een aankondiging op Netsamen. Alles is kunst, kunst is alles. Kunst is een onbeschermde term en daarom vogelvrij. Kunst is een onduidelijk en verwarrend begrip geworden omdat iedereen er wat anders onder kan verstaan. Dat is ongewenst. De term ‘kunst’ is aan herdefinitie en en nieuwe afbakening toe. Dat begint trouwens al in de verwarring en uitwisseling met het bredere begrip ‘cultuur’. Tegenwoordig worden in beleidsnota’s en in de politiek de termen kunst en cultuur door elkaar gebruikt. Ook dat is ongewenst en aan herdefinitie en een nieuw afbakening toe. Kortom, kunst ligt van verschillende kanten (publiek, media, politiek) onder druk en wordt zelfs een eigen naam onthouden.

Iedere amateur kan zich kunstenaar noemen en dat gebeurt dan ook veelvuldig. De macramé-handwerker, de fotograaf die plaatjes schiet, de smart phone-filmer, de zanger in een amateurkoor, de gelegenheidsdichter, de violist in een vriendenkwartet, ze kunnen zich kunstenaar noemen en probleemloos claimen dat ze kunst maken. Hetzelfde geldt voor kunstveilingen of concertseries die tot deel van de entertainment-industrie zijn geworden waar kunst niet schuurt, maar pleziert en de status quo niet ter discussie stelt, maar bevestigt.

Kunst als hobby of vermaak en omweg voor het omploegen van investeringen heeft een andere functie dan de opvatting dat kunst op scherp stelt, het vanzelfsprekende bevraagt en mensen naast de werkelijkheid laat kijken en ze verrijkt. De voorzichtige conclusie is dat kunst die ertoe doet zich beweegt op het middenterrein waar de gevestigde orde kritisch wordt gevolgd. Tussen het hobbyisme van de amateurs, en de zakelijke en politieke kringen die de kunst in gijzeling hebben genomen en die niet als doel maar als middel gebruiken.

Paragnost, spiritueel schrijver en new age art artist Ron Malestein is maar een voorbeeld van iemand die kunst niet gebruikt om ons anders naar de wereld te laten kijken, maar kunst gebruikt om ons anders naar hem te laten kijken. Zijn voorbeeld kan op vele manieren uitgebreid worden tot een representatieve staalkaart. Hij zou bij een andere begripsafbakening van kunst zijn werk geen kunst meer moeten kunnen noemen. Zo zegt hij: ‘Ik ben erg sfeergevoelig en zeer gesteld op rust en harmonie. Maar juist levendigheid en een bepaalde sfeer met diverse kleuren wil ik in mijn kunstwerken leggen’. Professionele kunstenaars en instituten zouden in een gezamenlijke campagne over de grenzen van disciplines heen hun claim op het begrip kunst terug moeten veroveren en uit handen van ondernemers, beunhazen, amateurs en politieke zwendelaars moeten redden.

Wat dat oplevert? In elk geval de duidelijkheid wat de functie van kunst is of behoort te zijn zodat het debat erover scherper, omlijnder en inhoudelijker kan worden gevoerd doordat de ruis van hobbyisten en zakelijke en politieke ondernemers op afstand is gezet. Daarbij moet beseft worden dat belanghebbenden er belang bij hebben dat de begripsverwarring in stand blijft en de begrippen (kunst-cultuur en hobbyisme-kunst) door elkaar heen gebruikt worden. Vaagheid ontneemt kunst scherpte. Herdefinitie en nieuwe afbakening van het begrip kunst vergt economische en politieke strijd waarover het de vraag is of sectorinstituten en kunstenaars daartoe in staat zijn. Wellicht kunnen activisten als Jonas Staal of Nelle Boer een eerste voorzet geven.

Foto 1: Schermafbeelding van deel van aankondiging van ‘Nieuwetijds schilderijen / New Age art’ van Ron Malestein op de Spirituele Agenda van Netsamen, 16 november 2018.

Foto 2: Ron Malestein, ‘schilderij op canvas’ op Kleurrijke schilderijen.

Kunst wordt slecht vertegenwoordigd in Nederlandse politiek. Daarom een pleidooi voor het afzien van cultuurbeleid

leave a comment »

Altijd op zoek naar meningen over kunst en cultuurpolitiek bleef mijn oog haken aan twee zinnen in een analyse van Karlheinz Schmid over de Duitse politiek en het geringe belang van cultuurpolitiek in het politieke debat in de Kunstzeitung van juli 2017. Schmid: ‘Warum die Kultur in den Parteien bedeutungslos wirkt, resultiert aus einem verengten Blickfeld, fernab zeitgemäss erweiterter Begriffe. Entweder spritzige Event-Kultur oder verklebtes Heimat-Gefühl – das scheint die einzig vorstellbare Alternative zu sein.’  Volgens Schmid is het cultuurdebat in de Duitse politiek zinloos omdat het gevangen zit tussen een modieuze blik naar voren en een nostalgische blik naar achteren. In beide gevallen kan kunst zichzelf niet zijn, maar wordt het ingezet voor politieke of maatschappelijke doelen. Simpelweg gezegd, politici vinden dat kunst zich of moet uitspreken over actuele onderwerpen als terrorisme of migratie of over nationalisme en identiteit. Schmid koppelt die houding aan het ontbreken van kunstprofessionals in de landelijke politiek, zowel in de vaste commissie (‘Ausschuss’) Cultuur en Media van de Bundestag als in de afzonderlijke fracties.

In Nederland is het niet beter gesteld met de vertegenwoordiging. Van de 12 woordvoerders cultuur in de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kunnen alleen de kunsthistorici Alexander Pechtold (D66) en Carla Dik-Faber (CU) als kunstprofessionals gezien worden. Met de kanttekening dat ze de praktijk ervan respectievelijk 20 en 10 jaar achter zich hebben liggen. Corinne Ellemeet (GL) is als oud adjunct-directeur van de Westergasfabriek een twijfelgeval. Met de staatssecretarissen Cultuur is het nog slechter gesteld. De laatste die als kunstprofessional kan worden opgevat was in 2003 Cees van Leeuwen (LPF) als basgitarist van Kayak.

Het is dus geen wonder dat door het ontbreken van kunstprofessionals op bepalende functies de kunst in de Nederlandse politiek op het hoogste niveau zo slecht wordt vertegenwoordigd. En zelfs sinds 2011 onder de voet is gelopen zonder serieus tegengeluid. Waar Schmid spreekt over een kleurloze ex-staatssecretaris Tim Renner (SPD) of cultuurminister Monika Grütters (CDU) die op de slippen van kanselier Angela Merkel haar ministerschap waarschijnlijk zal verlengen zijn het in Nederland geen kleurloze politici die de kunst voor hun rekening nemen, maar politici die er opmerkelijk vijandig tegenover staan. En door hun collega’s nauwelijks tegengesproken worden. Staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) of woordvoerder Cultuur Martin Bosma (PVV) gingen er prat op niets met kunst te hebben. Het is deze Nederlandse botheid die de kunst in het hart treft.

Karlheinz Schmid komt in een kritisch artikel (Das grosse Missverständnis) over de documenta 14 te Kassel zijdelings terug op het onderwerp van de cultuurpolitiek. Hoofdcurator Adam Szymczyk krijgt van Schmid het verwijt dat hij niet alleen geen liefde voor hedendaagse kunst heeft, maar er evenmin iets van begrijpt: ‘Er scheint nicht in der Lage zu sein, aus dem, was Künstler heute machen, eine Grossaustellung zu generieren, die aus der Kraft der Kunst selbst ihre Energie zieht’. Adam Szymczyk is volgens Schmid één van degenen die gevangen zit in de modieuze blik naar voren. En daarbij onbewust voorbijgaat aan de kunst. Het is een verwijt dat ook Nederlandse politici die verantwoordelijk zijn voor kunst gemaakt kan worden. Ze laten niet toe of missen het begrip om te beseffen dat een tentoonstelling of kunstmanifestatie energie moet putten uit de kracht van de kunst zelf. En niet uit een afgeleide doelstelling als minderhedenbeleid, confrontatie en verbreding (Rick van der Ploeg), de blik naar achteren (Jan Marijnissen, PVV) of de blik naar voren.

Het is normaal als voor verkiezingen of tijdens een formatie belangengroepen hun eigen zaak in het publieke debat bepleiten. Ze vragen meer budget voor hun sector. Of een apart directoraat of ministerschap. Gezien de Nederlandse praktijk kan echter beter voor het omgekeerde gepleit worden. Namelijk afzien van cultuurbeleid.

Want de verwachting dat er iets ten goede verandert is nihil. Daarom kan maar beter geheel afgezien worden van enig cultuurbeleid. Dan kan het evenmin afgebroken worden. Want door het ontbreken van zowel kunstprofessionals in de landelijke politiek als bepalende politici met begrip voor de kunst dat boven een aanvaardbaar minimum komt loopt de kunstsector gerede kans dat het er eerder slechter dan beter op wordt.

Maatregelen die genomen worden zwijmelen in nostalgie of modieusiteit of stellen kunst voor als afgeleide van sociaal of politiek beleid. Zulk cultuurbeleid is voor iedereen zinloos. Het dient noch kunst, kunstenaars of kunstconsumenten. En als de kortetermijn-effecten zijn uitgewerkt op termijn evenmin de samenleving.

Foto: Mika Rottenberg, Cosmic Generator, 2017. Still. Copyright Mika Rottenberg. Courtesy Andrea Rosen Gallery. Te zien op Skulptur Projekte 2017 Münster, Duitsland.