George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kunsthal

Bezwaren tegen overname tentoonstelling James Bond in Kunsthal

with 2 comments

Update 10 oktober 2014: Morgenavond gaat in de Kunsthal Designing 007: Fifty Years of Bond Style open. 

Het venijn zit in de staart bij de weergave van sponsors en partners. Wat voor kunst wordt hier gepresenteerd, hoe wordt dat verantwoord en waarom geven sponsors hier geld aan? Wat zegt dat over hun maatschappelijke betrokkenheid en hun ambitie met kunst? De Rotterdamse Kunsthal proudly presents vanaf 12 oktober 2014 ‘Designing 007: Fifty Years of Bond Style’. Het is een overname van kunstencentrum Barbican in Londen met exclusief materiaal van de producent van de James Bond-films EON Productions. Deze laatste onderneming is weer een dochteronderneming van moedermaatschappij Danjaq die de auteursrechten en handelsmerken beheert die met de James Bond films samenhangen. Danjaq is ook de hoofdsponsorDe tentoonstelling was eerder te zien in Londen, Toronto, Shanghai en Melbourne, en gaat na Rotterdam nog naar Moskou.

Opnieuw een tentoonstelling als een filmgala. Een tentoonstelling die uit het buitenland ingevlogen wordt en in de marketing vooral verwijst naar een wereld buiten de beeldende kunst. Andere voorbeelden van dit type tentoonstellingen zijn 1001 Inventions in Rotterdam en Da Vinci – The Joy of Understanding in Utrecht. Het verschil is dat de Kunsthal geen gelegenheidslocatie is die zich nieuw aandient, maar als lid van de Museumvereniging deel uitmaakt van het reguliere circuit van presentatie-instellingen.

Vraag is of overname van Designing 007 in lijn is met de hoofdlijn van het beleidsplan die zegt: ‘De Kunsthal presenteert serieuze kunst op een niet-museale manier, laagdrempelige onderwerpen worden op een voetstuk geplaatst, andere culturen worden uitgelegd.’ Probleem is niet de laagdrempeligheid van het onderwerp of de niet-museale manier van presenteren, maar de bedenking of hier vanuit een onafhankelijke positie nog wel serieuze kunst wordt gepresenteerd. Het zou verdedigbaar zijn als de Kunsthal de marketing van Danjaq op de koop toe kon nemen om deze tentoonstelling naar haar eigen hand te zetten. Deze ruimte krijgt het echter niet van de commerciële marktpartijen die de overname aanbieden. Normvervaging ligt op de loer als de Kunsthal in haar tentoonstellingsprogramma niet kritisch reflecteert op maatschappelijke ontwikkelingen maar deze domweg omarmt. Kunnen sponsors als het Blockbusterfonds hun geld niet anders besteden?

kun

Foto: Schermafbeelding uit promotievideo door Kunsthal van Designing 007: Fifty Years of Bond Style’. 

Kunsthal is van jou! Iedereen geeft vorm. Hoe wonderlijk is dat?

with 2 comments

Stel je voor, je bent museumdirecteur. Iedereen kan het worden, er is geen beroepsopleiding voor. Laat staan een diploma voor te behalen. Dus zo onwaarschijnlijk klinkt dat niet. Een secretaresse kan het worden, een metselaar, een leraar of een wetenschapper met de neus in de boeken. Natuurlijk kan zo’n directeur niet alles zelf doen. Maar-ie moet wel zorgen dat het museum schoongemaakt wordt, goed beveiligd is, rekeningen op tijd betaald worden, het achter de schermen geen puinhoop wordt of medewerkers elkaar in de haren vliegen, en er op zaal iets te zien is wat mensen trekt. Een museumdirecteur kan doen alsof-ie het publiek om raad vraagt. Onder de belofte dat uiteenlopende meningen van uiteenlopende mensen over uiteenlopende aspecten tot een eensluidende vormgeving van een tentoonstelling leiden. Raar maar waar. Maar waarom zou een directeur die daartoe is aangesteld niet zelf knopen doorhakken? Marketing maakt meer kapot dan je lief is.

Deltaplan gevraagd om Nederlandse musea beter te beveiligen

with 6 comments

Schoonhoven_CM120

Vanochtend werden drie werken van Jan Schoonhoven en een van Tomas Rajlich gestolen uit Museum Van Bommel van Dam in Venlo. Ze maakten deel uit van de collectie Manders die voor het eerst in het openbaar te zien was. De voordeur  werd geforceerd. Het afgelopen half jaar waren er ook diefstallen in de Kunsthal, het Catharijne Convent en het Stedelijk Museum Zutphen. Vanwege de negatieve uitstraling houden musea kleinere diefstallen doorgaans buiten de publiciteit. Zodat de schade mogelijk groter is. Museumbeveiliger Ton Cremers merkt op dat criminelen onze musea blijkbaar als ‘soft targets‘ zien. Ze komen betrekkelijk makkelijk binnen. Hij vindt dat het zo niet langer kan. Cremers adviseert over de veiligheid van musea.

Cremers vindt dat musea serieus werk moeten gaan maken van de inbraakwerendheid van de gebouwen, en de vitrines in de gebouwen. Hij merkt op dat niet alle inbraken in musea voorkomen kunnen worden, maar wel dat het mogelijk was geweest om ‘inbraken als in Rotterdam, Zutphen en Venlo te voorkomen, of een diefstal tijdens openingstijd zoals in het Catharijne Convent (via inbraakwerende vitrines).’ Dat kan door stapeling van up-to-date veiligheidsmaatregelen die een vertragend en ontregelend effect hebben op dieven. Zoals ultrasoon geluid, stroboscopisch licht, mist of gewoon de ouderwetse rolluiken achter ramen en deuren.

Beveiliging kent een waterbed-effect. De sector die zijn zaakjes het minst op orde heeft loopt grotere kans om slachtoffer van criminaliteit te worden. Als de juwelier, het benzinestation of de sigarenboer zich beter beveiligen, dan heeft dat gevolgen voor de museumsector. Beveiliging is deels een kwestie van geld omdat investeringen in het verhogen van de inbraakwerendheid van gebouwen niet voor niets gaat. Maar het is deels ook een kwestie van verkeerde maatregelen en nalatigheid. Zoals het vertrouwen op camerabewaking die de inbraakwerendheid ’s nachts niet kan vervangen. Hoe meer diefstallen de publiciteit halen, hoe meer het beeld bevestigd wordt dat musea slechts beveiligd zijn. Grotere musea uitgezonderd. Dat beeld lokt weer actie uit.

In het bij de tijd brengen van de beveiliging van musea wacht een taak voor de museumvereniging NMV en de overheid. De NMV kan de bewustwording van het museumpersoneel over de beveiliging verhogen en adviezen verstrekken. Zoals de overheid verantwoordelijkheid nam door een idemniteitsregeling die kunst collectief verzekert, kan het een deltaplan voor de beveiliging ontwikkelen. Waarom geen collectieve aanpak die de beveiliging van de musea in kaart brengt, gevolgd door een reparatie ervan? Voorlopig kan volstaan worden met reparatie van de zwakste plekken. Het gaat niet zozeer om de waarde van de collectie, maar om het imago. De geloofwaardigheid van de museumsector staat op het spel. Bruikleengevers zien dat gebeuren.

Foto: Jan Schoonhoven, Sterren (1968). Collectie Manders. Een van de op 22 maart 2013 gestolen werken uit Museum Bommel van Dam in Venlo. 

Beelden Utrechtse kunstroof vrijgegeven: opsporing verzocht

with one comment

Update 14 februari: Drie dieven zijn door de politie opgepakt. De monstrans is zwaarbeschadigd. Zie reacties.

Vandaag heeft de Utrechtse politie via een opsporingsprogramma van de lokale RTV Utrecht de beelden vrijgegeven van de bewakingscamera’s met de diefstal van een monstrans in Museum Catharijneconvent. De diefstal vond op 29 januari plaats bij klaarlichte dag. De afgelopen dagen werd bekendgemaakt dat de inspanning van de twee of drie kunstrovers tamelijk nutteloos was. Bij een worsteling was het kostbare met diamanten bezette deel achtergebleven in een tas. Door de beelden komen ze nu verder in het nauw. Het illustreert voorbeeldig hoe via een geïntegreerd camerasysteem burgers in de gaten worden gehouden. Als de dieven worden opgepakt aan de hand van de beelden werkt de controlestaat perfect. Kunst gaat voor de buit.

Het signalement van de daders luidt: 1) grote, blanke man; fors postuur; 1.95 m; donkere kleding en witte sokken en 2) 1.80 m, kleiner dan dader 1; breder en dikker dan dader 1; accentloos Nederland; blauwe jas, horizontale witte letter H en capuchon. Wat ‘accentloos Nederland‘ betekent is de vraag. Het DNA-monster van dader 1 is bekend. De verzekering looft een hoge beloning uit voor de gouden tip. Wees allen paraat!

Kunstroof in Utrechtse Catharijneconvent op klaarlichte dag

with one comment

CC

Na de Rotterdamse Kunsthal was vandaag het Museum Catharijneconvent het slachtoffer van beroving. Deze keer op klaarlichte dag. Op de foto loopt een van de twee dieven met de vergulde monstrans naar buiten. De verdachten sloegen met een moker een vitrine kapot, aldus RTV Utrecht. Ze gingen er op een scooter vandoor.

Medewerkers van het museum zijn nog bezig de schade te inventariseren. Op dit moment is er de tentoonstelling Ontsnapt aan de Beeldenstorm. Middeleeuwse beeldhouwkunst te zien. Met kerkbeelden die zijn overgebleven na de beeldenstorm van 1566.  Er is nog niet naar buiten gebracht of de gestolen objecten deel uitmaakten van deze tentoonstelling. In dat geval woedt de beeldenstorm ruim 400 jaar later nog voort.

Onvermijdelijk zal de roof vragen over de beveiliging oproepen. Maar een museum dat tienduizenden en soms honderdduizenden bezoekers per jaar trekt kan nooit beveiligd worden zoals een fort of een bankkluis. Dat zou de Nederlandse musea buiten de samenleving plaatsen. De juiste actie lijkt inzetten op opsporing en het actualiseren van een register van gestolen kunst. Juist op dat laatste is de afgelopen jaren dom bezuinigd.

Foto: Een van de dieven van de kunstroof in het Utrechtse Museum Cataharijneconvent vlucht weg. Met witte sokken.

Kunstroof in Kunsthal

with 2 comments

Update: De politie heeft laten weten dat de volgende schilderijen gestolen zijn: Pablo Picasso: ‘Tête d’Arlequin‘ (1971); Henri Matisse: ‘la Liseuse en Blanc et Jaune‘ (1919); Claude Monet: ‘Waterloo Bridge, London‘ (1901)’; Claude Monet: ‘Charing Cross Bridge, London‘ (1901); Paul Gauguin: ‘Femme devant une fenêtre ouverte, dite la Fiancée‘ (1888); Meyer de Haan: ‘Autoportrait‘ (circa 1889 – ’91 en Lucian Freud ‘Woman with Eyes Closed‘ (2002). De handelswaarde van het gestolen goed is onduidelijk.

In de Rotterdamse Kunsthal zijn afgelopen nacht enkele schilderijen gestolen. Het gaat om schilderijen van de Triton Foundation die hingen op de tentoonstelling ‘Avant-gardes; De collectie van de Triton Foundation‘. Deze collecte van de vorig jaar overleden havenbaron Willem Cordia behoort volgens ARTNews tot de top 200. Het bevat onder meer werken van Picasso, Mondriaan, Braque, Duchamp, Klein. De politie doet nog geen mededelingen vanwege het onderzoek. De roof roept vragen op over de beveiliging van de Kunsthal en de Nederlandse musea. Een eis van verzekeraars over uitgebreide nachtbewaking ter plekke tijdens grote tentoonstellingen kan de volgende stap zijn. Dat zal de museumsector financieel verder onder druk zetten.

Foto: Waterloo Bridge, 1901 door Claude Monet (1840–1926). Pastel, 305 x 480 mm. Collectie Triton Foundation. Gestolen uit de Kunsthal op 16 oktober 2012. 

Hervorming museumsector gevraagd

with 12 comments

Hoe komen entreeprijzen van musea tot stand? Met wat moet je het vergelijken? Is een museum een volledig culturele bestemming of een samengaan van evenement en cultuur? Valt het te vergelijken met een bioscoopkaartje, de toegang van een voetbalwedstrijd, een bibliotheekpas, de entree voor de Efteling of een gratis Studium Generale lezing bij de Universiteit? Is een rendez-vous van twee uur met Van Doesburg hetzelfde als twee uur oogcontact met Kirsten Dunst?

Duidelijk is dat de museumsector niet tot eenduidigheid komt in de prijsstelling. Waar een toeslag van € 2,50 voor de Nachten van Van Gogh redelijk lijkt, komt € 6,00 toeslag voor Van Doesburg in de Leidse Lakenhal buitensporig over. Minder kwaliteit, minder naam, minder museum, maar toch een tweemaal zo hoge toeslag? Alsof een kaartje voor een voetbalwedstrijd in het stadion van VVV of RKC tweemaal zo duur is als Ajax in de Arena.

Hoewel op plaatselijk niveau voor pashouders of doelgroepen regelingen bestaan voor gratis toegang ontbreekt er in Nederland een overkoepelende regeling. Zo weten Fransen op woensdag gratis hun musea te vinden en heeft de Franse president Sarkozy de toegang tot de staatsmusea voor jeugdigen onder de 25 jaar gratis gemaakt. Ook andere groepen als werklozen en mensen die op de bijstand aangewezen zijn hebben gratis toegang. Sociaal beleid stroomt de musea binnen.

Terwijl inkomsten uit de verkoop van toegangsbiljetten doorgaans ondergeschikt zijn, lijken allerlei initiatieven om de drempel voor minvermogenden te slechten in Nederland niet te slagen. Wellicht omdat niemand de rekening wenst te betalen. Deze uitblijvende initiatieven geeft de museumsector geen sociaal en slim gezicht van een organisatie die politieke resultaten boekt.

Een projectgroep van de Museumvereniging concludeert in 2007 dat de Museumkaart een mooi product is voor de musea. De conclusie is dat zelfs zonder sponsor de financiële basis van de Stichting Museumkaart gezond is.

Bij de prijsstelling speelt dat het belang van de Museumkaart voor het Van Gogh Museum op de bedrijfsvoering relatief kleiner is dan bij een provinciaal museum als De Lakenhal, Centraal Museum of Groninger Museum. Door het hoge percentage buitenlandse bezoekers zonder Museumkaart kan het van Gogh Museum de toeslag op de Museumkaart laag houden. Neem de proef op de som en bezoek het Van Gogh Museum op een drukke zomerse dag. De rij voor de binnenlandse kassa voor Museum- en ook ICOM-kaarthouders bedraagt dan een fractie van de buitenlandse rij.

De ongelijkheid in toeslagen werkt verwarrend voor bezoekers. Waarbij het ontbreken van niet-strikt museale instellingen als de Rotterdamse Kunsthal bij het gebruik van de Museumkaart een nieuwe verwarring oplevert voor degenen die niet precies begrijpen wat een museum is. Maar da’s een ander onderwerp.

Oorzaak lijkt dat sommige steden hun gemeentelijke musea in achtereenvolgende bezuinigingsrondes flink hebben afgeknepen. Het ergste moet nog komen. Wat de linkse politiek de PVV terecht verwijt, namelijk rancuneus en kinderachtig gedrag jegens de cultuur kan de PVV terecht terugspiegelen. Middelgrote gemeenten als Amersfoort en Gouda slachtofferen hun musea. Da’s hun eigen prioriteit.

Soms zijn voormalige gemeentemusea op afstand gezet en geprivatiseerd onder de afspraak van een meerjarig contract en subsidie. Waarbij collectie en gebouw in handen van de gemeente blijven als drukmiddel. Of ze zijn nog in naam een gemeentemuseum waarvan de directeur direct rapporteert aan de wethouder van Cultuur.

Maar in beide gevallen zijn museumbudgetten afgelopen jaren verminderd of op zijn best bevroren. Dit terwijl allerlei kosten in de culturele sector bovengemiddeld zijn gestegen.

Daarbij komt dat gemeenten met hun vastgoedbezit avonturen aangegaan zijn en dat willen vermarkten. Waar vroeger kostbare en in het centrum gelegen museumgebouwen pro forma op een balans stonden worden ze nu op een semi-zakelijke markt van het gemeentelijk vastgoedbedrijf ingeboekt. Paradox is dat gemeenten graag een volwaardig en prestigieus museumgebouw willen financieren, maar zich steeds minder vast willen leggen voor de exploitatie met een open eind. Vaak een loze exercitie die ermee eindigt dat verhoogde huurpenningen worden kwijtgescholden. Maar het budget schiet wel de lucht in.

Wat rest is een idee van kapitalisering en een mentale druk op het museum om inschikkelijk te zijn om erger te voorkomen. Met een zwaard van Damocles boven de balans. Het museum is in de val gelopen door te veel te groeien in stenen en mensen en is verregaand inflexibel geworden. Het kan niet meer reageren.

Steeds meer ontbreekt sociaal-democratische wethouders met een hart die een idee van permanente educatie in hun politieke agenda hebben staan. Het ideaal van verheffing van het volk kreeg vroeger gestalte in een royale bijdrage aan het gemeentemuseum. Dat idee ontbreekt nu waar sociaal-democratische wethouders nog meer dan liberale bestuurders gestuurd worden door hun visie van het marktdenken.

Structureel heeft Nederland teveel musea en tentoonstellingen. Hoewel er naar mijn idee maar acht musea zijn die op dit moment regelmatig kwaliteit leveren in hun tentoonstellingen (De Pont, Boijmans, Van Gogh Museum, Haags Gemeentemuseum, Mauritshuis, Van Abbe, Rijksmuseum en op het nippertje, het Stedelijk Museum) staat het land overvol met musea en zuigen vele middelmatige en middelgrote musea een deel van de budgetten weg.

Sommige topmusea beconcurreren elkaar of zelfs zichzelf door een ADHD-achtige programmering. De befaamde tentoonstellingsmachine die op hol geslagen is en niet meer te temmen valt ten koste van verdieping van de inhoud, de uitvoering en het ontbreken van nazorg voor een tentoonstelling. Want aan de horizon doemt een nieuwe naam op die door de afdelingen publiciteit en marketing moet worden gelanceerd. Of de naam van de conservator of de museumdirecteur moet helpen vestigen. Maar geen enkel museum kan op straffe van weggezakte aandacht afhaken.

Nederlandse musea draaien internationaal niet meer mee zoals vroeger en hebben in het bruikleenverkeer weinig in te brengen. Modes bepalen de agenda. Enkele jaren terug was de landententoonstelling populair. Wat volgt? Een tentoonstelling uit eigen collectie met een paar bijzondere bruiklenen, ingegeven door eigen schaarse middelen? Beter lijken terughoudendheid, reflectie en een betere onderlinge afstemming tussen musea zodat de kwaliteit opgekrikt kan worden en bezoekers weer op adem kunnen komen.

Projectsubsidies moeten het budget incidenteel en structureel ophogen. Da’s een onmogelijke opgave. Want het beroep op de Mondriaan Stichting, een vermogensfonds als het VSB Fonds -met een gehavend budget door de crisis-, het Prins Bernhard Cultuurfonds, een lokaal fonds als het K.F. Hein Fonds of een bedrijfssponsor -waarbij de banken deels weggevallen zijn door de crisis- is te groot geworden. Over het maecenaat is hetzelfde te zeggen. Ook dat brengt niet de volledige oplossing.

De BankGiroloterij ondersteunt Nederlandse musea structureel, dat wil zeggen langer dan drie jaar. Zo krijgen middelgrote musea als het Utrechtse Centraal Museum, het Nijmeegse Valkhof of het Haarlemse Frans Hals Museum een jaarlijkse bijdrage van € 200.000. Musea die geen sluitende begroting hebben vissen achter het net. Wat de kloof tussen de haves en de have-nots in museumland vergroot.

Een voorzichtige conclusie is dat de museale sector via de sectorale Museumvereniging niet de indruk weet te wekken de deelbelangen van de afzonderlijke deelnemers te kunnen overbruggen. Lastig in een veld waar concurrenten moeten samenwerken. Dat verschil uit zich eerder in de sexy programmering dan in overleg over aankopen, registratie of behoud. Afzonderlijke musea gaat het financieel slecht en ze hangen aan een lijntje. De relatie met de subsidieverstrekkende gemeente is er doorgaans een van afhankelijkheid.

Musea moeten zich herpositioneren en een stapje terugdoen om toekomstig onheil af te wenden. Het zou helpen -al is het intern binnen de museale sector of in een miniconvent- als er een onderscheid kwam tussen musea met een internationale, nationale of regionale uitstraling. Waarbij mogelijkheden gekwantificeerd worden aan de hand van kwantitatieve criteria zodat musea uit zelfbescherming niet overambitieus kunnen worden. Een kwart van de musea kan opgedoekt worden, waarbij in de keuze niet de regionalisering die het CDA voorstaat, maar de kwaliteit de doorslag moet geven.

Dan kunnen zelfs afnemende budgetten beter hun weg vinden en wordt de bezoeker beter dan nu gediend met een evenwichtige en kwalitatieve landelijke agenda. En wie weet lagere toeslagen. Passende titel voor een nota hierover zou kunnen luiden De Nederlandse museumsector: Van Wildgroei naar Win-Win. Dat laatste begrip is echter te verschrikkelijk voor woorden. De oplossing is namelijk niet meer management en consultants met hun turbo-taal, maar juist minder van dat alles. Terug naar de werkvloer van de echte professionals. Da’s de oplossing. Wie maakt dat duidelijk aan de museumsector?

Foto: Missiemuseum Steyl, Limburg