Kunst in de openbare ruimte: ‘Grenskapel’ van Frank Havermans in Ottersum

Schermafbeelding van deel artikel ‘DE GRENSKAPEL VAN FRANK HAVERMANS’ op Gennep News, 10 december 2021.

Frank Havermans heeft op 7 december 2021 op de Veedijk in Ottersum (een kerkdorp in de Limburgse gemeente Gennep) zijn installatie ‘Grenskapel‘ (KAPKAR/ VD- 560) geplaatst. Het staat op de grens. Half in Nederland, half in Duitsland (Hommersum, Goch). Nou dat heeft hij geweten.

Gennep News zegt daarover uit een bericht het volgende: ‘Het kunstwerk is een onderdeel van het project Kapellenbaan. Kapellenbaan leidt bezoekers langs kunstwerken van gerenommeerde kunstenaars, die aan de slag zijn gegaan met het thema rust en bezinning‘. Maar rust en bezinning heeft tot nu toe de plaatsing niet opgeleverd.

De reacties op een bericht van 7 december 2021 op de FB-pagina van Gennep News lijken tekenend voor de ontvangst van kunst in de openbare ruimte door een breed publiek. De reacties schreeuwen het in hun platte negativiteit uit dat het in Nederland schort aan kunsteducatie en terughoudendheid op sociale media. Het is leerzaam om de reacties te lezen omdat ze een staalkaart van de sfeer in het land geven en je voor te stellen wat mensen bezielt die zoiets opschrijven. De kunstenaar en zijn partner Karin van Pinxteren mengen zich voorzichtig in de discussie:

Deel van de reacties op FB-pagina van Gennep News bij artikel ‘Kapellenbaan‘ over plaatsing van ‘Grenskapel’ van Frank Havermans, 7 december 2021.

Enkele steekwoorden uit de reacties : ‘jezus wat een LELIJK ding‘, ‘Schandalig dat de gemeente hier medewerking aan heeft verleend‘, ‘zeer misplaatst‘, ‘omgevingsvervuiling !!!!‘, ‘echt lelijk‘, ‘schandalig‘, ‘Bedankt Gennep en Goch voor deze niet gewenste ondersteuning aan die nietszeggende Stichting die dit onding hier hebben neer gepland‘.

Verbazingwekkend is het niet dat critici van kunst die met gemeenschapsgeld wordt gerealiseerd publiekelijk alles menen te kunnen zeggen. Opdrachtgevers doen telkens hun best om omwonenden erbij te betrekken, maar dat is een steeds lastigere opgave in een individualiserend Nederland waar het hart op de tong ligt en de minachting voor en afbraak van kunst in de afgelopen tien jaar doelbewust door partijen als de VVD is voorbereid.

Kunst in de openbare ruimte blijft moeilijk omdat het raakt aan de omgeving van mensen én omdat het respect voor kunst bij een breed publiek volledig is afgebroken. In voortgezet onderwijs en media ontbreekt brede, serieuze aandacht voor kunst, dus men kan het deze mensen in hun ondubbelzinnige negativisme niet eens kwalijk nemen dat ze zo over kunst denken. Typisch aan de reacties is dat het referentiekader niet autonome kunst, sculpturen of installaties zijn, maar de populaire cultuur van films. Dat op zich maakt een gesprek tussen voor- en tegenstanders van een installatie als ‘Grenskapel‘ al tot een gesprek tussen doven.

Toch is niet alles kommer en kwel, en agitatie. In een prachtig artikel in Gennep News geeft de uit Ottersum afkomstige wethouder Rob Janssen (SP) die verantwoordlijk is voor kunst en cultuur onder de prikkelende titel ‘Kunst, wat moeten we ermee?‘ zijn visie op kunst in de openbare ruimte. Aanleiding lijkt de commotie rond de plaatsing van het werk van Havermans, maar het is verstandig van Janssen om niet direct op de kritiek in te gaan, maar namens de gemeente uit te leggen wat de functie van kunst is en hoe de procedure werkt voordat een kunstwerk in de openbare ruimte wordt geplaatst. Dat is een langdurig, complex en zorgvuldig proces. Nooit zal echter iedereen tevreden kunnen worden gesteld.

Schermafbeelding van deel artikelKUNST, WAT MOETEN WE ERMEE?‘(interview met wethouder Rob janssen) in Gennep News, 14 december 2021.

Wat ik van het werk ‘Grenskapel‘ van Havermans vind kan ik niet zeggen. Ik denk dat het voor een afgewogen oordeel noodzakelijk is om het ter plaatse te zien. Daarom ben ik terughoudend in mijn oordeel. De keuze van de plek, de kleur, de wisselwerking met de omgeving en de constructie roepen bij mij vooralsnog de associatie van verrassing en het nieuwe op.

Ik moet denken aan iets wat ik onlangs las, namelijk een passage in het nawoord van vertaler Rokus Hofstede bij het verhaal B-17G van Pierre Bergounioux: ‘Hij [= René Descartes] suggereert dat de geest mettertijd een soort eelt ontwikkelt die de ontvankelijkheid voor het nieuwe vermindert‘. De Franse filosoof Descartes meende dat verwondering ‘het gebruik van de geest kan belemmeren of in elk geval ernstig kan verstoren, zodat we er ons in ons latere leven zoveel mogelijk van moeten trachten te bevrijden’.

Ik twijfel of ik het daar mee eens ben en of het geldt voor de hedendaagse mens. Men kan immers ook zeggen dat wie niet openstaat voor verwondering zichzelf afsluit voor indrukken door die slordig weg te redeneren zonder dat evenwel de geest echt aan het werk wordt gezet. De functie van kunst in de openbare ruimte kan een brug vormen naar iets nieuws als door verstand en stemming terloops verwondering wordt opgeroepen die de rede niet hindert, maar via een omweg verrijkt.

Kunst als halffabrikaat voor persoonlijke ontwikkeling: de ‘Art Based Learning’-methodiek

Roumayne Schepers heeft een bedrijf Leren Van Kunst. Ze neemt individuen of groepen mee naar het museum. In een artikel in De Telegraaf licht Schepers haar bedrijf en de achtergrond van haar bedrijf en haarzelf toe. Enkele citaten: ‘Door langere tijd naar hetzelfde kunstwerk te kijken, stimuleer je je associërend en verbeeldend vermogen en zo ontstaan nieuwe ideeën en inzichten’, ‘Het doel is om inzichten te krijgen en de creativiteit te stimuleren. Vaak weten mensen theoretisch het antwoord op hun vraag wel, maar voelen ze het nog niet.’ en ‘Als je het verhaal achter het werk kent, dan kan dat belemmerend werken. Ken je het niet, kom je eerder bij je eigen creativiteit.’ Wat dat betekent ‘eerder bij je creativiteit komen’ legt Schepers niet uit.

Schepers heeft geen kunstachtergrond of is opgeleid in een kunstvak of heeft zich gespecialiseerd in kunsteducatie. Ze zegt na haar studie farmacie twaalf jaar op de kwaliteitsafdeling van een grote apotheker gewerkt te hebben. Daar miste ze creativiteit, zo zegt ze. Toen ze een deeltijdstudie aan de fotoacademie volgde had ze naar eigen zeggen in het derde jaar ‘een creatieve blokkade’. Ze kreeg toen het advies van een docent om zich ‘te laten inspireren in een museum’. Daar hoorde ze van de Art Based Learning-methodiek die ze nu toepast in haar bedrijf. Dat is een methode die door Jeroen Lutters is ontwikkeld. Hij is lector kunst- en cultuureducatie bij ArtEZ en is gepromoveerd bij literatuurwetenschapper en narratologe Mieke Bal. De focalisatietheorie die Bal mede heeft ontwikkeld en een onderscheid aanbrengt tussen verteller en focalisator, ofwel de verwoorder van de visie, lijkt als model ten grondlag te liggen aan de Art Based Learning-methodiek.

De methodiek krijgt positieve kritieken en lijkt zonder nadelen te zijn. De vraag is of dat goed doordacht is of dat het debat erover nog moet beginnen. Hier legt Astrid Rass de vier stappen van Art Based Learning uit. NRC-columniste Clarice Gargard die in Museum Voorlinden deelnam aan een Art Based Learning-sessie van Schepers bedrijf Leren Van Kunst maakt in de titel van haar column duidelijk waar het bij deze methode om gaat: ‘Hoe kunst kan helpen om onszelf te verstaan.’ Dat lijkt tevens het grootste bezwaar van de methodiek, namelijk dat het kunst op een gerichte wijze inzet voor de eigen persoonlijke ontwikkeling waarbij kunst als kunst buiten beeld raakt. Rass omschrijft dat zo: ‘onderwijs ook als middel voor het vormgeven van de eigen identiteit.’ Al lang wordt aan kunst deze functie toegedicht. Zo wordt vaak beweerd dat het lezen en doorgronden van romans de empathie van de lezer kan helpen ontwikkelen. Maar dat is wat anders dan kunst tot onderdeel maken van een methode die dient om de persoonlijke ontwikkeling of de vormgeving van de eigen identiteit te dienen. Dan wordt kunst tot een halffabrikaat waarbij het niet om de kunst draait, maar waar kunst met verlies van haar functies dienstbaar en ondergeschikt aan een ander doel wordt gemaakt. Hoe zinvol de methodiek van Art Based Learning ook is. Daarnaast wordt kunst in een extra commercieel frame gedrongen. Een sessie van 2 uur persoonlijke begeleiding bij Leren Van Kunst kost 180 euro per persoon.

Foto: Schermafbeelding van deel van site Leren Van Kunst, het bedrijf van Roumayne Schepers dat de Art Based Learning-methodiek van Jeroen Lutters in musea toepast.

Petitie: Voorkom sluiting Centrum voor de Kunsten Beverwijk

bev

En weer dreigt een kunstinstelling gesloten te worden. Deze keer in Beverwijk. Het Centrum voor de Kunsten Beverwijk legt het uit in een verklaring: ‘Graag slaan we samen met de gemeenteraad spijkers met koppen: welke van de door ons voorgestelde (en doorgerekende) strategische richting wordt het? Pas als de gemeente die knoop doorhakt kunnen we spreken van een stadsbestuur dat weloverwogen beslissingen neemt met het oog op de toekomst, en dat keuzes maakt op basis van inhoud. Én een stadsbestuur dat vecht voor behoud van het ware, het goede en het mooie. Want zeg nou zelf: wat is een stad zonder muziek- en kunsteducatie?

Foto: Schermafbeelding van petitie ‘Voorkom sluiting Centrum voor de Kunsten Beverwijk’. Tekenen kan hier.

Jan Hoet blijft zich uitspreken. Maar nu in ziekenhuis

Update 27 februari 2014: Jan Hoet is vandaag overleden in het UZ-Gent. 

De 77-jarige Gentse ‘kunstpaus‘ Jan Hoet is een wonder. Om te beginnen medisch. Na een hartaanval werd-ie gisteren in het ziekenhuis opgenomen. Volgens zijn zoon is zijn toestand stabiel. Hoet leeft op één nier, heeft kanker overwonnen en al een trombose en een eerdere hartaanval gehad. Maar Hoet is vooral de promotor van hedendaagse kunst. Die maar door blijft gaan. Ondanks zijn slechte gezondheid. De fris-eigenzinnige update van Pierre Janssen en Henk van Os. Naar hem luistert een breed publiek zonder hem altijd te kunnen volgen. Maar het meest wonderlijk is de politieke opstelling van Hoet. Hij trad ooit toe tot de christen-democratische CVP. Wat z’n kunstbroeders slecht begrepen. Op kritiek antwoordde hij: ‘Ik blijf een onafhankelijke geest, een nomade‘. Hoet blijft zoeken en zich verwonderen over de eigen tijd. Wonderlijk, zoals een kunstpaus spreekt.

04_Eternal-Teahouse-e1311709508856

Foto: Documenta 9, 1992. Eternal Teahouse van Attila Richard Lukacs. Jan Hoet (midden) inspecteert.

No Place to Hide in Standort Stuttgart

3352670599_7152cca8dd_o

Schimmen uit het verleden dringen zich op. Overal, maar vooral in Duitsland. Ze lopen over pleinen en door stations. Ook buitenstaanders bemoeien zich ermee. De geschiedenis helt zwaar over. Loden boeken waarin alles geschreven staat zijn een last. Ze proberen het heden te verdringen. Ook de kunst trekt het zich aan.

Soms gaat er niks boven de belofte. Het opnieuw beginnen. Zoals een verpakking beter blijkt dan de inhoud. Dat gevoel kent iedereen die de foto aan de buitenkant vergelijkt met het in plastic gesealde voedsel binnenin.

In Duitsland houden demonen van nu de oude demonen op afstand. Da’s makkelijker moeilijk. Het gaat om de tentoonstelling ‘no place to hide – Ort Kontrolle Produktion‘ die studenten van de Stuttgartse kunstacademie in een Arbeidsbureau tonen. Samensteller is Felix Ensslin, hoogleraar Esthetiek en Kunsteducatie. Hij trekt veelbelovend van leer door te zeggen dat we in de overgaan naar de controlestaat leven: ‘Wir leben in einem Übergang zur Kontrollgesellschaft‘. Locaties waarop iemand nog vrij is worden zeldzaam: ‘Die Orte des Außen, der Ruhe, der Freiheit, in denen niemand Macht über einen ausüben kann, die sind rar geworden.’

Hoe waar wat professor Ensslin zegt. Kunst onttrekt zich niet aan de controlestaat. Ook daar verdwijnen de vrijplaatsen waar kunst ademde. Om niet te stikken moet kunst op zoek. Maar de plekken bestaan niet meer: ‘Auch in der Kunst verschwinden die Orte, Kunst beschränkt sich nicht mehr auf Galerien und Museen. Kein Künstler kann von einem Galeristen leben.’ Oude demonen jagen kunst in de richting van een nieuwe afgrond.

Is er een somberder beeld mogelijk? Kan het zo zwaar zijn? Of is het soms een pose? Wat komt er na de politiek-filosofische inleiding die een Duitse hoogleraar Esthetiek en Kunsteducatie past? Hoe voeren de 50 studenten het uit? Het valt niet terug te vinden in de publicaties met aankondiging, de belofte van de opbouw en de continue verwijzing naar elders. Het draait dol en landt nergens. ‘No place to hide‘ krijgt zo een dubbele betekenis. Deze kunst kan de last van alle referenties niet aan. De uitleg van professor Ensslin wordt grotesk.

Foto: Schillerplatz, Stuttgart, Duitsland. 1881.