George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kunstbezit

Wat heeft ons ‘A Utrecht Pastoral’ uit 1892 te zeggen?

with one comment

Schotland ontsluit de nationale kunstcollectie digitaal. Kunstwerken zijn bereikbaar op nationalgalleries.org. Zo ook de fotoA Utrecht Pastoral’ van James Craig Annan. Uit de collectie van de Scottish National Portrait Gallery. Een beroemde foto naar het blijkt. In een artikel voor Scherptediepte/ Depth of Field over de blik van buitenlandse fotografen (1890-1930) op Nederland besteedde conservator fotografie van het Rijksmuseum Mattie Boon er in 2012 aandacht aan. Een afdruk ervan is  opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum

Boon: ‘In 1892, after the first exhibition, The British Journal of Photography praised A Utrecht Pastoral as a ‘characteristic’ Dutch landscape. The tall trees on the left side of the image, the row of sheep along the water and the great masses of cloud formed ‘a most pleasing whole’. It was a ‘soft’ image, without ‘the hardness so often seen in photography’.[25] Another reviewer praised ‘the band of quiet foreground, which most photographers would trim away as useless […] Its presence greatly adds to the feeling or suggestion of space and scale. The bold and large treatment of the clouded sky space must be noted.’[26] A third saw chiefly the low light and the long shadows in the bend in the road, and the professional handling of the sky.[27]

Wat kunnen we aan deze typeringen 125 jaar later toevoegen? Het is inmiddels ook een afbeelding van een verdwenen landschap geworden. Een onschuldig landschap dat gethematiseerd wordt door de onschuldige schapen. Een pastorale is een herdersdicht of dorpsvertelling uit het Land van Ooit. De vergleden tijd betrapt.

Foto: James Craig Annan, ‘A Utrecht Pastoral’, 1892. Collectie: Scottish National Portrait Gallery.

Arjen Ribbens in NRC: ‘Afstoten van kunst als Oranje-traditie’

with one comment

Arjen Ribbens prikt in een artikel in NRC door de schone schijn van het Koninklijk Huis. Leden ervan zouden zich interesseren voor kunst, zo zegt de Oranje-promotie, maar dat ligt volgens Ribbens anders: ‘Dit is een artikel over wat, met enige overdrijving, een Oranje-traditie kan worden genoemd: het voortvarend afstoten van kunst, zonder veel rekening te houden met kunsthistorische gevoeligheden. Gebeurde dat in het verleden op veilingen, en met goede doelen als bestemming voor de opbrengst, recentelijk is een grote hoeveelheid kunst uit de nalatenschap van prinses Juliana ondershands verkocht, zonder charitatief oogmerk. Naast de tijgers van Raden Saleh ook een map met 1.200 zeventiende- en achttiende-eeuwse tekeningen van de stad en de provincie Utrecht, aan een particuliere verzamelaar. Nederlandse musea die deze kunst graag in hun collectie hadden willen opnemen, zeggen niet te zijn benaderd door het hof.’ Vraag is of dit met de Ethische Code van de museumsector spoort. De Museumvereniging zou om een uitspraak gevraagd moeten worden.

En dat op de dag dat koning Willem-Alexander in het Koninklijk Paleis op de Dam met veel bombarie de koninklijke prijzen voor de vrije schilderkunst 2016 uitreikt. In de opgedrongen rol van kunstliefhebber. De mythe van een betrokken en maatschappelijk koninklijk huis tekent het verschil tussen schijn en wezen. De mythe bestaat uit pose en afstand en vindt aftrek dankzij propaganda en welwillende onderhorigheid bij opiniemakers. Het is moedig van Ribbens dat hij hier doorheen breekt. Zijn Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch heeft het nooit verder gebracht dan lakei, hermelijnvlooi, jaknikker en hielenlikker van Oranje.

Restitutie en roofkunst: de herinnering blijft

leave a comment »

Update 5 november 2013: Miljarden aan kunstschatten in Munchen. Wanneer stopt het? 

Hoever moeten herinnering en herdenken teruggaan? Twintig, vijftig, honderd jaar? Welke generaties zijn erbij betrokken en hebben recht van spreken? Hoe kunnen zelfbenoemde woordvoerders door anderen gelegitimeerd worden? Hoe kunnen ze hun recht claimen? Wat is de morele ruimte voor anderen om daaraan voorbij te gaan?

Dit soort vragen werden voor mij opgeroepen bij de Goudstikker-claim op tijdens de Tweede Wereldoorlog geroofde kunst uit joods bezit. Roofkunst. Aan dat exclusieve beroep van nabestaanden heb ik een onaangename smaak overgehouden. In mijn ogen is het ontspoord in een actie van niet onbemiddelde Amerikanen om openbaar kunstbezit te ontvreemden uit Nederlandse musea. Maar toch, geroofde kunst moet terug naar de juridische eigenaar.

Komt mijn ongenoegen door de professionalisering van de claim? De verre familie van nu treedt formeler en harder op dan de betrokkenen van toen ooit deden. Anderen die er als koper zijdelings bij betrokken werden omdat ze toevallig een schilderij hebben verworven, worden door een beroep op moraliteit oneigenlijk onder druk gezet. Hun verweer is lastig. Ze zwemmen in de fuik van oneigenlijke argumenten en valse sentimenten. Da’s ontoelaatbaar gedrag van een lobby die een beroep doet op joods slachtofferschap van hun voorouders.

De oplossing lijkt me simpel. De buitenlandse lobby maakt zich krachtig en verzamelt voldoende geld om het geroofde bezit voor een marktconforme prijs te kopen of houdt anders de mond.

Aandacht voor het verleden is nodig en daarbij hoort respect voor slachtoffers. Zelfbenoemde woordvoerders van nu missen de ervaringen van toen en kunnen alleen namens zichzelf spreken. Dat zouden ze beter moeten beseffen in hun argumenten en het exclusieve beroep op moraliteit dat de anderen weerloos laat.

Nabestaanden moeten oppassen zich niet mee te laten voeren door hun oprechte betrokkenheid die de onaangename gebeurtenissen van het verleden onwaardig en plat maakt. Da’s een resultaat waarbij iedereen verliest. De nagedachtenis aan de slachtoffers nog wel het meest. Dat mag nooit verzakelijkt worden.

Foto: Amerikaanse militairen dragen roofkunst dat in 1945 in een Oostenrijks kasteel ontdekt is. Credits: /Getty