George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Koran

Op Filippijnen wordt islam als religie van vrede gezien. Met een springlevende Fethullah Gülen, wensdenken en tegenstrijdigheid

leave a comment »

Op de Filippijnen lijkt het gedachtengoed van de islamitische prediker Fethullah Gülen springlevend. Dat blijkt uit een artikel in Business Mirror dat begint met een uitspraak die aan hem wordt toegeschreven: ‘A Muslim cannot be a terrorist. And a terrorist cannot be a Muslim.’ De werkelijkheid is anders. De wereld is vergeven van terroristen die zich om uiteenlopende redenen op de islam beroepen en zichzelf als moslim beschouwen. Volgens de traditie van de islam kunnen ze dat met recht doen. Cihangir Arslan heeft daar geen boodschap aan en stelt zich op het standpunt dat de islam een religie van vrede is. Hij winkelt selectief in koran en in islam. De weg die hij in navolging van Gülen bewandelt door de islam te willen moderniseren is positief, maar het schort aan zijn wereldwijsheid en het onder ogen zien van de kwalijke kanten van de islam. Mijn reactie:

Maybe the best antidote to extremism invoking islam is not religious education, but non-religious education. Because as Gülen and Arslan believe islamic or islamist terrorism can not be traced to islam.

So it is one or the other. Or extremism about which the perpetrators say it is based on islam has nothing to do with islam or it has something to do with islam. In the first case the terrorists can only be reached by a non-religious education, following the perspective taken by Gülen and Arslan.

It seems they are ambiguous in their view. They denounce islam’s responsibility as a cause of terrorism about which the perpetrators say it is based on islam, but in islam they see the solution to the issue of extremism based on islam while they refuse the perpetrators to make the connection with islam. That seems contradictory and far from logical.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelUnderstanding Love from the Heart of Islam’ van Marilou Guieb op Business Mirror, 3 september 2017.

Advertenties

Written by George Knight

3 september 2017 at 11:32

Hoofddoek is geen gebod in de islam. Amsterdamse politie onderzoekt het dragen ervan. Op politieke gronden?

with 2 comments

De politie van Amsterdam onderzoekt of het vanwege het personeelsbeleid verstandig is om hoofddoeken toe te staan. Het wil meer allochtone agenten werven en bedoelt daar vermoedelijk agenten mee die actief de islam belijden. Zoals opgemerkt is er een landelijke code die zoiets verhindert, dus het is de vraag waarom Amsterdam overweegt zo’n landelijke afspraak te passeren. En of het die bestuurlijk-juridisch kan passeren.

Bij alle debatten hierover moest ik denken aan een opmerking over de hoofddoek in een NRC-interview van de Amerikaanse zwarte moslimvrouw Amina Wadud die publieke islamitische gebedsdiensten leidt: ‘Maar als ik in een gezelschap verkeer waarin iedereen doet alsof het dragen van een hoofddoek de uiting van de deugdelijkheid van een persoon is, dan doe ik hem juist af. Gewoon om te laten zien dat het aan Allah is om te beoordelen of iemand deugt, en aan niemand anders. Het is een misvatting dat het dragen van de hijab, het Arabische woord voor hoofddoek, een gebod is in de islam. Dat woord komt niet eens voor in de Koran.’

Als de hoofddoek geen religieus, maar cultureel symbool is, dan kan de scheiding van kerk en staat het dragen ervan in overheidsdienst niet blokkeren. Maar als het geen religieus symbool is dat vanuit de leerstellingen van de islam verplicht wordt gesteld of daar direct en onontkoombaar uit volgt, dan kunnen de dragers van een hoofddoek evenmin op godsdienstige gronden een uitzonderingspositie op het dragen ervan in overheidsdienst claimen. Dat alles roept weer de vraag op waarom de Amsterdamse korpsleiding het verstandig acht om zo’n maatschappelijk mijnenveld in te lopen vol culturele, politieke en religieuze noties.

Het probleem met het Amsterdamse debat is dat het de korpsleiding confronteert met ongelijksoortige feiten en aannames waarvan het niet weet wat ze waard zijn. Met de complicatie dat het niet onmogelijk is dat de adviseurs van de korpsleiding hun eigen politieke agenda hebben en daarom hun politieke als religieuze argumenten verkopen. Zo wordt het onoverzichtelijk en ontstaat er geen zuiver debat. Want het is uiteindelijk een politiek en geen religieus argument om het dragen van een hoofddoek in overheidsdienst toe te laten. Als de politieleiding van Amsterdam werkelijk wil weten hoe het precies zit met de verplichting vanuit de islam aangaande het dragen van een hoofddoek, dan zou het zich beter verlaten op academische  islamdeskundigen en niet op huidige adviseurs die er belang bij kunnen hebben om religie, cultuur en politiek te vermengen.

Openbare spot en minachting van de islam? Aanklacht in Denemarken wegens verbranden koran

with 6 comments

fb

In Denemarken is de aanklager een strafzaak wegens godslastering begonnen tegen een 42-jarige man uit Noord-Jutland die in december 2015 op de Facebook-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM (‘Ja tegen vrijheid, nee tegen de islam’) een video postte waarin hij een koran verbrandde. De aanklager beroept zich hierbij op overtreding van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. In een persbericht van 22 februari 2017 zegt Mikkel Thastum (vertaald in het Engels): ‘It is the prosecution’s view that the circumstances of the burning of holy books like the Bible and the Qur’an implies that in some cases it may be a violation of blasphemy provision, which deals with public mockery or scorn against a religion.’

De aanklager geeft als reden openbare spot of minachting van een religie. Iemand verbrandt in zijn achtertuin een koran, maakt daar een video van, zet er een tekst bij, maakt daar een posting van op een openbare FB-groep en wordt aangeklaagd. Wie door de FB-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM scrollt wordt niet vrolijk van de aanvallen op de islam en de steun voor tegenstanders van de islam. Maar daar gaat het niet om. Het is de vraag of dit gebrek aan nuancering de actie van de aanklager onder de verwijzing naar spot en minachting rechtvaardigt. De 42-jarige man is nog niet veroordeeld en de rechter moet uitmaken of er sprake is van godslastering volgens het Wetboek van Strafrecht. Dus af te wachten valt hoe het staat met de vrijheid van meningsuiting in Denemarken en hoe heet de deze week opgediende soep uiteindelijk gegeten wordt.

Het is lastig om iemand voor openbare spot van een religie te veroordelen. Want spot of belediging hoort bij een dynamische samenleving met weerbare burgers die zich tegenover elkaar uitspreken. Georganiseerde religieuze instellingen hoeven geen extra juridische bescherming. Hoewel in de rechtstoepassing die voorrechten in westerse samenlevingen nog steeds bestaan. Een open samenleving heeft een publiek debat waarin het kan spetteren. Laat maar botsen. Een uitzondering kan gemaakt worden voor groepen die niet voor zichzelf op kunnen komen, zoals kinderen, hoogbejaarden, gehandicapten of laagbegaafden. In die gevallen kan de overheid inspringen. Pas waar spot overgaat in haatspraak en aanzetten tot geweld wordt een grens overschreden. Het oogt gekunsteld om te veronderstellen dat minachting van een wereldreligie die tientallen landen in haar greep heeft en meer dan 1,6 miljard volgelingen heeft aan de orde is. De gelovigen van de islam zijn ook in Europese landen sterk en krachtig genoeg georganiseerd om voor hun geloof op te komen.

Waarom de aanklager meent hier een zaak van te moeten maken is onduidelijk. Het kan het omgekeerde betekenen van wat het lijkt. In dit soort zaken bestaat altijd het vermoeden dat druk uit islamitische landen en een dreigende boycot van Deense producten op enigerlei manier van invloed zijn op de beslissing van een aanklager om er een zaak van te maken. Mogelijk op aanwijzing van het ministerie van Justitie. Als dat zo is, dan is het de verkeerde reden. Maar het omgekeerde kan ook, namelijk dat de Deense samenleving aan de islamitische kritiek subtiel duidelijk wil maken hoe genuanceerd en evenwichtig een westerse rechtsstaat werkt. Met de stille hint om die nuanceringen in de islamitische landen over te nemen. Als God het wil. 

Foto: Schermafbeelding van deel FB-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM.

Meldpunt Internet Discriminatie billijkt ‘Sommige moslims menen uit de Koran te begrijpen dat homo’s gedood moeten worden’

with one comment

rel

The Post Online publiceert in samenwerking met een melder van discriminatie deze brief van het Meldpunt Internet Discriminatie (MiND) in antwoord op een melding van homohaat op bladna.nl, ‘het forum van Marokkanen in de wereld’. Opvallend eraan is dat MiND concludeert dat homohaat juridisch niet strafbaar is als die vanuit een religieuze overtuiging wordt gedaan. Hiermee introduceert MiND rechtsongelijkheid en voorrechten voor leden van religieuze organisaties. Want die zouden ongestraft meer mogen kunnen zeggen dan degenen die geen lid zijn van een religieuze organisatie. Opmerkelijk is dat MiND in 2013 is opgericht op initiatief van het ministerie van Veiligheid en Justitie en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Op het forum van bladna.nl vliegen de beledigingen over en weer, zoals hier. Het lijkt onbegonnen werk om alle overtreders van artikel 137 c-e van het Wetboek van Strafrecht aan te pakken. Monitoring op discriminatie lijkt ook eerder een taak voor Facebook. Men kan nog stellen dat dit soort uitingen niet goed doordacht zijn en in een onbewaakt ogenblik zijn gemaakt. Maar het wordt er gelijk een stuk serieuzer op als het een semi-overheidsinstantie als MiND betreft. Met als gevolg dat het billijken van een discriminerende uiting als verlengde van overheidsbeleid wordt gezien. Het houdt in dat iemand met een religieuze overtuiging een bevoorrechte positie heeft en daarom meer mag discrimineren dan iemand zonder een religieuze overtuiging.

De opstelling van MiND in bovenstaande brief leidde tot afkeuring op sociale media en in de Tweede Kamer. Louis Bontes en Joram van Klaveren (VNL) stelden kamervragen aan minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie en Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ze willen onder meer weten of ‘de islam (net als andere levensbeschouwingen) nooit gebruikt kan worden als excuus voor feitelijke discriminatie of het oproepen tot geweld?’ MiND heeft vandaag schuld bekend en zegt in een beknopte en onvolledige verklaring dat ‘de uitingen in eerste instantie onjuist zijn beoordeeld. Dat betreuren we ten zeerste.’

Maar hiermee is de kous nog lang niet af. De vraag die oprijst is wie bij MiND deze melding heeft beoordeeld en welke juridische expertise deze medewerker bezit. Nog belangrijker om te weten is of de medewerker aan   de hand van interne richtlijnen -die zeggen dat de islam een streepje voor heeft als het om discriminatie gaat- tot de afweging is gekomen. Dus minder streng beoordeeld dient te worden vanwege de religieuze overtuiging van degenen die discrimineren. Is MiND wel objectief en neutraal? Valt het te wel vertrouwen als onpartijdige instelling die overheidssubsidie krijgt? Wat deze kwestie vooral oproept is de vraag naar de status van een meldpunt als MiND. Wat voor toegevoegde waarde heeft het en treedt het doelmatig op? Het kan een verzoek doen aan iemand over wie wegens discriminatie in een melding is geklaagd, maar uiteindelijk is het machteloos en bezit geen dwangmaatregel. Uitsluitend het OM kan een strafrechtelijk onderzoek beginnen.

Er is trouwens best iets voor het standpunt te zeggen dat de vrijheid van meningsuiting onbeperkt is. Hoewel die situatie feitelijk nergens bestaat. Zodat moslims mogen zeggen dat homoseksuelen om hun geaardheid gedood moeten worden. Maar dan moeten anderen op hun beurt mogen zeggen dat moslims om hun geloof gedood mogen worden of gewoonweg achterlijk zijn vanwege het aanhangen van een achterlijk geloof. Het is van tweeën een. Of men handhaaft zonder uitzonderingen strikt de wet of men doet dat niet en maakt de vrijheid van meningsuiting onbeperkt. Wat de MiND heeft laten zien is het slechtste van twee werelden: rechtsongelijkheid en voorrechten voor mensen met een islamitische overtuiging die worden gerechtvaardigd.

Foto: Schermafbeelding van brief van het MiND aan iemand die een melding heeft gedaan van homohaat in het artikelMeldpunt Internet Discriminatie (MiND): ‘Islamitische homohaat is geen discriminatie want islam’’ van TPO, 1 december 2016.

Bommelding in Groningen nadat een man ‘allah akbar, ik heb een bom’ zou hebben geroepen. Miscommunicatie of etnisch profileren?

leave a comment »

Gecombineerd met onderstaand nieuwsbericht van de politie Groningen roept dit item van RTVOOG vragen op. Feit is dat in de buurt van het Groningse winkelcentrum Selwerd afgelopen maandagmiddag een man werd aangehouden na een bommelding. Volgens het nieuwsbericht van de politie zou een getuige de man ‘allah akbar, ik heb een bom’ hebben horen roepen. De getuige vertelde dat een winkelier die het meldde. Uit onderzoek van de rugzak van de 30-jarige inwoner van Leeuwarden bleek dat hij geen bom bij zich had.

Tweets van de politie Groningen meldden op maandagavond 8 augustus om 19.21 uur: ‘(1) Na onderzoek & bekijken/beluisteren beelden blijkt spraakverwarring vwb bomdreigement vanmiddag in winkelcentrum Selwerd. (2) Miscommunicatie tussen getuige en melder. geen sprake van bom of terreur. Man in vrijheid gesteld. Onderzoek afgerond.

RTVOOG heeft het mis dat het om een ‘vermeende bommelding’ ging. Er is een reële melding gedaan nadat een getuige verdachte ‘allah akbar, ik heb een bom’ hoorde roepen, en een winkelier dit vervolgens meldde. Hierna rukte de politie uit en hield de verdachte aan. Dat de man geen bom bij zich had en nooit ‘allah akbar, ik heb een bom’ heeft geroepen verandert niets aan de melding. De oorzaak voor het incident is meer dan spraakverwarring of ‘miscommunicatie’. De melding is een voorbeeld van etnisch profileren door burgers.

gr

Foto: NieuwsberichtPolitie houdt man aan na bommelding’ van politie Groningen, 8 augustus 2016.

Mislukt experiment van ‘Dit Is Normaal’: geweld in bijbel wast koran niet schoon

with one comment

In een filmpje wordt mensen een confronterende tekst uit de bijbel voorgelezen, maar hun gezegd dat het uit de koran zou komen. De makers van ‘Dit Is Normaal’ noemen het het ‘The Holy Quran Experiment’. Ze richten zich overduidelijk op de internationale markt door Engelse ondertiteling. Maar hun ‘experiment’ schiet ernstig tekort en zegt vooral hoe makkelijk het is om de stem des volks met autoriteit voor de gek te houden.

Het ‘experiment’ schiet tekort omdat het suggereert dat wat in de bijbel staat niet in de koran staat. Maar dat is nog maar helemaal de vraag. Als toelichting staat op YouTube bij dit filmpje ‘De laatste tijd ligt de Islam enorm onder vuur. Wij vroegen ons af… is dat wel terecht?’ Het één heeft echter niets met het ander te maken.

Uit wat in de bijbel staat volgt niet wat niet in de koran staat. Dat is een ongeldige manier van argumenteren volgens het type ‘als D, dan -C’. Ofwel ‘Als de bijbel verkeerd is, dan is de koran niet verkeerd’. Aan het beantwoorden van de vraag wat de inhoud van de koran is en of die vergelijkbaar is met die van de bijbel komen de jongens van ‘Dit Is Normaal’ niet toe. Ze doen aan modieus lui denken. Aan misleidend amusement.

Hafid Bouazza strijdt tegen de toegeeflijke houding over islam. Plus: de PVV

with one comment

art_rais_8194

Waarom heeft de PVV in het publieke debat over de islam de strijd verloren, terwijl de partij het in de publieksgunst goed doet en toch sterke argumenten heeft? Het had goud in handen en heeft het laten verpulveren. De PVV heeft zich krachtig in een hoek gebokst om er nooit meer uit te komen. Daarmee heeft Geert Wilders zijn partij buitenspel gezet. De partij doet er niet meer toe. Hoe heeft het zover kunnen komen?

In een interview met Pieter van den Blink voor De Gids zegt schrijver/vertaler Hafid Bouazza: ‘Die strijd tegen de onrechtvaardigheid van de islam, waarvan de vrouw de kern en het slachtoffer is, voer ik al veel langer. (..) Ik strijd niet tegen de vrijheid van mensen om te bidden, de ramadan te doen of hun islamitische praktijken te volgen, ik strijd tegen de leer. En ik strijd tegen de toegeeflijke houding van Nederland ten opzichte van aspecten van de islam die indruisen tegen de waarden van de Nederlandse samenleving. (..) Als er dan mensen het land binnenkomen die op een andere manier met hun vrouwen omgaan, geldt dan de Grondwet ineens niet meer? Als democratisch land met ruggengraat moet je dan tegen die mensen zeggen: zo doen we dat hier. Anders wordt de vrouw niet meer als menselijk individu gezien.’

Het gaat er niet om dat wat Bouazza zegt ‘waar’ is, het gaat erom dat het een prima verdedigbaar standpunt is om een politiek programma rond te bouwen. Dat nog geloofwaardig is ook, zo aan waardering wint en de PVV maatschappelijk acceptabel had gehouden. Uitgaande van vrouwenrechten binnen de islam had de PVV zich sterk kunnen maken voor de emancipatie van moslimvrouwen. Onbegrijpelijk is het niet dat dit niet gebeurd is, want geen enkele Nederlandse politieke partij heeft het stelselmatig opgenomen voor moslimvrouwen.

Zoals de vijand van goed beter is, is de vijand van polemiek of kritiek extremisme. De PVV heeft in de beginjaren vanaf 2006 een functie gehad door de uitwassen van het multiculturalisme aan de kaak te stellen. Voorstanders ervan hadden bepaalde aspecten van de Grondwet uit het oog verloren. Zodat -zo had het idee postgevat- matigende en cohesie bevorderende maatregelen die aansloten bij het groepsdenken en de vrijheid van godsdienst als belangrijker werden ingeschat dan individuele ontplooiing en vrouwenrechten. Exact de kritiek van Bouazza. Maar vanaf 2010 week de PVV zelf af van de Grondwet, zoals het voorstel tot een hoofddoekjesverbod verduidelijkte. Daarmee had de PVV recht van spreken verspeeld en kon het andere partijen niet meer geloofwaardig aanspreken op hun toegeeflijke houding en het wegkijken voor onrecht.

Foto: Slimane Raïs, installatie Odyssée, 2011.