George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Klimaatinstallatie

Vervolg debat over de wenselijkheid dat Sid Lukkassen een project pitcht op ‘voordekunst’

leave a comment »

Sid Lukkassen is een van de initiatiefnemers van De Nieuwe Zuil. Het profileert zich als voorstander van een open debat. Op 22 juni 2019 verscheen op De Nieuwe Zuil het artikelLaten we eindelijk weer eens een gesprek hebben!’ van Bart Reijmerink. Hierin wordt verwezen naar mijn kritische commentaar van 18 juni 2019 over de crowdfunding van Sid Lukkassen op voordekunst. Ik stelde vraagtekens bij de toepassing van de eigen voorwaarden van voordekunst. Is dat nog wel voor kunst en kunstenaars bedoeld of hebben de marketing en reclame de overhand genomen en dit project gekaapt? Voordekunst is ondergebracht bij reclamebureau KesselsKramer en wordt door dit reclamebureau als een eigen project voorgesteld.

Mijn kritiek op het project van Lukkassen en voordekunst was blijkbaar tegen het zere been. Lukkassens De Nieuwe Zuil kwam in het door Bart Reijmerink ondertekende artikel tot kwalificaties over mij: ‘Eén of andere keyboardwarrior ziet rood voor zijn ogen dat Lukkassen een crowdfunding ‘mag houden’ op VoordeKunst.nl of ‘Iedereen met een andere mening dan de auteur wordt gezien als ‘rechts-radicaal’ of complotdenker’. De paradox is dat het onmogelijk is om bij dit artikel te reageren, terwijl ik afgelopen dagen wel allerlei mensen op mijn blog kreeg die hun mening konden geven. Tot en met scheldpartijen aan toe die ik heb verwijderd. Dat hoort er allemaal bij op sociale media. Maar de essentie is dat naar mijn idee mijn kritiek op voordekunst werd vertekend door De Nieuwe Zuil. Ik heb onderstaande reactie gestuurd naar De Nieuwe Zuil, maar omdat ik niet zeker weet of die geplaatst wordt geef ik het hier weer. Opmerkelijk is trouwens dat een organisatie die van zichzelf zegt mensen te willen verbinden zich De Nieuwe Zuil noemt. Het lijkt niet ironisch bedoeld:

In een artikel van 22 juni over Sid Lukkassen verwijst Bart Reijmerink van De Nieuwe Zuil naar een stuk van me op mijn blog George Knight. Dat is prima.

Jammer alleen dat er geen mogelijkheid tot reactie mogelijk is. Zodat ik bij het artikel niet kan reageren of mogelijke misverstanden kan ophelderen. Ik bied die mogelijkheid op mijn blog wel. Die ontbrekende optie staat haaks op het pleidooi uit het artikel dat zegt een gesprek tussen links en rechts te willen ondersteunen. Als dat echter praktisch onmogelijk blijkt, dan is de vraag wat die openheid die De Nieuwe Zuil zegt na te streven in werkelijkheid waard is.

De kern van mijn kritiek geeft u naar mijn idee verkeerd weer. Het gaat me niet om Lukkassen, maar om voordekunst. Of ik het met de ideeën van Lukkassen eens ben is dan ook niet waar het om gaat. Het gaat erom dat ik het niet met voordekunst eens ben om iemand als Lukkassen een platform te bieden. Via mijn stuk wilde ik daarover een debat opstarten. Ook gezien uw artikel lijkt dat aardig gelukt.

Ik weet hoe voordekunst opereert en vind het een prima site. Graag wil ik dat dat zo blijft. Politisering ervan zie ik als een bedreiging. Van welke kant die ook komt. Ook een beleid waarbij verdieping ingewisseld wordt voor verbreding, en ‘kunst’ voor ‘cultuur’ zie ik als ongewenst. Ik vraag me af of een en ander nog in lijn is met de voorwaarden waaronder voordekunst ooit werd gestart. In een uitwisseling van e-mails met Max van voordekunst heb ik mijn bezwaren uiteengezet. Ze zijn op mijn blog te lezen. Die kritiek staat los van Lukkassen. Hem valt dat beleid van voordekunst niet te verwijten. Zijn pitch was alleen de aanleiding.

Laat ik het anders zeggen, Lukkassen is voor het doorgaan van zijn project niet afhankelijk van voordekunst. Zo schat ik dat in. Hij heeft talloze politieke medestanders en heeft toegang tot platforms en sociale media waar hij zijn opinies geeft. Voor de meeste kunstenaars ligt dat anders, zij hebben niet die opties die Lukkassen heeft. Mijn interventie is dan ook bedoeld om het op te nemen voor de kunstenaars die alleen voordekunst hebben om een project van de grond te tillen.

Verder valt nog te melden dat het onjuist is dat ik iedereen met een andere mening dan de mijne zie als rechts-radicaal of complotdenker. Ik zie alleen rechts-radicalen en complotdenkers als zodanig. Als iemand als Lukkassen die regelmatig deelneemt aan discussies op Café Weltschmerz dat zoveel ruimte geeft aan complotdenkers en daar rechts-radicale of alt-right meningen verkondigt niet meer rechts-radicaal genoemd mag worden, dan weet ik niet wie nog wel zo genoemd mag worden. Let wel: ik gebruik niet de term extreem-rechts, maar de minder beladen term radicaal-rechts.

Vermoedelijk is het misverstand ontstaan doordat Lukkassen in zijn pitch verwijst naar links of progressieve opiniemakers als Maarten Boudry of Arno Wellens. Mijn kritiek daarop was dat deze personen niet links of progressief zijn. Het was naar mijn idee verstandiger geweest als Lukkassen deze personen anders dan als links of progressief had gekarakteriseerd.

Ik gun Lukkassen een succesvolle crowdsourcing en hoop dat hij zijn project van de grond tilt. Hij heeft evenveel recht als ieder andere politieke activist of opinieleider om vanuit zijn perspectief zijn opinies over maatschappelijke en politieke vraagstukken te geven. Ik zie hem alleen niet als kunstenaar die kunst maakt en zette daarom vraagtekens bij zijn pitch op voordekunst.

Hopelijk kunt u deze toevoeging invoegen in het artikel waarin u naar mij verwijst. Als eerste stap op weg naar vrijheid van meningsuiting, een open debat en een eind aan de censuur. Te beginnen op De Nieuwe Zuil.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelLaten we eindelijk weer eens een gesprek hebben!’ van Bart Reijmerink op De Nieuwe Zuil, 22 juni 2019.

Advertenties

Sid Lukkassen pitcht project op ‘voordekunst’. Hij heeft er niks te zoeken, want is geen kunstenaar noch werkt in de creatieve sector

with 21 comments

De rechtse VVD’er Sid Lukkassen, filosoof en opinieleider die onder meer op de radicaal-rechtse nieuwssite Café Weltschmerz vaak in gesprek gaat met complotdenkers is een crowdfundingsactie op ‘voordekunst’ begonnen voor een brievenboek. ‘Voordekunst’ is een platform voor crowdfunding in de creatieve sector.

Het bezwaar tegen de aanwezigheid van dit project van Lukkassen op ‘voordekunst’ is niet dat Sid Lukkassen zijn wel of niet vermeende vriendschap met het onlangs teruggetreden kamerlid van GroenLinks Zihni Özdil gebruikt om GL-fractievoorzitter Jesse Klaver zwart te maken. Het bezwaar is evenmin dat Lukkassen de zaken verkeerd voorstelt en bijvoorbeeld de filosoof Maarten Boudry die aan het project meedoet als ‘links’ of ‘progressief’ voorstelt, terwijl Boudry eerder een fake expert en ‘rechtse’ complotdenker in vermomming is die in NRC volop ruimte krijgt om bizarre en weinig deskundige opmerkingen te maken over de vermeende ondoelmatigheid van het cordon sanitaire van rechtse partijen of de klimaatproblematiek. Arno Wellens en Ancilla van de Leest zijn evenmin ‘links’ te noemen, zoals Lukkassen claimt. Het bezwaar is evenmin de ongeloofwaardigheid en onwaarachtigheid van het project dat onder het mom van verbinding van links en rechts een rechtse agenda probeert door te voeren. Het bezwaar is evenmin dat Lukkassen in zijn uitingen een rechtse agenda voert, ook als hij er pseudo-objectief vermeend ‘linkse’ of ‘progressieve’ denkers bij betrekt.

Het bezwaar tegen deze crowdfunding van Lukkassen is simpeler dat dat. Hij heeft vanuit zijn beroepspraktijk niets met kunst of de creatieve sector te maken. Weliswaar zijn termen als ‘creatieve sector’ of ‘kunst’ breed te interpreteren, maar één ding staat als een paal boven water, Lukkassen is geen kunstenaar of iemand die werkzaam is in de creatieve sector. De vraag hoe het mogelijk is dat hij dit project op ‘voordekunst’ kan pitchen is daarom een vraag naar de voorwaarden van en de grenzen aan ‘voordekunst’. Dit blog is een breed platform waarop linkse en rechtse kunstenaars of werkenden in de creatieve sector hun projecten kunnen pitchen. Maar het is ongewenst als het ruimte biedt aan politici of opinieleiders die geen kunstenaar zijn of in de creatieve sector werkzaam zijn. Dat bezoedelt de open sfeer van ‘voor de kunst’ en is branchevervaging.

Daarnaast heeft Lukkassen contacten genoeg in de radicaal-rechtse en rechts-populistische politiek en media om geld te werven. Contacten die kunstenaars niet hebben. Lukkassen is op ‘voordekunst’ niet op zijn plaats.

Foto 1: Schermafbeelding van deel pitch door Sid Lukkassen van zijn projectSteun democratische gewetensvorming: ‘links’ en ‘rechts’ in dialoog!’ op ‘voordekunst’.

Foto 2: Schermafbeelding van pagina (‘over ons’) ‘Voordekunst is hét platform voor crowdfunding in de creatieve sector’.

Kunstuitleen Utrecht haakt af voor tijdelijke exploitatie Oud Amelisweerd. College onderzoekt versoepeling randvoorwaarden

with one comment

Het Utrechtse college blijft worstelen met het vinden van een exploitant voor landhuis Oud Amelisweerd. Dit rijksmonument met antiek Chinees behang is eigendom van Utrecht. In 2018 ging de Stichting Museum Oud Amelisweerd failliet. Daarna ging het gemeentebestuur op zoek naar een tijdelijke huurder voor hooguit twee jaar. Volgens het gemeentebestuur is dat in afwachting van een definitieve exploitant die aangewezen zal worden na een procedure waarin voor het eerst dieper ingegaan wordt op de mogelijkheden en optimale bestemming van het landhuis. Een museale bestemming lijkt op dit moment nog steeds het uitgangspunt.

De beoogde tijdelijke exploitant, de Kunstuitleen Utrecht heeft definitief afgezegd vanwege de hoge kosten en logistieke beperkingen van het landhuis. Dat blijkt uit een brief van 12 maart 2019 van wethouder Anke Klein aan de gemeenteraad. Ook de tweede kandidaat, de LOA-groep van ex-vrijwilligers van het voormalige Museum Oud Amelisweerd trekt zich terug vanwege de voorwaarden die als te beperkend worden ervaren.

De brief concludeert: ‘Dit betekent dat uit de selectieprocedure zoals gestart in november, geen tijdelijke huurder naar voren is gekomen. Wij ronden deze procedure nu af. Wij hebben besloten om op dit moment voor het pand een actieve leegstandsbeheerder aan te stellen. Deze beheerder krijgt de opdracht om maatschappelijke initiatieven via pop-up activiteiten te faciliteren, waardoor beperkte openstelling voor het publiek mogelijk blijft.’ De LOA-groep wordt nadrukkelijk uitgenodigd om activiteiten te organiseren.

Wethouder Klein en Culturele Zaken van de gemeente Utrecht hebben besloten om voor het rijksmonument een beheerder aan te stellen die de opdracht krijgt ‘om maatschappelijke initiatieven via pop-up activiteiten te faciliteren’. Wat dat programmatisch en praktisch betekent is onduidelijk. Uit de brief blijkt dat een subsidie van € 75.000 en gederfde huurinkomsten van € 30.000 (inclusief lagere service- en facilitaire kosten) leiden tot een kostenplaatje van totaal € 105.000 per jaar. Over programmering of de inhoudelijk voorwaarden voor openstelling laat de brief zich niet uit. Het gaat uitsluitend om de toelichting van een bestuurlijke procedure.

Het venijn van de brief zit in de staart als het zegt: ‘Tijdens de periode van actief leegstandsbeheer gaan wij door met het onderzoek naar mogelijke aanpassingen aan het pand en/of het bestemmingsplan zodat de gebruiksmogelijkheden van het pand worden vergroot en de kansen op het vinden van een definitieve gebruiker toenemen.’ Wat die aanpassingen inhouden is onduidelijk. Des te meer omdat de gemeente Utrecht in het verleden het casco en het interieur al optimaal, om niet te zeggen voorbeeldig heeft hersteld en de Stichting MOA het landhuis daarna museaal optimaal heeft ingericht. Ofwel, de gebruiksmogelijkheden van het pand zijn al optimaal en kunnen niet meer vergroot worden. Het enige wat deze passage kan betekenen is dat er door het Utrechtse gemeentebestuur bij de RCE (Rijksdienst Cultureel Erfgoed) toestemming wordt gezocht om het antieke Chinese behang uit dit rijksmonument te verwijderen en elders onder te brengen. Of als dit een brug te ver is omdat het immers om een rijksmonument gaat waarvan het interieur onlosmakelijk onderdeel is om de voorwaarden voor het klimaatsysteem zodanig te versoepelen zodat door minder goede conservering en bescherming van het antieke Chinese behang de exploitatie goedkoper en makkelijker wordt.

Het idee is dan dat een exploitant makkelijker te vinden is. In een commentaar van 20 februari 2019 zei ik: ‘Er is sinds 2010 niets veranderd in het denken over cultureel erfgoed. Het enige motief voor een beslissing over de verhuizing van het Chinese behang is politiek. Anders gezegd, de deskundigen op het gebied van erfgoed zullen niet anders dan in 2010 denken, namelijk dat het historisch behang ‘in situ’ de waarde ervan optimaal dient. Maar de bestuurders van toen die dat idee ondersteunden worden wellicht met terugwerkende kracht overruled door de bestuurders van nu die beseffen dat de randvoorwaarden voor een middelgroot museum in een landhuis met kwetsbaar antiek behang zeer lastig, om niet te zeggen onmogelijk zijn.

Wat toont deze brief aan en welke richting valt eruit te lezen? Het lijkt duidelijk dat het Utrechtse college zich acht jaar na 2011 nog steeds niet goed raad weet met de bestemming van Oud Amelisweerd. Zelfs het vinden van een tijdelijke exploitant lukt niet, zoals het afhaken van de Kunstuitleen Utrecht aantoont. Het college lijkt in te zetten op versoepeling van de voorwaarden, hoewel dat lastig is omdat de gebruikersmogelijkheden onlosmakelijk aan dit rijksmonument en de museale inrichting ervan zijn verbonden. Dat is de weg die een vorig Utrechts gemeentebestuur in 2012 ondanks herhaalde en ernstige waarschuwingen voor de te zware randvoorwaarden en door forse investeringen willen en wetens heeft ingezet. Als het bestuurlijk zorgvuldig wil handelen, dan kan het huidige college daar om economische redenen niet eenzijdig afstand van nemen.

Positief is dat de brief aangeeft na te denken over de toekomst van Oud Amelisweerd en ‘de kaders voor de permanente invulling vóór de zomer’ voor te leggen aan de raad. Dan kan eindelijk het inhoudelijk debat in de raad starten over welk soort museum voor deze kwetsbare en excentrieke plek haalbaar en gewenst is.

Foto’s: Schermafbeelding van briefRaadsbrief Selectie tijdelijke exploitatie Landhuis Oud Amelisweerd afgerond’ van wethouder Anke Klein aan de gemeenteraad van Utrecht, 12 maart 2019.

Wethouder Utrecht zegt onderzoek toe om antiek Chinees behang uit landhuis Oud-Amelisweerd te verwijderen. Is dat realistisch?

with 6 comments

Op 23 januari 2019 stelde het Utrechtse raadslid Ellen Bijsterbosch (D66) raadsvragen aan wethouder Anke Klein (D66) over landhuis Oud-Amelisweerd waarbij ze vroeg om te verkennen of het antieke Chinese behang verwijderd kan worden om elders ondergebracht te worden. Op 19 februari 2019 heeft Klein geantwoord.

Het antwoord van de wethouder bevat een raadselachtige passage als het beweert: ‘De keuze voor dit klimaatsysteem is vier jaar geleden expliciet gemaakt met de komst van MOA.’ Dat is 2015, terwijl het MOA officieel op 21 maart 2014 opende nadat het na een verbouwing geschikt was gemaakt voor een museale bestemming. In jaarrekening 2013 van het MOA valt te lezen: ‘In 2013 is verder gewerkt aan de restauratie en herbestemming van landhuis Oud Amelisweerd tot MOA IMuseum Oud Amelisweerd’ en ‘Eind november werd de voltooiing van de restauratie van het Chinees behang gevierd met een feestelijk programma’. In november 2013 werd de voltooiing van de restauratie van het Chinees behang feestelijk gevierd, terwijl wethouder Klein in haar antwoord aan Ellen Bijsterbosch beweert dat pas in 2015 ‘expliciet’ werd gekozen voor het principe van ‘conservation heating’. Het MOA ontving al in maart 2014 bezoekers.

Uit de haalbaarheidsstudie De Weg der Weegen valt af te leiden dat al eind 2010 bekend was dat in voorjaar 2011 waarschijnlijk een klimaatinstallatie zou worden geïnstalleerd volgens het principe van ‘conservation heating’. Het draait om dit beginsel van ‘conservation heating’ (dat in het antwoord ‘conservational heating’ wordt genoemd) waarover ik in een commentaar van 13 december 2010 het onderstaande schreef en wat in het citaat precies bedoeld wordt met ‘expliciet’. Als dat een term is die bedoelt te zeggen dat formeel-bestuurlijk pas in 2015 gekozen werd voor een klimaatsysteem dat uitging van het principe van ‘conservation heating’ dan is het gebruik ervan in het antwoord verwarrend omdat het de suggestie wekt dat voor 2015 dat principe niet werd gevolgd of uitgangspunt zou zijn voor het klimaatsysteem. Maar als randvoorwaarde was ‘conservation heating’ vanaf 2010 publiekelijk bekend voor de klimaatbeheersing in het landhuis.

In haar antwoord zegt wethouder Klein bereid te zijn om de verhuizing van het antieke Chinese behang naar een andere locatie te onderzoeken en daar ook in gesprek over te zullen gaan met het Centraal Museum. Wat zo’n onderzoek precies betekent en omvat is onduidelijk, maar zou kunnen bestaan uit het administratief raadplegen van een publicatie van het RCE over historisch papierbehang dat zegt: ‘Oud behang versterkt de beleving van authenticiteit in het interi­eur van een historisch gebouw. Sommige behangsels zijn inmid­dels uiterst zeldzaam. Behang verschaft bovendien kennis van het soort vertrek en de inrichting, de modernisering ervan, de heer­sende mode, en de persoonlijke smaak en financiële draagkracht van de bewoners.

Er is sinds 2010 niets veranderd in het denken over cultureel erfgoed. Het enige motief voor een beslissing over de verhuizing van het Chinese behang is politiek. Anders gezegd, de deskundigen op het gebied van erfgoed zullen niet anders dan in 2010 denken, namelijk dat het historisch behang ‘in situ’ de waarde ervan optimaal dient. Maar de bestuurders van toen die dat idee ondersteunden worden wellicht met terugwerkende kracht overruled door de bestuurders van nu die beseffen dat de randvoorwaarden voor een middelgroot museum in een landhuis met kwetsbaar antiek behang zeer lastig, om niet te zeggen onmogelijk zijn.

De Stichtse politiek is in 2011 met de keuze voor exploitant Stichting MOA voor Oud-Amelisweerd een doodlopende weg ingeslagen en lijkt nu pas tot het volle besef te komen wat dat inhoudt. Het bezint zich nu op een list. Maar het is een merkwaardige list die bedrieglijk aanvoelt als het met veel expertise, energie, geld en betrokkenheid gerestaureerde antieke Chinese behang alsnog zou moeten verhuizen naar een andere locatie. Waarom is die beslissing niet in 2011 genomen en in de haalbaarheidsstudie van 2010 voorgesteld? Maar die haalbaarheidsstudie kiest juist expliciet voor behoud: ‘De aanwezigheid van de antieke (Chinese) behangsels vormt een belangrijke factor waarmee rekening moet worden gehouden in het gebruik. Het behang is onlosmakelijk verbonden met het landhuis en dient goed geconserveerd en beschermd te worden (ook tegen extra licht en warmte van lampen). De verantwoordelijkheid en deskundigheid ten aanzien hiervan ligt hier bij het Centraal Museum. De behangsels hebben een hoge, onvervangbare educatieve en esthetische waarde. Ze zeggen iets over de plek waar ze definitief zijn geplaatst, te weten het park, het bos en het huis.

Foto 1: Schermafbeelding van deel BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2019, NUMMER 13 door wethouder Anke Klein, gemeenteraad Utrecht, 19 februari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarOnderzoek Armando Museum roept vragen op’ van George Knight, 13 december 2010.

Antwoorden over Oud-Amelisweerd pleiten voor Chinahuis

with 3 comments

Schriftelijke vragen van de VVD’er Jesper Rijpma over Museum Oud-Amelisweerd zijn beantwoord. De antwoorden van het College benadrukken het belang van het Chinese behang en de contacten daarover met Chinese overheden en bedrijven. Het perspectief dat door de vragen heenschemert komt neer op een pleidooi voor de oprichting van een Museum voor Chinoiserie zoals dat ook hier een half jaar geleden werd bepleit.

Eerder al hield de bestuursvoorzitter van de Stichting Museum Oud-Amelisweerd James van Lidth de Jeude op de RIA over Oud-Amelisweerd van 31 januari 2012 een betoog dat het belang van de China voor onder meer de fondsenwerving aanprees. Zijn argumentatie kwam toen uit bij de economische relatie met China. Alsof-ie een Museum voor Chinoiserie toejuichte. De provincie Utrecht kent een jumelage met de provincie Guangdong en op Chinees regeringsniveau lijkt Oud-Amelisweerd prominent in beeld. Zoals de antwoorden suggereren.

Waar laat die aandacht voor China, de economische kracht van de Chinezen en de mogelijkheden tot internationale samenwerking tussen Nederland en China de Armando Collectie? Sinds 2010 is het belang van Armando geleidelijk afgeschaald. Wat eerst een Armando Museum zou worden, werd toen een Museum dat de Armando Collectie huisvestte en draagt nu het perspectief in zich van een museum dat het bestaansrecht aan China ontleend. Tot nu toe is het Museum Oud-Amelisweerd gevoed vanuit het Armando Museum Bureau. Maar een ander inhoudelijk accent vraagt om andere expertise die beter bij dat nieuwe accent past.

Hopelijk zijn de antwoorden voor de Utrechtse raad aanleiding om te doen waar het tot nu toe niet aan toegekomen is. Namelijk verzoeken om een debat over de bestemming van Oud-Amelisweerd. Sinds 2010 is er door vele partijen zakelijk en zinvol gepraat over de voorwaarden waaronder een Museum Oud-Amelisweerd kan functioneren. Dat staat. Binnen die contouren is het nu tijd om over de bestemming te praten. De Stichting Museum Oud-Amelisweerd biedt door de gekozen open opzet zicht op de mogelijkheid dat Museum Oud-Amelisweerd eenduidig kiest voor China en een duidelijk profiel als Chinahuis krijgt.

Resterende vragen over het klimaat en de reserves worden flets beantwoord. Door de plannenmakers is tot nu toe ontkend dat het museum vanwege de vorst gesloten zou worden. Nu wordt erkend dat bij vorstdagen activiteiten naar het koetshuis worden verplaatst. Dat eerst ontkennen tegen beter weten in en nu toegeven maakt geen professionele indruk. Het vraagt om een nieuwe doorrekening die denkt in de richting van kleinschaligheid. De bewering dat de organisatie ‘ernaar streeft om vanaf het eerste jaar een reserve te gaan opbouwen’ is een cirkelredenering. Juist een organisatie die financieel krap zit kan geen reserve opbouwen.

Foto: Keramiek uit Shiwan-Foshan in de Chinese provincie Guangdong

Rapport Armando Museum

with 7 comments

PUBLIEKSVERSIE

Update 1 november 2011: Pas 11 maanden na publicatie en op uitdrukkelijk verzoek van de Amersfoortse raad is de volledige versie openbaar gemaakt. Deze valt hier te lezen. Echter zonder alle bijlagen, zoals Bijlage 3. Bestuursopdracht Edwin Jacobs

Inhoudsopgave

Samenvatting en conclusies

Inleiding

1. Inhoudelijke verkenning

2. Ruimtelijke verkenning

 

Samenvatting en conclusies

Voor u ligt het haalbaarheidsonderzoek naar een herhuisvesting van het Armando Museum in Landhuis Oud Amelisweerd. Tussen 5 en 26 november heeft zich een bijzonder inspirerende weg afgetekend naar een nieuw Armando Museum in Oud Amelisweerd.

In deze samenvatting delen wij graag onze belangrijkste conclusies met u.

De Gemeente Utrecht heeft de wens uitgesproken om te kiezen voor een publiekstoegankelijk landhuis. Hierbij is, in de visie van de Gemeente, behoud van belang maar dit staat in dienst van publiekstoegankelijkheid. Waardes van Oud Amelisweerd (landhuis en koetshuis), collectie Chinese behangsels en tuin dienen in balans te worden gebracht met de bestemming. De Gemeente heeft in een eerder stadium aangegeven te streven naar museale openstelling in combinatie met gedeeltelijke ontvangst/vergaderruimte, (besloten) horecagelegenheden en een publieks/ bezoekerscentrum.

Het eeuwenoude landhuis kan met het Armando Museum een duurzame en passende bestemming krijgen. Hiermee eindigt een jarenlang proces van slechts tijdelijke openstelling van Oud Amelisweerd.

De waardes en de behoeften die zowel het ensemble (landhuis, interieur, en landgoed) als het Armando Museum en haar collecties bepalen, sluiten op elkaar aan. Het landhuis vraagt om een kalme bestemming, passend bij aard en karakter. Het Armando Museum is vanuit haar aard en thematiek een dergelijke bestemming. Het plan voor het Armando Museum in Oud Amelisweerd gaat uit van een samenspel van de Armando Collectie met de bestaande context van het monumentale landhuis inclusief de aanwezige behangcollectie, het koetshuis en de directe omgeving. Randvoorwaarden van landhuis en museum zijn met onder meer behulp van Collectie Risico Management en Agenda 22 goed op elkaar af te stemmen.

Het samenspel tussen natuur en cultuur dat besloten ligt in landgoed Oud Amelisweerd is eveneens de intrinsieke waarde van het werk van Armando. Hier ligt een inspirerende mogelijkheid voor de ontwikkeling van het bezoekerscentrum van Oud Amelisweerd als centrum voor natuur- en cultuureducatie.

Niet alleen het Armando Museum dat op zoek is naar een nieuwe locatie en Oud Amelisweerd dat op zoek is naar een passende wijze van openstelling zijn hierbij gebaat. Deze combinatie is ook een stap op de weg naar meer provinciale samenwerking en een provinciale museale en erfgoed infrastructuur.

De vestiging van het Armando Museum in Oud Amelisweerd is een belangrijke bijdrage aan de ambities van Utrecht in het licht van de Vrede van Utrecht in 2013 en Utrecht Culturele Hoofdstad van Europa in 2018.

Wanneer betrokken overheden en instellingen zich aan dit initiatief committeren, kan overgegaan worden tot de definitiefase waarin een ondernemings- en huisvestingsplan kan worden opgesteld. Op basis hiervan kan een definitief go/no go besluit worden genomen.

Inleiding

Het Armando Museum was tot de brand van 3 jaar geleden gehuisvest in de Elleboogkerk in Amersfoort. In afwachting van renovatie van de Elleboogkerk is het Armando Museum tijdelijk ondergebracht in het Rietveldpaviljoen De Zonnehof. De Elleboogkerk is eigendom van de gemeente Amersfoort. De financiering van de renovatie is rond; het wachten is op een besluit van de gemeente om de renovatie daadwerkelijk in gang te zetten. Het Armando Museum maakt deel uit van de Amersfoortse museumstichting Amersfoort in C. De privé-collectie van Armando is in bruikleen gegeven bij een speciaal daartoe opgerichte Armando Stichting. De Armando Stichting heeft dit bruikleen doorgeven aan het Armando Museum. De Armando Stichting heeft contractuele afspraken met de Gemeente Amersfoort om de Armando Collectie als één geheel te presenteren in Amersfoort.

Onder druk van de bezuinigingen overweegt de gemeente Amersfoort het Armando Museum niet meer te huisvesten in de Elleboogkerk. Omdat naar het oordeel van de besturen van Amersfoort in C en de Armando Stichting de gemeente Amersfoort dan geen adequate alternatieven te bieden heeft voor museale presentatie van de Armando Collectie in Amersfoort, oriënteren deze organisaties zich op provinciaal niveau of alternatieve huisvesting van het Armando Museum mogelijk is en museale synergie te bereiken valt door samenwerking met het Centraal Museum en provincie en stad Utrecht.

Gemeente Utrecht en het Centraal Museum, dienstonderdeel van de gemeente Utrecht, hebben een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor een publieksbestemming voor landhuis Oud Amelisweerd. Daartoe is ook een bestuursopdracht verstrekt aan het Centraal Museum. Uitgangspunt daarbij is liever honderd jaar behoud bij een publiekstoegankelijk huis dan vierhonderd jaar behoud van een gesloten huis. Een eerste oriëntatie vanuit Amersfoort in C en het Centraal Museum heeft uitgewezen dat het Armando Museum mogelijk de passende bestemming voor landhuis Oud Amelisweerd kan zijn. Deze mogelijkheid zou de gemeente Amersfoort kunnen ontslaan van de verplichting de Elleboogkerk als museum te herbouwen en toch aan de contractuele verplichtingen met de Armando Stichting tegemoet te komen. Ook kan op deze wijze mogelijk substantieel worden bijdragen aan de bezuinigingsdoelstelling die Amersfoort in C voor de komende jaren wordt opgelegd.

De gemeente Amersfoort heeft aangegeven de besluitvorming over renovatie van de Elleboogkerk en daarmee samenhangend de toekomst van het Armando Museum te willen aanhouden tot uitvoering is gegeven aan een onderzoek waarmee de wenselijkheid en haalbaarheid van herhuisvesting van het Armando Museum in Oud Amelisweerd kan worden beoordeeld. De gemeente Amersfoort heeft de besluitvorming over de Elleboogkerk opgeschort tot 1 december aanstaande.

In de periode 5 november tot 1 december 2010 is uitvoering gegeven aan een  haalbaarheids- onderzoek naar mogelijke herhuisvesting van het Armando Museum in landhuis Oud Amelisweerd. In deze rapportage worden de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek gepresenteerd. De rapportage bevat een eerste uitwerking van de conceptuele, ruimtelijke en organisatorische aspecten van herhuisvesting van het Armando Museum in landhuis Oud Amelisweerd. Deze mogelijke herhuisvesting wordt daarbij geplaatst in de context van verdergaande museale samenwerking, niet alleen tussen de musea in Utrecht en Amersfoort, maar ook in provinciaal perspectief.

Het haalbaarheidsonderzoek is uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van Amersfoort in C. Een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van alle direct betrokken partijen heeft in zeer korte tijd de nodige inzichten boven tafel gebracht. Daarbij is ingezoomd op belangrijke vragen als:

–  is het Armando Museum een passende bestemming voor het landhuis?

–  Leent het landhuis zich voor een museale presentatie van de Armando Collectie?

–  Welke investeringen moeten worden gedaan en hoe kunnen die worden gefinancierd?

–  Is er zicht op gezonde exploitatie op termijn?

–  Welke middelen zijn nodig om een overgangsperiode te financieren en in welke mate zijn partijen bereid daaraan bij te dragen?

Aan de werkgroep hebben de volgende personen deelgenomen:

–  Gemeente Utrecht.

–  Gemeente Amersfoort.

–  Provincie Utrecht.

–  Armando Stichting.

–  Amersfoort in C

Het haalbaarheidsonderzoek betreft een verkenning van een mogelijke herhuisvesting. In termen van planontwikkeling gaat het hierbij om de initiatieffase, waarbij de mogelijkheden worden verkend en een plan op hoofdlijnen wordt gemaakt. Op basis van deze inzichten kan nog geen definitief go/no go besluit worden genomen. Wel kan worden vastgesteld of het plan op draagvlak kan rekenen bij direct betrokken partijen en of zij bereid zijn medewerking te verlenen aan de volgende fase van planontwikkeling: de definitiefase. In de definitiefase zal een concreet ondernemingsplan en daarmee samenhangend huisvestingsplan worden opgesteld, aan de hand waarvan een definitief go/no go besluit kan worden genomen.

1. Inhoudelijke verkenning

Armando Museum in Oud Amelisweerd en Museale samenwerking in provinciaal perspectief

Tussen Amersfoort en Utrecht bevindt zich de Amersfoortse weg, beter bekend als de N237.  De weg van Amersfoort naar Utrecht werd tussen 1647 – 1656 aangelegd door Jacob van Campen. Het was destijds de breedste weg van ons land en werd dan ook de ‘wegh der weegen’ genoemd. De elf kilometer lange weg over de uitgestrekte heide tussen Amersfoort en Utrecht was opgezet volgens het klassieke ideaal dat in de Gouden Eeuw opgang maakte in de Republiek. De lijnrechte weg had een monumentaal karakter, bedoeld voor de aanleg van buitenplaatsen voor de stedelijke elite. De ‘weg der weeghen’ die Amersfoort en Utrecht met elkaar verbindt, een weg die buitenplaatsen en steden met elkaar verbindt staat symbool voor de weg, die in onderstaand stuk wordt beschreven.

Utrecht is de vijfde monumentenstad van Nederland. Via de monumenten ontdekken vele toeristen de musea van Utrecht.  Gezamenlijk zijn zij de zichtbare dragers van de stadshistorie: zij verbinden kennis en cultuur daadwerkelijk met elkaar. Maar de ontdekking van de veelzijdige diamant Utrecht houdt niet op bij de grenzen van de stad. Zij gaat verder in de landschappen die de stad omringen én de monumenten die zich in dit landschap bevinden. Eeuwenoude zichtassen verbinden de stad en het landschap via de monumenten die begin en eind van de zichtas uitmaken.

Oud Amelisweerd is hiervan een aansprekend voorbeeld. Vanuit landhuis Amelisweerd loopt een zichtas naar de Domtoren. Ooit stonden de klokken van de Domtoren en Oud Amelisweerd gelijk. Herbestemming van Oud Amelisweerd voor het Armando Museum biedt zicht op een nieuwe aansprekende verbinding tussen stad en landschap. Daarnaast betekent het een bijzondere versterking van het museale aanbod in stad en provincie.

Het Armando Museum in Oud Amelisweerd

Het Armando Museum is een specialistisch museum, evenals de andere veertien musea van Utrecht. Het is een uniek museum van een excellente kwaliteit, dat bezoekers uit binnen- en buitenland trekt. Het beheert, behoudt en exposeert het werk van beeldend kunstenaar Armando (Amsterdam, 1929), die behoort tot Nederlandse meest vermaarde kunstenaars van na WO II.  Evenals Gerrit Rietveld werkt Armando vanuit een puur individuele noodzaak. Net als Rietveld echter voelt Armando de tijdgeest bijzonder goed aan. Beiden werden daarmee tot vormgever van het na-oorlogse kunstlandschap. Rietveld en Armando overstegen en overstijgen hun tijd in een oeuvre met een internationale reikwijdte en betekenis.

Het werk van Armando bevindt zich in talrijke musea en belangrijke particuliere en bedrijfscollecties in binnen- en buitenland. Het Armando Museum is het enige museum in Nederland voor een nog levende kunstenaar. Een kunstenaar bovendien, wiens werk nauw verbonden is met de geschiedenis en het  landschap van de provincie Utrecht. Deze geschiedenis en dit landschap transformeert hij in kunstuitingen met een grote eigenheid en esthetische kwaliteit. Door Armando’s bewerking krijgen lokale gebeurtenissen een universele en existentiële lading. De anekdote wordt  verheven tot een voor een divers publiek universeel herkenbaar verhaal.

Huis, tuin en collectie vormen inspirerend Gesamtkunstwerk

Zoals Oud Amelisweerd huis, interieur en tuin verbindt tot een Gesamtkunstwerk verbindt het Armando Museum alle disciplines van Armando met elkaar. Armando is een van de weinige homines universales van onze tijd. Hij is een Gesamtkunstenaar in de klassieke (romantische) zin van het woord. In zijn oeuvre streeft Armando naar een ideaal samenspel van alle kunstvormen waarin hij werkt. Zijn literaire en journalistieke teksten, zijn schilderijen, beeldhouwwerken, keramiek, tekeningen, theaterwerk, films en muziek hebben één grondtoon.  Zoals het landhuis Oud Amelisweerd inspiratie uit het Oosten en het Westen met elkaar verbindt in één harmonisch samenspel verbindt het Armando Museum het werk van Armando met zijn inspiratiebronnen in één museaal programma. De collectie Afrikaanse beelden van de Ivoorkust, de collectie Werken op papier (waaronder een grote verzameling outsider art), en de documentaire collectie (waaronder een grote verzameling literatuurgeschiedschrijving en kunstboeken) maken op termijn deel uit van de collectie van het museum. Tenslotte verbindt het werk van Armando evenals huis en tuin van Oud Amelisweerd, zowel inhoudelijk als fysiek landschap en kunst, ‘binnen- en buitenwerelden’ met elkaar. Armando was de eerste kunstenaar in Nederland die betekenis toekende aan het landschap. Deze betekenis past naadloos op de collecties die Oud Amelisweerd verbindt en de plek die het huis inneemt in het landschap.

Armando Museum en het Centraal Museum

De komst van het Armando Museum naar Utrecht biedt op de diverse collectie-onderdelen van het Centraal Museum een verrijking en versterking. Met het Armando Museum in Oud Amelisweerd wordt de bijzondere Armando-collectie van het Centraal Museum opgenomen in het grote geheel van het werk van Armando. De Armando Collectie van het Centraal Museum bestaat uit 24 werken van 1953 tot 1988 en is bijeengebracht door één conservator, de Tsjechische vluchtelinge Libuse Brozek. Zij vond in Utrecht een nieuw thuis en in het Centraal Museum een inspirerende werkomgeving. Libuse Brozek kocht Armando aan, evenals andere kunstenaars die op dat moment nog relatief onbekend waren waaronder Marlene Dumas. Brozek bleef Armando trouw tot haar plotselinge dood in 1996. Elk jaar verwierf zij één of meerdere werken voor het Centraal Museum.

De keuze voor het werk van Armando legde mede de basis voor het feit dat de collectie Moderne Kunst van het Centraal Museum tot de beste van Nederland is gaan behoren.  Met haar dood stopte ook de verwerving van het werk van Armando door het Centraal Museum. De komst van de Armando Collectie van Amersfoort naar Utrecht vult de ontbrekende periodes en thema’s in de collectie van het Centraal Museum prachtig aan. Een bruikleen van de Armando Collectie van het Centraal Museum aan het Armando Museum in Oud Amelisweerd is een fascinerende gedacht die inspirerende mogelijkheden biedt voor het veel beter en veelvuldiger zichtbaar maken van deze bijzondere collectie van het Centraal Museum.

Het Centraal Museum beheert ook de collectie van de Stichting Van Baaren Museum. Deze collectie bevat een substantiële hoeveelheid Hollandse en Franse schilderkunst rond het thema landschap, licht en kleur. Deze collectie wordt weerspiegeld in de Armando Collectie waarvan het landschap en haar betekenis de belangrijkste dragers zijn.

Met het Armando Museum komen tevens twee collecties hedendaagse tekeningen naar Utrecht: de collectie tekeningen van Armando zelf van 1953 tot heden en de collectie tekeningen van andere kunstenaars (ruim 300) waaronder een belangrijke verzameling outsider-art. Deze collecties vormen een bijzondere en specifieke aanvulling op c.q. uitbreiding van de collectie hedendaagse tekeningen die het Centraal Museum sinds 2010 beheert.

Armando is een prominente vertegenwoordiger van de Nederlandse avant-garde van de tweede helft van de twintigste eeuw. Samen met collega-kunstenaars Henk Peeters, Jan Schoonhoven, Jan Henderikse, Kees van Bohemen vormde hij de Nederlandse Informele Groep en de Nederlandse NUL-groep (Zero).  Zij legden de basis voor de vernieuwing van de na-oorlogse moderne kunst.  Het Centraal Museum bezit werken van al deze kunstenaars. In de lijn van ZERO werken kunstenaars zoals ondermeer Rob van Koningsbruggen en Joost Baljeu, eveneens vertegenwoordigd in het Centraal Museum. Met de komst van het Armando Museum wordt de bron van deze werken specifieker en zichtbaarder.

Armando Museum en de Vrede van Utrecht 2013

De filosoof Adorno zei: ‘het is barbaars na Auschwitz nog een gedicht te schrijven’. Armando en zijn werk zijn internationaal erkende voorbeelden van het tegendeel. Het is juist de kunst en haar scheppende kracht die het bijzondere vermogen heeft tot verwerking en heling van oorlogservaringen in het persoonlijke leven van de mens. Het werk van Armando verwijst zowel thematisch als in het elementaire karakter van de door hem gebruikte materialen en vormen telkens weer op een nieuw begin. Het werk is symbool voor creativiteit en vernieuwing. Deze vernieuwing is voor de mensheid en de geschiedenis van levensbelang.  De komst van het Armando Museum naar Utrecht geeft daarmee een wezenlijke inhoudelijke en structurele uitdrukking aan het thema en de missie van de Vrede van Utrecht.  Daarnaast is de vestiging van het Armando Museum een duurzame versterking van de culturele infrastructuur voor stad en Provincie.

Armando Museum en Utrecht Europese Culturele Hoofdstad 2018

Een mooie metafoor voor het werk van Armando is een boom. Het is als een boom die geworteld is in de geschiedenis van de provincie Utrecht maar zijn takken uitstrekt ver over de grenzen van stad, provincie en land. Armando’s werk is zeer Europees van karakter. Het vindt zijn voeding in een sterke Europese expressionistische traditie. De vertegenwoordigers hiervan,  waaronder ondermeer Vincent van Gogh, Chaim Soutine, Francis Bacon, Leon Kosoff, Baselitz, Egon Schiele, Ludwig Kirchner, Rembrandt en meer hedendaags Marc Mulders, streven naar een wezenlijke, existentiële en archetypische verbeelding van de mens en zijn geschiedenis. De centrale vraag is ook voor Armando: hoe krijgt kunst betekenis. Het is de Europese geschiedenis  en haar grote thema’s, door Armando op bijzondere wijze beschouwd, die aan dit werk betekenis geeft.

Naast een beschouwer, een ‘beobachter’ van de Europese geschiedenis is Armando een reiziger door Europa. Vele jaren woonde hij in Berlijn en beschreef de stad, haar geschiedenis en haar inwoners. Met ‘Armando uit Berlijn’, de column die Armando jarenlang schreef in NRC Handelsblad schreef hij opnieuw Europese geschiedenis. Het betekende een belangrijke herstel van de culturele relaties tussen Duitsland en Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Onder de titel ‘Voorvallen in de wildernis’ beschreef hij Venetië en Toscane.  Wars van grenzen, oordelen en veroordelen verbindt Armando Europese culturen, geschiedenissen, tradities en mensen met elkaar. De vestiging van het Armando Museum in Utrecht, het museum van het werk van deze Europese kunstenaar bij uitstek, een museum dat gericht is op internationale, uitwisseling en promotie betekent daarmee een versterking van het culturele Europese profiel van de stad en de provincie.

Stad en land in verband

Het Armando Museum als nieuwe bestemming voor Oud Amelisweerd geeft mede betekenis aan kunst en erfgoed in een maaschappelijk-historisch verband. Evenals de  Utrechtse museumfamilie in de stad maakt het Armando Museum in Oud Amelisweerd in het landschap de ontstaansgeschiedenis en het verloop van de Utrechtse samenleving in een Europese en universele context op unieke wijze zichtbaar.

De komst van het Armando Museum naar Utrecht is een concrete stap op weg naar meer synergie in de provinciale erfgoedinfrastructuur. Het is in de eerste plaats een uniek voorbeeld van een samenwerking tussen gemeentelijke en provinciale overheden met het oog op het bereiken van een bijzondere en duurzame omgeving voor de Armando Collectie in samenhang met de langgewenste publieke openstelling van Oud Amelisweerd.  Deze symbiose heeft de potentie om op meerdere terreinen tot meer synergie te komen. Aan de ene kant zijn er kansen gelegen op het gebied van een nauwere samenwerking (Utrechtse Trust) tussen de historische buitenplaatsen: de landhuizen en kastelen met (kunst)collecties in de provincie Utrecht (o.a. Huis Doorn, Kasteel Amerongen, Slot Zuylen). Aan de andere kant is er de kans om vorm te geven aan een op den duur provinciaal museaal beleid en programma. Op de weg naar dit toekomstperspectief zijn diverse punten gelegen.

Museale samenwerking

De musea en kunsthal in Amersfoort bewaren en presenteren samen collecties en een programma rond oude kunst en stadsgeschiedenis, moderne kunst waaronder voor- en naoorlogse abstractie (Mondriaanhuis) en Armando (Armando Museum), hedendaagse kunst en architectuur (KadE). Daarnaast is er nog het Rietveldpaviljoen De Zonnehof.

Het Centraal Museum verenigt al deze collecties in Utrecht in één museum. Een uitwisseling van deze collecties, kennis en cultuur met de collecties, kennis en cultuur van de Amersfoortse musea ligt dan ook voor de hand. Inspirerende voorbeelden zouden kunnen zijn: de collectie kunst uit de tijd van Mondriaan (De Stijl) in relatie tot het Mondriaanhuis, het Rietveldpaviljoen De Zonnehof in relatie tot het Rietveld Schröderhuis, een programma Dubbelstad-manifestaties, zoals een Armando-biënnale in Utrecht en Amersfoort (o.b.v. Armando Collectie Centraal Museum, Armando Museum en de Armando-sculpturen van de Gemeente Amersfoort) of een presentatie Provinciale Geschiedenis (o.b.v. de collecties oude kunst en stadsgeschiedenis van Centraal Museum en Museum Flehite). Een provinciaal curatorenoverleg legt hiervoor de basis.

Naast de samenwerking tussen Amersfoort en Utrecht is het van belang ook de kleinere musea in de provincie hierbij te betrekken. Resultaten van deze samenwerking zijn inspirerende programma’s, meer zichtbaarheid van collecties, een verbreding van het publiek, het bevorderen van herhaalbezoek, een versterking van de individuele musea en niet in de laatste plaats een unieke provinciale profilering gedragen door en ingebed in een provinciaal museumbeleid. Op de langere termijn is de gedachte aan een Provinciaal Museum Utrecht (zoals bijvoorbeeld de Tate-organisatie in Londen of de Smithsonian in Amerika) een inspirerende nader te onderzoeken gedachte.

2. Ruimtelijke verkenning

2.1. Landgoed Amelisweerd

Amelisweerd is een van de drukst bezochte Utrechtse recreatieve voorzieningen en trekt ca 1.5 miljoen bezoekers per jaar. Amelisweerd heeft een hoge cultuurhistorische, recreatieve en ecologische waarde. Het landhuis Oud Amelisweerd gelegen aan de Koningslaan 9 in Bunnik, vormt met het koetshuis en de tuinen een fraai ensemble. Het landhuis is centraal gesitueerd in het Utrechtse landgoederencomplex en ligt prominent aan de Kromme Rijn.

Het landhuis is een opmerkelijk gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een aristocratische buitenplaats uit 1770. Het landhuis bevindt zich voor wat betreft het in- en exterieur nog grotendeels in de oorspronkelijke staat. Op de verdieping zijn nog voldoende aanwijzingen van het oorspronkelijke interieur.  Het landhuis heeft door zijn sinds 1770 gaaf gebleven indeling een hoge monumentale waarde. Deze waarde is nog groter door de aanwezigheid van oorspronkelijke interieurafwerkingen in de kamers op de begane grond, met name het 18e-eeuwse Chinese behang is daarbij van wereldklasse. Twee kamers hebben achttiende-eeuwse linnen behangsels met in olieverf geschilderde pastorale voorstellingen. De twee grootste kamers zijn gedecoreerd met eveneens achttiende-eeuwse zeer kleurrijk beschilderde Chinese papieren behangsels. In de periode 1993 -1998 zijn de linnenbehangsels en het behang van de ‘vogelkamer’ gerestaureerd. Het Chinese behang met het drakenbootfestival en de jachtpartij moet nog gerestaureerd worden. De conservering en restauratie dienen een vervolg te krijgen. In de kamers 1.5 t/m 1.8 bevindt zich het monumentale behang. Kamers 1.3 en 1.4 hebben ook antiek behang.

Het landhuis wordt momenteel gerestaureerd. In het voorjaar wordt een klimaatinstallatie geïnstalleerd. Naar verwachting zal de restauratie tegen de zomer van 2011 zijn afgerond. De tuin rondom het landhuis heeft cultuurhistorische waarde. Momenteel wordt onderzocht hoe de tuin kan worden gerestaureerd.

Het zuidelijk gedeelte van het Koetshuis wordt momenteel verhuurd aan De Veldkeuken, die in het pand een eenvoudig bezoekerscentrum met horecavoorziening exploiteert. Het noordwestelijke huis is recent leeggekomen. Het noordoostelijke huis wordt nog bewoond.

Hoewel landhuis, koetshuis en de tuin gelegen zijn op de gemeentegrond van Bunnik, is de Gemeente Utrecht (dienst Stadsontwikkeling, afdeling Vastgoed) privaatrechtelijk eigenaar van het geheel. De gemeente Utrecht werkt, met inbreng van een groot aantal betrokken partijen, aan een “Toekomstvisie Landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen”. Deze toekomstvisie is niet alleen gericht op behoud en herstel van de bestaande kwaliteiten van de landgoederen maar ook op het ontwikkelen en uitvoeren van nieuwe ideeën die de landgoederen meerwaarde en extra of nieuwe kwaliteiten geven. De Toekomstvisie zal begin 2011 worden vastgesteld. Hierbij moet een verantwoorde balans worden gevonden tussen enerzijds behoud van het erfgoed, het ensemble en de cultuurhistorische waarden, en anderzijds een exploitatie van het vastgoed met een juiste vorm van beheer. De gemeente Utrecht denkt voor het ensemble aan een vorm van museale openstelling in combinatie met gedeeltelijke ontvangst/vergaderruimte, (besloten) horecagelegenheden en een publieks/ bezoekerscentrum. Definitieve keuzen moeten nog worden gemaakt.

2.2. Gebruiksmogelijkheden Oud Amelisweerd

Vanuit de ambtelijke organisatie van de gemeente Utrecht (Culturele Zaken, Monumentenzorg, Vastgoed, Centraal Museum, Projectmanagementbureau) is in het kader van dit haalbaarheidsonderzoek een randvoorwaardennotitie opgesteld. Onder verwijzing naar deze notitie en op basis van de inbreng van het Centraal Museum op het gebied van collectiebeheer kan voor landhuis en koetshuis een aantal voorwaarden aangegeven worden waarbinnen (museaal) gebruik zou kunnen plaatsvinden.

–  Voor het behoud van de waarden van het Landhuis is het van belang dat het huis in de huidige staat behouden blijft, waarbij de relatie met het omringende landschap in stand blijft. Het open karakter en de historische opzet van de tuin kunnen niet worden veranderd.

–  Het verkrijgen van grotere expositieruimtes door bijvoorbeeld ruimtes te koppelen, betekent aantasting van de monumentale gaafheid en is niet gewenst. Hetzelfde geldt voor opdelen van bestaande ruimten met nieuwe tussenwanden. Een nieuwe bestemming voegt zich naar de structuur van het gebouw.

–  De aanwezigheid van de antieke (Chinese) behangsels vormt een belangrijke factor waarmee rekening moet worden gehouden in het gebruik. Het behang is onlosmakelijk verbonden met het landhuis en dient goed geconserveerd en beschermd te worden (ook tegen extra licht en warmte van lampen). De verantwoordelijkheid en deskundigheid ten aanzien hiervan ligt hier bij het Centraal Museum. De behangsels hebben een hoge, onvervangbare educatieve en esthetische waarde. Ze zeggen iets over de plek waar ze definitief zijn geplaatst, te weten het park, het bos en het huis. Het Centraal Museum gaat uit van een constructieve restauratie en bescherming van het behang gericht op toegankelijk maken voor het publiek.

–  Voor het museale binnenklimaat van het landhuis baseert het Centraal Museum haar besluiten op de richtlijnen van Collectie Risico Management (zoals neergelegd in: Klimaatwerk. Richtlijnen voor museaal binnenklimaat, Bart Ankersmit, 2009).  Met CRM  wordt recht gedaan aan zowel de collecties (Chinese behangsels en Armando Collectie), het gebouw en de waarden die in beide besloten liggen. Voortvloeiend uit de keuze van de Gemeente Utrecht voor openstelling van het landhuis staat verantwoorde ontsluiting voor publiek voorop.

–  Ten aanzien van publieksaantallen is ambtelijk als norm meegegeven: maximaal 20 personen begane grond en 20 bovenverdieping tegelijkertijd. In totaal dus 40 personen tegelijkertijd in het landhuis. Uitgaande van een gemiddelde verblijfsduur van 2 uur betekent dit maximaal 160 personen per dag. Bij 300 dagen openstelling ligt er dus een bovengrens van (afgerond) 50.000 bezoekers.

–  De gemeente Utrecht stelt in ‘Agenda 22’ eisen t.a.v. de toegankelijkheid voor mensen met een lichamelijke of psychische beperking. Het is de vraag of aan al deze eisen kan worden voldaan in het landhuis. Om ook de bovenverdiepingen bereikbaar te maken voor gehandicapten zou een liftvoorziening moeten worden aangebracht, hetgeen op gespannen voet staat met de eisen vanuit Monumentzorg. Op dit punt zal nog een creatieve oplossing moeten worden bedacht. Dit geldt voor elke mogelijke publieksbestemming.

–  De zolder is toegankelijk via twee kleine trappen, waardoor een brandweereis voor de groepsgrootte en gebruik geldt. Een nadere uitwerking van de eisen ten aanzien van brandveiligheid wordt nog opgesteld. Hierover wordt nauw contact onderhouden met de brandweer Bunnik. Vooralsnog is door de brandweer aangegeven dat een bezoekersnorm van 40 personen tegelijkertijd adequaat lijkt.

–  Voor een groep van 40 personen is de toiletcapaciteit op dit moment niet voldoende. In het naastgelegen koetshuis kan in aanvullende toiletcapaciteit worden voorzien.

–  In het Koetshuis moet een bezoekerscentrum worden geopend met informatie en educatieve activiteiten die betrekking hebben op het totaal van de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen. Horeca-activiteiten en catering kunnen in het Koetshuis worden gesitueerd. Door herstel van de koetsstalling komt een zaal van 11 x 7 meter ter beschikking voor ontvangsten e.d. en is een verbetering als bezoekerscentrum mogelijk. Dit vergt een wijziging in de bestemming, procedures hiervoor moeten nog in gang worden gezet. Het beoogd gebruik, uit te voeren activiteiten, bezoekersprognoses die hieruit voortkomen mogen niet strijdig zijn met de nog vast te stellen “Toekomstvisie Amelisweerd”.

–   Parkeergelegenheid voor de gasten is beschikbaar op ankerplaats P3 aan de provinciale weg, daarna kan de bezoeker te voet naar het Oud Amelisweerd. Het gaat hier om 144 plaatsen. Dat is toereikend voor normaal museumbezoek. Eventuele bussen kunnen laden en lossen op ankerplaats P3 en vervolgens parkeren op de Uithof. Vandaar wandelt men in 20 minuten naar Oud Amelisweerd.

2.4. Conclusie ruimtelijke inpassing

Het plan voor het Armando Museum in Oud Amelisweerd gaat uit van een samenspel van de Armando Collectie met de bestaande context van het monumentale landhuis inclusief de aanwezige behangcollectie, het koetshuis en de directe omgeving. Het plan gaat daarom uit van intact houden van de aanwezige structuur van het landhuis. Er zijn derhalve geen noemenswaardige bouwkundige aanpassingen nodig. Het landhuis zal wel moeten worden voorzien van een museale inrichting. Het Armando Museum heeft hiervoor zelf de benodigde financiële middelen. Het aantal m2 dat in het landhuis voorhanden is verhoudt zich goed tot het programma van wensen van het Armando Museum, waarbij de functies van museumwinkel, museumcafé en ontvangstruimte geprojecteerd worden in de ruimten van het koetshuis, in samenhang met het beoogde bezoekerscentrum.

De maximale publiekscapaciteit van 40 bezoekers gelijktijdig (20/20) past bij de kalme bestemming die het Armando Museum is.

Een mogelijk knelpunt doet zich voor ten aanzien van de toegankelijkheid van de bovenverdiepingen. Toegang van de bovenverdieping voor minder validen is een randvoorwaarde voor publieke openstelling. Een eenvoudige liftvoorziening is daarbij de meest wenselijke vorm.

De gegevens van de klimaatinstallatie zijn op het moment van schrijven nog niet bekend. Waarschijnlijk is er gekozen voor Conservation Heating, het meest gebruikte klimaatsysteem om temperatuur en luchtvochtigheid te reguleren in monumentale gebouwen. Er zal verder onderzoek nodig zijn door het Armando Museum en het Centraal Museum om na te gaan of er met name op de eerste verdieping aanvullende, mogelijk objectgebonden, maatregelen nodig zijn voor de inpassing van de Armando Collectie. Het Armando Museum werkt hierbij eveneens op basis van Collectie Risico Management. Niet alle objecten zijn immers in gelijke mate gevoelig voor een mogelijk niet optimaal museaal binnenklimaat.

Op basis van bovenstaand concluderen wij dat de belangrijkste randvoorwaarden die landhuis- en landgoed Amelisweerd vragen niet strijdig zijn met de behoeften van het Armando Museum en haar collectie.

Commentaar: Hoofdstuk 2.3 ontbreekt in deze publieksversie van de rapportage haalbaarheidsonderzoek. Bij de versie in de raadsinformatiebrief 2010-136 van de Gemeente Amersfoort ontbreekt het hele hoofdstuk 2.