Zeespiegelstijging biedt Nederland kans zich te representeren met onder water staande kerktorens

The top of a 4.5-m (15ft) statue, some rooftops and a church spire are all that remains above water in Wieringerwerf, near Amsterdam, during the Wieringermeer flood of 1945. Image: Nationaal Archief / Willem van de Poll / Anefo – CC0 1.0

Door toedoen van de mens verandert het klimaat. Volgens een bericht van de NOS blijkt uit een rapport van het  IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, dat de wereld zich op moet maken voor fors grotere weersextremen als er niet drastisch wordt ingegrepen. ‘Daarbij dreigen sommige aspecten van klimaatverandering onomkeerbaar te worden voor een periode van eeuwen of zelfs duizenden jaren, zoals het stijgen van de zeespiegel‘ zo zegt dit bericht. 

Omdat een groot deel onder de zeespiegel ligt is voor Nederland vooral de stijging ervan van belang. De stijging kan volgens de scenario’s oplopen tot twee meter in 2100 en vijf meter in 2150. Dan wordt de verdediging tegen het stijgende water van delen van West- en Zuid-West- Nederland onhoudbaar. Of onbetaalbaar. Het lijkt dan een betere strategie om het geld van de kustverdediging te steken in het verplaatsen van essentiële voorzieningen tot achter Amersfoort. Holland en Zeeland zullen aan belang inboeten. Het zijn tevens landstreken met veel kerken.

Oudere generaties zullen waarschijnlijk denken ‘na ons de zondvloed‘. Om de Bijbelse zondvloed te symboliseren is er voor Nederland geen beter symbool dan een onder water staande kerktoren. In de toekomst kunnen in de lager gelegen delen van Nederland die aan het water worden prijsgegeven kerktorens de bakens van het menselijk tekort zijn. Een nieuw symbool van Nederland.

Menselijke overmoed en het misplaatste vertrouwen in God met als uitkomst een voorstadium van waterige chaos is Nederlands voorland. Dat is de lotsbestemming als er niet drastisch ingegrepen wordt. Dan blijft het bij een incidentele overstroming of een kunstwerk in een vijver.

Ik heb er een hard hoofd in.

Wim T. Schippers. Torentje van Drienerlo (2008).

Politiek streeft niet naar energie-onafhankelijk Nederland. Raar?

39608447aa5cbe44cc876d911109c021

Waarom is Nederland niet energie-onafhankelijk van olie en gas uit het buitenland? Nederland is voor 30% afhankelijk van het buitenland. Terwijl het zich sinds 1959 een goede uitgangspositie weet met aardgasvelden onder Nederlandse bodem die zo’n 25% van de Europese gasvoorraad uitmaken. Volgens schatting van PvdA-politicus en econoom Flip de Kam hebben de aardgasbaten Nederland tot nu toe 211 miljard euro opgeleverd.

Een met Nederland vergelijkbaar land als Denemarken koos er 40 jaar geleden voor om zelfvoorzienend te zijn in het energiegebruik. Dus onafhankelijk te worden van de zogenaamde petrodictaturen die energie als politiek wapen inzetten om consumerende landen onder druk te zetten. Dat kost een gemiddeld huishouden per jaar zo’n 400 euro extra aan energiebelasting. Dat is de keuze voor onafhankelijkheid en zelfvoorziening.

Politici zeggen af en toe iets over energie-onafhankelijkheid. Een onderwerp waarmee te scoren valt. Ook om zich af te zetten tegenover anderen. Zoals VVD’er Han ten Broeke die in een opiniestuk uit april 2014 het grote gebaar niet schuwt en niet Nederland, maar Europa energie-onafhankelijk wil maken. Zijn aanzet tot beleid wordt niet geloofwaardig. Verwijzingen naar klimaatdoelstellingen en ‘vooral, linkse keuzes’ leiden af. Ten Broekes idee dat zelfvoorziening en energie-onafhankelijkheid lagere energiekosten opleveren is misleidend zoals het Deense voorbeeld leert. Of zoals de Europese Commissie constateert. Het kost geld.

In de Algemene Beschouwingen van afgelopen week ging Alexander Pechtold (D66) in op een zelfvoorzienend energie-beleid. Hij koppelde dat vooral aan de afhankelijkheid van de Russische Federatie en niet aan die van de landen in het Midden-Oosten: ‘Hoe gaan we er alles aan doen om als Europa versneld minder afhankelijk te zijn van Poetins gas? Of blijven we zijn regime subsidiëren?’ Net als Ten Broeke spreekt Pechtold niet over Nederlandse energie-onafhankelijkheid. Waarom Nederland niet waar het kan het Deense model van energie-onafhankelijkheid volgt en daarnaast aan Europese energie-onafhankelijkheid bijdraagt door mee te werken aan strategische plannen over grotere gasvoorraden, het verminderen van de vraag naar gas via brandstof-switching (vooral voor verwarming) en het ontwikkelen van nood infrastructuur blijft de brandende vraag.

Foto: Jan Wijga, Holland. Affiche, 1951.