George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kees van Oosten

De haai in de VVD is dood, maar leeft

with 6 comments

Er zijn harde noten te kraken over de huidige koers van de VVD. Een gatenkaas van logica en gemiste kansen. Te rechts. Te neo-liberaal. Te hard. Te veel asfalt en huizen. Hoe komt dat beeld tot stand en kunnen we het in onze eigen tijd goed beoordelen? En hoe doet de eerste liberale premier in honderd jaar het?

Bij de VVD moet ik denken aan het werk dat Damien Hirst bekend heeft gemaakt. In 1991 maakte deze succesvolle BritArt-kunstenaar The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living. Volgens Don Thompson in ‘Shock Art’ formuleerde Hirst in het allereerste nummer van kunsttijdschrift Frieze het idee: Ik hou ervan om een gevoel te beschrijven door middel van een ding. De haai staat voor angst, hij is groter dan jij, en hij leeft in een voor jou onbekende omgeving. Hij lijkt levend als hij dood is, en dood als hij leeft. 

Marketing in kunst en politiek werken tegengesteld. De titel van Hirsts werk roept toeschouwers op om betekenis te geven. Bij politiek gebeurt het omgekeerde. Het politieke debat nodigt kiezers uit door opeenvolgende schijnbewegingen om geen betekenis te geven aan een programma of manifest. In elk geval worden kiezers of leden door een politieke partij bewust ontmoedigd. Op afstand gehouden.

Haai en politiek hebben gemeenschappelijk dat ze levend dood en dood levend zijn. Omdat de VVD dit idee consequent doorvoert, moet ik daarom bij deze partij aan de haai van Hirst denken. Een zombie kan ook.

Tegenwoordig wordt de VVD met CDA en PvdA als klassieke middenpartij gezien. Soms wordt D66 daar nog aan toegevoegd, maar die partij kent geen evenknie. Want het begrip middenpartij zegt dat het varianten heeft. Zoals in de recente politieke geschiedenis de VVD op haar flank Boerenpartij, Volksunie, Centrumpartij, Middenstandspartijen en LPF kende. Het CDA kent SGP en CU als flanken en de PvdA DS’70 en de SP.

In december 2009 schrijft de Utrechtse activist Kees van Oosten: Wat is er met de PvdA gebeurd? De standpunten van de PvdA van pakweg dertig jaar geleden, zoals neergelegd in het beginselprogramma 1978, hebben plaatsgemaakt voor standpunten die conservatief en rechts zijn vergeleken met het Liberaal Manifest 1980 van de VVD. Wat de VVD in 1980 schreef zou voor de huidige PvdA te gedurfd en te progressief zijn.

Een partij neemt een plek in het spectrum in. Dat loopt van links tot rechts, van progressief tot anti-revolutionair, van vrijzinnig tot religieus. Positionering volgt uit uiteenlopende ontwikkelingen. Het spectrum staat nooit stil. In de beweging met z’n allen een kant uit wisselen partijen doorgaans niet van positie.

De huidige beweging naar rechts wordt de VVD verweten. Aan de hand van partij-iconen als Oud, Toxopeus, Geertsema, Wiegel, Voorhoeve en Bolkestein wordt de oude koers verheerlijkt. Met Drees, Den Uyl en Kok als externe meetpunten. Soms ligt de vergelijking over de grens met Walter Scheel, Bill Clinton of Edmund Burke.

Het lijkt op de herwaardering van Pim Fortuyn. Pas na zijn dood werd-ie geaccepteerd. De dreiging was weg, zeker toen de LPF door het ijs zakte. Fortuyn werd waarschuwing voor iets ergers: Geert Wilders. Werkt hetzelfde mechanisme met terugwerkende kracht voor de oude VVD die als niet zo rechts wordt voorgesteld?

Het ligt eraan. De VVD in de jaren ’50 en ’60 was een elitaire partij van de gegoede burgerij. Zo noteert Jan Hanlo die Oote oote oote boe schreef in 1952 over een VVD’er: In dezelfde maand haalt het vers de Eerste Kamer waar Mr. W.C. Wendelaar (VVD) zich erover opwindt. Met name ergert hij zich aan het feit dat het vers gepubliceerd werd in een door het rijk gesubsidieerd tijdschrift. De pendule is na 60 jaar terug bij de minachting door de VVD voor kunst. En zoals Van Oosten opmerkt was in de tussentijd het Liberaal Manifest van de VVD uit 1980 linkser dan het programma van de PvdA anno 2011. Veel is betrekkelijk, maar niet alles.

Waar laat ons dat? De VVD zit door samenwerking met de PVV in een spagaat. Hierdoor is het met standpunten over de arbeidsmarkt naar links gedrongen en met die over integratie naar rechts. Met de afwijzing van hervormingen op de woningmarkt bindt de VVD haar achterban van huizenbezitters. Hervormen wordt genegeerd. Bezuinigingen op cultuur zetten een streep onder een VVD die vrijgestelden bedient.

De VVD grossiert in oude reflexen. De VVD is haai waar het kan en vertoont geen onnodige compassie waar het niet hoeft. Met een echo van zakelijkheid zonder moralisme. Da’s ten minste nog iets.

Foto: Damien Hirst, The Physical Impossibility of Death in the Mind of Someone Living, 1991-1992

Advertenties

Staatsbureaucratie kan kleiner

with 13 comments

Aan de hand van een overpeinzing over de Auschwitz-herdenking bouwt de Utrechtse activist en dwarsdenker Kees van Oosten een betoog op dat de oorzaak van genocide niet bij gevaarlijke religies, ideologieën en intolerantie legt, maar bij de staatsbureacratie. Het klinkt marxistisch. Jammer dat ik het zo laat onder ogen kreeg. Het is een aannemelijk en niet geheel nieuw verhaal dat de schuldvraag voor volkerenmoord niet beantwoordt door naar de burger te verwijzen, maar naar de staat.

Van Oosten verwijst naar historici als Raul Hilberg en Zygman Bauman die reflecteerden op de Holocaust en de moderne samenleving. De rationele wereld van de moderne beschaving maakte de holocaust mogelijk zo citeert Van Oosten Bauman. Men zou er The Holocaust Industry: Reflections on the Exploitation of Jewish Suffering van Norman Finkelstein nog aan kunnen toevoegen. Maar ook een controversieel boek, Finkelstein mag Israël niet meer in.

In elk geval gaat de visie die genocide ziet als meer dan de uitsluiting van joden vanwege antisemitisme verder dan Amsterdams burgemeester Eberhard van der Laan die verwijst naar Nooit meer Auschwitz en het daar bij laat. Wie kwaadwillend is kan beredeneren dan Van der Laan het staatsapparaat uit de wind houdt waarvan hij zelf deel uitmaakt. Wie goedwillend is kan denken dat-ie waarschuwt voor het kwaad, maar de verschijningsvorm ervan niet kent. Maar wat zou het fijn zijn als we alle sentimenten, versimpelingen en miskenningen over religie, ras en ideologie niet meer hoefden aan te horen.

Op het idee dat door rationaliteit de moderne zich onderscheidt van de primitieve samenleving, valt volgens Van Oosten heel wat af te dingen. Want ‘De staatsbureaucratie beschouwen Hilberg en Zygman ten onrechte en in navolging van Weber als de belichaming van rationeel bestuur’. De staatbureaucratie die in hun ogen de Holocaust mogelijk maakte was behalve middel namelijk ook oorzaak. En daarin zit hem de crux.

Van Oosten vervolgt: Met andere woorden, functionarissen in een bureaucratie zijn er voortdurend op uit om werk te genereren en uitdagingen te zoeken die aansluiten bij hun competenties. De meest doeltreffende manier om dat voor elkaar te krijgen, is categorieën minderheden en ‘onaangepasten’ in de samenleving aan te wijzen en tot object van beleid en restrictieve regelgeving te maken, zoals dat tegenwoordig met migranten en uitkeringsgerechtigden gebeurt.

Via Hannah Arendt en Philip Zimbardo bouwt Van Oosten een betoog op dat de rol van ideologie, religie en intolerantie relativeert en die van psychologie, bureacratie en staatsmacht centraal zet als oorzaak van volkerenmoord. Ik stem in met de slotconclusie die hier vaker heeft geklonken en de aandacht voor moslims als afleiding ziet: De veel gehoorde waarschuwingen over intolerante ideologieën en religies leiden slechts de aandacht af van het werkelijke gevaar: de bureaucratische staat. 

Maar waar ligt het omslagpunt van bureaucratie naar nachtwakersstaat? En is het gewenst om afscheid te nemen van de verzorgingsstaat die de zwakkeren beschermt? In elk geval lijkt duidelijk dat in Nederland een bureaucratie bestaat die zichzelf onmisbaar maakt en problemen genereert om aan het werk te blijven en machtsposities te bezetten. Een constante is dat snijden in het overheidsapparaat keer op keer mislukt door obstructie van de bureaucratie, terwijl externe adviseurs ingehuurd moeten blijven worden. Laten we de bureacratie als probleem hoger op de agenda zetten.

Foto: Kantoor uit LIFE

Kritiek op kinderkelen hoort niet

with one comment

Enkele jaren woonde ik in een ruim huurhuis. Aan een speelplein. Ik heb het graag ingewisseld voor een kleiner, maar rustiger appartement. Ik ben opgegroeid aan een drukke haven en woonde later aan een spoorlijn, dus was wel iets gewend. Maar kindergegil is van een andere orde en went nooit. Het plein was overigens niet gepland toen ik er kwam wonen.

Nu woon ik opnieuw in de buurt van een Utrechts speelplein, iets verder weg dan de vorige keer. Mij verbaast het gegil van sommige kinderen. Spelen moet kunnen en ook volwassenen kunnen hard tekeer gaan. Maar het lijkt alsof er een categorie kinderen is die per definitie gilt ook als daar in het spel geen directe aanleiding voor is. Bij wijze van spreken ook als het samen met mama een avondgebedje zegt.

Het beeld bestaat dat kinderen in Frankrijk, Duitsland of België zich anders weten te gedragen. In restaurants luisteren ze en zijn ze doorgaans redelijk rustig. Niet in Nederland, waar kinderen elke leiding lijken te missen van ouders die zelf elke leiding missen. Hun gedrag is niet om aan te horen. Alles moet kunnen, lijkt het motto. De gevolgen van een mislukte opvoeding  mogen we meebeleven.

Zoals vroeger standsverschillen werden afgemeten aan kleding, woordkeuze of materiële welstand, valt dat nu af te lezen aan tafelmanieren, omgangsvormen en wellevendheid van kinderen. En dan gaat het er eerder om wat ouders doorgeven aan de eigen kinderen, dan om inkomen of uiterlijke rijkdom. Deze laatste aspecten hebben er niets mee te maken. Het is een taboe om het zo scherp te zeggen.

Vanaf 1 januari 2010 is geluidshinder van kinderen door de overheid officieel buiten de orde geplaatst. Kinderkeeltjes zijn vrijgesteld van geluidsnormen. Da’s niet beargumenteerd. Het spoort evenmin met de Europese campagne Stop that Noise. Zoals een rookverbod horeca-medewerkers beschermt zou een grens aan geluidsoverlast voor peuterleiders en onderwijzers kunnen gelden. Die keuze wordt niet gemaakt.

Geluidshinder speelt ook in centra van grote steden, die verfunnen door evenementen, luidruchtige horeca en festivals. Argument bij klachten is dan dat men er dan maar niet had moeten gaan wonen. Alsof het vinden van woonruimte in Nederland zo makkelijk is. En bewust voorbijgaand aan het feit dat bewoners er vaak eerder waren dan de nieuwe terrasjes of activiteiten.

Commercieel belang van kinderdagverblijf of horeca-onderneming wordt gelegitimeerd met een beroep op het algemeen belang. Da’s oneigenlijk. Het algemeen belang is ook het belang van een betrokken individu. Dat kan worden geschaad door kinderdagverblijf of horeca-onderneming. Commercieel belang moet afgezet worden tegen individueel belang. Algemeen belang kan door niemand worden geclaimd.

De maatregel die sinds 2010 voor kinderspeelplaatsen en schoolpleinen geldt gaat daaraan voorbij. Een bestuurlijke afweging is de nek omgedraaid. Grenzen oprekken en gedogen leidt tot grensvervaging en gaat voorbij aan correcte toepassing. In een semi-politieke sfeer zonder focus wordt beroep onmogelijk gemaakt. Het algemeen belang wordt een farce.

Overheden willen robuust overkomen. Ook als daartoe regels aan de laars gelapt moeten worden. Politiek en commercie lopen zelfs in elkaar over. Een maatschappijcriticus zegt: In de moderne staat worden al die instellingen én de overheid steeds meer één pot nat. Wie er iets van zegt is een zeurpiet. De nieuwe klasse snatert familiair verder. Overheden vergeten waarvoor ze bedoeld waren.

Foto: Kindergarten of the Air, kinderen luisterend naar de radio, 1940-1950