Burgers moeten afbraak publieke omroep halt toeroepen. Frans Kleins schoten in eigen voet bieden kansen voor nieuw omroepbestel

Frans Klein, 7 mei 2021 in Nieuwsuur. © NPO

In de recente uitspraken van directeur video van de NPO Frans Klein valt op dat hij het nooit echt over de inhoud heeft en hij alles beredeneert vanuit de kijkcijfers en het marktaandeel. Hij is verantwoordelijk voor de programmering van NPO 1, 2 en 3, NPO Start, ZAPP en Zappelin. 

Klein redeneert vanuit marketing. Hij bevestigt telkens het idee dat programma’s niet een hoger doel dienen, maar instrumenteel zijn voor een ander doel. Namelijk het behalen van marktaandeel of het aantrekken van specifieke doelgroepen. Zoals de middengroep van 20 tot 49 jaar.

In dit denken gaat het mis. Klein bevestigt het failliet van de omroeppolitiek dat gericht is op kijkcijfers en niet op inhoud. Dat valt hem niet persoonlijk aan te rekenen omdat hij een functionaris is die bestaand beleid uitvoert. Het beleid dat hij invult is echter krakkemikkig en slecht doordacht.

Waarom het in Nederland zo mis gaat met de omroeppolitiek omschreef ik in 2016 in het commentaarHoofd Klara wordt netmanager VRT. Waarom kan zoiets niet in Nederland?’ dat ik hieronder herhaal omdat het raakt aan de kern van het probleem van de Nederlandse omroeppolitiek en nog even actueel is als vijf jaar geleden. Namelijk het ontbreken van de focus op inhoud en de koudwatervrees om kwaliteit te maken die eeen deel van het publiek afstoot. Ik zoomde in op kunst, maar dat geldt precies zo voor zware informatie. Niet te verwarren met het lichte soort waarmee de NPO kosmetisch opinieprogramma’s tot journalistiek omkat, maar serieuze journalistiek zoals onderzoeksjournalistiek, gedegen historische documentaires en diepgravende interviews met opinieleiders die de tijd krijgen om te reflecteren op samenleving, politiek en wetenschap:

Zomaar een bericht in het Vlaamse nieuws. Deze keer niet over islamitische terreur en bomaanslagen in Brussel, maar over cultuur. Chantal Pattyn is netmanager van het Vlaamse Klara en wordt hoofd cultuur van de Vlaamse publieke omroep VRT.  Na de inkrimping en het bewust om zeep helpen om interne omroeppolitieke redenen in 2006 van de Nederlandse Concertzender en de infantilisering van Radio 4 is Klara nog de enige nationale culturele zender van niveau in het Nederlandse taalgebied die het beluisteren waard is.
Het cliché is waar, Vlamingen vinden cultuur belangrijk. Dat heeft met hun emancipatiestrijd te maken en het besef dat taal en kunst ertoe doen. En de overeenstemming over partijen heen dat het de nationale identiteit versterkt. In Nederland doen VVD en PVV die eveneens zeggen nationale identiteit belangrijk te vinden het omgekeerde: ze breken bewust de publieke omroep en de kunsten af. Maar ook in Vlaanderen moeten kunst en cultuur voor de poorten van de hel worden weggesleept. Ook daar moet telkens weer de liefde voor kunst op de politiek bevochten worden. Niets komt vanzelf. De loyaliteit van de bestuurders in de cultuursector lijkt het verschil te maken. De Vlaamse cultuurminister Sven Gatz (‘kunst dient nergens toe’) haalde in 2014 met terugwerkende kracht dezelfde shockdoctrine van cultuurbezuinigingen als Halbe Zijlstra uit de liberale kast.
Kunst is kunst, maar ook een wapen waarmee de strijd tegen terreur die van buiten komt en onverschilligheid die van binnen komt gewonnen kan worden. Het is de strijd om de harten en geesten van de eigen bevolking die telt en een positieve impuls kan geven. Media kunnen daarin een opbouwende rol spelen. Niet omdat het educatief is of doelgroepen emancipeert, maar omdat het kunst als voorbeeld voorhoudt. Juist dat patroon is in Nederland uitzondering geworden. Onder het uitroepen van ‘zie ons eens aan kunst doen’ wordt kunst naar aparte reservaten verbannen of slachtoffer van popup en populariteitsdenken. Wat Nederland mist is die positieve, vanzelfsprekende grondhouding tegenover kunst en cultuur die in een samenleving tamelijk breed gedragen wordt. In elk geval in omroepkringen die een kunsthistoricus tot netmanager benoemen. Klasse. 

In 2018 kondigde Frans Klein al aan om te willen bezuinigen op journalistieke programma’s. In zijn NPO’s Newspeak noemde hij dat ‘vernieuwen‘. Hij zei toen in een interview met NRC’s Wilfred Takken dat journalistieke programma’s een steeds kleiner publiek bereiken en daarom een andere vorm moesten krijgen. Dit gaf toen ook al aan dat Klein niet redeneert vanuit de programma’s, de inhoud of een hoger doel als democratie of spreiding van kennis, maar vanuit de marketing. In het commentaarNPO-directeur Klein komt met ongeloofwaardige ‘vernieuwingen’, na kritiek op hem te korten op journalistieke programma’s‘ uit 2018 schreef ik:

De argumentatie van Frans Klein dat de kijker van Tegenlicht al ‘zeer goed bediend wordt door de publieke omroep’ zodat er gekort kan worden op Tegenlicht is onjuist. Tegenlicht en ook Andere Tijden zijn unieke programma’s die niet vervangen kunnen worden door andere programma’s.
Daarnaast maakt Klein nog een andere denkfout. Jongeren, maar ook ouderen kijken niet meer vanzelfsprekend lineair naar televisie. Uiteraard weet Klein dat. Waarom hij dan toch tot de gedachtensprong komt dat hij televisie voor jongeren wil maken is de vraag. Het lijkt onzinnig om krampachtig televisie voor jongeren te willen maken. Daar trappen jongeren niet in. Het gaat erom goede programma’s te maken die zowel ouderen als jongeren kunnen bedienen.
Het Nederlandse omroepbestel is gefragmenteerd en lijkt in die versplintering te weinig soortelijk gewicht te hebben. De noodzaak tot hervorming wordt versneld door extra bezuinigingen. Frans Klein is het symbool van een ouderwets zuilensysteem met levensbeschouwelijke omroepen dat zichzelf heeft overleefd. Hij is geen deel van de oplossing, maar van het probleem.
Klein helpt kwalitatief journalistieke programma’s om zeep, beschermt de omroepen, doet aan wensdenken en beseft onvoldoende dat de traditie van broadcasting niet meer gerevitaliseerd kan worden in de vorm die hij ons voorspiegelt. Dat tijdperk ligt achter ons. Ook in Hilversum. De winst van zijn interventie is dat hij zich ermee zo onmogelijk maakt in potsierlijkheid en wereldvreemdheid dat hij er onbewust een punt voor de tegenpartij mee maakt.
Namelijk voor degenen die de omroepen willen omvormen en afslanken tot productiehuizen en een nationale omroep willen optuigen. Klein bewijst met zijn manier van denken het Nederlandse publiek een grote dienst. Zijn schot in eigen voet biedt volop kansen voor de toekomst met een levensvatbaar omroepbestel zonder de omroepen zoals we die nu (nog) kennen. Dan is het definitief geen 1925 meer in Hilversum.

Er is een gezegde dat aan Joseph de Maistre wordt toegeschreven dat zegt: ‘Elk land heeft de regering die het verdient’. Een variant daarop is ‘elk volk krijgt de leiders die het verdient’ dat naar allerlei sectoren kan worden uitgebreid. Dat is een fatalistisch standpunt dat suggereert dat macht een land overkomt. Vertaald naar de publieke omroep luidt dat: ’Nederland krijgt de directeuren van de NPO die het verdient’.

Maar dat is onzin. Het Nederlandse volk hoeft het marktdenken van de publieke omroep dat wordt gepersonifieerd door omroepbobo Frans Klein die macht naar zich heeft toegetrokken niet voor zoete koek aan te nemen. Want zijn argumentatie is zwak en eenzijdig. Gezien de kritiek op Kleins plannen in 2018 en nu weer in 2021 vinden veel Nederlanders de plannen van de NPO die hij presenteert slecht en ongepast. Klein is een zetbaas die beleid uitvoert waar veel betrokken burgers het niet mee eens zijn. Welnu, laten ze niet Klein daarop aanvallen, maar degenen die er de oorzaak van zijn dat Klein dit dient uit te voeren. Te weten de politieke partijen.

De marges zijn smal, maar de Nederlandse publieke omroep moet geen aansluiting zoeken bij de markt omdat dit een doodlopende weg is die teruggaat naar de 20ste eeuw en de laatste restjes kwaliteit inlevert, zodat er bij de volgende aankondiging van Klein of zijn opvolgers in 2024, 2027 of 2030 niks van kwaliteit meer is om in te leveren. Daarnaast is Nederland als markt te klein om in internationaal verband een vuist te maken.

Klein en degenen die hem zijn standpunten influisteren moeten nu teruggefloten worden in hun idee van meer van hetzelfde en minder van kwaliteit. Hun afbraak van de publieke omroep is ongewenst en strijdig met het grondidee van een publieke omroep. Dat is niet het populisme en het marktdenken dat Klein probeert te verkopen, maar algemeen nut zoals de watervoorziening of het elektriciteitsbedrijf. Dat kan uit principe niet vermarkt worden.

De hielenlikkers van de Nederlandse monarchie zijn het ergst en ergerlijkst

Den Haag, 22 maart 2021: Koningin Máxima opent de Week van het geld met minister Hoekstra en minister Slob’. Beeld: © Wijzer in geldzaken Valerie Kuypers. Op koninklijkhuis.nl.

Van de Nederlandse monarchie ben ik geen fan, maar de onderdanigheid van de hielenlikkers vind ik nog moeilijker te verteren. Als republikein of monarchist kun je om politieke redenen tegen of voor de monarchie zijn. Dat is een standpunt. Maar de hielenlikkers gaan verder en verliezen zichzelf in onderworpenheid. Dat past niet bij een volwassen democratie met mondige burgers.

Het innemen van zo’n positie past bij autoritaire landen als Noord-Korea of de Russische Federatie waar de media gelijkgeschakeld zijn en de burgers niks te zeggen hebben. In Nederland nemen de burgers in navolging van de bevoorrechten die het voorbeeld geven welbewust en vrijwillig een kritiekloze positie in. Hoewel het de vraag is hoe bewust ze zich daar zelf van zijn. Er klinkt trouwens steeds meer kritiek op de monarchie waarbij het de vraag is of dat komt door de afnemende steun ervoor of toenemende kritiek op de bevoorrechten die de monarchie stutten.

Wat me elke keer weer verbaast als er een koningsdag of een andere festiviteit is waarbij de leden van de monarchie opdraven is de schaamteloosheid van de gladstrijkers, hermelijnvlooien, jaknikkers, hofmuizen en hielenlikkers van Oranje die zich naar voren dringen om zich te onderwerpen. Waarom doen ze het? Wat winnen ze erbij? Zijn ze betoverd door de magie van de operette waarvan ze hopen dat die op hen afstraalt en niet meer verantwoordelijk voor hun daden?

Dit gedrag is bevreemdend. Ik kan er niet aan wennen. Hoeveel kritiekloze aandacht voor het koningshuis kan de weldenkende burger aan? Wat heeft dit gedrag nog te maken met een volwassen democratie met mondige burgers die menen zich in de nabijheid van de troon te moeten aanstellen als clowns of ondergeschikten bij wie door een hersenoperatie het zelfbewustzijn is verwijderd?

Wat doen in hemelsnaam die burgemeesters, lokale bobo’s, hoofdredacteuren, ambtenaren, journalisten, gasten van talkshows en andere opinieleiders zichzelf en hun geloofwaardigheid aan door de monarchie in bescherming te nemen, te prijzen en uitgebreid te bewieroken? Dat gedrag is voor een buitenstaander die afstand wil houden tot nationalisme, koningshuis en sportverdwazing waarbij de kleur oranje leidend is ongewenst omdat het iedere keer weer het contact legt met iets onaangenaams. Met het vermoeden dat deze bijzaken dienen om de hoofdzaken te verhullen.

Schermafbeelding van deel columnTweedagenbaardje’ van Marcel van Roosmalen in NRC, 27 april 2021.

We weten niet of Nederlanders diep in hun hart monarchist of republikein zijn. Het beeld is vermoedelijk gemengd. Maar we kunnen het ook niet weten omdat in een sfeer van hosanna voor de monarchie opinieleiders in de media al decennialang hun bewondering ervoor ventileren en zo de Nederlanders een opvatting opleggen over de superioriteit of op z’n minst de onvermijdelijkheid van het koningshuis.

Dat effect wordt nog eens versterkt door een eenzijdig door het koningshuis opgelegde mediacode die de media knevelt in de verslaggeving over het koningshuis. De media worden verplicht zich in bochten te dwingen op straffe van uitsluiting door de monarchie. Ook media die er niet aan meedoen hebben er last van. Het programma Argos Medialogica wijdde er onlangs aandacht aan.

Na mij de zondvloed’ debiteren de voorstanders van de monarchie die claimen dat in deze woelige tijden de monarchie voor continuïteit en zekerheid zorgt. De niet onderbouwde claim is dat een republiek met een president als staatshoofd minder stabiel is. Omdat vanwege de vage omschrijving niet weerlegd kan worden dat we niet in woelige tijden leven kan een breed maatschappelijk debat over de vraag of Nederland een monarchie of republiek moet zijn eindeloos worden geblokkeerd.

Het meest fascinerende aan deze hielenlikkerij is de vraag waar het eigenlijk op is gebaseerd. De toenmalige Amsterdamse burgermeester Eberhard van der Laan zei in 2013 in een interview in Binnenlands Bestuur: ‘Ik ben een republikein, net als zestig, zeventig procent van de Nederlanders’. Waar hij dat percentage op baseerde is onduidelijk, maar het omgekeerde is evenmin vast te stellen. Namelijk dat een meerderheid van de Nederlanders monarchist is.

De vaderlandse geschiedenis leert dat Nederland afwisselend monarchie en republiek was. De grootste bloei maakte het door als republiek. De hardnekkigheid waarmee de monarchie nu wordt gestut door media, politiek, bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld zonder dat de voorstanders van de republiek in gelijke mate een eerlijke kans krijgen om hun standpunt naar voren te brengen doet vermoeden dat er onraad aan de horizon nadert. Onheil voor de Nederlandse monarchie wel te verstaan.

Persfotograaf wordt met auto en al sloot ingekieperd. Hoe kan agressie tegen journalisten gestopt worden?

Gisteren werd de auto van persfotograaf Timothy waarin hij samen met zijn vriendin zat door een shovel ondersteboven een sloot ingewerkt. Dat gebeurde nadat ze werden bedreigd door een groep omstanders. De fotograaf was in het buitengebied van Lunteren afgekomen op een autobrand om daar foto’s van te maken. De politie heeft twee mensen aangehouden, onder wie de bestuurder van de shovel.

In een bericht van Omroep Gelderland vertelt Timothy dat hij overal pijn heeft: ‘Ik heb spierpijn, rugpijn. Mijn rug is beschadigd door glas van de autoruit. Ik kan dus ook nergens tegenaan zitten.’

Het Genootschap van Hoofdredacteuren is volgens een bericht in De Telegraaf geschokt door het gebeurde. Het zegt: ‘Bij die aanval werd de auto waarin zij zaten met een shovel een sloot in geduwd, waarbij beiden gewond raakten. Het gaat hier om een directe en levensbedreigende aanval op twee mensen maar het is ook een nieuwe aanslag op de journalistiek en de persvrijheid.

Deze gebeurtenis van een persfotograaf die wordt bedreigd en aangevallen en het werken onmogelijk wordt gemaakt kan niet los worden gezien van de rol van de journalistiek in het publieke debat. Die staat onder druk zoals een uitzending van Medialogica (HUMAN) duidelijk maakte. Is het niet zo dat extremistische geluiden steeds meer zendtijd in de gevestigde media krijgen en het ageren tegen journalisten steeds meer genormaliseerd wordt?

In een scherts zou je kunnen zeggen dat na het tijdperk Pim Fortuyn de gevestigde media de boze burger opzocht omdat die in de periode daarvoor over het hoofd gezien zou zijn en dat als emanciperend na-ijl-effect daarvan nu de boze burger de journalist opzoekt. Met knuppel of shovel.

De media waren kort na de eeuwwisseling bang de boot te missen en stuurden hun journalisten de straat op om de mening van de burger te horen. Sinds die tijd besteden media zoveel aandacht aan de boosheid, ontevredenheid en het misnoegen van de burger dat dit de norm lijkt te zijn geworden. Maar publieksonderzoeken concluderen dat deze nieuwe normaliteit helemaal niet standaard is. Ze wordt door de media oververtegenwoordigd. Politici als Baudet en Wilders, en allerlei complotdenkers krijgen overmatige aandacht.

Dat heeft tot gevolg dat de claim van vooral het rechts-radicale populisme dat journalisten het verlengde van de macht zijn (‘Staatsomroep’) door steeds meer mensen wordt geloofd. Overigens nog steeds een minderheid. Journalisten worden verjaagd, het werken onmogelijk gemaakt of met als nieuw dieptepunt de sloot in gekieperd. Terwijl het omgekeerde het geval is. Namelijk journalisten volgen kritisch de macht én de tegenmacht en doen daar verslag van.

Wat er moet gebeuren om de aversie of zelfs vijandschap van steeds meer mensen tegenover de media en journalisten af te zwakken is de vraag. Hoe dan ook lijken de afgelopen 20 jaar de media in eigen voet te hebben geschoten door veel te veel aandacht aan extremistische en anti-democratische denkbeelden te hebben gegeven. De agressie tegen journalisten hebben de media zelf gezaaid.

Het is de vraag of de gevestigde media nu nog met elkaar tot een strategie van de-escaleren, media educatie en versterking van de democratie kunnen komen. De fletse houding van hoofdredacteur NOS Nieuws Marcel Gelauff in de uitzending van Medialogica geeft weinig vertrouwen dat de Nederlandse journalistiek intellectueel en mentaal opgewassen is tegen het rechts-radicalisme en ambitie, bereidheid en durf in zich heeft om de urgentie onder ogen te zien om zich te wapenen tegen de rechts-radicalen en anti-democraten die journalisten aanvallen.

Orthodoxe christenen handelen niet in hun eigenbelang als ze framen dat er een kloof tussen religie en seculier bestaat

Schermafbeelding van deel artikel ‘Kloof tussen christelijk en seculier: „Steeds minder besef van waarde kerkgang” in het RD, 16 april 2021

Gelovigen staan niet buiten kijf. Ze ontkomen in hun denken een politiek handelen niet aan framing. Daarmee zijn ze niet uitzonderlijk. Dat geeft tegelijk aan dat ze niet uitzonderlijk zijn en voor zichzelf uitzonderingen kunnen claimen.

Dat doet SGP-raadslid Tom de Nooijer wel als hij zegt: ‘Mijn punt was dat mensen oprecht niet begrijpen wat religie is. Je kunt het kerkbezoek niet vergelijken met bezoek aan Ajax of bioscoop. Religie is niet alleen een persoonlijke keus, maar heeft ook een maatschappelijke rol en die moet je grondwettelijk beschermen.”’

Waarom een kerkbezoek niet vergeleken kan worden met bezoek aan Ajax, bioscoop, een schouwburg of museum legt de Nooyer niet uit. Het is van hem een slag in de lucht om dat te beweren. Wellicht heeft hij gelijk dat mensen oprecht niet begrijpen wat religie is, zoals hij niet begrijpt wat secularisme is. Daarnaast zijn er talloze uitingen die een maatschappelijke rol hebben. Waarom religie in de grondwettelijke bescherming uitzonderlijk zou zijn is onduidelijk. De Nooyer legt het niet uit.

De framing van het RD bestaat eruit dat het religie en secularisme tegenover elkaar zet als twee entiteiten waartussen een kloof zou bestaan. De suggestie daarvan is dat secularisme een tegenstelling van religie is. Dat is om twee redenen onjuist. Het secularisme is een overkoepelende politieke filosofie die alle religies en levensovertuigingen als gelijkwaardig beschouwt. Wat het RD als ‘seculier’ framet is de (niet-religieuze) levensovertuiging binnen het secularisme. Zij zijn geen tegenstellingen waartussen een kloof bestaat, maar gelijkwaardige entiteiten naast elkaar onder dezelfde paraplu.

Het RD zorgt trouwens voor verwarring door in de kop van een kloof te spreken, maar in de inleidende alinea te beweren dat ‘er als zodanig te weinig basis [is] om te spreken van een kloof.’ Wat is het nou, wel of geen kloof?

Orthodoxe christenen hebben er belang bij om de tegenstellingen binnen het secularisme tussen religie en levensovertuiging uit te vergroten. Dat belang bestaat eruit dat ze de afbraak willen vertragen van oude voorrechten die in Nederland christenen als vanouds genoten.

Maar daarmee spelen ze een gevaarlijk spel. Ook wat het voortbestaan in eigen kring betreft. In Nederland bestaan er immers honderden, zo niet duizenden religies, stromingen, aftakkingen en afscheidingen die allen een minderheid vormen. Zij hebben er belang bij om onder de rechtsstaat beschermd te zijn. Die bescherming wordt er solider en duidelijker op als de vertegenwoordigers van religies het secularisme omarmen en niet in de openbaarheid aanvallen of indirect verdacht proberen te maken. De kloof bestaat vooral in het denken van de orthodox-christelijke denkers die niet beseffen dat het secularisme het voortbestaan van hun specifieke religie optimaal garandeert.

Sonja van den Ende vindt Nederland een politiestaat. Feiten volgen uit haar pro-Poetin activisme

Vandaag stuitte ik op deze video. Het kanaal noch de geïnterviewde Sonja van den Ende kende ik. Zij presenteert zich als een Nederlandse journaliste. De media waarvoor ze zegt te werken zijn niet erg bekend en waaruit haar professionalisme bestaat is onduidelijk. Wel blijkt ze voor de Tehran Times artikelen te schrijven. Wikipedia noemt dat een nieuwsmedium met ‘nauwe banden met het [Iraanse] ministerie van Buitenlandse Zaken’.

Uit haar uitingen op Facebook en Twitter blijkt een duidelijke pro-Poetin en pro-Loekasjenko houding en een anti-EU en anti-Nederlandse houding. Van den Ende lijkt een niche gevonden te hebben in het politieke activisme dat haar profijt biedt. De opoffering om te kunnen functioneren is dat ze de feiten ondergeschikt maakt aan haar mening. Of liever gezegd, de mening waarvan ze denkt dat anderen vinden dat die ze moet verkondigen om bij de alternatieve media aan de bak te komen. Het is ook een carrière en een manier om geld te verdienen.

Mijn reactie bij de videoHybrid War Against Russia, Chaos in Europe, Nord Stream II’ van 16 april 2021 op het YouTube-kanaal van Regis Tremblay die net als Van den Ende een pro-Poetin en anti-EU houding aanneemt:

Sonja van den Ende doesn’t have the facts straight. She lets the facts follow from her opinion. What she does has nothing to do with journalism. She embarrasses journalism.

Dutch PM Mark Rutte survived a motion of no confidence against him in parliament (Tweede Kamer/ Lower House) because the coalition parties VVD-CDA-D66-CU supported him. They are the majority. So what Van den Ende says is not only contrary to the facts, but also to an elementary understanding of politics. It would not be possible for a Dutch prime minister to sit if a vote of no confidence has been passed against him in parliament. Rutte did receive a less severe vote of censure, which was passed by a majority. Whether Van den Ende confuses this or consciously sows untruth is unclear.

Her assessment that the Netherlands is a police state and that critics of the COVID-19 measures end up in jail is also contrary to the facts. Calling the Netherlands a police state is unworldly because almost all countries are then called a police state. The Netherlands scores high in international comparisons between countries in the field of the rule of law. The World Justice Project Rule of Law Index® 2020 places the Netherlands in 5th place, Germany in 6th place and the Russian Federation in 94th place (out of 128 countries). Those are the real facts.

The measures regarding COVID-19 play in the field of public health and have nothing to do with restrictions on freedom. Dutch parliament has passed a law that allows these temporary measures. As befits a workable democracy.

Sonja van den Ende is not a ‘reporter’ and certainly not an ‘independent reporter’ as her interviewer puts it. What she is remains to be seen. Someone who so demonstrably juggles with the facts does not deserve to be associated with journalism in any way. 

Van den Ende seems mainly a political activist from the pro-Putin school who, out of the idea of ​​weakening the EU and strengthening the Russian Federation, simply follows the talking points of the Kremlin. Without really realizing how trivial she is with her curious English.

Hong Kong: South China Morning Post laat zich kennen in onderdanigheid

Moeten we het over China hebben? Want iedereen heeft het over China. De leiders van de Chinese communistische partij antwoorden zelfbewust op kritiek. Ze zijn kolonisten die ontkennen kolonisten te zijn. Hong Kong, Tibet, Binnen-Mongolië en Xinjiang moesten er al aan geloven. De mensenrechten worden er opzij geschoven.Taiwan is het volgende doelwit. Westerse landen sputteren wat in de publiciteit, maar veranderen hun koers niet. De economische belangen zijn te groot.

Enkele jaren terug was de South China Morning Post een journalistiek hoogwaardige bron. Maar uit dit commentaar van Yonden Lhatoo blijkt dat dit nieuwsmedium gelijkgeschakeld is. Het danst nu naar de pijpen van de communisten in Beijing. Zo gaat dat in autoritaire landen. Tot ziens, vrijheid van meningsuiting.

Reconstructie van Nieuwsuur over rol Kremlin bij neerhalen MH17. Maar hoe zit het met afspraken tussen Nederland en Russische Federatie over gasbeleid en Nord Stream II?

Het is goed dat de redactie van Nieuwsuur opnieuw aandacht besteedt aan het neerhalen in 2014 van de MH17 en de betrokkenheid van het Kremlin daarbij. Immers een van de grootste luchtrampen die Nederland ooit heeft getroffen. Het Kremlin is nooit zo hoffelijk geweest om volgens de diplomatieke gebruiken schuld te bekennen of verontschuldigingen aan te bieden aan de Nederlandse regering en het Nederlandse volk. Dat was het affront op een affront. Het item roept wel de vraag op wat de aanleiding ervoor is. Nieuwe feiten blijken er niet uit.

Niet dat dit Nieuwsuur te verwijten valt, maar de afwikkeling van de MH17 en de opstelling van de Nederlandse regering kunnen niet los gezien worden van de verbondendheid van Nederland met de Russische Federatie inzake het gasbeleid. FTM concludeerde in maart 2021 dat Nederland en de Russische Federatie achter de schermen samenwerken over het gasbeleid en de aanleg van Nord Stream II. Zo steunt Nederland achter de schermen via het Nederlandse bedrijf Gasunie en het Brits-Nederlandse Shell de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II die aantoonbaar in strijd is met het energiebeleid van de EU inzake diversificatie en energie onafhankelijkheid. Dat staat omschreven in het Third Energy Package uit 2018.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken bij monde van minister Stef Blok geeft daar geen openheid over ondanks kritische kamervragen van vertegenwoordigers van D66 en GroenLinks. De bedrijfslobby heeft er in een onderonsje met de VVD voor gezorgd dat de gaspolitiek met de Russische Federatie bij de bewindslieden van VVD, te weten demissionair premier Rutte, minister Blok een minister Bas van ’t Wout van Economische Zaken en Klimaat onaantastbaar is.

Dit is dus schaken op meerdere borden. Nederland werkt in het niet eens zo geheime geheim hecht samen met het Kremlin op het gebied van het gasbeleid en heeft in de publiciteit volop kritiek op het Kremlin bij de schuldvraag en de afwikkeling van de ramp met de MH17. In zekere zin kan dat laatste als publicitaire afleiding voor het eerste worden beschouwd.

De fundamentele vraag is hoe een en ander samenhangt en of er een akkoordje tussen Moskou en Den Haag is afgesproken over de samenhang van deze twee kwesties. Daar zou Nieuwsuur eens in moeten duiken. Dan wordt het interessant. Want (of maar?) dat onderling verband ligt politiek net zo gevoelig in Den Haag als in Moskou. Of mogelijk zelfs gevoeliger.

Waarom gaven media afgelopen week zoveel ruimte aan de spindoctors van de VVD?

Het is inderdaad schandalig, die spindoctors van de VVD. Media gaven afgelopen week de meningen van spindoctors van de VVD door. Het is als het overnemen van persberichten. Gratis inhoud. Lekker makkelijk.

De verdedigingswal van de spindoctors van de VVD die afgelopen als een door de VVD georkestreerde sprinkhanenplaag de media teisterden (Jan Driessen, Mark Thiessen, Henri Kruithof, ‘mastodonten’ etc.) is dat namens de VVD Mark Rutte zich uit kan spreken over het personeelsbeleid van het CDA (Omtzigt elders), maar de andere partijen niet over het personeelsbeleid van de VVD (geen Rutte). Uiteraard wordt die orkestratie ontkend. Maar ze zeiden allen hetzelfde.

De meest botte bijl was reputatiemanager Jan Driessen die met verve de rol van ‘bad guy’ op zich nam. Driessen is het breekijzer van de onredelijkheid die in deze VVD-campagne om Rutte te redden als een van de eersten aftrapte. NRC gaf hem ruimte voor een artikel op de opiniepagina. NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong reageerde desgevraagd op FB. Over Driessen schreef ik op FB: ‘

Jan Driessen is niet onpartijdig als oud-campagnestrateeg van de VVD en Mark Rutte. Dat dient bij lezing van zijn stuk in gedachten te worden gehouden. Hij spreekt over de ‘rücksichtslose en genadeloze Kaag’. Dat is nogal een aantijging. Via een omweg doet Driessen precies dat wat hij Kaag verwijt. Denkt Driessen dat hij buiten de wedstrijd staat?

Uit zijn stukken in Adformatie over de formatie blijkt een patroon. Driessen valt D66 hard aan en verdedigt de VVD. Wat Driessen beweert, zegt vooral iets over Driessen. Met zijn ronkende oorlogstaal laat hij zich kennen als een vertegenwoordiger van oud leiderschap en een oude politieke cultuur.

De kern van de kwestie Rutte is niet dat hij loog over Omtzigt, maar dat hij dit kamerlid van de CDA op een zijspoor wilde zetten. De kern van de kwestie van de spindoctors van de VVD is niet dat zij georkestreerd de media opzoeken, maar dat de media daar zo naïef over zijn en in meegaan. Het betreft zowel dagbladen als omroepen.

De missie van de VVD om de reputatie van Rutte te redden lijkt voorlopig geslaagd, hoewel afgewacht moet worden hoe aanvaardbaar Rutte nog is voor andere partijen. Het zijn vooral de media die afgelopen week door hun gemakzucht aan geloofwaardigheid verloren. Hun reputatie is geschaad. Spindoctors van andere partijen dan de VVD kwamen niet aan het woord. De pluriformiteit was zoek. Uiteraard ontkennen media dat zelf. Of ze beseffen niet hoe ze gemanipuleerd werden door de VVD of ze hebben er vrede mee en zien het als een normaal verschijnsel. Dat laatste is nog het meest verontrustend. Zo werd de kwestie Rutte binnen een week de kwestie Rutte in de media.

Godsdiensten zijn minder uniek dan christelijke randdebielen en bollebozen suggereren. Het rechtvaardigt geen uitzondering voor kerkdiensten

The second drama premiere of the 63rd Dubrovnik Summer Festival, Euripides’ ancient Greek tragedy Medea directed by Tomaž Pandur and realized in | ‘Medea’s demonic aria’ on Fort Lovrjenac till 7th August | Just Dubrovnik

Het is duidelijk: de randdebielen zijn onder ons. Ze zijn van orthodox-religieuze, protestante signatuur en wonen in steden als Urk of Krimpen a/d IJssel. Ze kunnen wellicht alles van de bijbel weten en gezag hebben in eigen kring, maar hebben geen historisch besef en politiek benul. Maar ze staan niet alleen. Ze krijgen rugdekking van christelijke bollebozen.

Hoe wereldvreemd is het niet om te zeggen dat de SS vriendelijker handelde in de oorlog dan journalisten die verslag doen van de kerkgang? Terwijl heel Nederland op slot zit. Dit is rugwind voor religiecritici die kritisch zijn op religieuze instellingen en tragisch voor de meerderheid van goedwillende gelovigen die zich voorbeeldig gedragen en zien hoe deze protestante hardliners alle godsdiensten in een kwaad daglicht zetten. Deze christelijke randdebielen hebben in 48 uur meer schade aan het christendom aangericht dan vrijzinnigen en religiecritici in 48 jaar.

Zoals bij islamitisch geweld de ‘gewone’ moslims door voornamelijk rechtse segmenten van de samenleving daar op aangesproken worden (zelfs als zij of hun ouders niet eens moslim zijn maar een islamitisch land als land van herkomst hebben) zo zouden nu de ‘gewone’ christenen ter verantwoording moeten worden geroepen voor de daden en woorden van deze orthodoxe christenen.

Het is een geluk bij een ongeluk dat het orthodoxe christendom zich uitspreekt en haar ware aard toont. Want daarover bestaat onduidelijkheid. Veel Nederlanders in de grote steden denken dat deze orthodoxe christenen redelijk en niet veel anders zijn. Dat kun je vermoeden van gelovigen waarmee je nooit in aanraking komt. Dat is het misverstand. De basis voor die zelfgekozen segregatie van de orthodoxe christenen is de angst om het eigen karakter te verliezen. Daarom houden ze krampachtig aan elkaar vast en gijzelen ze in zekere zin elkaar. Op hun beurt hebben ze weer een verkeerd beeld van andersdenkenden. Dat leidt tot radicalisering in eigen kring. Dat is bij orthodoxe gelovigen van andere godsdiensten niet anders.

Het AD maakt in een artikel met als aanleiding de actualiteit van schoppende kerkgangers een rondgang langs docenten en hoogleraren theologie/ godsdienstwetenschappen waarvan er vermoedelijk in Nederland honderden zijn. Afwijkende geloofsrichtingen, gemeenschappen, stromingen en godsdiensten leiden tot afwijkende meningen over wat geloof is. Daarmee worden ook de valse tegenstellingen geïntroduceerd om het geloof te verdedigen. De bollebozen nemen het ‘genuanceerd’ op voor de randdebielen. Zo suggereren ze in hun wijsheid.

Schermafbeelding uit artikel ‘Volle kerken leiden tot onbegrip: ‘Kerkdienst is echt iets anders dan een festival’’, AD, 30 maart 2021.

Hoogleraar praktische theologie Hans Schaeffer zegt in de hierboven geplaatste schermafbeelding uit dat artikel in het AD dat ‘een kerkdienst is daarmee echt iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Eeuwenlang was het christendom in Nederland het dominante verhaal en het besef dat religie wat hogers is, vanzelfsprekend. Sinds de verlichting wordt het geloof steeds meer achter de voordeur teruggedrongen.

Dat is een valse tegenstelling. Natuurlijk is een kerkdienst iets anders dan een voetbalwedstrijd of een festival. Maar daarmee is niet gezegd dat het waardevoller is en de vrijheid van godsdienst een grondrecht is dat meer bescherming moet krijgen dan andere grondrechten. Dat suggereert Schaeffer hiermee. Het feit dat eeuwenlang een situatie heeft bestaan wil niet zeggen dat dat een juiste situatie was. De geschiedenis kent genoeg wantoestanden als kinderarbeid, slavernij of feodale verhoudingen die eeuwenlang hebben bestaan en in hun tijd vanzelfsprekend waren, maar waarvan het toch beter is dat ze niet meer bestaan.

Godsdienst is historisch ook zo’n relict uit vroeger tijden. Het christendom is een sekte van twee millennia oud. De leeftijd van het christendom is dus eerder een argument tegen voor de legitimiteit en het bestaan ervan. De ondergeschikte positie van vrouwen binnen godsdiensten is een teken van die achterhaaldheid.

Schaeffer is selectief door een kerkdienst te vergelijken met een voetbalwedstrijd of festival. Hij kan het ook vergelijken met een tentoonstelling in een openbaar museum van het werk van Mark Rothko (zoals de Rothko Chapel in Houston) of een Griekse tragedie van de grote drie tragedieschrijvers Aechylus, Sophocles en Euripides. Vooral van de eerste is duidelijk dat hij in vorm en inhoud uit dezelfde bron put van de rituelen en een mensbeeld met noodlot, zondeval en Goden als de ons nu bekende godsdiensten. Er zijn meer voorbeelden uit de kunsten, van Bach tot Marc Mulders die tegenspreken dat kerkdiensten principieel anders zijn. Dat zijn ze niet. Kunst raakt in presentaties ervan ook het diepste wensen van de mens. Daarin is religie niet uniek.

The Oresteia of Aeschylus – Leader of the Chorus

Kerkdiensten zijn op dit moment in Nederland slechts op één aspect anders. Ze genieten voorrechten die vergelijkbare theatervoorstellingen en museumprestaties niet genieten omdat ze op last van de rijksoverheid zijn stilgelegd. Dat bergt een onverklaarbare ongelijkheid in zich.

Schaeffer constateert terecht dat het geloof sinds de verlichting steeds meer achter de voordeur is teruggedrongen. Dat is er een gevolg van dat de meerderheid van de Nederlanders verklaart zich niet door een godsdienst te laten inspireren en het christendom haar dominante grip op de samenleving is kwijtgeraakt. Binnen het secularisme heeft het christendom nu dezelfde positie als andere geloven en levensovertuigingen. Ermee is het recht van de christenen niet verdwenen om zich te verenigen in kerken, maar alleen hun traditionele voorrecht waar Schaeffer nostalgisch naar terug lijkt te verlangen. De episode van de kerkdiensten tijdens de pandemie verduidelijkt dat zelfs dit voorrecht van het christelijke geloof niet definitief is verdwenen. Dat is het naijl-effect van christenen die zich in de politiek hebben verschanst en met een beroep op de voortreffelijkheid en bijzonderheid van hun geloof dat aloude voorrecht als natuurlijk opeisen.

Journalistiek moet onjuiste beweringen van opinieleiders geen ruimte geven en beter dan nu uitleggen waarom het dat niet doet

Meermalen heb ik me hier kritisch uitgelaten over de gevestigde media. Dan bedoel ik niet dat ze de stem van de gevestigde orde zijn en voor druk, geld en invloed tot een instrument worden gemaakt dat de beeldvorming  manipuleert. Dat is iets van alle tijden en zo oud als er media bestaan. Zogenaamde objectiviteit bestaat niet. Mijn kritiek is anders.

Het gaat me om het antwoord in werkwijze en gedragsregel op recente ontwikkelingen die niet goed verwerkt worden. De Code van Bordeaux uit 1954 legt de journalist op ‘op faire wijze te werk te gaan’, op hoor altijd wederhoor te geven. Het wordt echter valkuil en hinderlaag voor de traditionele journalistiek als wederhoor voornamelijk nepnieuws toevoegt. Hoofdredacties zouden niet deze ‘faire wijze’, maar de eerbied voor de waarheid voorop moeten zetten.

Is het onderhand geen tijd voor ander beleid bij media? Zo kunnen media een kwaliteitsslag maken door vals van echt nieuws te onderscheiden en nepnieuws als hoor of wederhoor niet langer te verspreiden. Beter dan nu dienen de media te beseffen dat de journalistieke code uit 1954 met de doodlopende weg van het enerzijds-anderzijds of het verslag doen van elke oprisping van elke politicus of complotdenker niet meer ongewijzigd toegepast kan worden.

Op dit blog hanteer ik de vuistregel dat ik alleen ongewijzigd beweringen doorgeef die op feiten zijn gebaseerd. Daar hoef ik het niet mee eens te zijn, maar ze mogen in mijn ogen niet in strijd met de waarheid zijn. Een mening moet tegengesproken kunnen worden en onderdeel van het publieke debat zijn. Met beweringen die in strijd met de feiten zijn hanteer ik een andere vuistregel. Die plaats ik alleen als ik ze duidelijk kan weerleggen, anders geef ik ze niet weer.

Media hanteren deze regel niet. Elke oprisping van politicus Thierry Baudet of Geert Wilders of al die complotdenkers die COVID-19 als een griepje voorstellen kan geplaatst worden. Niet altijd gebeurt dat omdat het niet altijd nieuwswaardig is, maar er is evenmin een regel bij media dat ze beweringen die in strijd met de feiten zijn per definitie geen ruimte geven. Ze  verschuilen zich dan soms achter het excuus dat de feiten niet vaststaan en ze om onpartijdig verslag te kunnen doen feiten die in strijd zijn met de waarheid wel moeten doorgeven. Met als gevolg dat de gevestigde media zich willens en wetens tot de belangrijkste handlangers van het verspreiden van desinformatie hebben gemaakt. Dat daar goede objectieve stukken binnen genuanceerde redacties of gepeperde commentaren van talkshow hosts tegenover staan weegt daar niet tegen op. Het kwaad is dan al geschied.

Klem tussen de gesel van de markt, de macht van Amerikaans techbedrijven als Facebook en Twitter, de angst om de boot te missen en de beschuldiging van partijdigheid heeft de journalistiek geen afdoend antwoord op de vraag of het nieuws dat in strijd is met de feiten ongewijzigd door moet geven. Was het in 2016 toen desfinformatiecampagnes in opkomst waren nog begrijpelijk dat hoofdredacties er geen passend beleid over hadden ontwikkeld omdat ze erdoor overvallen werden, nu is het nalatig dat ze nog steeds geen passend beleid hebben dat nepnieuws blokkeert en de nieuwsconsument uitlegt hoe dat beleid precies werkt en is geformuleerd.

Aanleiding is een commentaar van 13 maart 2021 van redacteur Chris Quinn in The Plain Dealer, de belangrijkste krant van Cleveland, Ohio. De titel geeft aan wat de inzet is: ‘When candidates make reckless statements just to get attention, should they get attention?’. Het gaat om de Republikeinse kandidaat-Senator Josh Mandel die meningen verkondigt die niet alleen in strijd met de feiten zijn, maar ook de volksgezondheid in gevaar brengen. Exact wat types als Baudet of Willem Engel doen. De sleutelpassage uit Quinns commentaar is de volgende:

Is dat niet exact de inschatting die de media moeten maken, maar te weinig maken? Namelijk dat buitensporige en gevaarlijke beweringen nog geen nieuws zijn dat gepubliceerd dient te worden. Zoals Quinn ook zegt zijn types als Mandel wanhopig op zoek naar aandacht en geeft zijn krant graag ruimte aan debat. Daar zijn echter grenzen aan: ‘Maar we publiceren niet bewust belachelijke en idiote beweringen. Mandel wilde niet zozeer een debat voeren met onze columnist, maar ons platform gebruiken om aandacht te krijgen met aantoonbaar valse beweringen over het virus.’ Het beroep op die enerzijds-anderzijds functie van media is de valkuil waar de complotdenkers slim gebruik van maken en media niet echt een goed antwoord op hebben. Quinn geeft dat antwoord wel.

Foto’s: Schermafbeelding van delen uit artikelWhen candidates make reckless statements just to get attention, should they get attention? van Chris Quinn voor The Plain Dealer (online: Cleveland.com), 13 maart 2021.