George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Johanna en George

Evaluatie discussie Johanna en George

leave a comment »

4741237429_0d3ae12f37_o1

Dertien afleveringen lang hebben Johanna Nouri en ik geprobeerd om elkaar te vinden. Zoals bij elke soap is de vraag krijgen ze elkaar? Uiteraard uitsluitend in niet-romantische en politieke zin. Want ik ken Johanna slechts digitaal. Aan u het ultieme antwoord. Zaten er waardevolle gedachten en oplossingen met praktische waarde bij? Was het ronduit saai of een interessante mislukking? Suggesties voor een vervolg zijn welkom. Ook over onderwerp of gesprekspartner.

Hoe het u vergaan is weet ik niet, maar ik vond het leuk en de moeite waard. Ik herplaatste de oorspronkelijk op Johanna’s blog verschenen en licht bewerkte uitwisseling graag omdat het past binnen de intenties van dit blog. Namelijk het vinden van een weg tussen uitsluiten en wegkijken. Ofwel, bruggen bouwen vanuit het midden. Omdat de waarde naar mijn idee in de stappen en het denkproces zat, koos ik ervoor om niet in te korten. Alleen de passages over Feisal Abdul Rauf en het New Yorkse Cordoba Initiative verdwenen omdat ze weinig toevoegden.

In een reactie bij de slotaflevering legde ik uit uit iets anders te zoeken dan moralisme: Zo’n instelling spoort met Marjolijn Februari die zich in haar NRC-column van 5 augustus jongstleden afvraagt of ze een ideologische eunuch is. Dus ongepassioneerd, en neutraal en onpartijdig op zoek naar de waarheid. Met in ons geval wederzijds begrip en nieuwsgierigheid naar de ander. Dat was hier ook mijn bedoeling, hoewel ik niet weet of ik erin geslaagd ben. Zo’n neutrale pose verdraagt zich slecht met het toekennen van moreel gelijk. Dat trouwens modebewust is en verandert door de grillen van de tijd.

Het klopt dus dat beide discussieerders de vraag van goed en kwaad, de vraag naar het ultieme gelijk bewust buiten beschouwing laten. Ik vermoed niet stelselmatig, want het is moeilijk om daarin consequent te zijn. Zo sterk sta ik niet in mijn schoenen dat ik geen klap van de molen meekrijg. Maar ik besef het mechanisme en probeer het te vermijden.

Een en ander kun je positief opvatten omdat zo’n streven naar koele zakelijkheid en rationaliteit op blogs en in krantenkolommen een zeldzaamheid is geworden. Bloggers en journalisten-columnisten getuigen liever door een deel van het verhaal te vertellen. Daar pas ik voor. Aan dat getuigen heb ik een broertje dood. Hoewel het bewust ontlopen van getuigen door sommigen toch als getuigen uitgelegd zal worden. Da’s het risico van een dwarse opstelling. 

Johanna verwoordde een en ander als volgt:
Wederkerig respect is voor mij een basisvoorwaarde om tot ‘common ground‘ te komen. Daar hoort bij de wil om naar elkaar te luisteren. Juist dat laatste hebben we gedaan. En je kan zien dat dat soms flink wat moeite kostte, omdat we allebei met een gekleurde bril keken naar wat de ander schreef. Het kostte veel tijd om daar doorheen te komen en dat achter ons te laten. In mijn beleving lukte dat omdat we dat allebei wilden: in gesprek zijn met de ander. Omdat we allebei uit zijn op een open samenleving waarin we met elkaar samen kunnen leven.

Foto: Sleepboten trekken het vrachtschip Bia, Zweden, 1952; K.W. Gullers

Johanna en George over religie en islam 13

with 4 comments

Laatste, 13de deel van een discussie tussen Johanna Nouri en George Knight.

George: Het teken aan de wand moet dan toch het cultuurverschil zijn dat eerder ter sprake kwam. Ook proef ik een verschil in taalbeleving -om het zo neutraal mogelijk te zeggen- dat vermoedelijk eerder individueel dan anderzins bepaald wordt. Als twee welwillenden -daar ga ik vanuit- al zo langs elkaar heenpraten, dan kun je je voorstellen dat de kloof tussen kwaadwillenden helemaal onoverbrugbaar is. Dat maakt triest. Maar het constateren en erkennen van het verschil is ook tegelijk de eerste stap om het te dichten.

Ik kan je correctie van mijn onvolledige weergave van jouw vermeend legalistische standpunt billijken. Dank ervoor. Natuurlijk staat de constitutie buiten kijf. We hoeven dat niet te blijven herhalen. Hoewel dat ook weer nuancering vraagt omdat de ontwikkeling ervan nooit stilstaat en door elke volksvertegenwoordiger mag worden gewijzigd. Maar door alle institutionele waarborgen en internationale inbedding is wijziging van de grondwet een lastig, bijna onmogelijk proces. Daarom denk ik dat we ons geen onnodige zorgen moeten maken over polarisatie. De herhaalde bezwering tegen polarisatie zou wel eens schadelijker kunnen zijn dan de herhaalde bezwering door de polarisatie zelf. Ik vind dat vele tegenstanders onvoldoende beseffen dat zij door het voorbijgaan aan de nuance mede onrust stoken. Zo spelen ze ongewild de polarisatie in de hand.

Ik ben verheugd dat we uiteindelijk hetzelfde doel blijken te hebben, namelijk een krachtige burgerrechtenbeweging waarin politieke kleur, religie of sociale klasse er niet toe doet. Dat is dan toch de gemeenschappelijkheid die onder onze woorden verscholen lag. Het moest wel zo zijn om in gesprek te blijven.

Johanna: Ik denk dat het heel erg zoeken is hoe je omgaat met de polarisatie. Je kunt stellen er niet aan mee te doen door elk debat te mijden, en de praktijk laat zien dat het debat daar niet minder om wordt. Je kunt ook elk debat aangaan, en dat leidt evenmin ergens toe. Het is dus zoeken naar een tussenpositie.

Ik denk dat de vraag die we nu aan de orde hebben, een belangrijke is. Niet ‘wat scheidt ons’, maar ‘wat bindt ons’? Dat wil niet zeggen dat we het niet over verschillen mogen hebben, maar het is een geheel ander vertrekpunt. Als je vanuit gezamenlijkheid spreekt over verschillen leidt dat tot een ander debat. Hopen wij beiden.

In deze tijd van vergaande polarisatie en verharding van standpunten wordt het steeds moeilijker om nog naar elkaar te luisteren. Opmerkingen worden dan gekleurd door wat je eerder hebt gehoord en ook door je eigen ervaringen tot dat moment. Ik begrijp wat je bedoelt als je stelt dat we niet steeds hoeven te herhalen dat de constitutie buiten kijf staat. Om diezelfde reden vind ik het onnodig om me telkens weer te moeten distantiëren van terrorisme en geweld. Toch blijkt dat steeds weer nodig te zijn, met name omdat sommigen geen gelegenheid ongebruikt voorbij laten gaan om mij daar terwijl ze beter weten mee te associëren. Ik ervaar dat als een poging tot karaktermoord. Ik kan me goed voorstellen dat dat voor jou ook zo is als je vragen krijgt of je de constitutie wel respecteert.

George: Zoals je terecht memoreert pleitte ik uiteraard niet voor het vermijden van het publieke debat, maar voor het vermijden om mee te gaan in de polarisatie. Actief of reactief. Die tussenpositie kan bestaan in het blijven wijzen op de nuance. Maar omdat iedereen de bandbreedte van het toelaatbare en solidaire anders ziet is de tussenpositie geen onverdeeld plezier, zoals mijn ervaring op internet leert. Bij het zoeken van de nuance horen hoon en uitsluiting. En een sterk zelfvertrouwen in het eigen denken.

Het is grappig dat je de vergelijking maakt tussen vragen over jouw positie en mijn respect voor de constitutie. Je bent namelijk de eerste die dat oppert. Ik ben al op veel aangesproken en uitgemaakt voor van alles en nog wat, maar nog nooit had iemand expliciet vragen bij mijn respect voor de constitutie gezet. Voor alles bestaat een eerste keer.

Je maakt duidelijk hoe het mechanisme werkt. Het antwoord is een les uit de publiciteit. Als de vraag over geweld, terrorisme of constitutie op ons pad komt, dan moeten we zonder bijgedachten antwoorden. Ons niet af laten leiden door de eigen uitleg waarom we het ongepast vinden dat ons de vraag sowieso gesteld wordt. In de praktijk kan uitsluiting de bewuste bedoeling van de vraag zijn. Niet de nieuwsgierigheid naar ons antwoord. Dat effect versterken we juist door niet direct te antwoorden. Doelmatiger is om direct te antwoorden. In de hoop dat het wantrouwen slijt. Je weet wel, het water dat onder de brug stroomt. En stroomt. En stroomt…….

Foto: Dorp bij Yokohama, Wilhelm Burger, circa 1869

Johanna en George over religie en islam 12

with 2 comments

Deel 12 van een discussie tussen Johanna Nouri en George Knight.

Johanna: = Ik vermoed dat we het er inhoudelijk over eens zijn waar we uit willen komen, maar dat er tussen ons een accentverschil is hoe dat bereikt wordt. Ik leg meer verantwoordelijkheid en zelfwerkzaamheid bij het individu, jij beroept je daarnaast ook op de beschermende overheid. =
Jij schetst onze positie als een verschil tussen meer verantwoordelijkheid en zelfwerkzaamheid bij het individu tegenover de beschermende overheid. Voor mij is dat echter geen tegenstelling, maar vullen die twee elkaar aan. Het is bovendien niet de kern van mijn betoog.

Mijn uitgangspunt is dat de overheid tot taak heeft de rechten van haar burgers te beschermen, alle burgers. Onderdeel daarvan is dat mensen onschuldig zijn tot het tegendeel is bewezen. Onderdeel daarvan is ook dat mensen worden aangesproken op precies die eigen verantwoordelijkheid van het individu, en dus niet op het gedrag van derden in andere delen van de wereld. Dat gaat niet over zelfwerkzaamheid, dat gaat over de polarisatie die op dit moment in onze maatschappij doelbewust wordt aangewakkerd. Dat is iets waar ook niet-moslims een zware verantwoordelijkheid voor dragen. En op die verantwoordelijkheid spreek ik hen aan. Onschuldig, niet guilty by association, dat is de rode draad in de discussie.

Ik suggereerde niet dat het in elkaar rammen van homosexuelen iets met geloof en/of allochtonen te maken heeft. Hoewel dat in praktijk wel zo schijnt te zijn. Wat je hier doet is bevestigen en ontkennen in één. De praktijk suggereert helemaal niets anders, want geweld tegen homoseksuelen komt helaas veel breder voor in onze samenleving. Wie het ook doet, het is strafbaar en moet dus bestraft worden. De religie of herkomst van de dader is voor de handhaving van de wet niet relevant.

Dat Nederlandse moslims dezelfde grondrechten hebben als ieder ander is niet de theorie. Ik ben het fundamenteel oneens dat het actie vraagt om die rechten in de praktijk te verwerven. Je mag van moslims, net als van ieder ander, verwachten dat ze zich aan de wet houden. En je mag van ieder ander eveneens verwachten dat die zich aan de wet houdt, en dus ook dat hij de rechten van zijn medeburgers respecteert. Het zou wat zijn als je alleen rechten hebt als je zelfwerkzaam bent, als je die rechten steeds moet bevechten.
Ik zie dat we hier flink langs elkaar heen praten. Natuurlijk is emancipatie, ik gebruik liever empowerment belangrijk. Het niet ter discussie stellen van rechten is dat echter evenzeer. Het zijn geen communicerende vaten, je kunt ze niet tegen elkaar wegstrepen.

De media geven inderdaad een eenzijdig beeld. Deels wellicht doordat moslims hun eigen positie en hun diversiteit niet voldoende over het voetlicht brengen. Maar zeker ook doordat de media sterk de neiging lijken te hebben om te publiceren wat voor het volk interessant is. En ook doordat goed nieuws meestal geen nieuws is. Moslims zouden wat aan hun positie kunnen doen door beter en actiever de publiciteit te zoeken. Maar dat ontslaat ons als burgers en de media niet van de plicht om zelf ook ons werk goed te doen. Ik zie trouwens dat daar waar dat beeld wel gecorrigeerd wordt, een grote groep ervoor kiest om dat volstrekt te negeren en liever vast te houden aan de eigen vooroordelen.

Die verandering begint gewoon hier en nu. Bijvoorbeeld op dit blog. Wij weten allebei dat het beeld eenzijdig is. Toch heb ik het gevoel dat ik het ene ‘vooroordeel na het andere lees in je reactie. Tegelijkertijd schrijf je dat je dat niet zoziet. Ik noemde dat eerder al ambivalent. In mijn beleving maak je geen keuze. Je kiest niet tussen individueel aanspreken en collectief associëren, maar spreekt mij individueel aan op die collectieve associatie. Ik ben het dus met je eens dat de individualiteit van de moslim wordt in Nederland in de praktijk nog steeds niet erkend. Ook door jou niet. Ook jij ziet een moslim als het verlengde van een groep. Ik daag je uit om dat proces van de-individualisering te stoppen, om te beginnen bij jezelf.

George: Over het vermeende verschil in benadering tussen ons zie ik geen tegenstelling, maar een accentverschil. Daarom schreef ik: Ik leg meer verantwoordelijkheid en zelfwerkzaamheid bij het individu, jij beroept je daarnaast ook op de beschermende overheid. In mijn optiek vullen het een en het ander elkaar dus ook aan. Net zoals jij het ziet.

Ik blijf moeite houden met wat ik eerder je legalistische standpunt noemde. Je overtuigt me niet door opnieuw dat te herhalen wat ik ook onderschrijf. Uiteraard is de constitutie een sine qua non, iets wat er is, moet zijn en waar we niet zonder kunnen. Maar dan zijn we er nog niet. Anders gezegd als een vrijheid of wet maatschappelijk niet wordt gedragen, dan betekent het in de praktijk weinig. Handhaving kan bij massale ontduiking of negering nooit opgelegd worden.

Of je het bewust doet begrijp ik niet, maar je draait opnieuw mijn woorden om als je zegt dat ik aan sommigen andere voorwaarden stel dan aan anderen. Dat doe ik niet. Ik ga alleen verder door daarnaast maatschappelijke betrokkenheid te vragen. Niet als voorwaarde voor het kunnen genieten van de bescherming van de constitutie, maar als maatschappelijke plicht daarnaast. Wat afhangt van de situatie waarin iemand verkeert. Anders is het niet. Bovenop de constitutie komt niets vanzelf.

De samenleving is immers meer dan een overheid die garandeert. En dat in veel gevallen ook nog eens knap beroerd doet. De samenleving geeft mensen kansen en mogelijkheden die ze zelf moeten grijpen. De overheid voorziet in de voorwaarden. Dat is het. Een samenleving is meer dan een overheid.

Kortom, je kunt je op een legalistisch of gouvernementeel standpunt stellen. En het grootste gelijk van de wereld is je deel. Maar omdat de uitgangsposities van burgers ongelijk zijn en hun omstandigheden verschillen evenals hun handigheid om om te gaan met de omstandigheden vergroot zo’n legalistisch of gouvernementeel standpunt eerder de verschillen tussen mensen dan dat ze verkleind worden. Omdat ik dat verschil ongewenst vind is de enige oplossing dat mensen hun gelijkheid gaan halen.

Ik probeerde je niet aan te spreken op de groep waarvan je me vertelde deel uit te maken. Wat ik niet eens wist. Eerder zei ik je ook dat je religie/ levensovertuiging of achtergrond me niets interesseerde. Ik heb dan ook eerder het idee dat je een bij jou al langer bestaand idee projecteert op mijn woorden. Dat kan de reden zijn waarom ik af en toe behoorlijk disconnected raak door je conclusies. Zodat ik niet begrijp waarom je in mijn woorden een gevoelswaarde legt die ikzelf er helemaal niet in zie. Wat ook weer niet wil zeggen dat je het niet bij het rechte eind zou hebben. Maar ik kan het dan gewoon niet volgen en invoelen.

Maar het gaat mij erom wat je hier zegt. Dat doe je serieus. En dat neem ik vervolgens serieus en daarom antwoord ik je ook zo nauwgezet mogelijk. Als je toch vindt dat ik je onheus bejegende dan spijt me dat oprecht. Hoe dat mechanisme precies werkt weet ik niet. Het kan zijn dat ik verkeerde signalen afgeef, maar het kan ook zijn dat jij dat doet. Of mijn signalen foutief leest. Wat jij beschrijft over een collectieve associatie ervaar ik min of meer zo in jouw reacties.

We zijn er nog niet uit. Ik zou voor het vervolg willen vragen om ons te concentreren op wat ons bindt en niet op de accent-, vorm-, en perspectiefverschillen. Mijn ideaal is een krachtige burgerrechtenbeweging die neutraal is en los van politiek, religie, sociale klasse staat. Wellicht is dat iets wat ons kan binden.

Johanna: Grappig dat jij me verwijt je woorden te verdraaien. Ik heb bij jouw precies het zelfde gevoel. Je haalt ze uit de context, laat ze net iets anders klinken en maakt er een nieuw verhaal van. Een zeer onaangename manier van discussiëren. Wellicht is het feit dat we dat allebei zo ervaren, en niet voor het eerst, een teken aan de wand.

Een ander punt is nog dat jij mijn idee over de grondrechten legalistisch of gouvernementeel neemt. Toch is dat niet waar het mij om gaat. In essentie gaat het mij erom dat ik op geen enkele manier mee wil gaan in het ter discussie stellen of afhankelijk maken van de grondrechten van wie dan ook. Dat laat onverlet dat uitoefenen van dat recht onder invloed staat van het individu, van anderen en van de sociale en maatschappelijke omgeving. Het huidige debat, waarin zo sterk wordt gepolariseerd, baart mij dan ook ernstig zorgen. Wellicht bedoelen we hetzelfde, ik vond het belangrijk dit nogmaals te benadrukken.

Als je het niet erg vindt wil ik het thema criminaliteit even laten liggen, omdat het wederom een nieuw onderwerp in ons gesprek is en ik naar een afronding toe wil in de door jou voorgestelde richting.

We zijn er inderdaad nog niet uit. Dat is ook niet erg. Belangrijk vind ik dat we allebei ons inzetten om het gesprek plaats te laten vinden, hoe lastig we dat ook allebei op sommige momenten ervaren. Het zou gemakkelijk zijn af te haken, gelukkig kiezen we daar niet voor.

Ik deel je idee dat het zinvol is om ons te concreteren op wat ons bindt. Ook mijn ideaal is een krachtige burgerrechtenbeweging waarin je politieke kleur, je religie of sociale klasse er niet toe doet.

Foto: Iemand bekijkt Ghost, een groep biddende moslimvrouwen  van folie, Kader Attia; Saatchi Gallery, 2009

Johanna en George over religie en islam 11

leave a comment »

Deel 11 van een discussie tussen Johanna Nouri en George Knight.

Johanna: Het gaat er niet om dat moslims iets typisch islamitisch doen wat op eigen merites beoordeeld moet worden. Nee, zij volgen de begane paden van de maatschappij waarin zij leven en moeten dus naar nationaal geldende maatstaven beoordeeld worden. Daar ontbreekt het nogal eens aan.

= Ik vind je opstelling legalistisch. Staatsrechtelijk heb je gelijk. Maar da’s maar een deel van het verhaal. Het gist aan politiek en maatschappelijke processen. De angst regeert en wordt aangewakkerd. Er is een Nederlandse islam die zoals je zegt niet hierarchisch en strikt georganiseerd is als de andere monotheistische stromingen in Nederland. Dus verdeeld en lastig aanspreekbaar is. Dat maakt kwetsbaar. =
Er is niets legalistisch aan het uitgangspunt dat in ons land rechten en plichten voor iedereen gelijkelijk gelden. Het is de basis van onze democratische rechtsstaat. Dezelfde rechtsstaat die we terecht met hand en tand verdedigen.
Angst regeert, mee eens. Het kan echter niet zo zijn dat we ons laten regeren door angst en op basis van die angst anderen hun rechten gaan ontnemen en hen gaan discrimineren. Dat is het paard achter de wagen spannen, want daarmee breken we de rechtsstaat af die we zeggen te verdedigen.

= Je kunt vervolgens twee richtingen op. Blijven volhouden dat alleen de wet telt of verdergaan en toelichten wat de intenties zijn. Communicatie dus, waarvan je gelukkig ook het belang inziet. Het lijkt me de sleutel die veel te weinig gebruikt wordt. Uitleg is geen knieval, geen terugvallen in een positie die je al dacht overwonnen te hebben. Ik begrijp dat je geen boodschap hebt aan wij-zij denken -dat overigens van beide zijden komt- en denkt dat voorbij te zijn. Maar dat moet elke dag weer veroverd worden. =
Communicatie en uitleg is geen drempelcriterium voor het hebben van burgerrechten. De rechten en plichten die iedere burger heeft gelden dus ongeacht de mate waarin en het niveau waarop die burger communiceert. Wat onverlet laat dat (betere) communicatie kan bijdragen aan het verminderen of wegnemen van angst. Van de andere partij vraagt het de bereidheid tot luisteren en een open houding.

= Denk aan de homosexuelen die nog steeds in elkaar geslagen worden. Die moeten ook blijven vechten voor hun rechten en kunnen niet volstaan met het wijzen naar de grondrechten. Juist de homobashers verdienen die voorlichting. Zo werkt het jammergenoeg met minderheidsgroepen. Hun acceptatie verloopt traag en kent terugslagen. =
Het in elkaar slaan van homo’s heeft voor mij niks met integratie te maken. Het is in strijd van de wet en komt ook voor onder mensen die hier geboren en getogen zijn. Het in elkaar slaan van homo’s is strafbaar. Daders moet je oppakken en veroordelen. Welk geloof of levensovertuiging de dader heeft speelt daar geen rol in.

= Kortom, ik maak me zorgen over een Nederlandse islam die slecht communiceert met het grote publiek. Die kansen laat liggen om de burgers van Nederland op een redelijke, niet-polemologische of islamiserende manier te benaderen op het niveau van bedoelingen, organisatie, integratie, burgerschap en democratisch besef. Ik maak me zorgen dat blijkbaar het preken voor de eigen gemeenschap doorgaat, maar ik moet blijven gissen wat er gist. =
Die zorg begrijp ik. Een tweede zorg is dat er een tendens is om zeer argwanend, zelfs achterdochtig naar moslims te kijken en op basis van die achterdocht wetten te willen maken die grondrechten aantasten. Ook daar moeten we wat aan doen.

George: Ik suggereerde niet dat het in elkaar rammen van homosexuelen iets met geloof en/of allochtonen te maken heeft. Hoewel dat in praktijk wel zo schijnt te zijn. Ik gaf het als voorbeeld aan de ontvangende kant voor het feit dat niets vanzelfsprekend komt. Homosexuelen kunnen wel achteroverleunen en wijzen naar de constitutie, maar dan nog worden ze om hun gezindheid in elkaar geramd als ze hand-in-hand door Amsterdam lopen. Wat de meeste homosexuelen al lang niet meer durven overigens.

Hetzelfde geldt voor Nederlandse moslims die uiteraard dezelfde grondrechten hebben als wie dan ook. Maar da’s de theorie. Ik bracht naar voren dat het actie vraagt om ook dat in de praktijk te verwerven. Achteroverleunen en wijzen naar de constitutie is te mager. De eigen plek bevechten hoort bij een open samenleving en de zelfredzaamheid maakt sterk.

Ik vermoed dat we het er inhoudelijk over eens zijn waar we uit willen komen, maar dat er tussen ons een accentverschil is hoe dat bereikt wordt. Ik leg meer verantwoordelijkheid en zelfwerkzaamheid bij het individu, jij beroept je daarnaast ook op de beschermende overheid.

Maar hoe gek of gezocht het ook klinkt, in vele gevallen zie ik dat laatste juist als een beperkende factor voor individuele ontwikkeling. Zeker als het om religie gaat worden Nederlandse overheden betuttelend en patriarchaal. Actieve partij in een debat dat ze vanwege hun rol alleen zouden moeten garanderen. Kijk naar de ramadan. Los van de uitzonderingen die het geloof biedt, doet niet elke moslim eraan mee. Schattingen zijn dat tot 1/3 van de Nederlands-Turkse moslims niet aan de ramadan meedoen door overdag niet te vasten. Het is hun eigen vrije wil die gerespecteerd dient te worden en trouwens in de islam zelf enige rechtvaardiging vindt.

De media geven het beeld van een monolithisch blok van moslims. Een soort jaren ’50 gevoel van saamhorigheid. Echter, ook vanuit de islam zelf wordt dat beeld onvoldoende gecorrigeerd. Dat proces van eigen initiatief mis ik. Ik herhaal het maar weer.

Wie de bladen opslaat en met name de inspanningen van de emancipatie- en minderhedendesks van lokale overheden overziet wordt wee van het exotisme waarin Nederlandse moslims nog steeds worden opgesloten. Notabene door overwegend niet-moslims. In wezen is ook dat uitsluiting door de overheid en maatschappij die mogelijk gevaarlijker is dan het nationaal-exotisme van de PVV. Want minder zichtbaar en dientengevolge lastiger bestrijdbaar.

De individualiteit van de moslim wordt in Nederland in de praktijk nog steeds niet erkend. In het gunstigste geval wordt de moslim als het verlengde van een groep gezien. Wat logischerwijze in de hand gewerkt wordt door de gevestigde islam die zichzelf sterk wenst te presenteren en niet primair bedoeld is voor de emancipatie van de eigen mensen. Daarom ben ik tegen deze de-invidualisering. Of de inperking nu van Wilders, de imam of de overheid komt.

Want laten we wel beseffen dat de tegenwerking en de reactionair te noemen krachten niet eenduidig zijn en op vele niveau’s en in verschijningsvormen voorkomen. Ze zitten in de overheid, de linkse politiek, de rechtse politiek, de zachte sector en de islam zelf. Dat moet ontmanteld worden. Wilders is mogelijk de bliksemafleider die de aandacht trekt door incidenten, terwijl achter zijn rug de structuren aangehaald worden. Ik begrijp dat de individuele moslim enorm baalt van de trage ontwikkelingen, zoals ik daar als democraat en individu ook van baal. Dat vraagt om actie.

Foto: In Londen zwaait een groep van ongeveer 20 demonstranten met banners bij het bezoek van Geert Wilders aan het Britse parlement, oktober 2009

Johanna en George over religie en islam 10

with one comment

Deel 10 van een discussie tussen Johanna Nouri en George Knight.

Johanna: = Suggereer je nou dat ik ervoor pleit dat de meerderheid het voorbeeld van de minderheid volgt? Je mag dat best constateren, maar da’s voor je eigen rekening. =
Nee, dat suggereer ik dan ook niet. Ik vraag om de meerderheid niet af te rekenen en aan te spreken op het gedrag van een kleine minderheid. Of concreter: ik vraag dat je individuen aanspreekt op hun individuele verantwoordelijkheid. Gelet op de onderwerpen die je tot nu toe inbracht, is mijn indruk dat bij die meerderheid weliswaar geen vraagtekens hebt, maar tegelijkertijd hen wel beoordeelt op daden van anderen, de groep als collectief behandelt dus.

= Het blijkt niet uit mijn woorden en die waarde heb ik er niet in willen leggen. Het conflicteert ook met de lijn van mijn betoog. Ik ga voor openheid en emancipatie voor moslims, niet voor apartheid en uitsluiting door moslims. Overigens komt je bewering in je laatste alinea op hetzelfde neer als je zegt dat de meeste Nederlandse moslims de rechtsstaat respecteren en onderschrijven. Ik zeg niets anders. =
Het gaat dan ook met name om de conclusies die je eraan verbindt. Mijn conclusie is dat daar waar uit het gedrag van mensen niet blijkt dat ze de rechtsstaat niet respecteren en onderschrijven, er geen reden is tot actie. Bij jou lees ik dat ondanks het feit dat de meesten de rechtsstaat respecteren er kennelijk toch iets moeten worden ingepast. Dat suggereert dat jij nog een aantal andere normen hanteert impliciet. Mensen in een rechtsstaat kunnen echter niet meer van elkaar vragen dan dat zij wederzijds de rechtsstaat en elkaars rechten en plichten respecteren. Anders geformuleerd: als je je aan de wet houdt, wat moet er dan eigenlijk nog worden ingepast?

= Waaruit je nu weer concludeert dat ik vind dat rechtsstaat en moslims principieel niet te verenigen zijn begrijp ik niet. Ik stelde juist die vereniging als doel. In mijn ogen is het gewoon mogelijk. Waarom niet trouwens? Maar eerder zei ik ook dat het proces niet vanzelf gaat, lastig is voor een relatief nieuwe deelnemer aan de pluriformiteit die als organisatie ook nog eens verdeeld is en onder druk staat. En dat ik belemmeringen niet zozeer bij de Nederlandse moslims zie, maar bij de gemiddeld meer conservatieve Nederlandse organisatie islam. Vandaar mijn hoop dat de Nederlandse moslims volop in dit proces stappen, en voeg ik toe, de gevestigde islam meenemen op die weg. =
Ik kan hier weinig mee, George. We stellen allebei dat de overgrote meerderheid van de moslims onze rechtsstaat respecteert en naleeft. Dan hoeft er dus niks verenigd te worden, want dan is die vereniging al een feit. Aandacht dient er te zijn voor hen die (dreigen) de rechtsstaat niet te respecteren. Maar dat geldt niet alleen voor moslims, dat geldt voor alle burgers van ons land.

= De onderschrijving en de bekendmaking van die onderschrijvng door moslims dringt bij vele niet-moslims niet door. Ik doel niet op rechts-extremisten of xenofoben, maar op de meerderheid van goedwillende Nederlanders. Die willen best geloven, maar horen gewoon niets van een Nederlandse islamconferentie die ondubbelzinnig aangeeft dat islam en rechtsstaat samengaan. =
Is voor mij een variant op: sommigen zaaien twijfel en daarom vinden mensen als jij dat ze het recht hebben om elke keer als er twijfel wordt gezaaid de loyaliteitsvraag te stellen. Dat is niet werkbaar in een samenleving waar we van iedereen vragen om volwaardig en actief burger te zijn.

= Naar mijn idee is die kennisgeving wel degelijk het probleem. Volgens mij is er geen ander probleem. Ik denk dat je onderschat dat een relatief nieuwe deelnemer als de Nederlandse islam aan de maatschappij meer duidelijkheid over haar bedoelingen kan geven. Da’s onlosmakelijk verbonden aan het proces van integratie. =
In theorie klopt dat. De praktijk is echter dat die vraag niet aan elke nieuwkomer gesteld wordt, maar slechts aan één specifieke groep. Wel ben ik het met je eens dat moslims er goed aan zouden doen meer te communiceren. Ik schreef niet zo lang geleden daar al een blog over, over leiderschap binnen de islamitische wereld in Nederland. Tegelijkertijd is er een wezenlijk verschil tussen wederzijds actief de dialoog opzoeken enerzijds en anderzijds het idee dat wij van hun iets eisen.

= Juist nu er uit rechtse hoek verdachtmakingen richting islam blijven komen, zou de Nederlandse islam zich moeten realiseren meer transparant en open te kunnen zijn. Eerlijk gezegd verbaast dat uitblijven me in hoge mate. De vragen zoals verwoord deel 4 houden me daarom nog steeds bezig. Jouw woorden stellen me tevreden en vind ik mooi, maar nog liever zou ik het van de moskeebesturen ed. horen. Dan horen meer Nederlanders het. Misschien is de inschatting of het wel of niet nodig is om de Nederlandse islam nader toe te lichten wel het cultuurverschil tussen ons. =
Ik ben zeker voor dialoog, met het accent op het zoeken naar wat ons bindt, hoe we samen ons burgerschap in Nederland vorm kunnen geven. Moslims zelf hebben daar een belangrijke rol in. Tegelijkertijd is de islam niet hiërarchisch georganiseerd zoals we dat gewend zijn van de kerken in Nederland. Je vraagt imams en moskeebesturen een rol op zich te nemen die ze in de gemeenschap niet hebben. Ik vind dat geen goede ontwikkeling. Ik zou liever zien dat mensen met vragen zelf met moslims in gesprek gaan en vice versa. Dat past ook beter bij het emancipatorisch burgerschap dat ons allebei voor ogen staat.

George: Wat je over meerderheid en minderheid opmerkt kan ik niet volgen. Hoe dan ook, ik zie een bepaalde minderheidsgroep als probleem. Ik hanteer geen andere normen. Iedereen is gelijk. Maar het zou naief zijn om een kleine groep die de rechtsstaat niet erkent niet aan te pakken. Die stelt zichzelf buiten de wet. Ze bederft het juist voor anderen. Wat gecompliceerd wordt als het een beroep op dezelfde ideologie, religie of levensovertuiging doet. Maar het onderscheid tussen het een en het ander was me duidelijk.

Wat je bedoelt met mensen als jij weet ik niet. Ik wist niet dat ik deel van een groep uitmaakte. Kun je dat wellicht specificeren? Of wil je me gewoon ook eens laten voelen hoe het voelt om op het gedrag van anderen aangesproken te worden? Zo’n plaagstoot verdraag ik ruimhartig als boetedoening voor de keren dat ik jou tekort heb gedaan.

Uiteraard is de onderschrijving van de rechtsstaat het diapositief van het invoeren van de sharia. Al is het voor familierecht of een vorm van mediating. Natuurlijk weet ik dat er in Nederland kerkelijke lekencolleges zijn. Ik zou ze geen rechtbanken willen noemen. Maar als ze taken van de rechtbank overnemen heb ik daar geen goed woord voor over en moeten ze aangepakt worden. Want het benadeelt de zwakkeren en bevordert de rechtsongelijkheid. Ik noemde de sharia als bijzonder en reeël geval omdat het de laatste jaren in het Verenigd Koninkrijk opgang heeft gemaakt. Dat vind ik ongewenst.

Ik vind je opstelling legalistisch. Staatsrechtelijk heb je gelijk. Maar da’s maar een deel van het verhaal. Het gist aan politiek en maatschappelijke processen. De angst regeert en wordt aangewakkerd. Er is een Nederlandse islam die zoals je zegt niet hiërarchisch en strikt georganiseerd is als de andere monotheïstische stromingen in Nederland. Dus verdeeld en lastig aanspreekbaar is. Dat maakt kwetsbaar.

Je kunt vervolgens twee richtingen op. Blijven volhouden dat alleen de wet telt of verdergaan en toelichten wat de intenties zijn. Communicatie dus, waarvan je gelukkig ook het belang inziet. Het lijkt me de sleutel die veel te weinig gebruikt wordt.

Uitleg is geen knieval, geen terugvallen in een positie die je al dacht overwonnen te hebben. Ik begrijp dat je geen boodschap hebt aan wij-zij denken -dat overigens van beide zijden komt- en denkt dat voorbij te zijn. Maar dat moet elke dag weer veroverd worden. Denk aan de homosexuelen die nog steeds in elkaar geslagen worden. Die moeten ook blijven vechten voor hun rechten en kunnen niet volstaan met het wijzen naar de grondrechten. Juist de homobashers verdienen die voorlichting. Zo werkt het jammergenoeg met minderheidsgroepen. Hun acceptatie verloopt traag en kent terugslagen.

Kortom, ik maak me zorgen over een Nederlandse islam die slecht communiceert met het grote publiek. Die kansen laat liggen om de burgers van Nederland op een redelijke, niet-polemische en niet-islamiserende manier te benaderen op het niveau van bedoelingen, organisatie, integratie, burgerschap en democratisch besef. Ik maak me zorgen dat blijkbaar het preken voor de eigen gemeenschap doorgaat, maar ik moet blijven gissen wat er gist. Het kan naast elkaar.

Foto:  Op 7 januari 2011 vormen in Djakarta Indonesiërs een menselijke keten om de bloedige religieuze botsing te veroordelen waarbij drie dodelijke slachtoffers vielen.

Johanna en George over religie en islam 9

with one comment

Deel 9 van een discussie tussen Johanna Nouri en George Knight.

George: Wat opmerkelijk! Jij verwoordt in je kritiek op mij precies mijn kritiek op jou. We denken dus over elkaar hetzelfde, namelijk dat we niet ingaan op de ander en de discussie verleggen. Terwijl ik dat niet bewust doe en ook helemaal niet dacht te doen. Ik vind dus dat ik geen antwoord van je krijg, en jij zegt nu hetzelfde over mij. Grappig, maar ook jammer.

In onze gedachtenwisseling liepen verschillende aspecten door elkaar heen en wisselde het abstractieniveau. Van breed focuste het zich uiteindelijk op Nederland en de rechtsstaat. Daar zit geen tegenstelling of ambivalentie in, maar uitsluitend een andere benaderingsvisie en perspectief. We behandelden onderwerpen als de islam wereldwijd, het gebruik van geweld, religie en pseudo-religie, etnicitiet en religie en de islam in Nederland. Voor mij was de grote lijn van onze gedachtenwisseling overigens wel duidelijk en logisch.

Je leest onvoldoende als je denkt dat een tegenstelling -of ambivalentie- te zien tussen mijn standpunt geen vraagtekens bij de democratische gezindheid van de meeste Nederlandse moslims en een bepaalde groep zich apart zet, de eigen mensen gevangen houdt en zich afsluit. Het eerste is namelijk de meerderheid en het laatste een kleine minderheid. Ik ga maar niet in op je overige punten van kritiek, die naar mijn idee eveneens door onvolledig lezen zijn ontstaan.

Ik vind het overigens jammer dat je laatste antwoord bestond uit kritiek en verwijten en je nergens boven water probeerde te krijgen waar we nou hetzelfde denken. Wat ons raakt. Dat interesseert mij. Om vanaf daar iets op te bouwen. Het is toch niet zo dat je al mijn aangrijpingspunten hebt gemist?

Ze komen er op neer dat ik de positie van de islam in Nederland graag versterkt zie. En dan gaat het niet om een islam die naar de moderniteit gebracht wordt -en zo apart blijft- maar wel om de moderniteit die naar de islam gebracht wordt. Het is jammer dat je op zo’n idee totaal niet reflecteert. Islamkritiek kan zo’n ontwikkeling helpen en moet niet gezien worden als een vraag bij het bestaansrecht, maar als een instrument van emancipatie en ontplooiing dat uitgaat van individuen. Zodat deze zich autonomer buiten de groep kunnen bewegen. Zo groeit naar mijn idee de Nederlandse islam organisch samen met de Nederlandse samenleving. Van onderop door de individuele belijdende moslims en een meerderheid aan culturele moslims die hun geloof verlaten of ver-ietsen en van bovenaan door de organisatie islam.

De positie van Nederlandse moslims gaat me aan het hart. Juist vanwege de pluriformiteit en de cohesie. Ik vind het jammer dat je niet positief kunt reageren op mijn oproep om de Nederlandse moslims en de Nederlandse rechtsstaat met elkaar te verenigen in rechten en plichten. Ik weet nu nog steeds niet hoe je daarover denkt. Vind je dat de Nederlandse islam wel of niet ondergeschikt kan zijn aan de Nederlandse rechtsstaat? Je zegt het niet. Dat zaait bij mij de twijfel wat je vindt. Of je wel of niet een uitzonderingspositie voor de Nederlandse islam bepleit.

Wat ik in het groot bij de Nederlandse islam -de organisatie met besturen en dergelijke- bespeur, zie ik in het klein bij jou. Je spreekt je namelijk niet duidelijk uit over de plek van de Nederlandse islam in de rechtsstaat. Zo bedoelde ik mijn opmerking de islam in Nederland is relatief jong en is het logisch dat de inpassing niet vanzelf gaat.. Iets relatief nieuw dient zich meer dan het bestaande en gevestigde te verklaren. Da’s een mechanisme dat overal werkt en heeft op zich niets met de islam te maken. Ik heb het nu een keer of drie geprobeerd, maar je reageert niet. Grappig en triest is dat we allebei het idee hebben om tegen een muur te praten. Een metafoor voor het cultuurverschil tussen ons?

Johanna: = Je leest onvoldoende als je denkt dat een tegenstelling -of ambivalentie- te zien tussen mijn standpunt geen vraagtekens bij de democratische gezindheid van de meeste Nederlandse moslims en een bepaalde groep zich apart zet, de eigen mensen gevangen houdt en zich afsluit. Het eerste is namelijk de meerderheid en het laatste een kleine minderheid. Ik ga maar niet in op je overige punten van kritiek, die naar mijn idee eveneens door onvolledig lezen zijn ontstaan. =
Je ambivalentie zit voor mij in het feit dat je weliswaar constateert dat het eerste een meerderheid en het laatste een minderheid is, maar daar verder niet de logische gevolgtrekking bij maakt. Je stellingname beoordeelt de meerderheid op de standpunten van de minderheid. Je pleidooi richt zich op de meerderheid die niet het gedachtegoed van de minderheid deelt.
Je ambivalentie zit tevens in het feit dat je van niveau schakelt in reactie op mijn concrete reacties op jouw teksten. Het effect daarvan is dat je mij achterlaat met de indruk dat je niet ingaat op wat ik schrijf.

= Ze komen er op neer dat ik de positie van de islam in Nederland graag versterkt zie. En dan gaat het niet om een islam die naar de moderniteit gebracht wordt -en zo apart blijft- maar wel om de moderniteit die naar de islam gebracht wordt. Het is jammer dat je op zo’n idee totaal niet reflecteert. Islamkritiek kan zo’n ontwikkeling helpen en moet niet gezien worden als een vraag bij het bestaansrecht, maar als een instrument van emancipatie en ontplooiing dat uitgaat van individuen. Zodat deze zich autonomer buiten de groep kunnen bewegen. Zo groeit naar mijn idee de Nederlandse islam organisch met de Nederlandse samenleving samen. Van onderop door de individuele belijdende moslims en een meerderheid aan culturele moslims die hun geloof verlaten of ver-ietsen en van bovenaan door de organisatie islam. =
In grote lijnen zijn we het hierover wel met elkaar eens. Alleen koppel ik daar niet de norm aan dat de islam zich pas ontwikkelt als een meerderheid van culturele moslims zijn geloof verlaat. Op mij komt dat betuttelend over, hoewel je het misschien niet zo bedoelt. Op mij komt het over als: u zult zich ontwikkelen, en wel in de richting die ik aangeef. Geen open discussie, maar een dictaat.

= Ik vind het jammer dat je niet positief kunt reageren op mijn oproep om de Nederlandse moslims en de Nederlandse rechtsstaat met elkaar te verenigen in rechten en plichten. =
Wat hier staat is dat jij van mening bent dat op dit moment ‘Nederlandse moslims’ en ‘de Nederlandse rechtsstaat’ niet met elkaar te verenigen zijn. Terwijl je tegelijkertijd schreef: “geen vraagtekens bij de democratische gezindheid van de meeste Nederlandse moslims”. Ik kan die twee uitspraken niet met elkaar rijmen, voor mij zijn ze met elkaar in tegenspraak. Vind ik dat moslims de democratische rechtsstaat moeten respecteren? Ja, zonder meer. Gelukkig doen de meesten dat ook.
Voor mij is de plek van de islam in onze Nederlandse rechtsstaat dus glashelder: de islam en de moslims dienen die rechtsstaat te onderschrijven en doen dat veelal ook. Kennelijk is dat dus het probleem niet. Wat tot de vraag leidt: wat is het probleem dan wel? Wat ik hier schrijf, schrijf ik keer op keer. Als mensen desondanks dezelfde vraag blijven herhalen, lijkt het erop dat ze me simpelweg niet vertrouwen.

= Een metafoor voor het cultuurverschil tussen ons? =
Maak dat eens concreet, waar denk je dan precies aan? Welk cultuurverschil?

George: Wat je zegt over mijn idee van een meerderheid (geen vraagtekens bij de democratische gezindheid van de meeste Nederlandse moslims) en de minderheid (een bepaalde groep zich apart zet, de eigen mensen gevangen houdt en zich afsluit) aan Nederlandse moslims kan ik niet volgen. Waarom denk je dat ik de meerderheid op het standpunt van de minderheid beoordeel? Suggereer je nou dat ik ervoor pleit dat de meerderheid het voorbeeld van de minderheid volgt? Je mag dat best constateren, maar da’s voor je eigen rekening.

Het blijkt niet uit mijn woorden en die waarde heb ik er niet in willen leggen. Het conflicteert ook met de lijn van mijn betoog. Ik ga voor openheid en emancipatie voor moslims, niet voor apartheid en uitsluiting door moslims. Overigens komt je bewering in je laatste alinea op hetzelfde neer als je zegt dat de meeste Nederlandse moslims de rechtsstaat respecteren en onderschrijven. Ik zeg niets anders.

Wat je over schakeling door mij van niveau’s zeg begrijp ik niet volledig. Maar ik kan wel invoelen dat zoiets in een tekst gebeurt. Ik dacht al je punten afgevinkt en beantwoord te hebben. Dat ervaar jij dus anders. Schrijven is soms een solitaire bezigheid en moeiijk te verstaan met communicatie.

Ik ben verheugd dat we het over de moderniteit en de islam in Nederland eens zijn. Dat van culturele moslims bedoel ik inderdaad anders. Het zou al te gek zijn dat geloofsafval als een voorwaarde van ontwikkeling wordt gezien. Ik bedoelde het als een bijverschijnsel dat je kunt verwachten bij een bepaalde fase van ontwikkeling. Maar een voorwaarde vooraf: nee, onzin uiteraard.

Ik ben eveneens verheugd dat je positief reageert op de vereniging van de islam en de rechtsstaat. Ik begrijp je irritatie als je je daarop onterecht aangesproken voelt. Maar jij begrijpt de mijne wellicht beter omdat ik maar geen antwoord dacht te krijgen. Nu wel.

Waaruit je nu weer concludeert dat ik vind dat rechtsstaat en moslims principieel niet te verenigen zijn begrijp ik niet. Ik stelde juist die vereniging als doel. In mijn ogen is het gewoon mogelijk. Waarom niet trouwens? Maar eerder zei ik ook dat het proces niet vanzelf gaat, lastig is voor een relatief nieuwe deelnemer aan de pluriformiteit die als organisatie ook nog eens verdeeld is en onder druk staat. En dat ik belemmeringen niet zozeer bij de Nederlandse moslims zie, maar bij de gemiddeld meer conservatieve Nederlandse organisatie islam. Vandaar mijn hoop dat de Nederlandse moslims volop in dit proces stappen, en voeg ik toe, de gevestigde islam meenemen op die weg.

De onderschrijving en de bekendmaking van die onderschrijving door moslims dringt bij vele niet-moslims niet door. Ik doel niet op rechts-extremisten of xenofoben, maar op de meerderheid van goedwillende Nederlanders. Die horen niets van een Nederlandse islamconferentie die ondubbelzinnig aangeeft dat islam en rechtsstaat samengaan. En dat de sharia als concurrend rechtssysteem daarmee niet aan de orde is voor Nederland.

Naar mijn idee is die kennisgeving wel degelijk het probleem. Volgens mij is er geen ander probleem. Ik denk dat je onderschat dat een relatief nieuwe deelnemer als de Nederlandse islam aan de maatschappij meer duidelijkheid over haar bedoelingen kan geven. Da’s onlosmakelijk verbonden aan het proces van integratie.

Juist nu er uit rechtse hoek verdachtmakingen richting islam blijven komen, zou de Nederlandse islam zich moeten realiseren meer transparant en open te kunnen zijn. Eerlijk gezegd verbaast dat uitblijven me in hoge mate. De vragen die ik onderaan deel 4 verwoordde houden me daarom nog steeds bezig. Jouw woorden stellen me tevreden en vind ik mooi, maar nog liever zou ik het van de moskeebesturen e.d. horen. Dan horen meer Nederlanders het. Misschien is de inschatting of het wel of niet nodig is om de Nederlandse islam nader toe te lichten wel het cultuurverschil tussen ons.

Ik teken bij je persoonlijke opmerkingen over wat je hier zoals schrijft aan dat ik je schrijven en gedachtenwereld onvoldoende ken(de) en je blog eerder nauwelijks bezocht heb. Je moet me mijn vragen dan ook niet kwalijk nemen. Die vroegen niet naar een bekende weg. Ik wist niets af van je achtergrond of je standpunten die we hierboven bespraken.

Foto: Mannen verlaten de moskee, Tunis, circa 1890

Johanna en George over religie en islam 8

with 6 comments

Deel 8 van een discussie tussen Johanna Nouri en George Knight.

George: Je zegt dat ik een preoccupatie met de islam zou hebben. Dat herken ik niet. Ik heb wel een fascinatie met de werking van de politiek met alle misleidingen en afleidingen. En ik heb een fascinatie voor de open, pluriforme samenleving waarin iedereen vrij mag denken en handelen -binnen de grenzen van de wet- en die ik graag verwezenlijkt zou willen zien. Als de grootste sta-in-de-weg zie ik religie die dat blokkeert door een voorkeurspositie op te eisen en zo het speelveld ongelijk te maken. En de christelijke politiek die dat steunt. Maar religie als zodanig interesseert me niet meer dan een willekeurige levensovertuiging of een nihilistische levenshouding.

Uiteraard wil ik niet de religie afschaffen, maar enkel en alleen de voorkeursbehandeling van religie. Da’s niet hetzelfde. Want in de pluriformiteit die ik voor ogen heb kunnen alle religies gewoon hun plek innemen. Op basis van gelijkwaardigheid. En kunnen gelovigen vrij overstappen van de islam naar het christendom, of van het boeddhisme naar de islam etc. Zie hier voor de onderbouwing van mijn kritiek.

Ik heb weinig met gevoeligheden van mensen die zich laten inspireren door religie. Da’s persoonlijk. Vanuit mijn eigen achtergrond en persoonlijke smaak zal ik er ook geen grapjes over maken en mensen in hun inspiratie storen. Maar een recht om gevrijwaard te blijven van religiekritiek bestaat niet. Als Balkenende zegt dat ik zonder geloof niet kan functioneren dan vind ik dat van de eerste burger van ons land onverstandig en onaardig. Maar hij mag het zeggen. Zoals ik ook kan zeggen dat religie een domme bezigheid is. Of welke bewoordingen ik daarvoor kies.

Wat anders is om personen of een groep te discrimineren. Door bijvoorbeeld te suggereren dat christenen een afwijkend gen hebben, zwarte mensen lui zijn of vrijzinnigen onverantwoord. Dat mag, kan en wil ik niet zeggen. Maar ik mag in alle vrijheid kritiek op een religie of levensovertuiging hebben. Of de religie of levensovertuiging zelfs beledigen. Zoals jij dat ook mag.

Je lijkt mijn vorige bijdrage onvolledig gelezen te hebben als je zegt dat de islam niet bestaat en Nederlandse moslims duidelijkheid geven over hun democratische gezindheid. Dat is precies wat ik eerder stelde. Mijn kritiek gold niet de moslims, maar de institutie islam in Nederland. Of de verschillende stromingen daarin. Anders kan ik het niet benaderen als institutie. Mij verbaast het dat de Nederlandse organisatie islam niet meer naar buiten treedt en de ondergeschiktheid aan de Nederlandse rechtsstaat niet ondubbelzinniger verkondigt. Ik zei dat gebaar, die openheid te missen. Het zou angst wegnemen en Wilders veel stemmen kosten.

Ik zet dus geen vraagtekens bij de democratische gezindheid van de meeste Nederlandse moslims. Eerder stelde ik juist dat die hoop geeft en zich naar mijn idee prima ontwikkelt. Hoewel er stromingen zijn die me zorgen baren omdat ze zich in een bizar soort interculturaliteit maatschappelijk apart zetten en een uitzonderingspositie voor zichzelf opeisen. Of in elk geval anderen het recht ontnemen om kerstmis te vieren, wijn op tafel te hebben of Sinterklaas te begroeten. Da’s intolerantie en is het einde aan de pluriformiteit en zie ik als contraproductief en onnederlands. Oftewel, ik zie voor de Nederlandse moslims precies dezelfde rechten en plichten weggelegd als voor mezelf. Niet minder, maar ook niet meer.

In een open, pluriforme samenleving kan het spoken. Nederland herbergt vele nationaliteiten met hun eigen specifieke geschiedenis, niveau van ontwikkeling, taal, religie of levensovertuiging, etniciteit en herkomst. Het valt niet mee om die allen te verbinden en onder een dak te brengen. Wat mij zorgen baart is dat een bepaalde groep zich apart zet, de eigen mensen gevangen houdt en zich afsluit. Daardoor neemt de vermenging en doorstroming af. Het bizarre is dat zowel rechts-extremisten, christen-fundamentalisten als islamisten datzelfde standpunt van apartheid delen. Dus zeker niet het mijne.

Ik spreek niet voor niets over de Nederlandse islam. Ik vermoed dat belijdende moslims die bij een religieuze organisatie zijn aangesloten en wellicht een functie daarbinnen vervullen daarop aangesproken kunnen worden. Verder ga ik niet. Nederlandse moslims zijn uiteraard niet aanspreekbaar op wat er ver weg achter de bergen gebeurt. Waar externe krachten, autoritaire regimes en pseudo-islam een lokale islam in diskrediet brengen. Laten we ons daarom concentreren op Nederland.

Maar het werkt wel twee kanten uit. Zo doorredenerend kunnen Nederlandse joden ook niet aangesproken worden op wat er in het Midden-Oosten gebeurt. Toch is de identificatie van met name jonge Nederlandse-Marokkanen -van wie ik betwijfel of ze werkelijk religieus zijn- een motor voor veel onrust en haatzaaien. In een zuivere situatie waarin iedereen alleen aangesproken wordt op datgene waarop-ie aangesproken kan worden zou ook dat moeten stoppen.

Waar haal je het in hemelsnaam vandaan dat ik je je geloof af zou willen nemen en je secularisatie op zou willen leggen? Dat heb ik nooit beweerd en zal ik nooit beweren. Mijn referentie is de Nederlandse rechtsstaat. Ik vind het jammer dat je me zo slecht begrepen hebt. Ik weet ook niet wat je bedoelt met het inperken van je rechten. Waar blijkt dat uit? Ik zou je willen vragen dit te omschrijven, want het misverstand intrigeert me. Is er wellicht sprake van een cultuurverschil tussen ons?

Johanna, de ontwikkeling van de Nederlandse islam lijkt me belangrijk. Da’s meer dan een abstractie. Ik wil ook geen extra voorwaarden stellen zoals je suggereert, maar juist de islam in al haar verschijningsvormen borgen in de Nederlandse samenleving en rechtsstaat. Maar omdat de islam in Nederland relatief jong is het logisch dat de inpassing niet vanzelf gaat. Da’s gewoon veel werk, ook op organisatorisch niveau. Het is een proces van twee kanten. Mer rechten en plichten die alleen in samenhang werken. In een uitruil.

Johanna: Ik heb het gevoel dat we aan het slalommen zijn. Dat elke keer dat ik inga op wat jij schrijft, jij simpelweg de discussie verlegt en niet concreet ingaat op wat ik schrijf. Ik vind dat erg vermoeiend, om elke keer maar weer op nieuwe stellingen in te moeten gaan.

Ik kwam vandaag een interessant artikel van Stanley Fish in de NY Times tegen, dat mooi onder woorden brengt wat ik probeer te zeggen:
The formula is simple and foolproof (although those who deploy it so facilely seem to think we are all fools): If the bad act is committed by a member of a group you wish to demonize, attribute it to a community or a religion and not to the individual. But if the bad act is committed by someone whose profile, interests and agendas are uncomfortably close to your own, detach the malefactor from everything that is going on or is in the air (he came from nowhere) and characterize him as a one-off, non-generalizable, sui generis phenomenon.
 
Wat je schrijft over de positie van moslims, spreekt zichzelf tegen. Zo haal je in eerdere postings onder meer Iran als voorbeeld aan, om nu te schrijven: “Nederlandse moslims zijn uiteraard niet aanspreekbaar op wat er ver weg achter de bergen gebeurt.” Het is precies díe ambivalentie waar ik bezwaar tegen maak. Spreek een moslim aan op zijn individuele woorden en daden, zoals we dat hier gewend zijn.

Ook in deze tekst zitten meer van dit soort ambivalenties. Zo lees ik achtereenvolgens:

Ik zet dus geen vraagtekens bij de democratische gezindheid van de meeste Nederlandse moslims. Eerder stelde ik juist dat die hoop geeft en zich naar mijn idee prima ontwikkelt. Hoewel er stromingen zijn die me zorgen baren omdat ze zich in een bizar soort interculturaliteit maatschappelijk apart zetten en een uitzonderingspositie voor zichzelf opeisen.”

Wat mij zorgen baart is dat een bepaalde groep zich apart zet, de eigen mensen gevangen houdt en zich afsluit.”

Ik wil ook geen extra voorwaarden stellen zoals je suggereert, maar juist de islam in al haar verschijningsvormen borgen in de Nederlandse samenleving en rechtsstaat. Maar omdat de islam in Nederland relatief jong is het logisch dat de inpassing niet vanzelf gaat.

Als je inderdaad van mening bent dat er geen vraagtekens zijn, behalve bij een bepaalde groep, probeer je dan eens concreet op die groep te richten in plaats van het gebruikelijke ‘guilty by association’. En ofwel de ontwikkeling verloopt prima en geeft hoop, zoals je schrijft, ofwel inpassing gaat niet vanzelf. Nu stel je beide in één reactie.

Het wordt trouwens tijd om af te gaan ronden.

Foto: Gerechtigheid gematigd door Barmhartigheid. Standbeeld op de binnenplaats van de rechtenfaculteit, Birmingham, Alabama