George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Jet Bussemaker

Raad voor Cultuur schept in advies verwarring door gebruik van term ‘niet-westers aanbod’

leave a comment »

Aldus het persberichtEén miljoen euro extra voor nieuwe genres’ van de Raad voor Cultuur over een advies dat voorstelt om 1 miljoen euro ‘extra’ te verdelen over dertien instellingen. Het is een lovenswaardig initiatief dat er al langere tijd zat aan te komen. Het is een eenmalige subsidie die resteert na een amendement om 10 miljoen voor de cultuursector vrij te maken. Trouwens een doekje voor het bloeden. Een schrale en late compensatie die de bezuinigingen sinds 2011 op de cultuursector bij lange na niet weet te compenseren.

Het initiatief is goed, maar de toelichting had beter gekund. Ik verbaas me met name over de zinsnede ‘Instellingen met een vernieuwend, niet-westers aanbod en nieuwe publiekgroepen zijn nog te weinig zichtbaar’. Nog los van de vrijblijvende betekenis van het woord ‘vernieuwend‘. Wat wordt bedoeld met een ‘niet-westers aanbod‘ in een westers land als Nederland? Is dat niet tegenstrijdig en per definitie onmogelijk? Ook als een in Nederland gevestigde instelling inspiratie haalt uit een niet-westerse omgeving dan blijft het onderdeel van de Nederlandse, westerse cultuurpolitiek. Dat kan zich immers niet anders verhouden tot de culturele basisinfrastructuur die de bedding en de kadrering geeft. Ofwel, elk divers aanbod dat met overheidssubsidie wordt ingepast in de culturele basisinfrastructuur is onderdeel van het culturele aanbod van Nederland. En dat aanbod is per definitie westers. Hoewel de inspiratie niet-westers kan zijn. Het is dan ook onjuist om in dit verband over niet-westers aanbod te praten zoals de raad abusievelijk doet.

Ook het advies geeft niet echt duidelijkheid over wat precies met een niet-westers aanbod bedoeld wordt. Het lijkt er sterk op dat de opstellers van dit advies niet goed begrijpen welke terminologie welke betekenis heeft. En ze daarom teruggrijpen naar een gepolitiseerde correcte taal die meer verhult dan verklaart. Dat is een zorgelijke ontwikkeling en geeft te denken over de opstelling van sommige beleidsmakers binnen de raad. Uit de volgende passage blijkt dat de opstellers vermoedelijk iets anders bedoelen dan ze zeggen: ‘De raad vindt het dan ook van belang dat niet-canonieke genres, interactieve en multidisciplinaire benaderingen (..) kunnen rekenen op ondersteuning van het Rijk. Zij dragen bij aan een gevarieerd aanbod van kunst en cultuur en verrijken het cultureel leven.’ Dat klinkt zinvol, ondubbelzinnig en overtuigend. Hoe meer diversiteit, variatie in het culturele aanbod en aandacht voor ‘niet-canonieke’ genres hoe beter. Maar zelfs als een in Nederland gevestigde culturele instelling -opgenomen in de basisinfrastructuur- inspiratie haalt uit Mongolië, Burundi, Pakistan of Guatamala en dat presenteert aan het Nederlandse publiek dan is dat gewoon westers aanbod.

Foto: Schermafbeelding van persberichtEén miljoen euro extra voor nieuwe genres’ van de Raad voor Cultuur, 9 maart 2017.

Advertenties

HNI laat het opnieuw afweten bij ‘100 Jaar De Stijl’

with one comment

nai

NRC’s Cultureel Supplement van 9 februari dat grotendeels gaat over 100 jaar De Stijl bevat bovenstaande, opmerkelijke column over Het Nieuwe Instituut (HNI) in Rotterdam met Guus Beumer als directeur. Niet ondertekend, maar vermoed mag worden dat architectuurjournalist Bernard Hulsman het heeft geschreven.

De strekking van de column past in de kritiek op het HNI zoals dat hier en op het blog De Box van architect Kees van der Hoeven al enkele jaren valt te lezen. NRC zet niet het gebrekkig toepassen van de Governance Code Cultuur en de belangenverstrengeling door directeur en Raad van Toezicht (RvT) van HNI centraal, maar de programmering van tentoonstellingen over architectuur. NRC concludeert: ‘Het ongemerkt laten passeren van de eeuwfeesten van De Stijl en de Amsterdamse School is tekenend voor de positie van architectuur in HNI. Hoewel het instituut met de nietszeggende naam in zekere zin de opvolger is van Het Nederlands Architectuurinstituut (NAi), en het zichzelf nog altijd niet alleen ‘Museum en Agentschap voor Design, Architectuur en Digitale Cultuur’ noemt maar ook het ‘Rijksarchief voor Architectuur en Stedenbouw’, heeft HNI in de vier jaar van zijn bestaan slechts één behoorlijke tentoonstelling over architectuur laten zien.

hni2

Een vraag is hoe het zover heeft kunnen komen dat HNI niet in staat is om tentoonstellingen over architectuur te maken. Terwijl onderwerpen, thema’s, jubilea en dwarsverbanden tussen architectuur en andere disciplines voor het opscheppen liggen. Een belangrijke vraag is waarom er niet ingegrepen wordt door de RvT die bestaat uit voorzitter Judith van Kranendonk en leden Ruben BrouwerHenk ChristophersenCaroline Nevejan  en Farid TabarkiDe belangrijkste vraag luidt nog anders, namelijk waarom deze RvT vol beroepsbestuurders -met op Brouwer na een vooropleiding in sociale wetenschappen- zonder architecten of kunstenaars bestaat.

De essentiële vraag is waarom er door minister Jet Bussemaker achter de schermen niet ingegrepen wordt door de RvT op te schonen en de directie te vervangen. De meest essentiële vraag is hoe objectief Bussemaker en haar beleidsambtenaren zijn in hun oordeel over het reilen en zeilen van HNI. Pogingen van OCW om het gebrek aan kwaliteit van HNI glad te strijken, niet op te treden en zich te verschuilen achter de autonomie van HNI beschadigen de Nederlandse museumsector. Heeft het zover moeten komen dat nu een  columnist van NRC het nodig acht om het falen zichtbaar te maken en voor heel Nederland te benoemen? Tegenover HNI ligt het bruisende Boijmans dat evenement na evenement organiseert. Bij HNI is het stil en naargeestig omdat de vakmensen buiten de deur zijn gezet. Er knipperen wat lampen aan de gevel als teken van beweging.

Foto 1: ColumnHet Nieuwe Instituut laat weer verstek gaan’ in NRC, 9 februari 2017. Doorscrollen naar beneden.

Foto 2: Aankondiging op site HNI over deelname aan het programma ‘100 jaar De Stijl’.

Schijnbewegingen van The Art of Impact dienen de kunst niet

with 2 comments

Pieter van Os legt in een artikel voor NRC het gemis van The Art of Impact (TAI) bloot dat deze week de Impact Award uitreikte: ‘Goede kunst maakt indruk. Maar als iets veel indruk maakt, is het dan ook goede kunst? Dat is wel de gedachte achter ‘The Art of Impact’, een stimuleringsprogramma van het ministerie van OCW.’  Van Os stelt vast dat ‘impact’ op de samenleving een merkwaardig criterium voor goede kunst is. TAI presenteert de Impact Award als ‘de kunstprijs voor niet-kunstenaars’. De essentie waarom TAI tekortschiet zit hem in de verkeerde opvatting van wat kunst is en de annexatie ervan door centrumlinkse partijpolitiek. Exact in het tijdperk dat rechts-populisten als Thierry Baudet kiezers mobiliseren tegen hedendaagse kunst. In een commentaar verwoordde ik dat als volgt: ‘Kunstenaars worden niet als autonome producenten van eigen werk voorgesteld, maar als aanvullend op andere doelen, zoals de aanpak van ‘maatschappelijke vraagstukken’.

Zo wordt kunst vleugellam en partijdig gemaakt. Waarschijnlijk vanuit goede bedoelingen. Kunst wordt getemd en ondergeschikt gemaakt aan partijpolitiek. Deze inperking dient de kunst niet. Want kunst moet in volle vrijheid kunnen functioneren en aan niemand verantwoording hoeven afleggen. Als het begrip ‘linkse kerk’ nog niet bestond, dan is hij door minister Jet Bussemaker en Hedy d’Ancona voor TAI uitgevonden.

De video over de uitreiking van de Impact Award 2016 aan Anton Dautzenberg toont genadeloos het verschil tussen intentie en uitwerking. De entourage is de boodschap. Een culturele (pseudo)-elite speelt voor even anti-elite en huurt daartoe querulanten in en gaat daarna over tot de orde van de dag. Deze ventielwerking van TAI -die kunst ver weg van het alledaagse leven onderbrengt in een politiek reservaat- verstoort eerder de politieke druk van kunst op de samenleving dan dat die die helpt opbouwen. Iedereen speelt het spel mee en kan beseffen dat het een schijnvertoning is. TAI is in wezen een anti-politieke beweging of in elk geval een slecht doordacht project dat averechts uitpakt. Moderator en coördinator Tabo Goudzwaard praat met mooie woorden over het plaatsvinden van een systeemverandering, maar houdt vaag wat dat betekent. Hij kan ook niet anders, want TAI is de systeemverandering als pose. Er wordt gehint en verwezen, maar niet uitgewerkt.

Petitie ‘Kunstklimaat Brabant’. Over PARK Tilburg

with 2 comments

kunstkli

Wij, kunstminnend publiek, kunstenaars, professionals en vrijwilligers in het kunstenveld van Brabant maken ons ongerust over de gevolgen die de uitvoering van de adviezen van de Commissie Kunsten van de Provincie Noord-Brabant zal hebben voor de culturele infrastructuur‘, zo begint deze petitie over het kunstklimaat van Noord-Brabant. Het bekritiseert de gang van zaken rond de ‘Toekenningen nieuwe kunstenplanperiode van de provincie Noord-Brabant’ die op 3 november werd gepubliceerd. De kritiek richt zich op kleinere culturele instellingen (paragraaf 2) waarover het persbericht zegt dat er ’27 aanvragen voor een totaalbedrag van € 11 miljoen werden ingediend, maar er slechts een budget van € 4,5 miljoen beschikbaar is.’

Dat wringt niet alleen, maar leidde tot onbegrip bij kleinere instellingen zoals het Tilburgse Kunstinitiatief PARK dat vanwege ‘het vastgestelde subsidieplafond’ geen subsidie kreeg. Het is een initiatief dat al sinds begin jaren ’80 bestaat en voortbouwt op het werk van onder meer keramist Guido Geelen, fotografe Korrie Besems en schilderes Nan Groot Antink in de Stichting ENNU. Laatstgenoemde had er tot enkele jaren terug haar atelier totdat PARK er introk. Nu dreigt er een einde te komen aan 35 jaar kunstenaarsinitiatief op die plek aan het Wilhelminapark. Op de opening van een tentoonstelling van Charlotte Schleiffert en Paul Bogaers op 5 november zegde de Tilburgse wethouder Marcelle Hendrickx (D66) toe te zullen lobbyen voor subsidie bij de provincie. Maar haar beroep op de aanwezigen dat neerkwam op ‘we moeten allen ons best doen voor kunst’ klonk te simpel. Ze liep weg voor haar politieke verantwoordelijkheid. Alsof een willekeurige aanwezige op een opening evenveel invloed heeft op het cultuurbeleid als een cultuurwethouder van een grotere stad.

Vraag is of er iets mis is gegaan in de afstemming over het advies tussen de Adviescommissie Kunsten en de verantwoordelijke gedeputeerde Henri Swinkels. Uiteraard hebben adviescommissie en provinciebestuur gescheiden verantwoordelijkheden. De eerste oordeelt aan de hand van criteria en kwantificeert dat. En laatstgenoemde stelt regels, bepaalt het budget en kent subsidie toe. Maar wie op pagina 98 de beoordeling over PARK leest ziet een positief verhaal dat eindigt in een anticlimax. Het leest als een schoolrapport waarin PARK op vier criteria ‘ruim voldoende’ scoort. Omdat het eerste criterium ‘Inbedding in de Brabantse culturele infrastructuur’ dubbel telt komt de score uit op 35 punten. Het subsidieplafond ligt volgens de toelichting van de Adviescommissie ‘rond de veertig punten’. Kunstpodium T zit met 39 punten (goed, goed, goed, ruim voldoende) met de kop tegen het plafond, dus blijkbaar is die ‘rond de veertig punten’ meer dan 39.

Deze gang van zaken valt niet de Adviescommissie Kunsten te verwijten, maar wel de politiek. Je zou alleen kunnen zeggen dat een adviescommissie zich niet in zo’n onmogelijke situatie moet laten dwingen. Als het dat vooraf had geweten. Politici getuigen in het bijzijn van minister Bussemaker graag over hun inzet en liefde voor de kunst, maar geven vervolgens niet thuis als het om de centen gaat. Ach, kunst en kunstenaars zijn zo sexy en scoren fijn in de publiciteit. Politici zijn echter wel de verantwoordelijken voor de culturele kaalslag. Sinds 2011 is er jaarlijks meer dan 200 miljoen euro gekort op kunst. Enfin, een reparatie schijnt in de maak te zijn. Wethouder Marcelle Hendrickx wees er al op. Dan wordt het subsidieplafond wellicht verlaagd van ‘rond de veertig punten’ naar een lager aantal. Hopelijk voor PARK naar minder dan 35 punten.

Foto: Petitie ‘Kunstklimaat Brabant’ op petities24.com.

De ondraaglijke nietszeggendheid van ‘The Art of Impact’. Wat voegt het toe aan de culturele sector?

with 4 comments

170-002-award-campagne_advertentie

De slogan ‘de kunstprijs voor niet-kunstenaars’ roept een aparte wereld op. Wie grasduint op de site van The Art of Impact (TAI) valt van de ene in de andere verbazing. Het grossiert in stellige uitspraken, zoals: ‘Veel kunstenaars hebben de ambitie om maatschappelijke impact te maken met hun werk. Hun inbreng wordt gelukkig steeds meer gezien als aanvulling en verrijking in het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken. Maar het goed organiseren van de samenwerking tussen kunstenaars en maatschappelijke partijen is niet vanzelfsprekend. Dat is een vak apart!’ Kunstenaars worden niet als autonome producenten van eigen werk voorgesteld, maar als aanvullend op andere doelen, zoals de aanpak van ‘maatschappelijke vraagstukken’. Ai Weiwei, Craigie Horsfield, Jonas Staal of de Guerilla Girls kunnen wel inpakken. Ze worden gereduceerd tot toeleveranciers van instellingen als TAI. Een initiatief van het ministerie van OCW.

De aap lijkt uit de mouw te komen in de zinsnede ‘Maar het goed organiseren van de samenwerking tussen kunstenaars en maatschappelijke partijen is niet vanzelfsprekend. Dat is een vak apart!’ Hiermee stelt TAI zich anders voor dan het in werkelijkheid  is. TAI is geen intermediair tussen kunstenaar en maatschappelijke partijen, maar een intermediair tussen intermediairs. TAI pakt bestaande projecten uit de markt en zet er haar eigen stempel op. TAI initieert niet, maar ondersteunt wat er al is. Waarmee het geen invloed heeft op de kwaliteit van de projecten die het in huis haalt en moet nemen wat er op dat moment voorhanden is. Vraag is wat TAI toevoegt en wat kunstenaars en de culturele sector opschieten met het bestaan van zo’n extra bestuurslaag. Wat is de goede organisatie waar TAI zich op voorstaat en hoe en door wie wordt die getoetst?

Volgens een bericht van het Mondriaanfonds kost TAI 7 miljoen euro. Het ging eind 2014 van start en heeft in twee jaar niet tot veel bekendheid geleid. Het ‘onderzoekt en stimuleert bestaande en nieuwe kunstprojecten die een duidelijk maatschappelijk effect hebben‘. Maar wat is het maatschappelijk nut van ‘het onderzoeken van nieuwe kunstprojecten die een duidelijk maatschappelijk effect hebben’ door TAI? Klinkt dat niet onnodig vrijblijvend? TAI is geen academisch kenniscentrum dat is ondergebracht bij een Nederlandse universiteit. Het maatschappelijk effect van TAI is niet aangetoond. Het maatschappelijk nut dat het zegt te stimuleren wil nog niet zeggen dat TAI zelf enig maatschappelijk nut heeft. Het open deur-gehalte waarmee minister Bussemaker het voorstelt en het Mondriaanfonds dat overneemt geeft te denken over de degelijkheid van TAI: ‘Ook omdat kunstenaars hun werk vaak concreet inzetten om de wereld beter, mooier, schoner en leefbaarder te maken.’

Over effecten van stimuleringsprogramma’s (‘een extra impuls’) van de overheid bestaat vaak onduidelijkheid omdat de overheid ze vanuit zelfpromotie inboekt als gevolg van die programma’s, terwijl critici menen dat de overheid ermee op een al goed rijdende trein is gesprongen en het effect nihil is. Met als gevolg dat een verantwoordelijke bewindspersoon er succes voor opeist en het programma met die claim min of meer ‘legaliseert’, terwijl het effect van het programma niet meetbaar is. In dat niemandsland floreren ministers met hun succesverhalen. Zoals bij het innovatiebeleid van topsectoren door Economische Zaken. Bij TAI lijkt hetzelfde aan de hand. Uit hobbyisme en politieke profilering van minister Bussemaker wordt 7 miljoen euro onttrokken aan de reguliere begroting -die rechtstreeks bij kunstenaars terecht had kunnen komen- en besteed aan een intermediaire bestuurslaag van intermediairen waarvan het nut niet aangetoond kan worden.

Als voorbeeld van jargon, ongrijpbaarheid en nietszeggendheid van TAI als uitsmijter het woord aanSocial designer en jurylid voor de Impact Award Emer Beamer’ met ‘vertrouwen in onduidelijke processen‘:

tai

Foto 1: Logo Impact Award.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikel ‘‘IK WIL EEN KIND GEEN PRULLENBAK VERKOPEN. IK WIL DAT HET MEEDENKT OVER AFVALRECYCLING IN HUIS’ op The Art of Impact.

Petitie: Behoud bewezen kwaliteit in de podiumkunsten

leave a comment »

pod

Petities die vragen om meer geld voor culturele instellingen zijn geen goed teken. Ze symboliseren de afbraak van de cultuursector. Deze keer gaat om de podiumkunsten. Namens deze sector vragen initiatiefnemers 9,5 miljoen euro extra. Het gaat om steun aan productiehuizen die anders in het luchtledige komen te hangen.

Het is een kansloze petitie, want met 10 miljoen euro extra voor de hele culturele sector vindt de Tweede Kamer van zichzelf al dat het een royaal gebaar maakt. Terwijl dat in werkelijkheid een minimale reparatie is van eerdere bezuinigingen. Daarom is de vraag bij dit soort publiciteit of het meetpunt ligt voor de bezuinig van de cultuurbegroting met 200 miljoen euro of erna. Het is relatief om te spreken over het toevoegen van 9,5 miljoen euro aan de podiumkunsten, nadat in bezuingingsoperaties door het kabinet Rutte I van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV vanaf 2011 tientallen miljoenen zijn gekort op de podiumkunsten. Het zou overtuigender zijn die feiten voorop te plaatsen bij een petitie. Om meer mensen over de brug trekken. Het gaat om het herstellen van een politieke fout die zich nu goed doet voelen omdat de reserves zijn uitgeput.

Foto: Schermafbeelding van petitieBehoud bewezen kwaliteit in de podiumkunsten’, 25 oktober 2016.

De identiteitsverklaring van het Hoornbeeck College roept nog andere vragen op

with one comment

Rik Grashoff (GroenLinks) stelt vandaag kamervragen aan minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de ‘identiteitsverklaring’ van het Hoornbeeck College. Hij vraagt haar of ze in strijd zijn met artikel 8.1.1 lid 4 van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs ‘waar staat dat de betrokkene slechts geweigerd kan worden indien ‘de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert’ of dat ‘gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling’.

ind

Bij de twee bovengenoemde punten uit de ‘identiteitsverklaring’ gaat het om wat anders. Namelijk om de eis aan studenten van het Hoornbeeck College om Christus na te volgen. Want daar komt vreemdelingschap op neer. Kunst- en cultuuruitingen worden gewaardeerd ‘voor zover die niet in strijd zijn met de Bijbel’. Dat is een defensieve benadering. Betekent dat immers ook dat kunst- en cultuuruitingen door de studenten van het Hoornbeeck College niet gewaardeerd mogen worden als ze ‘in strijd met de bijbel zijn’? Hoe werkt dat in de praktijk van alledag? Kan waardering van bovenaf opgelegd of juist verboden worden? Volgens welke strikte lijnen wordt dat vervolgens verinnerlijkt en hoe wordt gecontroleerd of het nagevolgd wordt? Of is het een richtlijn of streven? Maar waarom is het dan niet ruimer geformuleerd? Gaat de lange arm van de schoolleiding zover dat het in staat is de waardering van kunst- en cultuuruitingen bij de studenten effectief te blokkeren?

Opvallend worden in het bijzonder ‘moderne lectuur, moderne muziekuitingen en multimedia’ kritisch beoordeeld. Deze uitzondering lijkt in te houden dat andere categorieën niet kritisch beoordeeld hoeven te worden. Dat oogt willekeurig. Verdienen 19de eeuwse racistische geschriften geen kritische beoordeling, als ze in strijd zijn met Bijbelse normen? Daarnaast is het onduidelijk waar de observatie op is gebaseerd dat ‘veel tv-programma’s en sites op open internet waarin Gods geboden worden overtreden en Zijn Naam wordt misbruikt’ een ‘negatieve invloed op de moraal van onze samenleving in het algemeen en op de gezinnen in het bijzonder’ hebben. Mogelijk voelt de reformatorische doelgroep dat zo, maar om vervolgens te zeggen dat dit geldt voor ‘onze samenleving in het algemeen en op de gezinnen in het bijzonder’ is projectie van het eigen gedachtengoed op de samenleving. Dat duidt op zelfoverschatting en annexatie van andersdenkenden.

Foto: Schermafbeelding van deel van de identiteitsverklaring van het Hoornbeeck College. Als deel van de onderwijsovereenkomst.