Openluchtexpositie in Terneuzen (1968)

Schermafbeelding van artikel ‘Openluchtexpositie in Terneuzen’ in de PZC van 14 mei 1968. Via Krantenbank Zeeland.

Ik schreef in 2019 in een commentaar over de galerie J34 van Jan Juffermans in Terneuzen. Een woestijn waar kunst niet makkelijk groeit. Toch gebeurde er soms iets waarvan men pas achteraf constateert hoe bijzonder het was.

Bovenstaand stukje in de PZC van 14 mei 1968 over een opening in J34 met werk van Ben d’Armagnac en Gerrit Dekker is kostelijk. Er hangt op de tentoonstelling werk waar de kunstenaars ‘niet helemaal achter staan‘, maar die toch wordt getoond omdat het ‘hun ontwikkeling‘ duidelijk in beeld brengt. Dat is ruimhartig gedrag van deze kunstenaars.

Volgens inleider en toenmalig directeur van het Zeeuws Museum Piet van Daalen rekenen beide kunstenaars radicaal af met datgene wat ‘men’ onder kunst verstaat. Dat is een prikkelende gedachte. Kunst die afrekent met kunst. Kan dat eigenlijk wel?

Bouwwerk “houten huisje” van Gerrit Dekker‘, 1968. Collectie: Beeldbank Zeeland. Copyright: PZC.

De huisjes van D’Armagnac en Dekker werden op verschillende locaties in Terneuzen geplaatst. Hier aan de Guido Gezellestraat, hoek Zuidlandstraat. Liggend in horizontale toestand.

De foto is nog op een andere manier bijzonder omdat op de achtergrond de nieuwbouw van het Petrus Hondius Lyceum plus Schouwburg te zien is. Mijn middelbare school die uit de binnenstad werd verbannen. Want Terneuzen was een groeigemeente en moest groeien. Met huizen en huisjes.

Kunstgaleries in Terneuzen zijn geen succes: van Jan Juffermans tot Frits Jansen

Een foto van een nog piepjonge Jan Juffermans die gedurende enkele jaren in Terneuzen verzeild was geraakt. Marooned, zouden Engelsen zeggen. Aan de rand van de binnenstad zou hij op de Grenulaan Galerie J34 vestigen, zoals ook uit onderstaand bericht van 4 april 1968 uit De Stem blijkt. Ik ben Juffermans daarvoor dankbaar omdat het me als middelbare scholier de kans bood om voor het eerst met beeldende kunst van niveau in contact te komen. Later heb ik de in 2011 gestorven Juffermans daar nog voor kunnen bedanken. Hij nam mijn complimenten beminnelijk en met charmante verwondering in ontvangst. Het was verleden.

Serieus gaat het er in 1968 in J34 niet aan toe. Educatie en gefröbel die in de geest van die jaren als ‘te gek, weet je wel’ wordt uitgelegd. De slimheid van Juffermans komt al in dat De Stem-artikel tot uiting als hij zegt dat de notabelen hipper zouden zijn dan de middelbare scholieren van 17. Onzin, en Juffermans wist dat het onzin was omdat de notabelen die hij noemt de dood in de pot waren, maar toch zei hij het, tongue-in-cheek.

Het was onmogelijk om in Terneuzen succesvol een kunstgalerie uit te baten. In de buitengebieden van Nederland kan geen enkele galerie floreren. Uitzonderingen als Albert Waalkens in Beetsterzwaag, Galerie Art & Project in de Wieringermeer of Lambert Tegenbosch in Heusden uitgezonderd. Terneuzen is te klein voor een kunstgalerie, hoewel de Vlaamse verzamelaars om de hoek wonen. Ze zijn ook de beste klanten van Zeeuws-Vlaamse restaurants die door die Belgische clientèle van hoog niveau kunnen zijn. Maar die vonk sprong niet over naar de galeriesector. Ook niet naar de galerist Frits Jansen die op de Blokken in 2000 Galerie Contrast& begon. Zelfs de ontsluiting via de Westerscheldetunnel in 2003 bood zijn galerie geen soelaas.

Foto 1: ‘Atelier Juffermans’ (?), 1966 – ….Fotoarchief PZC.

Foto 2: Schermafbeelding van artikelTerneuzen-project is een bloedernstige zaak‘ uit De Stem van 24 april 1968