Verzoek om getuigenverklaringen aan de 6 Januari Commissie geeft aan dat Merrick Garland serieus werk maakt van het aanklagen van de opstandelingen

Voormalig aanklager in het US Attorney Office in Washington DC Glenn Kirschner heeft in zijn carrière veel zogenaamde RICO-zaken behandeld. Ofwel, zaken die met de georganiseerde misdaad, zoals de maffia te maken hebben.

In linkse media is het ongeduld groot met de trage aanpak van de opstand van 6 januari 2021 en het publiekelijk doorprikken van the Big Lie over zijn nederlaag in de presidentsverkiezingen van 2020 van voormalig president Trump door het ministerie van Justitie (DoJ). Minister Merrick Garland wordt verweten te voorzichtig te handelen. Des te meer omdat door Republikeinen de Amerikaanse Republiek dagelijks verder wordt ondermijnd en de democratie op het spel staat en actief optreden urgent is.

Kirschner heeft in zijn commentaren steeds opgeroepen tot begrip voor de trage gang van zaken bij het DoJ, omdat volgens hem justitiële molens nu eenmaal traag malen. Maar wel werkzaam zijn om de democratie te beschermen. Die degelijkheid spoort slecht met de nieuwscyclus van hijgerige media die andere normen hebben over bewijsvoering dan de journalistiek die lichtvoetiger handelt.

Ook dan was het mogelijk geweest als het DoJ de vervolging van de ‘hogere’ opstandelingen in de doofpot had gestopt. Dat misverstand is nu uit de weg geruimd. Het DoJ handelt en richt zich op de vervolging van Trump en zijn medewerkers die hem hielpen om de verkiezingsuitslag van 2020 nietig te verklaren. Alles wijst op een conspiracy met Trump als aanstichter. Ofwel, een samenzwering die vergelijkbaar is met een criminele organisatie. Juist, RICO en maffia die het DoJ met de geëigende middelen en expertise aanpakt.

Met dit commentaar geeft Kirschner uitleg over de stand van zaken en haalt hij zijn gelijk met een indirecte verwijzing naar zijn vermaning van het afgelopen jaar om geduld te betrachten. Het eind van zijn commentaar wijkt daar van af doordat hij als onvermijdelijk veronderstelt dat het DoJ ook tot vervolging overgaat. Hoe waarschijnlijk dat ook is, het bevat ook een sprank speculatie.

De actualiteit die Kirschner bespreekt is dat de zogenaamde 6 Januari Commissie van het Huis (Select Committee to Investigate the January 6th Attack on the United States Capitol) onder leiding van de Democratische voorzitter Bennie Thomson en de Republikeinse vice-voorzitter Liz Cheney door het DoJ is gevraagd om de getuigenverklaringen die het heeft opgetekend aan laatstgenoemde te overhandigen. Thomson aarzelt voor de vorm, maar zal dit verzoek naar verwachting inwilligen.

Kirschner legt uit waarom het praktisch handig uitpakt en tot betere resultaten heeft geleid dat de 6 januari Commissie eerst vóór het DoJ heeft gehandeld. Hoewel hij toegeeft dat het wel lang heeft geduurd, nu al 16 maanden, terwijl opstandelingen als Trump die de Amerikaanse democratie opzij wilden schuiven en dagelijks ondermijnen nog steeds vrij rondlopen.

Kirschner haspelt wat met data als hij zegt dat de publieke hoorzittingen van de 6 Januari Commissie op 6 juni 2022 beginnen. Dat moet 9 juni zijn. Van die hoorzittingen die op televisie worden uitgezonden wordt veel verwacht. Hoewel het af te wachten valt hoeveel Republikeinen in hun mentale loopgraven ook zorgvuldig onderbouwd bewijs willen accepteren dat zegt dat Trump en zijn medewerkers de Amerikaanse Republiek omver wilden werpen. Naar verwachtingen zullen deze publieke hoorzittingen een mediaspektakel worden. Independents en gematigde Republikeinen zullen zich wellicht laten overtuigen door het bewijs over de opstand van Trump en zijn sycofanten.

Wie weet, is het DoJ daarna niet alleen juridisch, maar ook publicitair en sociaal gedwongen om Trump en zijn medewerkers aan te klagen en voor het gerecht te brengen. Mogelijk ander voordeel dat het DoJ het stokje overneemt van de 6 Januari Commissie is dat eerstgenoemde een langere adem heeft. De Commissie houdt mogelijk in januari 2023 op te bestaan als de Republikeinen in het Huis de macht overnemen, maar Merrick Garland en de top van het DoJ blijven tot januari 2025 in functie. Ze kunnen voorlopig doorgaan met de vervolging van de opstandelingen die op 6 januari 2021 en in de maanden daarvoor en daarna de Amerikaanse democratie omver wilden werpen.