Gesprek op de Mont Absurd. Moet op universiteiten kunst worden gecontroleerd?

Sparren en Mont-Blanc

Het is een nauw pad de berg Mont Absurd op. Het massief ligt diep verscholen in het academische departement. Het is een tocht tussen het wegwerken van ongelijkheid en het beperken van vrijheid. De overmaat van het een betekent een tekort van het ander. Het woord dat de reis karakteriseert is behoedzaamheid. Er dient voorzichtig te worden gelopen.

Gesprek op den Drachenfels (1835) van Jacob Geel is in de Nederlandse literatuur het voorbeeld van een tweegesprek tussen twee uiteenlopende meningen. In dit geval tussen het classicisme en de romantiek. Een Gesprek op de Mont Absurd zou een tweegesprek tussen een vertegenwoordiger van de totale vrijheid en identiteitspolitiek kunnen zijn.

Een routebeschrijving voor de tocht de Mont Absurd op is de ‘Handreiking voor het opstellen van een gendergelijkheidsplan‘ van de Adviescommissie Divers en Inclusief Hoger Onderwijs en Onderzoek die onder leiding van VU-rector Vinod Subramaniam is geschreven. Universiteiten staan onder druk van de EU om eisen over diversiteit door te voeren, al is het planmatig. Sanctie is een stop om deel te nemen aan Europese programma’s, zoals Horizon Europe, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie. In Nederland is het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de intermediair tussen EU en universiteiten.

De ‘Handreiking‘ leest als een inventarisatie en bundeling van journalistieke verslagen en notities die losjes met elkaar samenhangen. Het is een aanzet tot een aanzet. Het is een verkennend stuk over een onderwerp in ontwikkeling. In dit geval gendergelijkheid. De TomTom is niet ingeschakeld omdat het terrein nog niet in kaart is gebracht. Er hangt dikke mist die het zicht beperkt. Het is blindvaren op een nieuwe radar die nog niet gekalibreerd is. Botsingen en ontsporingen zijn niet uitgesloten.

Schermafbeelding van deel ‘Handreiking voor het opstellen van een gendergelijkheidsplan‘ van de Adviescommissie Divers en Inclusief Hoger Onderwijs en Onderzoek, 15 juni 2021.

Een voorbeeld van het voorlopige en verwarrende karakter van de handreiking is het aandachtspunt ‘Controleren van de fysieke omgeving‘. Daar wordt ook kunst genoemd. Er wordt verwezen naar de Engelstalige versie van het verslagDiversere beelden van de universitaire geschiedenis‘ van de Universiteit Leiden. Overigens is dat ‘Diversere‘ in de titel geen gangbaar Nederlands, hoewel dat mogelijk een Leidse variant van het Nederlands is.

Dat verslag van de Universiteit Leiden noemt drie initiatieven om een meer divers beeld van de academische geschiedenis te geven. Een ervan heeft met kunst te maken: twee sculpturen van vrouwelijke wetenschappers, astrofysicus Ewine van Dishoeck en classicus Ineke Sluiter.

Schermafbeelding van deel artikelDiversere beelden van de universitaire geschiedenis‘ van de Universiteit Leiden, 4 februari 2021.

Het toont onschuldig bij de Universiteit Leiden. De inzet is dat er meer vrouwen in beeld dienen te worden gebracht. Dat gaat niet ten koste van mannen of andere gendercategorieën, maar corrigeert een maatschappelijke ongelijkheid. Het is lastig om geen sympathie te hebben voor dit voorbeeld dat iets rechtzet.

Wie echter teruggaat naar de ‘Handreiking‘ die spreekt over ‘kunst’ bij het aandachtspunt ‘Controleren van de fysieke omgeving‘ en dat letterlijk neemt weet niet wat de bedoeling is. Dat ‘Controleren van de fysieke omgeving’ roept een beeld op van controleurs in dienst van een autoritaire leider die met hun telefoon door universiteiten lopen om foto’s te nemen van kunst die volgens hen niet door de beugel kan. Of door de beugel van de EU, het ministerie van OCW en de betreffende universiteit.

Slordigheid, ongelijksoortigheid en het ontbreken van fijngevoeligheid zijn het gevaar van dit soort verkennende notities. Ze geven voeding aan kwaadwillenden door niet zorgvuldig te werk te gaan. Deels is dat onvermijdelijk omdat het een inventarisatie betreft, maar deels is het onnozel om niet te beseffen hoe politiek gevoelig het debat over identiteit ligt. Zeker als het wordt gecombineerd met de sector kunst die als vanouds bekendstaat als een maatschappelijke vrijplaats waar per definitie sturing van bovenaf ongewenst is en afgewezen wordt.

De ‘Handreiking‘ zet als vertegenwoordiger van identiteitspolitiek argeloze passen de Mont Absurd op door kunst in te bedden in het aandachtspunt ‘Controleren van de fysieke omgeving‘. De opzet is goed, maar de framing is fout.

Ondraaglijke lichtheid van een kabinet


Er is geen kabinet Wilders. Rutte en Verhagen hebben een smal pad de berg op gevolgd. Nu staan ze op de top. Hun politieke bagage hebben ze achtergelaten aan de voet. Behalve de vorming van een kabinet hebben ze niets bereikt. Rutte loopt alleen door naar de echte top. Zijn lichtheid oogt immens. Er kleeft macht aan. Maar waartoe dient macht zonder perspectief?

Los van de veiligheidsparagraaf en het opleggen van bezuinigingen aan lagere overheden komt Rutte aan geen enkele hervorming toe. De arbeidsmarkt? Nee. De woningmarkt? Nee. Het onderwijs? Nee. Kenniseconomie? Nee. Infrastructuur? Nee. Rutte en de VVD-baronnen hebben nergens knopen doorgehakt.

Ingeboekte doelmatigheid, bestuurlijke hervorming en de immigratiemaatregelen zijn voornemens. Wie weet symboolpolitiek. Zes miljard bezuinigen op bestuurlijke hervorming, maar de waterschappen niet afschaffen valt nauwelijks serieus te nemen. Resultaat is dat via een omweg de ontslagen ambtenaren tegen dubbel tarief moeten worden ingehuurd.

Voorgestelde immigratiemaatregelen lopen tegen wettelijke grenzen aan. Wat mogelijk is zal aangescherpt worden, maar veel blijft onmogelijk. Europese verdragen bepalen de grens. Op het gebied van integratie zijn Leers, Opstelten en Donner aan de slag gegaan. Ze leiden in het gunstigste geval de aandacht af van wat niet gebeurt. In het ongunstigste geval accentueren zwaargewichten het eigen falen. Wat Donner zegt over de meningsuiting en de WOB maakt velen woest. Regenten generen zich niet een regenteske pose aan te nemen.

Zakelijkheid op immaterieel gebied had de grootste verdienste kunnen worden. Onder leiding van de VVD als minst moralistische partij. Nu of nooit voor de Nederlandse islam om een inhaalslag te maken in het omarmen van de rechtsstaat. En afstand te nemen tot krachten als Wilders, conservatieve imams en multiculturalisten. Maar Rutte blokkeert deze middenweg. Door de schaduw van Wilders weet het kabinet geen neutraal en onpartijdig speelveld te bieden.

CDA-mastodonten die zich tegen samenwerking met de PVV keerden zijn door Verhagen buitenspel gezet. Voorstanders zijn beloond met kabinetsposten. Loyaliteit is het toverwoord. De focus ligt op zekerheid en controle. Dat opent voorwaarden voor een doorbraak. De behoudzucht van het kabinet vormt basis voor onvermoede dwarsverbanden en stappen vooruit. Ze worden echter door arrogantie niet gegrepen.

De aard van de bezuinigingen op cultuur tekent de kleine kant van het kabinet Rutte-Verhagen. Als redenen worden de zelfredzaamheid van de sector, het rondpompen van geld door subsidies en een kleinere overheid aangevoerd. Allemaal steekhoudend als het voor andere sectoren ook gold. Maar het oogt hypocriet als VVD en CDA de hypotheekrenteaftrek onveranderd laten. Daar zijn miljarden euro’s subsidie per jaar te halen.

Rutte en Verhagen moeten de berg afdalen om hun bagage op te halen. Te herbronnen aan de voet van de berg. Het voorgestelde akkoord is onvoldoende voor een ambitieus Nederland. De samenwerking met links is een wassen neus. Sommigen hoopten er de terugkeer van de parlementaire democratie in te zien. Maar het omgekeerde lijkt waar, de coalitiepartijen beslissen buiten het parlement. Bergwind is kil.

Foto: Slot Drachenburg, halverwege de Drachenfels