George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Jaarverslag

Wereldmuseum: heeft Rotterdamse politiek de wil om in te grijpen?

with one comment

we

Cultuurwethouder Adriaan Visser (D66) beantwoordde op 23 september vragen over het Wereldmuseum aan de Publieksactie Wereldmuseum en woordvoerder Olphaert den Otter. De teneur is dat omdat de gemeente Rotterdam sinds de privatisering van het Wereldmuseum in 2006 op afstand staat, het niet kan ingrijpen in zaken waarover het niks te zeggen heeft. Wel in de collectie die eigendom is van de gemeente, maar niet in de bedrijfsvoering of het beleid. Enerzijds hoeft de Raad van Toezicht (RvT) geen verantwoording af te leggen aan de gemeente, maar anderzijds is er in combinatie met bestuurlijke zeggenschap en het publiek belang -dat door de subsidierelatie wordt gesymboliseerd en bestendigd- sprake van een bestuurlijke participatie.

Cynisch is het Beleidskader verzelfstandiging van de gemeente uit 2007 dat ook over stichtingen gaat en in 5) zegt: ‘Marktwerking wordt daarbij gezien als oplossing voor: oplopende kosten, ondoorgrondelijke beleidssystemen, onvoldoende controle op de uitvoering, gebrekkige verantwoordelijkheidsverdeling, achterblijvende productiviteit en innovatie en onvoldoende variëteit en kwaliteit van de dienstverlening.’

In zijn brief wijst wethouder Visser naar de RvT die een verantwoordelijke en essentiële bestuurlijke rol van toezichthouder, controller en werkgever heeft. De wethouder kan niet anders dan redeneren vanuit de vaststelling dat de RvT goed functioneert, maar heeft weinig sanctiemogelijkheden: ‘Ik kan u verzekeren dat ook ik de ontwikkelingen bij het museum nauwlettend volg en gesprekken voer met de directie en de Raad van Toezicht. Van de Raad van Toezicht verwacht ik goed bestuur volgens de richtlijnen die onder andere vastgelegd zijn in de ‘code cultural governance’. Vanzelfsprekend zal ik niet toestaan dat er besluiten worden genomen die strijdig zijn met wet- en regelgeving of gemeentelijk beleid.’

Naast de typische machteloosheid van een gemeente over een op afstand gezette organisatie meent Visser een instrument in handen te hebben om in te grijpen. Dit kan hij voorbereiden door administratief onderzoek van zijn ambtenaren met als doel dossiervorming. Aan de hand hiervan kan hij door concrete vragen aan voorzitter en leden van de RvT nagaan of het besluiten neemt die strijdig zijn met wet- en regelgeving of gemeentelijk beleid. Aandachtspunt voor het intern functioneren van de RvT is of het voldoende evenwichtig is samengesteld zoals de richtlijnen vereisen. Vanwege de essentie zou focus van verder onderzoek kunnen zijn of de RvT kritisch en onafhankelijk van de directie opereert zoals de profielschets RvT vereist.

In het artikel ‘Vorige toetsingscommissie Wereldmuseum blijkt opgestapt’ in De Groene wijst Sjors van Beek erop dat een toetsingscommissie die namens de gemeente Rotterdam van 2008 tot 2012 opereerde zonder ruchtbaarheid is opgestapt omdat ‘de verhoudingen met museumdirecteur Stanley Bremer onwerkbaar’ waren. Leden waren Christiaan Jörg (oud-conservator Groninger Museum), Arjen Kok (RCE), Josefine Leistra, (voormalig Erfgoedinspectie) en de Amsterdamse kunsthandelaar Jaap Polak. Nu pas komt dit nieuws door toedoen van Van Beek naar buiten. Vraag is of de Rotterdamse raad hierover door het college is geïnformeerd en deze aan de informatieplicht heeft voldaan. Cultuurwethouder Visser kan bestuurlijke participatie tonen.

Foto: Schermafbeelding uit video Samurai voor tentoonstelling in Wereldmuseum, 2012-13.

Advertenties

Vragen bij het functioneren van Raad van Toezicht Wereldmuseum

with 3 comments

mm

Aldus Siebe Weide -directeur van de Nederlandse Museum Vereniging- in een tweet in 2011. De directeur van het Wereldmuseum wilde ooit de Afrika-collectie op de markt brengen. Arnoud Odding citeerde de tweet in een interview met directeur Stanley Bremer van het Wereldmuseum. In reactie op m’n oproep op de FB-pagina van Olphaert den Otter somde S. de leden van de Raad van Toezicht van het Wereldmuseum op: Rein Breeman (voorzitter), Ewoud Stumphuis (advocaat Loyens Loeff, specialisatie: ondernemersrechtelijke transacties), Gervaise Coebergh (Communicatie en PR-bedrijf) en prof.dr. Han van Dissel (UvA). Wat mij tot de volgende reactie bracht: ‘Als dit de volledige samenstelling is van de RvT dan is deze eenzijdig en niet volgens de voorwaarden die de gemeente Rotterdam in een brief van 14 oktober 2005 stelt: ‘Tenminste een van de leden heeft relevante wetenschappelijke expertise en kennis op multicultureel terrein of met betrekking tot interculturele veranderingsprocessen.’ Kan iemand bevestigen of dit de actuele samenstelling van de RvT is?’

In deze brief aan de leden van de Commissie Cultuur en Sport uit 2005 over ‘de profielschetsen in het kader van de verzelfstandiging van takken van dienst in de Kunstsector’ omschrijft toenmalig wethouder Kunstzaken Stefan Hulman namens de Gemeente Rotterdam het profiel van de Raad van Toezicht van het Wereldmuseum. In 2009 uitte Leefbaar Rotterdam in raadsvragen kritiek op ‘sommige stichtingen [die] maar 1 bestuurder hebben’ waaronder het Wereldmuseum. In antwoord op de raadsvragen van Leefbaar Rotterdam zegt de gemeente Rotterdam: ‘De raad van toezicht houdt onder meer toezicht op het bestuur en adviseert het bestuur. De raad van toezicht stelt de statuten vast en benoemt, schorst en ontslaat het bestuur.’

br1

br3

De Raad van Toezicht van het Wereldmuseum houdt niet alleen toezicht op het functioneren van de directeur die bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt, maar ook op de algemene gang van zaken. Wat opvalt in het Jaarverslag 2013 is dat bij 1) Controleverklaring van de onafhankelijke accountant een subhoofdstuk ‘Verantwoordelijkheid van de Raad van Toezicht’ ontbreekt. Terwijl volgens de brief van de gemeente van 14 oktober 2005 waarin de werking van de RvT wordt omschreven de volgende taken en verantwoordelijkheden worden gegeven: ‘goedkeuren jaarrekening’ en ‘benoemen van en vaststellen opdracht aan accountant‘.

Vragen rijzen over het functioneren van de RvT van het Wereldmuseum: 1) is deze kwantitatief (minimaal 5 personen), kwalitatief (‘relevante wetenschappelijke expertise’) en procedureel (onafhankelijk en kritisch opereren) volgens de richtlijn van de gemeente Rotterdam samengesteld en werkzaam? 2) wie controleert de RvT of het haar rol van procesbewaker en controleur van directie en bestuur volgens de richtlijn van de gemeente Rotterdam uitvoert en welke instantie grijpt volgens welke richtlijn in als dit niet zo is? Een en ander is des te essentiëler omdat directie en bestuur van het Wereldmuseum een en dezelfde persoon zijn.

Foto 1: Tweet van museummens Siebe Weide uit 2011.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van Profiel Raad van Toezicht Stichting Wereldmuseum Rotterdam uit brief van de gemeente Rotterdam van 14 oktober 2005. (zie Google).

Meldpunt Discriminatie Internet voelt zich slecht begrepen

with 2 comments

disc

Een overzicht uit het vandaag verschenen jaarverslag 2013 van het Meldpunt Discriminatie Internet (MDIzet de meldingen op een rijtje over de discriminatie op internet. Op 1: antisemitisme, op 2: discriminatie van moslims en op 3: afrofobie (of anti-zwart racisme). De verantwoordelijke koepel Stichting Magenta verklaart de daling van het aantal meldingen uit de ‘foutieve berichtgeving eind 2012 over opheffing van het MDI‘. De stijging van afrofobie verklaart het MDI uit het debat over Zwarte Piet dat heftiger was dan in vorige jaren. Opvallend is dat het MDI slecht 53 meldingen over discriminatie op basis van seksuele voorkeur kreeg. Ofwel discriminatie van homo’s en lesbiennes. Was er eind 2013 nog geen Sochi-effect merkbaar?

MDI ziet zichzelf als ‘een onpartijdige NGO’. Maar niet iedereen is het daar mee eens. Publiciste Karin Spaink schreef in 2003 een kritisch artikel ‘Een vieze modderpoel‘ waarin ze aantoonde dat het toenmalige MDI niet onafhankelijk was. Met name toenmalig directeur Ronald Eissens riep bij velen weerstand op. Hij is in 2005 weliswaar als directeur afgetreden, maar op de achtergrond nog steeds aanwezig via de Stichting Magenta en de projecten Icare en Inach. In de openbare versie van het jaarverslag ontbreekt een financieel verslag. Sinds januari 2013 wordt MDI niet langer gefinancierd door de rijksoverheid. Maar uit het jaarrapport van het MDI is nu niet op te maken of er toch overheidsgeld via projecten naar de Stichting Magenta en het MDI stroomt.

MDI voelt zich ook gediscrimineerd. Het heeft de discriminatie verinnerlijkt. Mede naar aanleiding van het stoppen van de subsidie, de weinige waardering die het van de politiek krijgt en ‘de lethargie over de discriminerende ‘grappen’ van Gordon, Daphne Bunskoek en Jack Spijkerman in de media‘: ‘De afdeling MDI van Stichting Magenta is een van de slachtoffers van het ‘nieuwe denken’ dat is neergedaald over Nederland.

MDI ziet op internet een normalisering van de discriminatie: ‘Opvallend is ook de aanhoudende stijging van discriminatie op sociale media (Twitter, Facebook, YouTube) en mainstream websites. Waar discriminatie vroeger was voorbehouden aan illustere statische websites en extreem rechtse fora als Stormfront, is discriminatie tegenwoordig steeds meer en meer te vinden op gewone ‘mainstream’ websites. Deze trend van ‘normalisering’ van discriminatie is de laatste jaren steeds duidelijker zichtbaar en zal waarschijnlijk in de toekomst alleen nog maar toenemen.‘ Waar het MDI dit op baseert is onduidelijk. Het blijkt zeker niet uit de cijfers. De claim bevestigt hoofdzakelijk de noodzaak voor het bestaan van het MDI en de Stichting Magenta.

De volgende opmerkelijke passage is veelzeggend: ‘Twitter is een tijd lang niet bereid geweest mee te werken aan de verzoeken tot verwijdering van het MDI. In 2013 is het aantal meldingen omtrent discriminerende uitingen op Twitter weer flink gestegen, maar is er echter een verandering gekomen in het beleid van Twitter. De verandering in het beleid heeft tot gevolg gehad dat Twitter in gevallen waarin een uiting aanzette tot haat of geweld, de bewuste uiting meestal verwijderde.‘  Zegt het MDI nou dat Twitter discriminerende uitingen niet, maar haatspraak meestal wel verwijdert? Da’s dan precies de afweging waarvoor Twitter in vele landen gewaardeerd wordt als techbedrijf dat zich het minste van overheidsdruk aantrekt en de vrijheid van meningsuiting het ruimste opvat. Het is precies die valkuil waar het MDI snikkend lijkt te zijn ingevallen.

Foto: Schermafbeelding van tabel 1.1 Discriminatiegronden en cijfers: de ‘top 10’ van 2013 in vergelijking met 2012 van het MDI, 27 januari 2014.

Teeven over onzorgvuldig handelen overheid persoonsgegevens

leave a comment »

zielgruppe4

Het recht op bescherming van de persoonsgegevens is niet absoluut en kan op bepaalde gronden worden beperktDaarom is flexibiliteit voor de publieke sector van groot belang.’ aldus staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie mede namens minister Plasterk van Binnenlandse Zaken in zijn antwoord op kamervragen van het lid van de Tweede Kamer Astrid Oosenbrug. Woordvoerder ICT en privacy van de PvdA.

Oosenbrug stelde haar vragen naar aanleiding van het bericht ‘CBP: Overheid is onzorgvuldig bezig‘ in Binnenlands Bestuur van 18 april 2013. Dit weer naar aanleiding van kritische opmerkingen in het jaarverslag 2012 van het CBP (College Bescherming Persoonsgegevens). Een te ‘flexibele’ omgang met het grondrecht van doelbinding door koppeling en overdracht van bestanden heeft op de langere termijn ‘ondermijnende effecten op het vertrouwen van burgers in de overheid’, aldus CBP-voorzitter Jacob Kohnstamm in een toelichting.

Teeven reageert op een vraag betreffende een citaat uit het voorwoord van het jaarverslag: ‘Voor de burger (en mogelijk ook voor de overheid) is het vervolgens nauwelijks inzichtelijk meer welke gegevens zich waar en waarom over hem bevinden.’ Het voorwoord schetst ook negatieve ontwikkelingen: ‘Bovendien ligt een van de pijlers onder de bescherming van persoonsgegevens onder vuur, te weten doelbinding, het principe dat verder gebruik van persoonsgegevens verenigbaar moet zijn met het oorspronkelijke doel van de verzameling en verwerking.’ Kritiek van het CBP is dat in een conceptverordening die Nederland steunt de overheid de grenzen oprekt voor de omgang met persoonsgegevens. Teeven relativeert het grondrecht door te spreken over de waarborg dat ‘de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad‘.

Teeven relativeert dit principe van doelbinding in zijn antwoord: ‘Uiteraard moet het koppelen van persoonsgegevens plaatsvinden in overeenstemming met de relevante wetgeving en meer in het bijzonder niet onverenigbaar zijn met het doel waarvoor de desbetreffende gegevens oorspronkelijk zijn verzameld.’ De omschrijving ‘niet onverenigbaar met het doel‘ laat de overheidsplicht los dat het omgaan met persoonsgegevens ‘verenigbaar is met het doel‘. Teeven eigent zich handelingsruimte toe voor de overheid.

Teeven zoekt in zijn antwoorden telkens de grenzen op om de bevoegdheden van de overheid op te rekken ten koste van de burger. Hij stelt zich minimalistisch achter de principes doelbinding en privacy. Teeven zegt de rechten te erkennen en het CBP als toezichthouder te accepteren, maar tracht feitelijk om op een tegengestelde koers uit te komen. Zoals het CBP in het voorwoord opmerkt: ‘Maar de overheid is meer dan politie en justitie alleen’. Aan Teeven zijn deze woorden niet besteed, zijn taakstelling gaat voor principes.

Foto: Reclame en doelgroep.