George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Initiatiefvoorstel

Amsterdam zoekt ‘museale voorziening’ over de Nederlandse slavernij. Maar met het Tropenmuseum heeft het die al in huis

with 6 comments

Het Amsterdamse raadslid voor GroenLinks Simion Blom is een pleitbezorger voor een slavernijmuseum. Samen met de SP en de PvdA formuleerde GroenLinks een initiatiefvoorstel voor een nationaal slavernijmuseum dat in de Amsterdamse raad op 20 december 2017 unaniem werd aangenomen. In de breed uitwaaierende toelichting bij het voorstel zijn de indieners van mening dat het niet de goede kant opgaat met de erkenning van het slavernijverleden: ‘In Nederland lijkt een kentering te ontstaan voor een meer open beleving van onze slavernijgeschiedenis’. De opzet is een museum dat ‘niet oordeelt of veroordeelt’, maar ‘begrijpt en verbindt’. Maar tegelijk halen de initiatiefnemers in hun toelichting hun pleidooi voor een breed nationaal slavernijmuseum dat ook hedendaagse slavernij omvat onderuit door het toe te spitsen op de trans-Atlantische slavernij en de geschiedenis van Afrika. Dat klinkt op zijn minst verwarrend en dubbelzinnig.

De gemeente Amsterdam neemt bij monde van wethouder Simone Kukenheim (D66) dit initiatief over. Feitelijk vragen de initiatiefnemers niet om een museum, maar om ‘een nationale museale voorziening over de Nederlandse slavernij en het erfgoed’. In de publiciteit praat Blom steeds weer over een museum en schept hij verwarring door af te wijken van het initiatiefvoorstel en vragenstellers waar nodig niet te corrigeren. Verschil tussen ‘een museum’ en ‘een museale voorziening’ lijkt te zien dat er geen duur, prestigieus apart gebouw voor wordt opgetuigd. Een voorziening kan ook een onderwijsprogramma of een deels ‘digitaal museum’ zijn zoals de uit de ideeën voor het gesneefde Nationaal Historisch Museum voortgekomen Canon van Nederland dat een initiatief van het Rijksmuseum en het Openluchtmuseum is. Het venster Slavernij (circa 1637-1863)  besteedt aandacht aan de slavernij met het accent op de trans-Atlatlantische slavernijhandel.

Welk doel een nationaal slavernijmuseum moet dienen is nog niet duidelijk omlijnd. Is dat toeristenspreiding in Amsterdam door er een nieuw museum naast te zetten, het versterken van de identiteit van Nederland of de nazaten van de slachtoffers van de trans-Atlantische slavenhandel, het versterken van de educatieve en culturele infrastructuur van Nederland of de erkenning van de nazaten van de slachtoffers van de slavernij? Of is zo’n museum kortweg een middel in de strijd tegen racisme, zoals de initiatiefnemers beweren? Waarom wordt het dan geen Nationaal Racismemuseum genoemd en is de omweg via een Nationaal Slavernijmuseum nodig? De initiatiefnemers onderschrijven in de toelichting dat het niet makkelijk is om vorm te geven aan een nationaal slavernijmuseum: ‘de mogelijkheden zijn oneindig en dat biedt volop de ruimte voor de oriëntatie en verkenning naar een museale voorziening.’ Maar die oneindige mogelijkheden en die volop ruimte voor oriëntatie houden ook in dat het nog alle kanten uit kan gaan. Met afbakening in de tijd (voor, tijdens en na de trans-Atlantische slavernijhandel) en inhoud. Of het een essentiële taak is voor de gemeente Amsterdam om deze ‘museale voorziening’ (samen met het Rijk) van subsidie te voorzien is ook nog geen uitgemaakte zaak.

Conservator Historische Vormgeving (Museum Boijmans) Alexandra van Dongen merkt naar aanleiding van het artikel ‘Amsterdam sticht een Nationaal Slavernijmuseum, iedereen mag meedenken’ in De Volkskrant in een posting op Facebook op: ‘Het Tropenmuseum Amsterdam lijkt me een heel goeie plek voor een Nationaal Slavernijmuseum. Waarom een nieuw museum beginnen terwijl dat historische gebouw heel geschikt is om met museale collecties, archieven en persoonlijke getuigenissen het volledige verhaal te vertellen.’ Ze heeft een punt en had er nog aan toe kunnen voegen waarom het nodig is om verkenningen en onderzoeken op te starten terwijl de museale infrastructuur binnen Amsterdam over dit onderwerp aanwezig is. Het Volkskrant-artikel constateert trouwens twee problemen: 1) wie bepaalt vorm en inhoud en 2) waarom in Amsterdam?

In het Tropenmuseum is nu de tentoonstellingHeden van het slavernijverleden’ te zien en het museum zegt in 2021 met een ‘nieuwe, uitgebreide tentoonstelling over het koloniaal- en slavernijverleden’ te komen. Het wekt bevreemding dat de initiatiefnemers in hun toelichting verwijzen naar allerlei buitenlandse musea, maar het Tropenmuseum in Amsterdam ongenoemd laten. Dit roept de vraag op of de initiatiefnemers wellicht het vanzelfsprekende missen en vluchten in vergezichten of dat het Tropenmuseum het bij hen heeft verbruid.

Open Data. Weg met de gesloten bestuurscultuur: D66 Nijmegen

with 2 comments

touch

Vandaag bespreekt de Nijmeegse raad het raadsinitiatiefvoorstel ‘Open Data van Kristie Lamers (D66). Het geeft het college zes opdrachten mee op het gebied van ‘Open Data‘. D66 meent dat dat “de gemeente Nijmegen van openbaarheid en toegankelijkheid de nieuwe norm voor haar data moet maken. Alle data moet eenvoudig, in een standaard formaat op internet beschikbaar worden gemaakt, tenzij dat strijdig is met belangen als privacy of veiligheid”. D66 beredeneert de openheid niet alleen vanuit de democratie, maar ziet er ook een stimulans voor innovatie en economische activiteit in. Zelfs: ‘Open data zijn dus niet alleen gunstig voor het ontwikkelen en aanbieden van diensten, maar ook voor de verbetering van de kwaliteit van het leven‘.

Openbaarheid en toegankelijkheid in het openbaar bestuur zijn voorwaarden voor goed bestuur, maar verre van vanzelfsprekend. Opvallend in het internettijdperk waarin technisch zoveel mogelijk is. Het openbaar bestuur loopt achter in het bieden van openheid. Vreemd is dat ICT-projecten van overheden vaak mislukken. De basisregel van informatieanalyse is betrokkenheid en medewerking van allen. Zonder dat gaat het niet.

D66, GroenLinks en de Piratenpartij zijn voorstanders om de gesloten bestuurscultuur open te breken. In een toelichting zegt D66: ‘Nederlandse overheden stellen de gegevens (data) die zij verzamelen meestal niet openbaar beschikbaar. Zij hebben daar vaak geen principiële reden voor. Het is eerder een gewoonte dan een keuze.  (..) D66 Nijmegen vindt dat de gemeente Nijmegen van openbaarheid en toegankelijkheid de nieuwe norm voor haar data moet maken. (…) Dat vraagt om een open houding van de gemeente Nijmegen.

Bij een prijsvraag voor de preambule van ‘De Nieuwe Wob; Initiatiefwetsvoorstel GroenLinks voor een transparante overheidvan toenmalig kamerlid Mariko Peters schreef ik: ‘Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is….
’dat niet de ene waarheid de andere blokkeert, maar ideeën elkaar opvolgen, dat inzichtelijkheid in de werking van de overheid de bereidheid van burgers om zich in te zetten voor de samenleving vergroot, dat openheid een voorwaarde is om goed geïnformeerde en betrokken burgers voor de publieke zaak te winnen zodat ze op hun beurt kunnen deelnemen aan een prikkelend debat als voorwaarde voor een open samenleving en dat het daarbij wenselijk is dat de overheid de vergroting van het aantal burgers dat meepraat ondubbelzinnig toejuicht en actief ondersteunt omdat het alleen zo een basis legt onder de democratische orde
….Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze.’

De Raad van State oordeelde in november 2012 in een advies over dit initiatiefvoorstel van GroenLinks dat het onvoldoende onderbouwd was. Ook vond de raad dat de problemen die wel worden genoemd in het voorstel niet veroorzaakt worden door de huidige wet maar voornamelijk door de uitvoering ervan. Dit duidt opnieuw op een gesloten Nederlandse bestuurscultuur die openheid en toegankelijkheid niet als noodzakelijke voorwaarde voor haar functioneren ziet. Maar als een mentaliteit die in de uitvoering openheid tegenhoudt. 

Foto: Hans Wildschut, Touch, 2009. Credits: Hans Wildschut.