George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Indoctrinatie

Forum voor Democratie is kliklijn over indoctrinatie in het onderwijs gestart. Gedachtenpolitie als politieke marketing

with 3 comments

De gedachtenpolitie van FvD is aan het woord. Ik had nooit gedacht dat de geschiedenis zich in Nederland zou herhalen. Met zogenaamde keurige burgers die zich miskend voelen en de samenleving gelijk willen schakelen en naar hun hand zetten. Internetondernemer en secretaris Rob Rooken van Forum is hier aan het woord. Volgens de gegevens op zijn LinkedIn-profiel heeft hij geen deskundigheid in wetenschap of onderwijs.

Wikipedia zegt bij het lemma ‘Indoctrinatie’: ‘In controverses spreken tegenstanders van de ‘gevestigde orde’ soms van indoctrinatie, omdat de overtuigingen en opvattingen van de gevestigde orde (per definitie) in het reguliere onderwijs worden onderwezen. Er moet echter onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds een verantwoorde didactische benadering die de ontvanger kennis bijbrengt en zelfstandig en kritisch leert denken en anderzijds indoctrinerende leermethoden die gericht zijn op kritiekloze acceptatie van een bepaalde denkwijze. Dit is een subtiel onderscheid, dat zowel betrekking heeft op de didactische methode als op de intenties van de onderwijsgevende. De belangrijkste toets is: staat de onderwijzer open en is het onderwezene vatbaar voor kritiek?’ De vraag die Forum beter zou kunnen stellen is niet of er sprake is van ‘indoctrinatie’, maar of het onderwijs ‘de ontvanger kennis bijbrengt en zelfstandig en kritisch leert denken’. 

Als ik docent was zou ik mezelf aangeven als progressief, seculier en religie-kritisch, groot liefhebber van hedendaagse kunst en voorvechter van een samenleving waarbij afkomst en herkomst niet de norm is en die gaat voor de fundamentele waarden en niet voor de ’Nederlandse cultuur’ à la PVV en FvD. Dat perspectief valt samen te vatten als geen Zwarte Piet, maar evenmin onderwijs in de Nederlandse taal, kunst of geschiedenis.

Waar PVV en FvD tegen zijn maken ze graag bekend, want deze partijen willen vooral protesteren en afbreken, maar waar ze vóór zijn is minder bekend. Ze zijn sterk in de marketing van vergezichten, onrealistische oplossingen, ondergangsfantasieën en doemscenario’s.  Daar komt nu de controle in het onderwijs bij door de gedachtenpolitie. Het gelijkgeschakelde onderwijs waarnaar deze partijen streven stemt triest. Ze zeggen voor Vrijheid en Democratie te gaan, maar handelen daar tegengesteld aan. Om de democratie hetzelfde te laten blijven moet de democratie veranderd worden. Met de kliklijn van Forum schiet Nederland niets op.

Advertenties

Stine Jensen stelt vragen bij tentoonstelling in het Tropenmuseum: Kennisoverdracht, of pure indoctrinatie die de islam aanprijst?

with 7 comments

Columniste Stine Jensen ging met haar dochtertje naar de tentoonstelling ZieZo Marokko in het Amsterdamse Tropenmuseum (onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW)) en doet daar in NRC verslag van onder de titel ‘Help, mijn dochter gelooft in God’. Is het de taak van een museum om kinderen het geloof in God bij te brengen? Jensen betwijfelt of het educatieve programma bij deze tentoonstelling de toets der kritiek kan weerstaan: ‘Is hier nog wel sprake van kennisoverdracht, of is dit pure indoctrinatie als een directieve vrouwenstem de islam aanprijst?’ Dit incident staat symbool voor de teloorgang van het NMvW.

Bij het Tropenmuseum zijn sinds vijf jaar het populisme, politieke correctheid en een versimpelde opvatting van identiteitspolitiek leidend. In 2013 werd het wetenschappelijke hart eruit gesneden door het ontslag van 30 medewerkers, onder wie conservator Ben Meulenbeld. Zie hier voor mijn commentaar met de volgende slotsom: ‘Deze conservatoren zijn onmisbaar omdat ze een correctie geven op trends en sjablonen die de werkelijkheid reduceren.’ Door het ontslag van conservatoren kwam de weg vrij voor die trends en sjablonen die Jensen constateert bij de tentoonstelling ZieZo Marokko. Het is de politisering van de volkenkundige musea die zich uit in gemakzucht en behaagzucht die sluipenderwijs de weerspannigheid en kracht uit deze musea heeft gehaald. Postkolonialistische correctheid verlamt deze organisatie zonder kern en met veel vorm. Goedwillende medewerkers binnen het NMvW wachten hun tijd af op betere tijden. Hoelang nog?

In een commentaar over de tentoonstelling ‘POWERMASK’ in het Rotterdamse Wereldmuseum heb ik die populistische en politiek correcte mentaliteit van het management van het NMvW dat politiek (of nog erger: politiek correctheid en een enge opvatting van identiteitspolitiek) boven kunst stelt in een context gezet. Het Wereldmuseum dat wegens verbouwing tot eind 2018 geen grote presentaties meer toont dreigt het volgende slachtoffer te worden van de museale kaalslag van de leiding van het NMvW. Enkele citaten uit dit commentaar bieden reliëf. De kwaliteiten van ‘POWERMASK’ zijn het diapositief van het structurele tekort van het NMvW:

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHelp, mijn dochter gelooft in God’ van Stine Jensen in NRC, 14 juli 2018.

Foto 2: Object van Folkert de Jong op tentoonstelling POWERMASK in het Wereldmuseum, eigen opname oktober 2017.

Hogeschool Odisee Aalst: Mag godsdienstonderwijs aan kleuters volgens de kinderrechten?

leave a comment »

De Vlaamse Opleiding Kleuteronderwijs van de Hogeschool Odisee in Aalst biedt vanuit een christelijke traditie studenten in het lesprogram de optie tussen een katholieke of een niet-katholieke versie. In de uitleg wordt door de docenten druk geschoven met begrippen. Alsof de identiteit van de Hogeschool vloeibaar is en voortdurend verandert. ‘Geloof’ wordt gelijkgesteld aan het ‘katholieke geloof’ en de ‘christelijke traditie’ aan de ‘rooms-katholieke traditie’. De niet-katholieke studenten worden in de video onderscheiden als moslima’s (zijn er geen mannelijke studenten?), niet-gelovige, ongelovige en anders-gelovige, randkerkelijke en protestant-gelovige studenten. Dat is blijkbaar diversiteit vanuit katholiek perspectief. De docenten stralen begrip en verdraagzaamheid uit, maar de vraag die deze video oproept is waarom er godsdienstonderwijs aan kleuters (circa 4 tot 6 jaar) gegeven moet worden en in welke vorm dat gebeurt. Nog los van de vraag of dat dan katholiek, protestant-gelovig, randkerkelijk of anders-gelovig godsdienstonderwijs is.

Vraag is of het in strijd is met artikel 14 van de kinderrechten. De toelichting zegt: ‘Meestal leren kinderen van hun ouders en op school over geloof en religie. Het wel of niet hebben van een bepaalde geloofs- of levensovertuiging kan een belangrijk onderdeel van de opvoeding zijn. Ouders mogen kinderen stimuleren om een bepaald geloof te volgen. In het Kinderrechtenverdrag staat echter dat kinderen niet gedwongen of verplicht mogen worden om een bepaald geloof te hebben, niet door hun ouders en niet door de regering. Als ze willen, kunnen kinderen naar een kerk of moskee gaan terwijl hun ouders niet geloven. Kinderen moeten ook kunnen besluiten om niet in God te geloven, terwijl hun ouders dat misschien wel doen. Kinderen moeten goede informatie krijgen over de verschillende godsdiensten, zodat zij zelf een keuze kunnen maken over welk geloof het beste bij ze past. De regels van een geloof mogen nooit schadelijk voor kinderen zijn.’ De ‘jaren des onderscheids’ in de Rooms-katholieke kerk werden ooit door Paus Pius X vastgesteld op zeven jaar.

De grens van wat aanvaardbaar is voor kinderen in een godsdienst ligt tussen stimuleren en dwingen. Een christelijke onderwijsorganisatie mag kinderen aansporen, maar niet in een dwingend programma binden. Het dienstbaar maken van kleuters van vier tot zes jaar gaat verder dan stimuleren en is feitelijk onderwerping. Hoe maatschappelijk aanvaardbaar en in lijn met de kinderrechten is het programma van het kleuteronderwijs dat Odisee aan studenten aanbiedt? Als het meer is dan een neutrale oriëntatie op levensovertuiging en godsdienst, dan valt het niet binnen de grenzen van de kinderrechten. Als de religieuze overtuiging er niet toe doet roept dat de vraag op waarom Odisee niet alle studenten dezelfde optie aanbiedt. Er wringt iets doordat dat niet gebeurt. Dat wordt in de toelichting door de docenten badinerend en verhullend gepresenteerd.

Wat is er mis met verplicht bidden van schoolkinderen in de moskee?

with 2 comments

Dit fragment circuleert op sociale media. Binnen en buiten Nederland. Het wordt gebruikt om de islamitische indoctrinatie van Nederlandse schoolkinderen aan te tonen. Ze zouden verplicht moeten bidden in de moskee. Verdere context ontbreekt. Gerard de Boer verwijst in een posting op zijn blog naar OBS Het Palet in Ommen.

Meer dan de helft van de Nederlanders is niet gelovig. Godsdienst moet daarom niet overschat worden. Ook in de oriëntatie of burgerschapskunde van schoolkinderen niet. Het is prima als een basisschool open is naar de samenleving en de diversiteit die daarin bestaat, maar het deelnemen van schoolkinderen aan het bidden in een religieuze instelling zoals een moskee is een stap te ver. Oriëntatie kan beter bestaan uit het in contact brengen van schoolkinderen door leerkrachten van de gang van zaken in een religieuze instelling. Dat voldoet.

Het nieuwe normaal is niet gelovig. Dit soort oriëntatie is een achterhoedegevecht om godsdienst groter te maken dan het is. Echte oriëntatie kiest voor een filosofische invalshoek en kijkt verder dan oppervlakkigheid van een bezoek aan kerk of moskee. Echte oriëntatie op godsdienst en levensbeschouwing kijkt verder dan religieuze instellingen en het ene humanistische verbond dat er als excuus aan de levensbeschouwelijke kant wordt bijgeplakt om het ‘objectief’ te doen lijken. Echte oriëntatie stelt ook religiekritiek centraal en zet op een rijtje dat godsdiensten voor- en nadelen hebben. Burgerschapskunde bereidt schoolkinderen voor op de toekomst en geeft leerkrachten de ruimte om meer te doen dan het gemakzuchtig afvinken van kerndoelen. Dat is er mis aan bovenstaande video. Indoctrinatie wordt in de hand gewerkt door het ministerie van OCW.

Sabra Ayres doet verslag uit Oekraïens Transkarpatië. Minderheden zien Russische bemoeizucht

leave a comment »

alj

Freelancer Sabra Ayres schrijft voor Al Jazeera America een prachtig overzicht over het meest westelijke deel van Oekraïne dat reikt tot aan de Karpaten en de Pannonische vlakte. Waar de Beskiden wonen. Namen die zo nauw verbonden zijn met de geschiedenis van Centraal-Europa en de opkomst en ondergang van rijken, monarchieën, vazalstaten en landen dat het geen wonder is dat de oriëntatie van het gebied Europees is. Het gaat om de provincie Transkarpatië. Aan de andere kant van de Karpaten vanuit het Oosten beredeneerd.

Ayres laat bewoners van minderheidsgroepen als Roethenen en Hongaren aan het woord die ontkennen dat hun nationale identiteit bedreigd wordt door Oekraïne. Ze zijn niet altijd tevreden met hun huidige situatie ver weg van het machtscentrum Kiev en verfoeien het om hun zoons te moeten laten vechten in een oorlog tussen de broedervolkeren Rusland en Oekraïne, maar zijn niet voor separatisme van Oekraïne. De situatie in Donetsk en Loehansk dient als waarschuwing. Dat heeft de bevolking niets dan ellende en achteruitgang opgeleverd.

De bewoners zien bemoeizucht van de Russische propaganda om onrust te stoken en verdeeldheid te zaaien. Maar daar hebben ze geen behoefte aan. Een sterk staaltje van Russische desinformatie is een verslag van de Russische staatstelevisie ‘Rossia 24’ dat 10.000 Roethenen tijdens een congres autonomie geëist zouden hebben. Maar belangrijke Roethenen, zoals de feitelijke leider Yevhan Zhupan hebben nooit gehoord over zo’n bijeenkomst. Kortom, het gaat om fabricatie van de Russische propaganda. Zodat de onafhankelijkheid van de Roethenen sterker leeft in de Moskouse studio’s en de hoofden van gewone Russen dan in Transkarpatië.

Foto: Schermafbeelding van begin artikel ‘Nobody here is asking to leave Ukraine’: Minorities see Russian meddling’ van Sabra Ayres voor Al Jazeera America, 4 mei 2015.

Christelijke propaganda: de Alpha-cursus. Wat voor zin heeft het?

with one comment

A) Maakt het uit voor de zin van het leven of er 1) een daadwerkelijke God als schepper van het heelal bestaat; 2) een God als nieuw product uit de constructie door mensen ontstaat (Harry Kuitert: ‘Alle spreken over boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van boven te komen’); 3) een God als constructie van mensen louter een cultureel artefact is waarin de montage zichtbaar blijft? B) Maakt het uit voor de zin van het leven of God, godsdienst en geloof bestaan? Is zo’n religieuze zingeving los te zien van betekenissen die buiten de religie vallen of kan religieuze zin per definitie alleen naar zichzelf verwijzen?; C) Maakt het voor het leven van mensen uit of het leven wel of niet zin heeft? Moet zin opgevat worden als inhoud, betekenis of masterplan?

Typisch voor de Alpha-cursus is dat deze bewust verschillende doelstellingen vermengt. Zoals de kennis over en verankering van het christelijk geloof en de vraag of er meer is tussen hemel en aarde. Zoals God, uiteraard de christelijke God. Of het ontmoeten van anderen. Religieuze propaganda gaat gelijk op met een educatieve en sociale (eten!!) component in deze van oorsprong Britse cursus die al 40 jaar oud is. De focus op Jezus als een dramatische held doet Angelsaksisch aan. De socialisatie van het groepsproces helpt om de lesstof en de doelstellingen dwingend op te leggen. Uit de toelichting blijkt niet dat het de opzet van de cursus is om christenen tot kritische individuen om te vormen. Eerder het tegendeel. Dat is de zin van de Alpha-cursus.

alp

Foto: Schermafbeelding van Alpha-cursus, een vrijblijvende kennismaking met het christelijk geloof

Tweede Kamer ziet nu geen aanleiding voor onderzoek kinderrechten in religieuze organisaties

with one comment

In twee posts hier en hier vroeg ik aandacht voor kinderrechten binnen religieuze instellingen. Ook vroeg ik naar een grootschalig wetenschappelijk onderzoek om de positie van genoemde kinderen in kaart te brengen.

Aanleiding was de Evangelie Gemeente Utrecht (EGU) die diensten aanbiedt aan kinderen. Zoals aan meisjes van 8 jaar die het meerjarige programma ‘Sampie’ volgen dat gebaseerd is op het lesprogramma BreakOut van de Amerikaanse Saddleback Church. Het gaat niet specifiek om de EGU en het gaat er niet om dat daar sprake zou zijn van misstanden. Het gaat om de ontwikkeling en de groei van kinderen. Ik vatte dat aldus samen: ‘Mij baart het zorgen dat kinderen van acht jaar in een cursusprogramma van 30 lessen wordt geleerd ‘om verantwoordelijkheid te dragen, leiderschap en dienstbaarheid’. Hoe stimulerend of hoe dwingend is dat?’

Mijn zorgen en het verzoek om een onderzoek stuurde ik naar enkele woordvoerders Justitie/Kinderrechten in de Tweede Kamer. Hun antwoord was in grote lijnen eensluidend. Ze zetten zich in voor kinderrechten, maar zien geen misstanden of directe aanleiding voor een onderzoek. Drie kamerleden antwoordden inhoudelijk. Michiel van Nispen (SP) citeerde ik al in een vervolgstuk. Loes Ypma (PvdA) bedankte voor de suggestie van een grootschalig onderzoek, maar: ‘Het is te bediscussiëren of de peuterklassen etc waar u naar verwijst kindermishandeling is, of juist een mooie bijdrage aan de opvoeding’.  Joost Taverne (VVD) gaf een juridisch antwoord en wees op de vrijheid van godsdienst en van meningsuiting, en de scheiding tussen kerk en staat. Hij merkte op dat hij het scherp in de gaten houdt, maar ‘dat er geen wettelijke grenzen worden overschreden bij kinderdiensten van religieuze organisaties’. Tekent de verwijzing naar het strafrecht niet juist het tekort?

Vraag is of de wettelijke benadering die deze kamerleden volgen zinvol is om te komen tot een oriënterend sociaal-wetenschappelijk onderzoek over de kinderrechten binnen religieuze organisaties. Hebben wetgevers een instrument om artikel 14 IVRK te toetsen dat in een toelichting zegt: ‘dat kinderen niet gedwongen of verplicht mogen worden om een bepaald geloof te hebben, niet door hun ouders en niet door de regering. Ouders mogen kinderen wel stimuleren om een bepaald geloof te volgen. De regels van een geloof mogen alleen nooit schadelijk voor kinderen zijn.’ Kortom, zowel ouders als overheid dienen terughoudend op te treden. Maar hoe kan de overheid dat afwegen als het geen onderzoek doet en geen overzicht heeft in welke mate ouders die hun kinderen lesprogramma’s van religieuze instellingen laten volgen minder terughoudend optreden? Hoe kan zonder betrokkenen te bruuskeren dat gat tussen theorie en praktijk overbrugd worden?

Rechten van kinderen die nog niet de jaren des onderscheids (interpretatie: 7 of minimaal 12 jaar) bereikt hebben en daarom beïnvloedbaar zijn is een aloude discussie die al door strijdbare atheïsten als Richard Dawkins en Christopher Hitchens is aangekaart. Wat is de vrijheid voor het kind en wat voor de ouder? Zonder te beweren dat deze atheïsten gelijk hebben stellen ze vragen over een religieuze opvoeding die het nadenken waard zijn. Ze stellen dat het kinderen vooral beperkt in keuzes in hun latere leven: ‘religieus onderwijs vangt ze bewust in een manier van leven waar het steeds moeilijker aan te ontsnappen is als ze opgroeien’.

Op zijn minst rijst de vraag of programma’s voor kinderen binnen religieuze instellingen op alle onderdelen in lijn zijn met de kinderrechten. Vooral bij het aanbieden van lesprogramma’s aan jonge kinderen van 0 tot 6 jaar zoals de EGU doet kan afgevraagd worden of dat beredeneerd vanuit de kinderrechten samengaat met de onderwijsdoelstelling (artikel 29 IVRK) gericht op ‘zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind‘. EGU zegt over kinderen tot 12 jaar: ‘Kinderen leren veel van zien doen, nadoen, en zelf doen!’ Vooral dat nadoen zou de wetgever die kinderrechten niet strikt-juridisch interpreteert zorgen moeten baren over de vrijheid van gedachte van genoemde kinderen.

je

Foto: Still uit documentaire Jesus Camp (2006) van Heidi Ewing. Video: Toelichting op Movies that Matter:Jesus Camp is een controversiële documentaire over de conservatieve Christelijke beweging in de Verenigde Staten. Op onthutsende wijze is te zien hoe kinderen in een zomerkamp worden gemanipuleerd en klaargestoomd om het geloof te verspreiden.’