Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie); 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en GroenLinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.

Kunst moet een list verzinnen: aansluiten bij een politiek doel

ornette-colleman-free-jazz-atlantic-1364-gatefold-1800-ljc

Soms leiden verkeerde bedoelingen tot goede uitkomsten. En omgekeerd kunnen goede bedoelingen tot slechte resultaten leiden. Neem de theorie dat de promotie van ‘moderne kunst’ een Westers instrument was in de strijd met de toenmalige Sovjet-Unie. Alweer een oude theorie die midden jaren ’90 met feiten werd onderbouwd. Zie hier een toelichting in The Independent. De CIA zou ermee sinds het eind van de jaren ’40 het communisme bestreden hebben, terwijl de kunst waarmee de Sovjet-bevolking werd geconfronteerd in de VS bij het grote publiek matig tot negatief werd ontvangen. De abstract expressionistische schilder Jackson Pollock stond niet voor niets bekend als ‘Jack the Dripper’. Maar kunstenaars profiteerden van die promotie.

Mijn eerste kennismaking met Pollocks werk gaat terug naar begin jaren ’70 toen ik de elpee Free Jazz (1961) van Ornette Coleman kocht, met een uitklaphoes met een reproductie van White Light uit 1954 van Pollock. Het tijdperk 1955-1965 dat de overgang symboliseert naar kunst waarin vervreemding in navolging van de ‘uitvinder’ Bertolt Brecht een hoofdthema wordt en de representatie van de werkelijkheid verder afgeschaald wordt. Vooral in de cinema (Antonioni, Kurosawa, Bunuel, Godard), de jazz (Coleman, Coltrane, Shepp, Ayler) en de beeldende kunst (De Kooning, Rothko, Pollock, Motherwell) is die scheidslijn duidelijk te herkennen. Elders omschreef ik dat in enkele schetsen als transitie. Tevens een tijdperk van hoop en in te lossen beloften.

Hoe is het mogelijk dat de hedendaagse kunst van de jaren ’40, ’50 en ’60 een wapen kon worden in de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie? Hoewel het belang ervan nou ook weer niet overschat moet worden. Maar nu is kunst als politiek wapen nauwelijks nog voor te stellen. Eigenlijk kennen we het in getemde vorm alleen nog als landenpromotie bij staatsbezoeken. Nederland zet dan kunst in het zonnetje waarmee het zich meent te kunnen onderscheiden: design, ballet, Concertgebouworkest of geïmproviseerde muziek. Dan dient kunst als smeermiddel voor politieke doeleinden. De tanden van de kunst zijn in dat geval bij voorbaat afgevijld.

eclisse-l-1962-001-monica-vitti-back-shot-00o-7lv

De EU doet veel te weinig met kunst en cultuur als politiek middel. Terwijl de Europese kunst toch zo rijk is. Steven ten Thije (Mondriaanfonds) gaf in een video uit 2014 een aanzet tot een debat om kunst en cultuur een belangrijke rol te geven binnen de EU, maar moest een concreet antwoord hoe dat moest uiteraard schuldig blijven. Zie hier voor mijn commentaar en genoemde video. Onpartijdig is de inzet van kunst niet, want het staat haaks op de intenties van sommigen om de EU te laten fragmenteren. Thierry Baudet en andere nationalisten keren zich met hun theorie over het thuisgevoel en de vrees voor het eigene ook tegen het modernisme in de kunst dat het gevoel van vervreemding zou versterken. Baudet noemt dat oikofobie.

Die geslotenheid en dat thuisgevoel ontmoedigen. Het is trouwens opvallend dat voorvechters van de natiestaat zo weinig met nationale kunst ophebben. Dat is een tegenstelling die ik nog steeds moeilijk kan verklaren, hoewel het wellicht beter is dat dit zo is. Waarom werden in de 19de eeuw Vondel en Rembrandt tot nationale iconen gebombardeerd? Mijn opvatting over kunst gaat overigens vooraf aan mijn opvatting over politiek en heeft dat laatste gevormd. Niet andersom. Kunst legt toch een dieper fundament dan politiek.

Dat tijdperk rond 1960 waarin kunstenaars de vrijheid vinden om niets te hoeven vinden en loskomen van hun eigen thuis maakt voor mij duidelijk waarom ik niets moet hebben van populisten en eng nationalisme.

Hoe kan na de hakbijlen van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra, tegen de achtergrond van een vijandige politieke klasse die in de kern geen echte affiniteit met kunst voelt en het opkomend rechts-populisme dat zweert bij thuisgevoel, natiestaat en haat tegen hedendaagse kunst de kunst overleven? De enige uitweg lijkt het aanhaken bij een politiek doel. Niet om de kunst, maar om de politiek. Laat de politiek maar verkeerde bedoelingen hebben met de kunst, maar als het tot goede uitkomsten leidt dan is dat mooi meegenomen.

Foto 1: Binnenkant hoes van Free Jazz (1961) van Ornette Coleman; black music en white light.

Foto 2: Monica Vitti in L’eclisse (1962) van Michelangelo Antonioni.

Islam hoort thuis in Europa. Binnen de modellen van rechtsstaat en secularisme. Een antwoord aan Piet de Bruyn

pdb

Arabist-islamoloog Piet de Bruyn meent in een opinie-artikel voor Doorbraak.be dat de islam niet thuishoort in Europa. Hij meent dat het hoog tijd wordt om de islam openlijk te kritiseren. Dat advies gaat voorbij aan het publieke debat waarin de islam al sinds 2001 onder vuur ligt. Maar hij denkt waarschijnlijk dat de kritiek niet fundamenteel genoeg is en voorbijgaat aan wat hij als de kern van de islam ziet. De Bruyn ziet de import van de in zijn ogen verstarde islam als een gevaar voor Europa waarvan het helemaal niets te leren heeft.

Ook als De Bruyn in zijn analyse gelijk heeft valt niet in te zien dat hij de goede methode volgt om de islam in Europa in lijn te brengen met de Europese normen en waarden en moslims te helpen in hun  emancipatie. Vooral moslimvrouwen die drie vijanden tegenover zich hebben worden onrechtmatig ingeperkt door: 1) de moslimmannen die zich met een beroep op de islam superieur gedragen tegenover moslimvrouwen; 2) de leer van de islam die dit gedrag van de moslimmannen legitimeert en 3) de nationale omgeving die moslimvrouwen reduceert tot hun religieuze identiteit en hun de ruimte op meerduidigheid ontneemt. De islam moet niet bestreden, maar gerelativeerd worden. Dat kan door het benadrukken van rechtsstaat en secularisme waarin de islam kan functioneren. Winst is dat moslimvrouwen ruimte krijgen zonder dat hun religie frontaal wordt aangevallen en hun religieuze identiteit ter discussie wordt gesteld. Mijn commentaar:

Het is simpel. Als de islam de nationale rechtsstaat van het Europese land waarin het opereert niet erkent, dan moet de islam buiten de orde worden geplaatst. Als de islam zich ondergeschikt maakt aan de nationale rechtsstaat en het secularisme als model voor levensovertuigingen en religies accepteert, dan heeft de islam bestaansrecht. Complicatie is wel dat ‘de islam’ in Europa vele verschijningsvormen kent. Om het zichtbaar en aanspreekbaar te maken in het publieke debat past enige abstractie en simplificatie.

Probleem is dat de islam niet de enige religie met politieke pretenties is. Dat maakt het verschil tussen de islam en andere religies niet principieel, maar gradueel. Het katholicisme in Zuid-Europese landen met een grote katholieke meerderheid opereert als een verkapte staatsgodsdienst. En het protestantisme heeft in Noord-Europese landen een bijna identieke claim op dominantie. Dat ondermijnt de aanpak van de islam die over zichzelf zegt zuiver religieus te zijn, maar van wie critici menen dat het in de kern een politiek-filosofische stroming of ideologie is die religie gebruikt voor politieke doeleinden.

In het algemeen vormt door de vermenging met politiek en economie religie een probleem. De geschiedenis leert dat religies alleen kunnen overleven door machtsvorming. Dat gebeurt enerzijds door het uitschakelen van religieuze concurrenten en anderzijds door coalities te sluiten met de wereldlijke macht. Of in sommige gevallen de wereldse macht ondergeschikt te maken aan de religieuze macht, zoals in Iran of Saoedi-Arabië.

De beste manier van emacipatie van de Europese islam is niet het wijzen op het vermeende feilen ervan, maar het promoten van rechtsstaat en secularisme als model waarbinnen de islam kan opereren. Gelijkwaardig aan andere religies en levensovertuigingen. Voorwaarde is dat de bestaande relatie tussen religieuze en wereldse macht doorgesneden moet worden om de islam geloofwaardig in dat model in te passen.

Religies die menen recht te hebben op een voorkeursbehandeling en daartoe coalities sluiten met politieke partijen moeten beseffen dat ze een achterhoedegevecht voeren. Zij zijn het die een rechtsstatelijke oplossing voor alle religies en levensovertuigingen in de weg staan. Zodat zij de nationale islam een excuus geven om weg te komen met het voldoen aan juridische en staatkundige verplichtingen. De islam in Europa kan alleen volgen als bestaande religies het goede voorbeeld geven en hun voorkeurspositie opgeven. Onder de garantie van gelijkwaardigheid dienen nationale overheden er strikt en neutraal op toe te zien dat alle religies en levensovertuigingen in dat model gepast worden. Wie dat niet wenst wordt achteraf buiten de orde geplaatst.

Foto: Schermafbeelding van deel van artikelDe islam hoort niet thuis in Europa’ van Piet de Bruyn, 26 augustus 2016.

ANP Video op YouTube toont bijna alleen sport. Waarom?

anp

De laatste 32 video’s op het  YouTube-kanaal van ANP Video tonen op dit moment sport. Dat komt omdat er Olympische Spelen in Rio zijn. In dat verre buitenland Brazilië. Maar de wereld staat niet stil. Er is meer in de wereld dan sport alleen. Terrorisme, Putin en Oekraïne, ISIS, de strijd in de Republikeinse partij en Donald Trump, rassenonlusten en overstromingen in de VS, Erdogan en Gülen, de 90-jarige Fidel Castro, mogelijk uitstel van de Brexit tot 2019, Julian Assange die met onthullingen over Clinton dreigt, kanselier Merkel die oppositie ondervindt van zowel SPD als CSU, de herdenking van de Japanse capitulatie en een explosie in Schiedam. Maar ANP Video besteedt er geen aandacht aan. ANP Video beperkt zich hoofdzakelijk tot sport.

De NOS heeft de Sportzomer op Radio 1 die als een tsunami van voor- en nabeschouwingen, voor- en nagesprekken, wedstrijdverslagen en evaluaties het wereldnieuws gedurende 10 weken wegdrukt en de nieuwsvoorziening domineert. ANP Video gaat er als toeleverancier in mee. Zo genereert de aandacht voor sport de aandacht voor sport. Het lijkt er steeds meer op dat de Sportzomer vooral naar zichzelf verwijst.

Al bij de planning in 2015 was bekend dat Nederland niet meedeed aan het EK Voetbal en zoals in de vorige jaren behaalden Nederlandse wielrenners in 2016 geen topklassering in de Tour de France. Of Rio voldoet aan de verwachtingen is afwachten. Waarom dan toch die buitenproportionele media-aandacht voor sport? Komt het door het geld dat ervoor wordt vrijgemaakt en als een recordpoging dominostenen omgooien Hilversum in beweging zet? Is de stilzwijgende overeenstemming onder omroepbazen dat de nieuwswaarde nihil is, maar omdat het hoge kijkcijfers oplevert net gedaan wordt alsof sport geen amusement maar nieuws is?

Heinrich Heine zou gezegd hebben dat in Nederland alles 50 jaar later gebeurt. De uitspraak ‘Als de zondvloed komt, ga ik naar Holland, want daar gebeurt alles vijftig jaar’, wordt aan hem toegeschreven, zo memoreert deze boekbespreking. Als Heine nog leefde had hij dat na deze NPO Sportzomer en sportzomer op ANP Video kunnen wijzigen in de volgende uitspraak: ‘Als de zondvloed komt, ga ik naar Holland, om er een voor- en nabeschouwing, voor- en nagesprek, wedstrijdverslag en evaluatie van te zien’. Ook op ANP Video?

Foto: Schermafbeelding van YouTube-kanaal van ANP Video met de meeste recente 30 items die sport gerelateerd zijn.

NPO-Sportzomer is te gemakzuchtig en dominant. Dat kan beter

Er is kritiek op de NPO-Sportzomer die liefst 80 dagen duurt. Van 10 juni tot 21 augustus. Er zit wel iets in die kritiek van onder meer Jean-Pierre Geelen of Cornald Maas. Geelen heeft vooral kritiek op de programmering van radiozender Radio 1 die maandenlang in het teken van sport staat. Tot vervelens toe. Op twee van de drie televisienetten is soms sport te zien. Dat is op netten die bestemd zijn voor een algemeen publiek te veel van het goede voor een specifieke categorie waar niet iedereen warm voor loopt. Op twee manieren is er iets mis met de NPO-Sportzomer: het is overheersend en voorspelbaar. En de sport wordt niet eens centraal gesteld.

De NPO-Sportzomer laat niet alleen sportwedstrijden zien, maar toont veel praatprogramma’s over sport die nauwelijks over sport gaan. Of geeft commentaar bij sportwedstrijden dat niet over de sport zelf gaat. Daarbij komt dat de Nederlandse sportjournalistiek niet echt uitblinkt in diepgang en sport als een interessant maatschappelijk fenomeen weet te duiden waarin economie, nationale identiteit en politiek samenkomen als kenmerk van onze tijd. Het praten over sport wordt met voetbaltrainers, sportjournalisten of actieve sporters als gast geen poging om het fenomeen sport te willen doorgronden en de verschillende aspecten ervan te belichten, maar ontaardt in kletspraatjes, meligheid en incrowd gebazel over human interest. Het blijft te veel aan de oppervlakte en benadrukt het amusementsaspect van sport meer dan nodig. Die praatprogramma’s zouden met andere gasten meer diepgang krijgen en aan kwaliteit winnen. Waarom worden er geen filosofen, schrijvers en kunstenaars uitgenodigd die op een veelzijdige  en onvoorspelbare manier naar sport kijken?

Effect van de NPO-Sportzomer is niet alleen het tonen van sport (onder meer EK Voetbal, Tour de France, Olympische Spelen) en praatprogramma’s over sport, maar het bepaalt ook in hoge mate de programmering van de andere twee netten. Daarmee gaat de NPO-Sportzomer over een grens. Waarom is er gedurende de Sportzomer geen alternatieve programmering van programma’s die tijdens het hoogseizoen niet in het drukke schema passen? Waarom zijn er op de andere netten geen registraties van theatervoorstellingen of is er een filmcyclus te zien dat het werk van een breed aanspreekbare regisseur toont dat goed in de ‘losheid’ van de zomer past? Denk bijvoorbeeld aan Valerio Zurlini. Waarom geen project opgezet voor aanstormend talent dat lekker kan experimenteren? Waarom geen reisprogramma’s of historische programma’s over de Nederlandse Antillen, Suriname of Nederlands-Indië? Nu tonen KRO-NCRV hun detectives en wordt dat gepresenteerd als alternatief voor sport. Maar dat is het niet. Trouwens, naast Nieuwsuur is er nu geen enkele rubriek die de wereldpolitiek volgt. Is volgens het management van de NPO de politiek actualiteit 80 dagen met reces?

Sport is een interessant gebeuren dat in de NPO-Sportzomer de nek wordt omgedraaid. De NPO ontkent door wegkijken dat sport in dienst van een ideologie staat en meent dat het neutraal gepresenteerd kan worden. Dat is reinste volksverlakkerij. Waarmee geenszins gezegd wordt dat sport achter de politiek moet verdwijnen. Liever niet zelfs, maar die context moet wel genoemd worden. Laat het duidelijk zijn, met sport is niets mis, wel met de Sportzomer die de NPO ervan maakt. Of het nou komt door de gemakzucht van de netmanagers, de macht van de kijkcijfers, het gebrek aan intellectuele diepgang van de Nederlandse sportjournalistiek of de opvatting dat de zomer er in het uitzendschema nauwelijks toe doet valt te bezien. De NPO-Sportzomer die de publieke omroep ervan maakt is te gemakzuchtig en te dominant. Dat moet in de komende jaren anders. Evenwichtiger en beter. En wat de paradox is van de NPO-Sportzomer: met meer aandacht voor sport.

EU heeft kunst en cultuur hard nodig, maar doet er te weinig mee

Steven ten Thije van ‘museumconfederatie L’Internationale’ geeft in een video uit mei 2014 een aanzet tot een debat om kunst en cultuur een belangrijke rol te geven binnen de EU, maar heeft geen antwoord hoe dat concreet moet. Hij wijst erop dat er binnen de EU geen politiek of economisch tekort is, maar vooral wat hij omschrijft als een empathisch tekort. Burgers leven niet meer met elkaar mee of verplaatsen zich onvoldoende in de ander. Ze zetten zich apart zodat via die burger de EU fragmenteert. De uitdaging voor kunst en cultuur is om eraan mee te helpen een debat op gang te helpen brengen om die ontwikkeling terug te dringen.

In een interview in Trouw pakt de directeur van Museum de Fundatie Ralph Keuning dit onderwerp op in een vraag over internationaal engagement van kunst: ‘Waar ik stiekem een beetje op hoop, is dat kunstenaars iets zullen doen met het verbleekte Europese ideaal. Eigenlijk zouden de Europese en de nationale overheden werk moeten maken van het esthetiseren van hun boodschap. Waarom kan Nike dat wel en de Europese Commissie niet? Laat ze iemand als Anselm Kiefer zo’n opdracht geven – geen schilder die meer weet van de Midden-Europese perikelen dan hij. Of anders Neo Rauch, geboren in de DDR, een schilder die toch al grote historiestukken maakt (..)’. Het is de hoogste tijd dat kunst uit kan pakken met een mooi verpakte boodschap.

bs-04-11-DW-Kultur-Potsdam

Het is opvallend dat de EU op dit moment de kunst nauwelijks inzet als verbindend middel. Terwijl het zich in het recente verleden op de borst klopte op te komen voor ‘zachte waarden’ zoals vrijheden, mensenrechten, kunst en cultuur. Kunst blijft weggestopt in de natiestaat of wordt vanuit landelijk perspectief ingezet voor landenpromotie en in het vakje grensoverschrijdend gestopt. Dat dient de EU als geheel niet. De Europese Commissie zou hier meer werk van kunnen maken. Het zet kunst onvoldoende in bij de marketing van de EU. Of in het helpen overbruggen van de verschillen waar Ten Thije op wijst. De geschiedenis en identiteit van Europa zijn nauw verbonden met kunst, maar de instellingen van de EU zetten kunst alleen plichtmatig in in het gebruikelijke domein kunst. Terwijl kunst een overstijgende functie heeft die nu ongebruikt wordt gelaten.

Ten Thije en Keuning wijzen op een tekort van de EU en de nationale overheden die een te beperkte visie hebben op de rol van kunst. Uiteraard moet kunst geen vehikel worden om de EU te promoten, want kunst kan uit hoofde van wat het in de kern is alleen zichzelf dienen en geen andere meester boven zich dulden. Maar kunst kan op vele manieren eraan meehelpen om het huidige ‘geestkrachtige’ tekort binnen de EU te helpen bestrijden. De EU als waardengemeenschap heeft kernwaarden die het waard zijn om verdedigd te worden. De EU kan door de inzet van kunst kleur op de wangen krijgen die het nu mist. Dat dient niet alleen ter bevestiging van de eigen richting, maar ook als visitekaartje voor de eigen bevolking en andere landen.

Onpartijdig is zo’n inzet van kunst niet, want het staat haaks op de intenties van sommigen om de EU te laten fragmenteren. Thierry Baudet en andere nationalisten keren zich met hun theorie over het thuisgevoel en de vrees voor het eigene ook tegen het modernisme in de kunst dat het gevoel van vervreemding zou versterken. Baudet noemt dat oikofobie. De EU moet zich weerbaar maken tegen dit soort krachten en niet bevreesd zijn om de strijd ermee frontaal en zelfbewust aan te gaan. Dat kan door de inzet van kunst en cultuur en onder de voorwaarde alle burgers te bereiken. Zo’n inzet die het zelfvertrouwen in de EU thematiseert kan de empathie tussen de burgers binnen de EU helpen vergroten, zodat de EU voor velen vanzelfsprekender wordt en het ongenoegen lastiger geëxploiteerd kan worden door onruststokers die de EU om zeep willen helpen.

Foto: Kanselier Angela Merkel houdt een openingspraatje voor een schilderij van Anselm Kiefer uit de reeks ‘Europa’ in Potsdam, Berlijn, 2011.

Hoofd Klara wordt netmanager VRT. Waarom kan zoiets niet in Nederland?

cp

Zomaar een bericht in het Vlaamse nieuws. Deze keer niet over islamitische terreur en bomaanslagen in Brussel, maar over cultuur. Chantal Pattyn is netmanager van het Vlaamse Klara en wordt hoofd cultuur van de Vlaamse publieke omroep VRT.  Na de inkrimping en het bewust om zeep helpen om interne omroeppolitieke redenen in 2006 van de Nederlandse Concertzender en de infantilisering van Radio 4 is Klara nog de enige nationale culturele zender van niveau in het Nederlandse taalgebied die het beluisteren waard is.

Het cliché is waar, Vlamingen vinden cultuur belangrijk. Dat heeft met hun emancipatiestrijd te maken en het besef dat taal en kunst ertoe doen. En de overeenstemming over partijen heen dat het de nationale identiteit versterkt. In Nederland doen VVD en PVV die eveneens zeggen nationale identiteit belangrijk te vinden het omgekeerde: ze breken bewust de publieke omroep en de kunsten af. Maar ook in Vlaanderen moeten kunst en cultuur voor de poorten van de hel worden weggesleept. Ook daar moet telkens weer de liefde voor kunst op de politiek bevochten worden. Niets komt vanzelf. De loyaliteit van de bestuurders in de cultuursector lijkt het verschil te maken. De Vlaamse cultuurminister Sven Gatz (‘kunst dient nergens toe’) haalde in 2014 met terugwerkende kracht dezelfde shockdoctrine van cultuurbezuinigingen als Halbe Zijlstra uit de liberale kast.

Kunst is kunst, maar ook een wapen waarmee de strijd tegen terreur die van buiten komt en onverschilligheid die van binnen komt gewonnen kan worden. Het is de strijd om de harten en geesten van de eigen bevolking die telt en een positieve impuls kan geven. Media kunnen daarin een opbouwende rol spelen. Niet omdat het educatief is of doelgroepen emancipeert, maar omdat het kunst als voorbeeld voorhoudt. Juist dat patroon is in Nederland uitzondering geworden. Onder het uitroepen van ‘zie ons eens aan kunst doen’ wordt kunst naar aparte reservaten verbannen of slachtoffer van popup en populariteitsdenken. Wat Nederland mist is die positieve, vanzelfsprekende grondhouding tegenover kunst en cultuur die in een samenleving tamelijk breed gedragen wordt. In elk geval in omroepkringen die een kunsthistoricus tot netmanager benoemen. Klasse. 

Foto: Schermafbeelding van bericht ‘Chantal Pattyn wordt manager Cultuur VRT’ in TVvisie, 21 maart 2016.

FEMEN vormt ‘anti-fascistisch front’ tegen politieke islam en extreem-rechts

FAF

Verwijzingen naar fascisme of anti-fascisme zijn doorgaans de kortste weg naar misverstand en verwarring. Naar welk fascisme verwijzen ze? Dat van de historische Mussolini in Italië, Hitler in het Derde Rijk, Stalin of Mao in hun communistische heilstaten, of dat van meer recente potentaten als Putin, Pol Pot, Marine Le Pen, Recep Erdogan, Koning Salman, Kim Jung-un of Hugo Chavez? Zo is het een kwestie van perspectief of men een politieke leider fascist of anti-fascist noemt. Vertel me wie u bent en ik vertel u wie u een fascist noemt. Historicus Jacques Presser vertelde ooit aan Gerard Reve wat deze in een brief aan Carmiggelt memoreerde: ‘Het nieuwe fascisme zal zichzelf “anti-fascisme” noemen’. Kortom, het fascisme is op z’n minst geen eenduidige term, soms een bewuste afleiding van wat het echt is en vaak een grabbelton of een mozaïek.

Activistische vrouwenbeweging FEMEN plaatste op 6 januari een commentaar dat bedoeld is als programma voor 2016 waarin het zich profileert als anti-fascistisch front. Dat doet het ergste vrezen, maar het valt mee. FEMEN ziet het islamisme en rechts-extremistische politieke partijen als fascistisch en dat klinkt aannemelijk.

Over islamisten: ‘Political Islam has gathered its troops against the values of equality, freedom, coexistence, emancipation and progress, considering these values as “Western” ideas and thus racist, needing to be destroyed. We assert instead that these values are universal.’ En over extreem-rechtse partijen: ‘extreme right political mafias, such as the Front National, struggle to take advantage of the climate of fear and gain voters seduced by their manly speeches to counter Islamism. Armed with sexist, xenophobic, racist, homophobic ideals, promoting a fantasized Christian supremacy, they are the political representatives of the same totalitarianism, based on the division of society and segregation, to ensure the superiority of a group of individuals over others.’ De politieke islam en extreem-rechts blijken twee kanten van dezelfde medaille.

FEMEN beweert dat de politieke islam en extreem-rechtse partijen elkaar aanvullen, op elkaar reageren en bestaan dankzij de ander. Dat valt te bezien. Dat extreem-rechtse politieke partijen de politieke islam nodig hebben om zich te profileren en te kunnen groeien is duidelijk. Maar of de politieke islam die buiten Europa het meest manifest is niet kan bestaan zonder extreem-rechts valt te betwijfelen. Want de politieke islam zet zich tegen de hele westerse samenleving af en heeft daar niet specifiek extreem-rechts voor nodig. Maar FEMEN heeft gelijk dat islamisten en rechts-extremisten in 2016 de grootste bedreiging vormen voor de waarden zoals we die kennen. Islamisme en rechts-extremisme verdienen het daarom om met voorrang bestreden te worden. En of we het fascisme en de bestrijding ervan anti-fascisme noemen is bijzaak.

Foto: Schermafbeelding van afbeelding uit artikel ‘FEMEN Antifascist Front 2016’, 6 januari 2016.

Waarom wordt de SGP die de theocratie nastreeft niet verboden?

sgp

Wetgeving en bestuur mogen de prediking van het Evangelie niet hinderen, maar moeten deze bevorderen. De Kerk van Christus dient wel onderscheiden te worden van elke vereniging en moet naar eigen rechten beschermd worden. Dientengevolge behoren ongeloofspropaganda, valse religies en anti-christelijke ideologieën door de overheid uit het openbare leven te worden geweerd.’ zo luidt artikel 4 van het Program van beginselen van de SGP. De bron van artikel is een artikel van de Nederlandse geloofsbelijdenis

Het onbewust grappige woord ‘ongeloofspropaganda’ tekent het perspectief van de SGP en de gerichtheid op het geloof. Deze stevige kost is geen verleden tijd, maar nog steeds leidend in de SGP, zoals bovenstaande schermafbeelding van noordholland.christenunie.nl over de Grondslag SGP duidelijk maakt. Is het trouwens toeval dat rivaal ChristenUnie dit ondubbelzinnig naar buiten brengt? Want hoewel de SGP inhoudelijk geen komma heeft ingeslikt van de beginselen, is het wel voorzichtig geworden om dit ondubbelzinnig naar buiten te brengen. De SGP praat er in de eigen publiciteit omheen en probeert de eigen grondslag te verhullen. Maar deze gemoderniseerde vertaling van de aloude beginselen verbergt de ware aard van de SGP niet:

theo

In een interview voor NRC kwam terrorismedeskundige Beatrice de Graaf tot de volgende constatering: ‘De SGP, met zijn theocratische ideeën, zou in Duitsland waarschijnlijk verboden worden. Bewaffnete Demokratie, heet dat daar.’ Is dat voor Nederland heel anders? Om een toekomstig verbod van een islamitisch kalifaat in Nederland bespreekbaar te maken is het goed dat Nederlanders er zich van bewust zijn dat de SGP met haar beginselen hetzelfde nastreeft. Hoe bestuurlijk-coöperatief de SGP zich in de praktische politiek ook opstelt.

Foto 1: Schermafbeelding van ‘Grondslag SGP’ op ChristenUnie Nood-Holland.

Foto 2: Schermafbeelding van ‘Theocratie‘ op sgp.nl.

PvdA: Roze maak je met Rood. Maar met wat maak je Rood?

pvda

De regenboogkleur doet bijna pijn aan de ogen op de FB-pagina van de PvdA. Nieuwe leden van de PvdA ontvangen tegenwoordig een roze PvdA-zonnebril. Roze maak je met Rood, zegt voormalig partijleider Job Cohen namens de PvdA. Zet deze van oorsprong sociaal-democratische partij in de marketing de immateriële zaken voorop omdat het op het gebied van materiële zaken weinig te bieden heeft? Het lijkt er sterk op.

Vormverandering gaat gelijk op met een patroon dat politieke partijen hun toevlucht nemen tot oriëntatie op een cultuurstrijd omdat ze op het sociaal-economisch domein aan zeggenschap hebben ingeboet ten koste van de financiële sector, de EU en de multinationals. Partijen beseffen dat ze daar geen verschil meer kunnen maken. Om zich een houding te geven tooit de PvdA zich daarom met de veren van een progressieve partij en laat het de pretentie van een linkse partij los. Dat de PvdA dit exuberant doet is het vermelden waard en lijkt een knipoog over deze nieuwe marketing dat zegt ‘en daarom gaan we lekker over the top’. Het probeert een verlies te vullen van iets dat voorgoed verloren is gegaan, namelijk het sociaal-democratisch gedachtengoed.

Foto: Schermafbeelding van deel van de FB-pagina van de PvdA, 27 juli 2015.