Gedachten bij foto ‘Downtown: Interior of Downtown Parking Garage at Bigelow Boulevard and Sixth Avenue’ (1953)

We kijken hier niet in een schilderij van Edward Hopper, maar naar een foto van de Italiaans-Amerikaanse Harold Corsini die in 1950 naar Pittsburgh verhuisde. Het had ook een hyper-realistische foto-installatie van Stan Douglas kunnen zijn.

Het is de iconografie die aantrekt en de voorstelling doet landen: De VS, jaren 1940 of 1950.

Van buitenaf zien we het interieur van een kantoor van een parkeergarage in Pittsburgh. Links staan de klanten voor de kassa, rechts het personeel dat de handen uit de mouwen steekt voor handelingen die nu zijn gedigitaliseerd.

Het perspectief met de zwarte vlakken die de blik nog eens extra naar binnen stuurt doet denken aan de films van John Ford. De buitenstaander die altijd van buiten naar binnen kijkt waar zich een groep bevindt waar hij (nog) niet bijhoort.

Aan drie kanten zijn vensters en deuren met doorzicht. Dat geeft openlijkheid. Waarschijnlijk vanwege de veiligheid en het risico op overvallen. De vloertegels lijken er zelfs een huiselijk stilleven van Vermeer of Pieter de Hooch van te maken.

Dit is een foto met referenties naar de kunst- en mediageschiedenis. Het is een modern klassieke foto. De compositie is perfect. We zien een vreemde omgeving die bekend lijkt door de ons vertrouwde beeldtaal uit films. Dat is het wonder van onze zienswijze. We menen iets te (her)kennen dat we niet kunnen kennen.

Gedachte bij de foto ‘Toute la famille en moto – 1962’

De tijd is voorbij dat internet een ontgonnen terreinen was vol ontdekkingen. Als stapelplaats en bakermat van een nieuwe iconografie. Of liever gezegd, een vernieuwde iconografie. Een grappig tekenfilmpje uit 1930, de foto van de Amerikaanse filmster in zijn jas gedoken betrapt op straat, Fred Astaire die zijn schoenzolen verslijt op de dansvloer, de vergeten Japanse film of de foto van een onbekende meester. Nu is dat alles in het beeldarchief opgeslagen en oproepbaar. We kennen het of menen het te kennen. We zijn blasé. Dat is de term die bij die houding past. We hebben er genoeg van en zijn verwend. Snel afgeleid door weer iets anders. Landt onze interesse nog wel ergens? Er is op een makkelijke manier toch geen unieke ontdekking meer mogelijk. Dus dan getroosten we geen moeite meer. Neem nou bovenstaande foto uit 1962 van Malick Sidibé uit Mali. De titel laat er geen misverstand over bestaan: ‘Het hele gezin op de motor. Man, vrouw en zoontje. Is zo’n foto een cliché geworden? Dat weer leidt naar een verhaal over armoede, bescheiden middelen en een kundige fotograaf die in zijn studio de hele stad portretteert. Bevestigen we hiermee een vooroordeel? Ik weet het niet.

Foto: Malick Sidibé, ‘Toute la famille en moto – 1962’, [19 x 15 inch – 50 x 40 cm, Gelatin silver print]. Collectie: Caacart, The Jean Pigozzi Collection.

Waarom terugkijken naar beelden uit de Tweede Wereldoorlog?

Nostalgie is het gevoel iets belangrijks of dierbaars te zijn kwijtgeraakt. En klem te zitten in de eigen tijd. Met als gevolg een dwangmatig terugkijken naar de eigen jeugd of die van de ouders. Merkwaardig is dat vooral beelden over de Tweede Wereldoorlog die nostalgie voeden. Want het was voor vele Europeanen een tijdperk van verschrikkingen en diepe ellende. Hoe kan men daar naar terug willen verlangen? Toch leveren kanalen op YouTube een voortdurende stroom aan films over de Tweede Wereldoorlog af. Zoals chronoshistory of worldwarfootage. De laatste met de ondertitel ‘Travel back in time and see the war with your eyes’.

Tijdreizen als reconstructie. Niet zozeer om verschrikkingen te herleven, maar het authentieke gevoel van euforie en bevrijding op te roepen. En de iconografie van de GI’s en het militair materiaal dat zo aangenaam gedateerd aandoet. Getemd door de tijd. Oppervlakkig voor allen die het zelf niet meegemaakt hebben. De keuze ligt voor de hand. Was de Tweede Wereldoorlog niet de laatste oorlog met een duidelijke scheiding in goeden en slechteriken? Zo wordt terugkijken een vlucht uit de eigen tijd. De Amerikanen die ‘ons’ bevrijdden, maar als het aan president-elect Trump ligt afstand nemen van Europa. De verkeerde Duitsers van 1945 zijn nu de ruggengraat van de Europese democratie geworden. Het kan verkeren. Dat changement is even wennen.

Op internet kan alles met plaatjes. Het lijkt wat. Maar wat zegt het?

Pantokrator is ook een Zweedse band. Death-metal naar het schijnt. In het Christendom verwijst de term naar een specifieke afbeelding van Christus. Het kan vertaald worden als de ‘Almachtige‘. Griekse namen voor organisaties zijn populair omdat ze alles en niets betekenen. Verloren losgezongen van hun oude betekenis.

Wat zien we in de video ‘For all of Christendom‘? Een groep nonnen met hun ‘Sister Act‘ als dansende vleermuizen in een kerk. Het lijkt geplukt uit een zwijgende film die kritiek heeft op het christendom. Wie weet, Eisenstein of Pudovkin. Wie het opvat als heiligschennis, kan er een overtreding in zien. Van iets.

310px-Spas_vsederzhitel_sinay

Internet maakt het knippen, plakken, tegenstellen of afstemmen mogelijk. Tot aan elke combinatie toe. Alles kan. Te gek valt niet te bedenken. Maar wat het zegt? Geen idee. Promotie, reclame of stapeling van beelden. Het verklaart niks. Ook dit stukje niet. Het ontkomt niet aan de dwang van beelden die alles zeggen. Of niets.

moines et nonnes dansant

Foto 1: Christus de Verlosser (Pantokrator), een 6de-eeuws encaustische afbeelding; collectie Sint Catherina’s Klooster op de berg Sinaï.

Foto 2: Vlaamse anoniem, ‘De Gekke Dans van Nonnen‘, eind 16de eeuw. Het Zotte Kunstkabinet, Mechelen.