George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Hufterigheid

Een verslag van het Piet Zwart Instituut met misverstanden: ‘Vrije kunst en het niet bestaande normaal van Mark Rutte…’

with 9 comments

Allerlei begrippen duikelen in een verslag van het Piet Zwart Instituut in Rotterdam over elkaar heen en worden vermengd. Het betreft het tijdens een symposium gepresenteerde project ‘The Art of Looking’. Maar onderdrukking is nog geen racisme, evenmin als culturele hegemonie onderdrukking is. Dat is jammer want het onderwerp van de suprematie van de leidende culturele groep binnen een samenleving en de doorwerking daarvan in de kunstsector is belangwekkend genoeg om het op academies hoog op de agenda te zetten. Dan echter wel met fijnzinnigheid en zonder makkelijke oordelen. Liever vanuit de bewustwording van studenten, dan vanuit een politieke strijd die vanuit Amerikaanse universiteiten naar Nederland wordt geëxporteerd om aan de Noordzee dunnetjes over te worden gedaan. Ter rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat een academie geen universiteit met wetenschappelijke pretentie is. Dat is de valkuil om gemakzuchtig in te vallen.

De kwestie Dana Schutz en de Whitney Biennial is er een duidelijk voorbeeld hoe politieke correctheid de Amerikaanse kunstwereld in haar greep kan krijgen. Daar kunnen Nederlandse kunstacademies beter niet in meegaan, hoewel het risico bestaat dat dat onder leiding van buitenlandse (gast)docenten met een niet perfect beeld van de Nederlandse samenleving toch gebeurt. Nederland is echter geen VS, en het verschil in positie van Amerikaanse etnische minderheden is onvergelijkbaar met die van Nederlandse etnische minderheden.

Het verslag verwijst naar premier Mark Rutte en zijn brief over hufterigheid van 22 januari 2017 die stelt dat gewone Nederlanders geen racisten zijn. Erin zei hij: ‘We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren, terwijl ze juist naar ons land zijn gekomen voor die vrijheid. Mensen die zich niet willen aanpassen, afgeven op onze gewoontes en onze waarden afwijzen. Die homo’s lastigvallen, vrouwen in korte rokjes uitjouwen of gewone Nederlanders uitmaken voor racisten. Ik begrijp heel goed dat mensen denken: als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat.’ De brief kreeg kritiek, ook op dit blog, maar erin zegt Rutte niet dat gewone Nederlanders geen racisten kunnen zijn. Hij wijst de beschuldiging van de hand dat ze racisten genoemd worden omdat ze voor zichzelf opkomen.

Het verslag eindigt als volgt: ‘Wie is normaal? Mensen zijn verschillend, er bestaat geen normaal. Ook niet in art making.’ Het is te makkelijk om te zeggen dat er in de politiek geen normaal bestaat. Want het gaat niet over psychologisering van individuen, maar over individuen die met elkaar de samenleving vormen en politiek bedrijven. Het jaar van de Brexit, de verkiezing van Trump, beschuldigingen van de Turkse president Erdogan aan Europa, en de Russische inmenging in verkiezingen in de VS en Europa heeft de ‘normale’ politiek behoorlijk door elkaar geschud. Dat speelt zich niet af op het niveau van verschil in beleid tussen politieke partijen, maar op een filosofisch niveau dat waarheid, objectieve journalistiek en feiten ter discussie stelt.

Het normaal is in de opvatting van Rutte en andere westerse politici niet het verkiezen van liberalisme boven conservatisme, socialisme of andere politieke stromingen, maar de keuze voor de zogenaamde liberale democratie waarin politieke partijen hun machtsstrijd uitvechten zonder dat het politieke systeem zelf te discussie wordt gesteld. Omdat Rutte dit in de gewraakte brief halfslachtig toelichtte wachtte hem de terechte kritiek dat hij te weinig afstand nam van het populisme. Rutte’s fout was niet dat hij namens de VVD een verkeerd standpunt innam, maar vanuit opportunisme niet voldoende afgrensde wat hij principieel afwees.

Foto: Deel van verslag ‘Vrije kunst en het niet bestaande normaal van Mark Rutte…’ van Jos van Nierop, 30 maart 2017.

Ondraaglijke lichtheid van Amnesty Nederland directeur Nazarski

with 15 comments

pw

Eduard Nazarski van Amnesty International Nederland geeft een interview aan RTL Nieuws en trekt fel van leer. Hij geeft dit nieuwsmedium aanleiding om bovenstaande kop te maken. Die schadelijk is voor Rutte. Het is een citaat dus aangenomen kan worden dat Nazarski dit zo gezegd heeft. Het kan best dat Wilders en Rutte de rechtsstaat ondermijnen, maar in elk geval doen ze dat niet op dezelfde manier en met identieke grofheid.

Iedereen met een klein beetje politiek inzicht zal de verschillen tussen Wilders en Rutte ten aanzien van de rechtsstaat op kunnen noemen, zoals de vrijheid van godsdienst of de positie van minderheden. Het lijkt er sterk op dat Nazarski dat inzicht mist of de indruk wil wekken dat hij dat inzicht mist. Dat lukt hem goed. Nazarski is te grof in zijn kritiek op Rutte die hij ook nog met het beleid van Trump verbindt, terwijl het kabinet Trump juist veroordeelt met betrekking tot onder meer het inreisverbod voor moslims.

Verschillen benoemt Nazarski niet. Wat hij beoogt is onduidelijk. Behalve publiciteit voor zijn eigen organisatie genereren. Zeker was ‘de brief van Mark’ ongelukkig en had vanwege de selectieve hufterigheid beter niet geschreven kunnen worden. Ook hier was er kritiek op. Het was een valse start van de campagne. Dat leidt echter niet tot het beeld dat Nazarski schetst dat Wilders en Rutte van hetzelfde laken een pak zijn. Dat zijn ze niet. Door ze als het over rechtsgelijkheid en de rechtsstaat gaat in dezelfde adem te noemen bereikt hij het omgekeerde van wat hij wil bereiken. Namelijk het bevorderen van partijen die zich sterk maken voor de mensenrechten. Nazarski doet het omgekeerde door Rutte onnodig naar het niveau van Wilders te trekken. Ook nog eens in campagnetijd waarin een inmenging als dit al snel als partijpolitiek kan worden opgevat.

Nazarski komt over als een beroerde politieke strateeg die in algemeenheden praat en in verontwaardiging de nuance verliest. Of hij een goede directeur van Amnesty Nederland is valt te bezien. Men kan twijfels hebben over een directeur die onvoldoende kan onderscheiden en slecht afweegt wat het effect van zijn woorden is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWilders én Rutte ondergraven onze rechtsstaat’’ van RTL Nieuws, 31 januari 2017.

Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

with 6 comments

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie); 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en GroenLinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.

De hufterigheid van de VVD. Brief van Mark Rutte aan alle Nederlanders

with 8 comments

vvd

Het is volop campagne. Nog 51 dagen tot de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 15 maart 2017. De VVD plaatst vandaag in alle landelijke kranten een advertentie die de vorm van een brief van premier Mark Rutte heeft. De brief kan op twee manieren gelezen worden. Namelijk wat er wel en wat er niet in staat.

Rutte stelt de vraag in wat voor Nederland we willen leven. Hij accentueert dat door in te gaan op normen en waarden. Op hufterigheid, op gewenst en normaal gedrag. De botheid van de Nederlanders is een terugkerend onderwerp. De Engelse ambassadeur Sir William Temple wees er in de 17de eeuw al op in zijn geschriften over de Verenigde Nederlanden. Rutte actualiseert het door een verhaal van iemand die om geloofsredenen vrouwen een hand weigert te geven. Hij ziet de botheid als een mentaliteitskwestie. Maar dat valt te bezien. Het kan evengoed een gevolg van een tekortschietend onderwijssysteem of de opvoeding van kinderen zijn.

Hoe dan ook is de spreekwoordelijke Nederlandse botheid of hufterigheid niet iets van recente datum dat voor partijpolitieke doeleinden ingezet kan worden. Hoewel het mogelijk is dat de mate van hufterigheid in de laatste jaren is toegenomen. Het komt dus niet uit de lucht vallen, maar bouwt voort op iets dat buitenlanders al eeuwen bij Nederlanders opmerken. Vaak verzachten ze hun kritiek door dat te omhullen met opmerkingen over de calvinistische aard, het ontbreken van een hofcultuur, de directheid, openheid en eerlijkheid van Nederlanders. Maar de botheid is de kern van de kritiek.

Rutte heeft het over maatschappelijke mores. Hij laat in zijn brief andere overtredingen van normaal gedrag ongenoemd. Zoals de graaicultuur bij topbestuurders van banken en bedrijven die hun eigenbelang voor het algemeen belang stellen. Of de opbouw van de controlestaat en de afbraak van de verzorgingsstaat door de overheid. Of de gigantische belastingontwijking door bedrijven en vermogende individuen die wordt getolereerd door de middenpartijen. Of de dominante greep van de partijpolitiek op functies in het openbaar bestuur die als eigen bezit worden beschouwd.

Wat is in een divers land als Nederland normaal en wie bepaalt er wat normaal is? Slecht gecamoufleerde selectiviteit is de tekortkoming van deze brief van Mark die blijkbaar in een campagnestrategie van de VVD past om de politiek apolitiek te maken door er een slap humanistisch sausje overheen te gieten. Met de opzet om de eigen politici uit de wind te houden, de eigen aanhang te verbreden en dit positief af te laten stralen op Rutte. Dit is echter een strategie die zichtbaar niet werkt in een samenleving die door en door gepolitiseerd is. En andere partijen volop de gelegenheid geeft om gaten te schieten in de dubbelzinnigheid van de VVD.

Wat erger is, de brief heeft niet echt de intentie om de hufterigheid terug te dringen. De VVD spant de hufterigheid voor het eigen politieke karretje en zet het in als politiek instrument. Zo cynisch is het. De partij spant de hufterigheid op de avond van 15 maart weer uit. Als de stemmen binnen zijn. Zonder dat enige VVD-minister nu of straks met uitgewerkte voorstellen zal komen om de hufterigheid in Nederland werkelijk terug te dringen. Zo hufterig is het.

Foto: Deel van schermafbeelding van brief (‘De brief van Mark’) van premier Mark Rutte (VVD) die op 23 januari 2017 in de landelijke kranten als advertentie verscheen.

Petitie tegen Wilders op sociale media toont noodzaak van media-educatie aan

with 10 comments

pet

Net zoals mensen een vaar- of rijbewijs moeten halen voordat ze er met hun boot of auto op uittrekken, zou je wensen dat ze een cursus volgen dat ze afsluiten met een examen voordat ze zich op sociale media mogen begeven. Het doel is hun kennis en vaardigheid te verhogen dat dit de kwaliteit van hun uitingen zo ten goede komt dat ze er zelf, hun directe omgeving en de samenleving ook iets aan hebben. Zodat het meer wordt dan een uiting van ongenoegen. Ikzelf heb het voorrecht aan een universiteit afgestudeerd te zijn met een studie media- en filmtheorie, daarnaast een bijvak communicatiewetenschappen, cursussen argumentatieleer en informatie-analyse te hebben gevolgd en werkzaam te zijn geweest als eindredacteur bij een tijdschrift.

Media-educatie is de blinde vlek van de Nederlandse sociale media. Gebruikers hebben meestal geen idee van de basisregels van de journalistiek (Code van Bordeaux), de beginselen van de argumentatieleer (Model van Toulmin) en de logica, de beginselen van de film-, media-, en televisietheorie en -geschiedenis, de beginselen van de narratologie (vertelwijze), de beginselen van de communicatieleer en de informatie-analyse. Aangevuld met elementaire historische kennis, historisch besef, politieke en juridische kennis, talenkennis en algemene ontwikkeling. Zo’n cursus kan niet teveel eisen, het gaat om het bijbrengen van elementaire kennis van genoemde vakgebieden in de hoop dat het niveau van de uitingen op sociale media ietwat toeneemt.

Media-educatie heeft meerdere doelstellingen. Het leert passief de omgang met media en het begrijpen en op waarde schatten van informatie die op ons aankomt en ons vaak overvalt en dreigt te laten verdrinken door de veelheid. Hoe kunnen we het kaf van het koren scheiden? Het leert actief om wat men op sociale media wil vertellen in een passende vorm te gieten. En het leert om daarbij verder te kijken dan onze neus lang is met als doel om maatschappelijk zinvol te opereren. Zodat de burgerzin toeneemt. Een effect van media-educatie is dat het publieke debat op een hoger peil wordt gebracht en de hufterigheid wordt teruggebracht. Vaak een gevolg van zich buitengesloten voelen en uit onmacht gewoonweg niet de juiste bewoordingen weten te vinden voor wat men wil zeggen. Uit gebrek aan nuancering grijpt men dan naar te zware bewoordingen.

De afgelopen 24 uur werd ik op sociale media nog uitgemaakt voor dromer en arrogante ignorant. Wat opvalt is dat zo’n verwijt het hoofdargument wordt en de argumentatie zo goed als vervangt. Hoofdzaak lijkt het ook niet om de ander te willen overtuigen, maar om buiten te sluiten en af te serveren door twijfel te zaaien over diens motivatie. Dat heeft nog weinig met een open debat te maken. Maar alles met een gesloten wereldbeeld. Media-educatie in het basisonderwijs en in het vervolgonderwijs kan dat wereldbeeld helpen openen.

Bovenstaande petitie is een voorbeeld van een ondermaatse uiting op sociale media. Het is in strijd met de regels van een elementaire media-educatie. Zo staat bij de constatering dat Wilders in 1991 een Israëlisch paspoort bezat, maar bij de inleiding dat hij dat nog steeds heeft. Dat spreekt elkaar tegen. Wilders heeft geen Israëlisch paspoort. Dat Wilders zeer loyaal is aan Israël is overvloedig beschreven, zoals hier, maar dat hij in de eerste plaats loyaal zou zijn aan Israël is nooit aangetoond. Het is gebaseerd op geruchten. Omdat de aannames van de argumentatie niet kloppen, mist de conclusie dat Wilders staatsgevaarlijk is elke grond.

Dit zou allemaal niets om het lijf hebben, als dit soort broddelwerk de zinvolle kritiek op Wilders niet in de weg zou staan. Maar deze verbeeldingen versterken eerder de positie van Wilders dan dat ze die verzwakken. Een cursus media-educatie zou petitionaris Frank Zweers kunnen helpen om een goede petitie tegen Wilders op te stellen. Die ik graag zou ondertekenen omdat ik Geert Wilders als een gevaar voor de democratie zie.

Foto: Schermafbeelding van petitieWilders het land uit’ op petities.nl.