Journalistiek opereert zwak in ‘kwestie’ Hoekstra en de Pandora Papers

Tweet van Zihni Ozdil, 3 oktober 2021 en mijn reactie.

De huidige CDA-leider en demissionaire minister van Financiën Wopke Hoekstra was gisteren groot nieuws in de Nederlandse media. Volgens de zogenaamde Pandora Papers is hij de enige Nederlandse politicus die erin genoemd werd. Vandaar waarschijnlijk de gretigheid van Nederlandse media om aandacht aan hem te besteden. Het genoemd worden van zijn naam was het nieuwsfeit.

De Nederlandse media die hierin geïnvesteerd hadden, te weten TrouwHet Financieele Dagblad en onderzoeksplatform Investico, wilden blijkbaar niet met lege handen staan en resultaat van hun investering zien. Hoekstra moest dus hangen. Hoe flinterdun de kwestie ook was en al snel bleek dat Hoekstra geen wet had overtreden. Hij had een belang in een brievenbusfirma op de Britse Maagdeneilanden dat hij verkocht voordat hij minister werd. De winst van iets meer dan 4000 euro zou Hoekstra aan een goed doel hebben geschonken. Peanuts dus.

Een interview in Nieuwsuur van 3 oktober 2021 met een vertegenwoordiger van Het Financieele Dagblad en onderzoeksplatform Investico leverde niets op. Het was een losse flodder. Nieuwsuur had beter kunnen besluiten afstand te houden tot deze kwestie die geen kwestie wilde worden en beide journalisten hadden beter thuis kunnen blijven om zich te verdiepen in de echt belangrijke kwesties in de Pandora Papers.

Door een verkeerde focus hebben betreffende media en het onderzoeksplatform het omgekeerde bereikt van wat ze beoogden. In plaats van aandacht voor belastingontwijking en onwettelijke fiscale constructies van politici en politieke actie om krachtig op te treden om dit onrecht te repareren hebben ze door hun journalistieke wapen bot en ondoordacht in te zetten de geloofwaardigheid van de journalistiek beschadigd. Ze hebben het publiek in verwarring gebracht met een opgepimpte eend die een canard blijkt te zijn.

Drie pleidooien voor politiek die aan burger denkt. Een trendbreuk?

2010-06-15__pcp02

De redding van de politiek moet van de politiek komen. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar is niet langer zo. Uit een onderzoek van PR-bureau Edelman bleek dat politici niet worden vertrouwd. Slechts 11 procent van de Nederlanders vertrouwt ‘dat bestuurlijke leiders competent genoeg zijn om maatschappelijke vraagstukken op te lossen’. Het vertrouwen in het bedrijfsleven is gedaald. Wie profiteert van dat wantrouwen? De doodlopende weg wordt van drie verschillende kanten opgemerkt. De burger zal het toch van de politiek moeten hebben.

1) Directeur van de aan de PvdA gelieerde Wiardi Beckman Stichting Monika Sie Dhian Ho doet in het rapport ‘Van Waarde’ een oproep om de menselijke maat weer centraal te stellen in de politiek. Het wordt morgen gepresenteerd. Mensen zijn meer dan cijfers, politiek is meer dan economie. Ze pleit voor een politiek die het liberalisme voorbij is. Volgens haar is er de afgelopen jaren onvoldoende geluisterd naar de verzuchtingen van mensen. De politiek heeft de dagelijkse problemen en wensen van mensen veronachtzaamd. Monika Sie Dhian Ho sluit met haar oproep voor een kwalitatief vooruitgangsgeloof aan bij een econoom als Arnold Heertje die al jaren pleit voor kwaliteit ven leven en humanisme waarbij de behoeften van de burger centraal staan.

2) Vice-president van de Raad van State Piet Hein Donner (CDA) zegt in het Het Financieele Dagblad dat een land niet bestuurd moet worden als een bv, maar als een overheid. Bij wetten en maatregelen gaat het niet alleen om doelmatigheid, rendement en resultaat, maar ook om het scheppen of veranderen van rechtsverhoudingen. ‘Dat aspect moet bij alle zorg over de financiën niet uit het oog worden verloren‘ zo citeert Het Parool. Wetten moeten beantwoorden aan het rechtsgevoel van de burger. Elementaire zaken die de burger raken dreigen door het ‘economisch’ denken verwaarloosd te worden. Vice-president Donner zegt zich hier als politicus ook schuldig aan gemaakt te hebben toen-ie de griffierechten wilde verhogen.

3) Antropoloog en journalist voor The Guardian Joris Luyendijk pleit in een column ‘De journalist als nuttige idioot?‘ voor herwaardering van de politiek. Luyendijk heeft zich tot doel gesteld om te beschrijven hoe de financiële sector werkt en waarom de politiek onmachtig is deze krachtig te hervormen. Hij overstijgt met dit nieuwe inzicht zijn eerdere cynisme over de politiek. De enige hoop voor de burger is nog de politiek. Kritiek van loslopende idioten, cabaretiers en reaguurders die vol op het orgel gaan tegen vermeende politieke zakkenvullers speelt de financiële sector in de kaart. Om de bankdirecteuren die politici omkopen terug in hun hok te krijgen is een sterke, ambitieuze politiek vol welgemeende idealisten nodig. Ze zijn onze bondgenoot.

Geven deze drie uiteenlopende commentaren uit verschillende hoeken een trendbreuk aan? Zoekt de politiek de onmachtige burgers weer op die het sinds midden jaren ’90 in de steek liet? Het valt te bezien. Piet Hein Donner redeneert nog steeds als de partijpoliticus die zijn eigen oude schaduw inzet. Monika Sie Dhian Ho roemt minister Lodewijk Asscher als een menselijk politicus, maar heeft van de technocratische Dijsselbloem en Plasterk minder te verwachten. Laat staan van de VVD’ers in het kabinet. Joris Luyendijk verstaat als geen ander het ritme van zijn tijd, maar weet tegelijk onmiskenbaar hoe krachtig banken zijn en hoe machteloos de politiek. Het is hopen tegen beter weten in. Maar een omslag wordt altijd vanuit de marge in gang gezet.

Foto: Gevangen in het labyrint van Bangladesh politiek. Foto: Jeremy Mayes / Gettyimages