Dockers willen vracht die verbonden is met Russische Federatie niet afhandelen. Ook via staking?

Tweet van FNV Havens met reactie.

De schending van de mensenrechten en het binnendringen met bruut geweld van de ongenode en onwelkome gast de Russische Federatie in Oekraïne vraagt om een reactie. Het is een asynchrone strijd die op verschillende plaatsen plaatsvindt. Hoe dan ook moet de Russische economie geraakt worden. Zeker zolang het Westen zich niet actief in de strijd in Oekraïne mengt. Europa moet geen Russisch gas en olie meer afnemen omdat dat Poetins oorlogskas spekt en de oorlog gaande houdt.

Havenwerkers hebben een machtig wapen: de staking. Ze kunnen dat nu inzetten tegen schepen en vliegtuigen die op enigerlei wijze met de Russische Federatie zijn verbonden. Het is onvoldoende om alleen Russische schepen en vliegtuigen te boycotten, want Russische lading kan door vervoerders uit andere landen verscheept worden.

De vakbond moet het initiatief nemen en zich niet afhankelijk maken van de Havenbedrijven. Want die gaan zolang mogelijk door om zaken met de Russische Federatie te blijven doen. Ze hebben economische belangen die strijdig zijn met het economisch isoleren van de Russische Federatie. Uit een artikel in de PZC blijkt hoe defensief de werkgevers denken en hoe ze acties proberen te vertragen. Daar moeten de vakbonden niet in meegaan.

Vakbondsleider Niek Stam van FNV Havens vraagt zich het volgende af: ‘Nederland is ooit ook bevrijd door andere landen die daarvoor financiële offers hebben moeten brengen. En wat gaan we doen als Rusland ook andere landen aanvalt en bezet? En als Poetin de gasprijs verhoogt om zijn oorlog te bekostigen? Waartoe zijn wij dan wel bereid?

Stam vindt dat alles besmet moet worden verklaard wat Russisch is. Het verdient de voorkeur dat de regeringen van Westerse landen daar gezamenlijk een standpunt over innemen en verdergaande maatregelen treffen om de nu nog bestaande loopholes af te sluiten. Maar zolang het nog niet zover is, kan voorlopig het wapen van de wilde staking druk zetten op de Westerse overheden én op Russische bedrijven en regering.

Affiche van film Stachka /Стачка (Staking) van Sergei Eisenstein (1925).

In het VK weigerden volgens een bericht in The Guardian vandaag havenwerkers om de Boris Vilkitskiy met Russisch LNG te lossen. Ze waren kwaad vanwege een regeringsmaatregel die alleen keek naar de registratie van het schip en niet naar de herkomst van de lading. Ze verklaarden zich solidair met Oekraïense havenwerkers. Deze maas in de maatregel probeerden ze met een wilde staking te dichten. Met succes. Of het schip naar een andere Europese haven is gevaren om gelost te worden blijkt niet uit het bericht.

Schermafbeelding van deel artikelTanker of Russian gas diverted after Kent dockers refuse to unload it‘ in The Guardian, 3 maart 2022.

Gedachte bij de foto ‘Remorqueur dans le port de Beira’ (1947-1950)

Emile Kaltenrieder, ‘Remorqueur dans le port de Beira‘, 1940-1950. Collectie: International Mission Photography Archive, ca.1860-ca.1960.

Een sleepboot in de haven van Beira, Mozambique. Het is tussen 1947 en 1950. De protestante Zwitserse missionaris Emile Kaltenrieder die van 1947 tot 1965 in Beira was gestationeerd is de fotograaf.

Meer valt er niet over te zeggen. Ja, Beira was ooit een Arabische nederzetting. Ja, allerlei internationale katholieke en protestante bewegingen waren werkzaam in Mozambique onder het Portugese bewind dat in 1975 eindigde. Missionarissen maakten foto’s tijdens hun reizen.

De compositie wordt omkaderd door schepen. Ze liggen op de rede. Rook komt uit de schoorsteen van de sleepboot die waarschijnlijk vracht vervoert die uit het linkse vrachtschip is gelost.

Het is een gewone momentopname van een Zwitserse missionaris. Wordt hij geïmponeerd door de zee, de vergezichten. de geluiden, de oliestank en het geheel dat hij niet van huis uit kende? Het kan, we kunnen het alleen maar vermoeden. Toch een typische foto die niet raar of vreemd aandoet, maar kenmerkend is omdat het varieert tussen excursie en expeditie. De missie van een Zwitserse missionaris verdwijnt gedeeltelijk achter dit beeld en dat toont zijn menselijkheid.

Bij een foto ‘Gezicht op de haven van Terneuzen met binnenvarende schepen’ (1890 – 1900)

Deze afbeelding staat in mijn geheugen gegrift. Een originele afdruk van deze foto hangt in mijn woonkamer. Die foto heeft een andere uitsnede en loopt naar boven en onder door. Boven zijn wolken te zien en onder een deel van de aanlegkade met nog twee stootbalken. Opvallend is dat op de ansichtkaart de uitsnede naar rechts een klein stukje doorloopt. Uiteraard ontbreekt op de foto de opdruk met letters. De foto hing tot 1969 in het huis van mijn grootvader en tot een verhuizing begin jaren ’90 in mijn ouders’ huis. Nu bij mij thuis.

Wat toen ‘Haven van Ter Neuzen’ of Westhaven was wordt nu Oostelijke buitenhaven van Terneuzen genoemd. Het was tot 1910 de doorgang via de Westsluis (nu Oostsluis) naar het Kanaal van Gent naar Terneuzen. Als sluizencomplexen worden gerealiseerd veranderen oude namen noodgedwongen. In 1910 werd de toen grote Middensluis geopend nadat het kanaal in de jaren ervoor was verbreed (’kanaalverbredingswerkzaamheden’).

De datering geeft aan 1890-1900. De maker wordt niet genoemd. Volgens de overlevering is dat een familielid die juwelier was, in de Terneuzense Noordstraat gevestigd was en als hobby fotografie had. Toen een zeldzame nevenactiviteit. Hij heeft vele foto’s gemaakt die nu onder het kopje ‘Oud Terneuzen’ passen.

Het onderste gezicht met het tegenovergestelde perspectief is ook gedateerd 1890-1900. Op de achtergrond is een kasteelachtig gebouw zichtbaar, het toenmalige postkantoor. De jeugd is uitgerukt en staat op de Westpier met strooien hoedjes (meisjes) te kijken. Aan de andere kant van de haven kijken mensen toe. Vermoedelijk naar de fotograaf. De provinciale (zo genoemd vanwege de PSD) raderstoomboot is aangemeerd.

Is dit de overgang tussen oud en nieuw, tussen stoom en diesel, tussen stilstand en vooruitgang, tussen landbouw en nijverheid, tussen vooruitkijken en omkijken? Het is lastig te zeggen omdat onze kijk op het verleden niet hetzelfde blijft en steeds verandert. Zo af en toe realiseren we ons waar we vandaan komen.

Foto 1: ‘Ter Neuzen Haven van Ter Neuzen’, datering 1890-1900. Collectie Zeeuws Archief.

Foto 2: ‘Terneuzen Aanlegplaats der Provinciale Stoomboot, datering 1890-1900. Collectie Zeeuws Archief.

Stedelijk Museum aanvaardt geld van cultuurfonds Ammodo. Maar zou dit om morele en publicitaire redenen dienen te weigeren

af

Het Stedelijk Museum kijkt samen met Stichting Ammodo naar een nieuwe plek voor het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, aldus bovenstaand bericht op Artforum. Gezien de achtergrond van Ammodo is dit een opvallende ontwikkeling die alles in zich heeft de kunstwereld te beschadigen. ‘Together with Ammodo, we look forward to investigating ways of creating an inspiring place that offers compelling artistic encounters in Amsterdam and contributes to the city’s thriving artistic climate’ zegt directeur Beatrix Ruf. Maar hoe aantrekkelijk is het voor een culturele instelling om met Ammodo in zee te gaan? Het Stedelijk is zeker niet de enige, het rijtje is uitgebreid. Zelfs inclusief het Van Abbemuseum dat zo vaak politiek de nek uitsteekt.

Ammodo heeft een voorgeschiedenis die instellingen als het Stedelijk Museum zouden moeten kennen. Want elke instelling dient zich voldoende te informeren over een geldschieter waarmee het in zee gaat. De geschiedenis van Ammodo is besmet. Het komt erop neer dat ‘pensioenpremies van havenarbeiders in Rotterdam en Amsterdam buiten medeweten en tegen de wil van de spaarders een andere bestemming kregen’, zoals zes hoogleraren in 2014 in een opinie-artikel in de NRC betoogden. Dit wil zeggen dat in 2007 pensioenverzekeringsbedrijf Optas buiten medeweten van werkgevers en werknemers in de havens is verkocht aan verzekeringsmaatschappij Aegon. De Stichting Optas streek hiermee een vermogen op van circa 1,3 miljard euro dat zij nu besteedt aan ‘culturele en wetenschappelijke’ doelen. Hoewel de overdracht juridisch klopt, is het moreel verwerpelijk. Een culturele instelling kan het geld aannemen, maar moet goed beseffen dat het zich kan corrumperen en hiermee de eigen geloofwaardigheid en morele positie op het spel zet.

In 2014 schreef Eric Smit een artikel voor FTM over de verkoop van Optas en het geld dat Ammodo nu uitdeelt aan kunsten en wetenschappen. Hij citeert CDA-kamerlid Pieter Omtzigt: ‘Het is pensioengeld dat op slinkse wijze werd omgekat tot een fonds voor goede doelen. Mensen hebben voor dat geld gewerkt, dat moet aan pensioenen ten goede komen. Punt. De ontvangers moeten weten waar het geld vandaan komt en moeten overwegen het niet in ontvangst te nemen’. Uit Smits rondgang langs instellingen blijkt dat ze moeilijk kunnen uitleggen waarom ze geld aannemen van Ammodo. Houvast biedt punt 1.4.6 van de gedragscode (2012) van het Instituut voor Fondsenwerving: ‘Iedereen die organisaties of projecten in de sector wil steunen, met respect voor de belangen van de organisatie en van de consumenten, zal naar algemene fatsoensnormen en met respect voor hun wensen worden behandeld. Ter bescherming van de goede naam van de organisatie en van de sector in het algemeen worden bepaalde donateurs echter bij voorbaat geweerd als het risico bestaat dat de geloofwaardigheid van de organisatie in het geding kan komen.

Robin Hood is de fictieve uitzondering, stelen van de rijken om het aan de armen te geven. In de echte wereld gaat het andersom, stelen van de armen om het aan de rijken te geven. Stelen van havenarbeiders om het aan kunst en wetenschap te geven. Dit voedt de onrust van kanslozen die vinden dat het establishment in een eigen bubbel leeft en zich niets aantrekt van gewone mensen. De logica is dat wie de macht heeft de regels kan stellen. De 1% van Occupy die aan de touwtjes trekt wordt inmiddels de 0,1% genoemd. Zo erg is het. Dat heet in nette termen denivellering. Die ontwikkeling is geen direct gevolg van eerlijke concurrentie of de open markt van het kapitalisme, maar komt voort uit de beschermingsconstructie van het corporatisme. Exact het nadeel van het Nederlandse poldermodel waarin belangenorganisaties, zoals werkgevers- en werknemersorganisaties vooral in het recente verleden met de overheid in vooroverleg afspraken maakten.

Vraag is in hoeverre Nederlandse musea als Museum Boijmans, Van Abbemuseum, Kröller-Müller Museum, Mauritshuis, Museum Boerhaave, Ons’ Lieve Heer op Solder, Rijksmuseum of Stedelijk Museum zich bewust zijn van het verleden van Ammodo. Of doen ze net of hun neus bloedt, zolang het duurt? Er is veel voor te zeggen voor instellingen om op morele gronden geen geld te aanvaarden van Ammodo. Ook om de eigen goede naam te beschermen die zich op enig moment door negatieve publiciteit over Ammodo tegen deze instellingen kan keren. Het verdient ernstige overweging voor instellingen zoals het Stedelijk Museum om voortaan geen geld meer van Ammodo aan te nemen omdat het besmet is. Dan kunnen ze gelijk werken aan het rechtzetten van het hardnekkige beeld dat Nederlandse musea zo behoudzuchtig en ouderwets zijn.

Foto: Schermafbeelding van berichtStedelijk Museum Looking for a New Contemporary Art Venue in Amsterdam’ op Artforum, 24 mei 2016.

Van Peel verdedigt economisch belang Antwerpen

De Antwerpse wethouder (‘schepen’) Marc Van Peel  is een christen-democratisch politicus. Als lijstduwer loopt hij zich warm voor de gemeenteraadsverkiezingen op 14 oktober. Het filmpje heeft een drieledig doel. Het is een verdedigend antwoord op John Robesin (Partij voor Zeeland) die statenvragen stelde over uitspraken van Van Peel op de zogenaamde Zeeuwse Oesterpartij. Volgens Robesin zou de Antwerpse havenwethouder doen aan valse beeldvorming. En de Zeeuwse gastvrijheid niet respecteren. Verder is Van Peel een partijpoliticus die zich profileert voor de CD&V. Tenslotte verwoordt Van Peel het Antwerpse ongenoegen over de vertragende tactiek van Nederland bij het ontpolderen van de Hedwigepolder.

Of het filmpje effectief is in het behartigen van bovenstaande doelen is de vraag. Stemmers op de CD&V zal het tevreden stellen. Maar anderen zien veel ruimte voor tegenargumenten die helemaal niet zo dom klinken. Dat de Hollander een Rotterdams accent heeft zullen de Zeeuwen waarschijnlijk opvatten als de grootste belediging. Zelfs in het vijandbeeld spelen ze geen rol als Antwerpen haar economische belangen verdedigt.