Pakt museumgoudA verkoop ‘The Schoolboys’ handig aan?

Christie's auction house staff place bid

Update 5 september 2014: In College Tour was Marlene Dumas te gast bij Twan Huys. Directeur Gerard de Kleijn van Museum Gouda was in een filmclip te zien omdat hij ooit een schilderij van Dumas had laten veilen. Daarop kreeg hij van vele kanten kritiek. De Kleijns uitleg dat hij het geld nodig had en wel gedwongen was tot verkoop is te simpel. Hij vertelt niet het hele verhaal. Want hoe kan een vermeend armlastig museum tegelijk een schilderij van Weissenbruch voor 109.000 euro kopen? De Kleijn praat onzin. Dumas vertelde honderduit over haar werk en wilde blijkbaar niet te veel aandacht voor deze onaangename episode. Met een museumdirecteur die even helemaal de weg kwijt was en verzeild raakte in een wereld die hij niet kende. 

Op de avondveiling van 28 juni wordt The Schoolboys uit 1986/87 van Marlene Dumas geveild bij Christie’s in Londen. Fikse concurrentie ondervindt deze veiling van Sotheby’s dat een dag later de Duerckheim collectie veilt met topstukken van George Baselitz, Sigmar Polke, Gerhard Richter en Blinky Palermo.

The Schoolboys is ooit gekocht door museumgoudA. In een persbericht over de verwachte opbrengst zegt het museum dat het rekent op €800.000. Niet meer en niet minder. In de e-catalogue van de veiling verwacht Christie’s een opbrengst van €790.000 tot €1.100.000. Ofwel, het equivalent van £700.000 tot £1.000.000. Tegen de huidige dagkoers is dat 790.00 tot €1.129.600. Waarom noemt museumgoudA een vast bedrag van €800.000 en is Christie’s minder stellig?

In de e-catalogue ontbreekt bij het stukje over The Schoolboys de Special Notice van de digitale lotfinder over de verkoop en het directe financiële belang van Christie’s. Daar is bij The Schoolboys toegevoegd dat Christie’s of een derde partij een minimumprijs of voorschot aan de inbrenger kunnen garanderen.

Don Thompson zegt in Shock Art over prijsgarantie: Zo’n garantie verzekert hem ervan dat het veilinghuis een vooraf bepaald bedrag zal betalen, ook als het kunstwerk minder opbrengt dan verwacht. Is de opbrengst hoger dan het garantiebedrag, dan vraagt het veilinghuis in de meeste gevallen een commissie van 10 tot 50 procent -in de praktijk gewoonlijk 25 procent- van de meerprijs. 

De constructie via een derde partij zoals bijvoorbeeld Christies’s satelliet Haunch of Venison biedt een inbrenger zekerheid, maar laat een meeropbrengst boven de €800.000 volledig naar Christie’s verdwijnen. In zo’n geval is het ook niet museumgoudA dat het werk formeel op de veiling brengt, maar de derde partij. Da’s in lijn met de publiciteit van museumgoudA die de exacte voorwaarden van de veiling in het midden laat en in algemene termen stelt dat het werk onder de hamer gaat.

Desondanks staat in de pre-lot text over The Schoolboys: PROPERTY FROM MUSEUM GOUDA, THE NETHERLANDS, SOLD TO BENEFIT THE COLLECTION FUND. Maar dat heeft eerder met de herkomst, de provenance, te maken dan met de feitelijke voorwaarden voor het inbrengen van het werk. Een goede herkomst als museumgoudA drijft de verkoopprijs meer op dan een zakelijke derde partij.

Ondersteuning voor bovenstaande redenering is dat museumgoudA op 24 mei op een veiling van Impressionistische en Moderne kunst bij Christie’s Amsterdam voor €109.000 een werk van Jan Hendrik Weissenbruch kocht. MuseumgoudA dat steeds beweert financieel krap bij kas te zitten had dat zonder de garantie voor The Schoolboys van Christie lastiger kunnen realiseren. Kortom, alles wijst erop dat The Schoolboys al in mei 2011 voor een vast bedrag van €800.000 is verkocht aan Christie’s of een satelliet van Christie’s. En dat museumgoudA is bedeeld met een voorschot en al is gaan shoppen.

De omstandigheden waaronder The Schoolboys nu aan Christie’s wordt verkocht zijn belangrijk omdat het opnieuw de vraag oproept hoe zorgvuldig museumgoudA handelt. Voor de politieke dimensie is het van belang om te weten hoe een en ander met het Goudse college is afgestemd. Ofwel, hebben beide partijen het zakelijk slim gespeeld? Als verkoop uit noodzaak moet is de vraag gerechtvaardigd of museumdirecteur en wethouder cultuur er binnen hun macht alles aan hebben gedaan om een optimale opbrengst te realiseren.

Over inhoudelijke, procedurele, aankooptechnische en politieke aspecten is het nodige opgemerkt. Verkoop voegt een financieel-zakelijk aspect toe dat doet afvragen of binnen de gegeven omstandigheden de verkoop van The Schoolboys handig is aangepakt. Ik neem aan dat museumgoudA en het Goudse college na 28 juni openheid van zaken geven over de details van de opbrengst en de verdeling van het geld. Of als ze dat nalaten de Goudse raadsleden ernaar zullen vragen. Het voortraject roept in elk geval allerlei vragen op.

Er is nog een theoretische mogelijkheid dat de verkoop van The Schoolboys door museumgoudA door de ministerraad wordt geschorst. Vanwege de onwenselijkheid dat een topstuk uit Nederlands openbaar kunstbezit naar het buitenland verdwijnt en de Collectie Nederland verarmt. Maar gezien de ontbrekende eensgezindheid en relatieve chaos in het culturele veld en een staatssecretaris die zich weinig met cultuur identificeert lijkt dat onwaarschijnlijk.

Foto: Richard Prince’s Piney Woods Nurse, which was done in 2002 in ink-jet print and acrylic on canvas brought $6.08 million way above the estimate of $1.8 million to $2.2 million.

MuseumgoudA verkoopt eigen identiteit

Directeur Gerard de Kleijn van museumgoudA zegt in een persbericht dat-ie een topstuk in Londen gaat verkopen: The Schoolboys uit 1987 van Marlene Dumas. Hij rekent op een opbrengst van 800.000 euro. De kans bestaat dat een iconisch werk uit Nederlands museaal bezit in buitenlandse handen komt.

Er zijn vier overwegende bezwaren tegen de verkoop door museumgoudA van een topstuk. Die zijn van inhoudelijke, procedurele, aankooptechnische en politieke aard.

Inhoudelijk. Gerard de Kleijn zegt dat het werk van Dumas niet meer in de kerncollectie past. Dat klopt binnen zijn logica. Maar hij vergeet te melden dat museumgoudA onder directeur Josine de Bruyn Kops (1977-1987) alleen kunst van vrouwen kocht, waaronder The Schoolboys dat als gevolg van dit beleid in 1988 werd verworven. Tevens kreeg het toenmalige Catharina Gasthuis in 1976 de opdracht van de Goudse gemeenteraad om hedendaagse kunst te verzamelen.

In zijn nota Tussen Hemel en Aarde wisselt Gerard de Kleijn de traditie van het verzamelen van vrouwenkunst en hedendaagse kunst in voor het verzamelen van religieuze kunst, keramiek, kleipijpen en werk van de Haagse school. Ofwel, De Kleijn verandert spelregels om vervolgens te beweren dat de oude logica niet meer geldt. Zie hier voor een kritische analyse van het beleid van De Kleijn.

Procedureel. In 1987 werd Nederland opgeschrikt toen de gemeente Hilversum een Mondriaan wilde afstoten. Onder aanvoering van het Stedelijk Museum sprak museaal Nederland er schande van. In 2005 gebeurde hetzelfde toen directeur Karel Schampers van het Haarlemse Frans Hals Museum twee werken wilde afstoten. In beide gevallen ging de verkoop niet door. De museumwereld was wakker geschud.

Sinds die tijd is afstoting van museumstukken een hot topic. Het Centraal Museum maakte er in 2006 tentoonstelling en veiling tegelijk van: Uit het depot. Een project om de grenzen aan de afstoting van museumobjecten te proeven.

Op basis van de Museale Gedragscode van de Nederlandse Museumvereniging (NMV) heeft het Instituut Collectie Nederland een Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten (LAMO) opgesteld: Deze LAMO is overgenomen door de NMV, waarmee het de standaardprocedure is geworden welke een museum in principe dient te volgen bij het afstoten van een object. Een van de eisen die de Museale Gedragscode aan een professioneel museum stelt is dat het onderzoekt of voor het af te stoten object een andere museale bestemming gevonden kan worden. 

Het zou logisch zijn als museumgoudA The Schoolboys van Marlene Dumas aan andere Nederlandse musea had aangeboden en daarover in gesprek was geweest met de NMV. Maar het persbericht zegt er niets over. Vraag is of museumgoudA zich professioneel en collegiaal opstelt jegens andere musea of dat De Kleijn zijn eigen gang gaat zonder standaardprocedures van de gedragscode te volgen.

Aankoop. Enkele jaren gelden ontstond ophef vanwege de voorgenomen verkoop door BAT van de Peter Stuyvesant Collectie die Alexander Orlow met adviseurs had opgebouwd. Naast de culturele barbarij om een bijzondere bedrijfscollectie te verkopen ging het om de gunstige voorwaarden waaronder de werken waren aangekocht. Galeristen gaven kortingen vanwege het achterliggende idealisme van Orlow. Niet in de verwachting dat de werken op een veiling ooit tegen marktprijzen verhandeld zouden worden.

Hetzelfde geldt voor The Schoolboys van Marleen Dumas. Gereconstrueerd moet worden onder welke voorwaarden het in 1988 verworven is door het Catharina Gasthuis. Dit geeft uitsluitsel over het feit onder welke voorwaarden het nu verkocht kan worden. Dat geldt moreel voor de relatie galerie/museum en juridisch voor de relatie museum/overheid. Het is niet onaannemelijk dat de aankoop deels geoormerkt is door aankoopgelden van het toenmalige Ministerie van WVC.

Politiek. De culturele sector staat onder druk. De verwachting is dat staatssecretaris Zijlstra hard gaat bezuinigingen op cultuur. Velen zijn het erover eens dat de bezuinigingen eerder worden ingegeven door gebrekkig inzicht in het functioneren van de sector dan door rationele overwegingen. Kinderen worden met het badwater weggegooid. Aangebrachte schade is vele malen groter dan de opbrengst van bezuinigingen. Naast het gederfde economisch nut door bezuinigingen op cultuur waar Joop van den Ende op wijst.

MuseumgoudA gaat mee in de logica van de staatssecretaris en geeft in een lastige tijd het verkeerde signaal. Namelijk dat kunst misbaar en verhandelbaar is. Da’s een misvatting. MuseumgoudA kiest eieren voor haar geld in plaats van zich met collega-musea sterk te maken voor een krachtige museumsector.

Conclusie.  De voorgenomen verkoop door museumgoudA van The Schoolboys van Marlene Dumas ligt complexer dan de directeur van museumgoudA voorstelt. Er zijn talloze vragen van inhoudelijke, procedurele, aankooptechnische en politieke aard die eerst beantwoord dienen te worden voordat verkoop werkelijk aan de orde is. Het verdwijnen van een topwerk als The Schoolboys uit Nederlands kunstbezit is een verlies voor de Collectie Nederland.

MuseumgoudA heeft als geprivatiseerde culturele instelling weliswaar een eigen verantwoordelijkheid, maar laadt een verdenking van gemakzucht op zich. Het verkoopt tafelzilver zonder eigen initiatieven te ontplooien en zich als volwassen deelnemer te voegen in de Nederlandse museumsector. Dat geeft te denken over inzicht, inschattingsvermogen en manoeuvreerruimte van directeur De Kleijn.

Foto: The Schoolboys van Marlene Dumas, 1987