D66 Utrecht blijft pleiten voor meer concessies voor de horeca. In de partij der blinden is éénoog Koning

Schermafbeelding van deel artikel ‘Wethouder doet geen toezeggingen over permanente uitgebreide terrassen in Utrecht‘ in de DUIC, 3 september 2021.

Ik woon in Utrecht net buiten de binnenstad en stemde in een ver verleden op het D66 van Hans van Mierlo. Ik voel me onaangenaam aangesproken door D66’er Maarten Koning die zich profileert door steeds maar weer te pleitten voor tegemoetkomende maatregelen voor de horeca. Wat voor D66 denkt hij in hemelsnaam te vertegenwoordigen? Dat is niet het D66 waar ik ooit op stemde, maar een VVD-light.

Voor de volledigheid, afgelopen jaren had ik enkele malen overleg met Ellen Bijsterbosch over een cultureel onderwerp waarbij ik haar leerde kennen als een inhoudelijk, integer en verstandig raadslid met kennis van zaken die probeerde het algemeen belang van de stad te dienen en uiteenlopende betrokkenen met elkaar te verbinden. Bij D66-raadslid Maarten Koning zie ik het omgekeerde. Hij dient vooral zijn eigen marketing en laat zich kennen als de verlengde arm van de lokale horeca.

Hieronder mijn reactie op de DUIC bij een artikel over het pleidooi van Koning om tijdelijke terrasuitbreidingen in de stad permanent te maken. D66-wethouder Klaas Verschuure reageerde vooralsnog terughoudend op Konings verzoek, maar de vrees bestaat dat dit een pose is en Koning straks zijn zin krijgt van zijn partijgenoot.

Omdat ik Konings pro-horeca pleidooi als een teken zie van de verwording van een partij die ten koste van zichzelf het politieke bestel wilde opschudden, maar nu is verworden tot een lobbypartij die deelbelangen dient en de eigen continuïteit vooropzet, besteed ik er aandacht aan. Maarten Koning is als lokale politicus op zich onbeduidend, maar waar hij binnen zijn partij voor staat zie ik als afschrikwekkend waarschuwingsteken van een ooit welgemeende partij:

Oude tijden van Hans van Mierlo en kroegtijger en horeca-ondernemer Hans Gruijters herleven. D66 profileert zich met horeca. Dat is weer eens wat anders dan kunst, onderwijs of zorg. Het accent dat D66 op de horeca legt is geen toeval. De partij is ontstaan in het café en heeft meer dan 50 jaar later blijkbaar die band niet verloochend. Horeca is in het DNA van D66 ingebakken. D66 is weer terug waar het in 1966 begon.

Maarten Koning wilde om economische redenen van de binnenstad van Utrecht tijdelijk ‘één groot terras’ maken. Nu dat gelukt is gaat hij een stapje verder en wil die maatregelen permanent maken. Bestuurlijk is dat niet netjes, maar dat kan deze Utrechtse D66-er niet deren. Hij gaat populistisch voor meer terrassen. 

Een vluchtige zoektocht op internet laat zien dat D66’ers in diverse steden (Gennep, Amstelveen, Voorburg, Lingewaard, Leiden) zich profileren met hun pleidooi voor meer ruimte voor de horeca. Dit is geen toeval. Ook voormalig D66-kamerlid Kees Verhoeven pleitte eerder dit jaar in de publiciteit voor meer ruimte voor de horeca.

D66 mag natuurlijk zelf kiezen waar het zich sterk voor wil maken. Maar het is veelzeggend dat het het zich wil profileren met een pleidooi voor een sterke horeca. Blijkbaar meent D66 hiermee electoraal en publicitair te kunnen scoren. Horeca is een speerpunt voor het huidige D66. Het tekent de ambitie, de intellectuele diepte en de dorst naar meer van het huidige D66. 

Als waar Koning voor pleit past binnen het nieuwe leiderschap waar D66-leider Sigrid Kaag naar verwijst en dat ze door haar gedrag en opstelling in de formatie al binnen een maand eigenhandig om zeep hielp, dan weten we weer wat D66 is. Een partij die goed is in communicatie, marketing en populisme, maar slecht in inhoud. 

Tekenend voor de richting van D66 is dat D66-raadslid Ellen Bijsterbosch die wel voor de inhoud ging in juni 2021 de race om het Utrechtse lijsttrekkerschap verloor van Maarten Koning die zich welbewust in de kijker speelt met zijn populisme en zijn permanente campagne om in de aandacht te blijven met populaire voorstellen. Waarvan zijn pleidooi voor het permanent maken van terrasvergunningen het dramatische dieptepunt is. Bijsterbosch kondigde later aan het voor gezien te houden als vertegenwoordiger van D66 in de Utrechtse raad. In de partij van de blinden is éénoog Koning. 

Advertentie

Heeft Nederland ruggengraat om te strijden tegen alcoholisme?

Dit journaal-item van de Franse publieke omroep ORTF uit 1972 stemt tot nadenken over hoeveel ruimte de Nederlandse lokale politiek nu aan de horeca geeft. Het gaat erover dat er te veel bistro’s zijn. Dat zou de strijd tegen het alcoholisme bemoeilijken. Een nieuw prefectureel decreet beoogt, zo stelt de reportage, om de afstand tussen cafés in Parijs te beperken met een minimale afstand van 75 meter. Wie Paris kent weet dat dat nooit doorgevoerd is. Sinds 1955 kent Frankrijk wel de wet Débré die zegt dat er geen bistro’s kunnen worden gevestigd in de buurt van scholen, stadions, ziekenhuizen, kerken, begraafplaatsen en gevangenissen.

Wie in Nederland afgelopen maanden de plannen langs heeft zien komen van gemeenteraden die over elkaar heen buitelden in hun onderhorige bereidheid om de horeca die door COVID-19 in economische problemen is gekomen tegemoet te komen met grote terrassen, beseft hoe economische argumenten het hebben gewonnen van argumenten over volksgezondheid. Dat op zich is nog niet eens zo verwonderlijk in een samenleving die steeds sterker is gericht op behoeftenbevrediging en genotzucht. Dit journaal-item uit 1972 doet beseffen dat in het recente debat over horeca en de uitbreiding van terrassen in binnensteden dat aspect van alcoholisme en volksgezondheid volledig ontbrak. Dat is verwonderlijk. Vooral omdat Nederland met COVID-19 een stevige gezondheidscrisis voor de kiezen kreeg en blijkbaar de economisch gevolgen ervan wegberedeneert door een ander aspect dat de volksgezondheid bedreigt ongeclausuleerd alle ruimte te geven: alcoholisme.

Wat zegt het over de ambitie en intellectuele diepte van D66 dat het zich profileert met een pleidooi voor meer ruimte voor horeca?

Mijn reactie bij de videoMeer ruimte voor Haarlemse horeca terrassen’ van D66 Haarlem van 9 mei 2020:

Oude tijden van Hans van Mierlo en kroegtijger en horeca-ondernemer Hans Gruijters herleven als D66 zich wil profileren met horeca. Dat is weer eens wat anders dan kunst, onderwijs of zorg. Het accent dat D66 op de horeca legt is geen toeval. De partij is ontstaan in het café en heeft meer dan 50 jaar later blijkbaar die band niet verloochend. D66 is weer terug waar het in 1966 begon.

Ook in Utrecht pleitte onlangs een raadslid van D66 voor meer ruimte aan de horeca. Maarten Koning wil om economische redenen van de binnenstad van Utrecht tijdelijk ‘één groot terras’ maken. Alsof er geen andere afwegingen over volksgezondheid, rechten van de binnenstadsbewoners en andere economische activiteiten zijn. In Nijmegen was het D66-raadslid Toon van Gent die pleitte voor een soepele omgang met de regels en voorschriften over buitenterrassen. Een vluchtige zoektocht op internet laat zien dat D66’ers in diverse steden (Gennep, Amstelveen, Voorburg, Lingewaard, Leiden) zich profileren met hun pleidooi voor meer ruimte voor de horeca. Dit is geen toeval. Hier kan niet anders dan een centrale regie vanuit D66 achter zitten. D66-kamerlid Kees Verhoeven pleitte afgelopen week in de publiciteit voor meer ruimte voor de horeca.

D66 mag natuurlijk zelf kiezen waar het zich sterk voor wil maken. Maar het is veelzeggend dat het het zich wil profileren met een pleidooi voor een sterke horeca. Blijkbaar meent D66 hiermee electoraal en publicitair te kunnen scoren. Horeca is een speerpunt voor het huidige D66. Het tekent de ambitie en de intellectuele diepte van het huidige D66.

Omdat D66-minister Van Engelshoven een teleurstelling is voor de kunstsector en een afknapper voor de kunstliefhebbers die op D66 stemden, kan deze politieke manoeuvre van D66 opgevat worden als voorsorteren op een nieuwe functie in het volgende kabinet. D66 claimt nu al het ministerschap voor Horeca. Dan kan het bier weer rijkelijk stromen zoals het dat in 1966 deed.

Conflict over verhuur in Haarlemse St. Bavokerk. Alet Pilon maakt einde aan tentoonstelling die moest wijken voor een banenbeurs

Kunstenares Alet Pilon maakt ‘per direct’ een einde aan haar expositie in de Haarlemse Grote of St. Bavokerk. Pilon is curator van de tentoonstellingDe Zwarte Madonna en de Troost’ die zowel in de kerk als in de vishal te zien zou zijn. De toelichting zegt hierover: ‘Een expositie over het onverwachte, het omgekeerde, het negatief. Door een geheel zwart ingerichte tentoonstelling wil curator Alet Pilon het beeld laten werken als een ouderwets negatief, alles wat je zwart ziet, kun je eigenlijk zien als wit.’ In de vishal wordt bestaand werk getoond (‘De Troost’) en in de kerk zou uitsluitend nieuw werk getoond worden (‘De Zwarte Madonna’).

Reden waarom Pilon de stekker uit deze expositie in de kerk trekt -die van 15 september tot 14 oktober 2018 te zien zou zijn- is dat die moest wijken voor een banenmarkt op 4 oktober. In een bericht van NH Nieuws  zegt Pilon dat de kerk een fout heeft gemaakt en zich niet aan de afspraken heeft gehouden: ‘Ik kreeg een vrijwilliger aan de telefoon en die vertelde me dat ze een afspraak over het hoofd hadden gezien. Er komt een banenbeurs in de kerk en er werd me voorgesteld of ze de kunstwerken dan even zelf aan de kant mochten zetten. Die werken zijn veel te kwetsbaar, dus dat doen de kunstenaars liever zelf en bovendien kost me dit maar liefst vier dagen van mijn expositie’. Bedoeling was dat de vrijwilligers van de kerk ingezet zouden worden bij de verplaatsing, maar dat wees Pilon gezien de kwetsbaarheid en de vaardigheid die het omgaan met kunstwerken vraagt van de hand. De kerkdirectie wist, zo zegt directeur Tony Jansen in gesprek met NH Nieuws al in april 2018 van de banenmarkt, maar heeft verzuimd Pilon hierover ‘vroegtijdig’ te informeren.

Dat het om geld draait wordt duidelijk in het commentaar van NH Nieuws: ‘Er is nog met de organisatie van de banenbeurs bekeken of de beurs niet óm de expositie heen gebouwd kon worden, maar dat was volgens het kerkbestuur niet mogelijk. De beurs afzeggen behoort ook niet tot de mogelijkheden, de kerk kan de inkomsten daarvan goed gebruiken.’ Zaalverhuur is een belangrijke bron van inkomsten voor religieuze organisaties. Door de ontkerkelijking zijn kerkgebouwen gesloten of hebben ze deels een andere, vaak culturele functie gekregen. Reden is dat het gebouw te duur werd of de lokale religieuze organisatie de exploitatie niet meer volledig rond kon krijgen door oplopende kosten en afnemende inkomsten wegens een slinkende achterban. Vandaag 2 oktober begint Alet Pilon met het weghalen van de kunstwerken uit de kerk.

Chaos op het strand van Bloemendaal. Iets van alle tijden?

Afgelopen zondag was het chaos op het strand van Bloemendaal. Mogelijk waren er door strandtenteigenaren 3000 te veel kaarten voor een evenement verkocht. Dan is een sanctie op z’n plek volgens waarnemend burgermeester Schneiders. Het patroon is herkenbaar. Initiatiefnemers maken het algemeen belang aan het eigenbelang ondergeschikt. De overheid is niet meer aanspreekbaar voor burgers en schermt zich af. Kortom, een verlies-verlies situatie op het strand van Bloemendaal. Vroeger was het beter op het strand, zo denkt Isa.

Kunst leeft! In Haarlem. Pleegt Jur Botter politieke zelfmoord?

Een dorpsrel in Haarlem haalt het landelijk nieuws. De gemeente ‘verhuurt’ een ruimte, de ‘Stadskunstkamer’ aan de Kunstlijn. Die wijst het op haar beurt weer ‘op toerbuurt’ toe aan kunstenaars. Aldus een bericht van RTVNH. Piet Zwaanswijk heeft nu in de Stadskamer een ‘Kerst-etalage’ ingericht. Met een zelfdodingsscène die in keurigheid verbleekt bij veel wat nieuwsconsumenten dagelijks op internet of televisie kunnen zien.

Toch doet het stof opwaaien. Niet alleen bij passanten, maar vreemd genoeg ook bij cultuurwethouder Jur Botter (D66). De gemeente verzocht Zwaanswijk om de kerst-etalage te ontmantelen, maar hij weigerde dit. De gemeente Haarlem laat het er nu bij, maar zegt wel voor de toekomst in gesprek te gaan met de Kunstlijn over de toekenning van ruimtes aan kunstenaars. Want kunst die voor iedereen vanaf de straat zichtbaar is zou aan strengere voorwaarden moeten voldoen. Botter: ‘Ik ben ook wethouder voor volksgezondheid en we willen ook het aantal zelfdoding terugdringen.’ Dat demagogie bij D66 in goede handen is blijkt wel uit deze uitspraak van Botter. Kunst mag van deze D66’er als het maar niet schuurt of pijn doet. Botter temt de kunst.

Roze Kunstlijn Haarlem bericht foutief over Russische douane die kunst in beslag neemt. Vanwaar de onrust?

Het werk van de Russische kunstenaar Demir Demirov zou volgens allerlei berichten in de Nederlandse media in beslag zijn genomen door de Russische douane. Omdat het homoseksualiteit zou bevorderen. Russische wetten gaan dat tegen. Het was vanuit de Russische Federatie op weg naar de manifestatie Roze Kunstlijn Haarlem. Op de FB-pagina van COC Kennemerland zei Wouter Rutten op 27 oktober: ‘De Russische overheid laat dit werk het land niet uitgaan omdat het ‘homosexualiteit zou bevorderen’. De Roze Kunstlijn bevestigde dat vervolgens in een bericht dat weer door Nederlandse media als bron werd gebruikt. Een voortijdige en onjuiste conclusie omdat het werk gewoon is gearriveerd in Haarlem. Weliswaar licht beschadigd, maar niets is ‘vastgehouden’. De Russische douane heeft geen werk van Demirel in beslag genomen. Meldingen erover hebben publiciteit opgeleverd voor de Roze Kunstlijn. Je zou bijna denken dat het daar om te doen is geweest.

Vragen over Demmink, Opstelten, Borghouts, Rolodex en Wikipedia

rolo4

Op het moment dat oud-hoofdofficier van Justitie Hans Vrakking in een artikel van Marcel Haenen in de NRC bevestigt dat het zogenaamde Rolodex-onderzoek van hogerhand is beïnvloed en Joris Demmink naar aanleiding van belastende informatie van diens chauffeur Rob Mostert ook werd onderzocht, verwijdert Wikipedia een pagina over dat onderzoek. Vrakkings toelichting op dit onderzoek ‘is in tegenspraak met herhaalde mededelingen van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD). Opstelten zei begin deze maand nog dat Demmink „op geen enkele wijze” is voorgekomen in het Rolodex-onderzoek‘. Aldus NRC. Wie liegt er?

De rol van toenmalig secretaris-generaal van Justitie en voorganger van Demmink op die functie Harry Borghouts (GroenLinks) is opvallend. Later werd-ie tegen alle politieke verhoudingen in Commissaris van de Koningin in Noord-Holland waar onder z’n ‘leiding’ de affaire Ton Hooijmaijers ontstond. Volgens Vrakking werd-ie door Borghouts opgebeld. NRC: “Waar ben jij mee bezig”, zou Borghouts hebben gevraagd. Vrakking zegt niet te snappen hoe de top van het departement op de hoogte was. “Ik begrijp tot de dag van vandaag niet hoe Borghouts erbij kwam mij te bellen terwijl het om geheime inlichtingen ging.” Opheldering gevraagd.

rolo3

Foto 1: Schermafbeelding van de lege Wikipedia-pagina over de Rolodex-zaak.

Foto 2: Schermafbeelding van mirror van Wikipedia-pagina over de Rolodex-zaak door GeenStijl.

Frans Hals Museum extra gekort. Demeester staat voor uitdaging

8f088f69da798eae37c90a86b82a2a5c

Directeur Ann Demeester van kunstencentrum De Appel gaat op 1 februari 2014 naar het het Haarlemse Frans Hals Museum-De Hallen. Dat werd al in september 2013 bekend. Maar keert ze op haar schreden terug nu de Haarlemse dorpspolitiek met een college van D66, VVD, PvdA en GroenLinks roet in het eten dreigt te gooien? Het ligt niet in de aard van de strijdbare Demeester, maar de marges in de Haarlemse museasector worden erg klein. Verantwoordelijk wethouder is de VVD’er Cornelis Mooij met museale kunst in z’n portefeuille. Hij komt met een korting van tussen de half en een miljoen euro op de gemeentelijke subsidie van 2,5 miljoen euro.

De huidige directeur Karel Schampers noemt deze extra korting in het Haarlems Dagblad ‘onbehoorlijk bestuur‘ omdat het tegen de afspraken ingaat die vier jaar terug bij de verzelfstandiging van het museum zijn gemaakt. Acht ton snoeien ziet Schampers als de doodsteek voor z’n museum waarvan-ie nog een kleine maand directeur is: ‘We hebben al een bezuiniging van 10 procent lopen. Stel dat deze klap daar bijkomt, dan is dat een afschuwelijke start voor mijn opvolger Ann Demeester. Dan zit je op zo’n acht ton. Ik zou niet weten hoe ze dat moet realiseren zonder dat het museum zodanig wordt uitgehold dat het vleugellam wordt.’

Volgens Schampers verschuilen wethouder Mooij en burgemeester Schneiders (PvdA) zich lafhartig achter hun ambtenaren als-ie naar de onderbouwing vraagt: ‘Dat hebben de ambtenaren bedacht. Het is toch een blijk van onvermogen als je je zo achter je ambtenaren verschuilt en de onderbouwing van je eigen voorstellen niet kent.‘ Maar zoals zo vaak hebben de rekenende ambtenaren weinig verstand van kunst: ‘Een bezuinigingsplan is snel gemaakt door onbenullen: de oude meesters behouden en de nieuwe kunst op een laag pitje.‘ Ontzien van prestigieuze kunst die zich bewezen heeft en het korten op talentontwikkeling en vernieuwing is een constante die sinds de beleidsomslag van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra de cultuurpolitiek teistert.

Op de vraag van Jaap Timmers en John Oomkes van het Haarlems Dagblad of Ann Demeester directeur had willen worden als ze had beseft welke bezuinigingen op haar af zouden komen is haar antwoord veelzeggend: ‘Ik zou er wel drie keer over nagedacht hebben, had ik dit geweten. Aan de andere kant: ik ben echt wel een straatvechter.’ Wie wil er straks nog museumdirecteur in Nederland worden? Karel Schampers heeft gelijk. Wat het Haarlemse college en veel colleges in de 50 grootste steden doen is onbehoorlijk en onzorgvuldig. Zo kan geen enkele directeur werken. De politiek maakt de kunst kapot. Bewust of onbewust. Vraag is wat erger is. 

Lees ook een eerdere hartekreet: ‘Schampers laakt bij afscheid marktdenken van musea en is schamper over cultuurpolitiek‘.

Foto: Dana Lixenberg, Deerhunters, 2002. Collectie Frans Hals Museum.

Schampers laakt bij afscheid marktdenken van musea en is schamper over cultuurpolitiek

karelschampers

Vertrekkend directeur van het Haarlemse Frans Hals Museum Karel Schampers luchtte gisteren bij z’n afscheid z’n hart. Het Haarlems Dagblad noemt het ‘een laatste hartekreet‘. Hij heeft het niet zo op de Nederlandse musea die naar de pijpen dansen van het grote publiek of de overheid. Ze spelen op veilig en zetten het publiek het bekende voor. Zo neigt het tentoonstellingswezen volgens hem ‘naar populisme en kortstondige opwinding‘. Hoe krachtig zijn z’n woorden en hoe jammer is het dat ze waar zijn. Startende kunstenaars van nu ziet Schampers als kind van de rekening. Musea en overheid zetten niet meer in op talentontwikkeling zoals ze tot voor kort deden. Met als gevolg dat de hedendaagse kunst van de toekomst onder druk staat.

Schampers kijkt breder en meent dat de cultuur zich onttrekt aan het nutsdenken van politici, conservatoren en museumdirecteuren: ‘Dit voortdurend in beweging zijn van de cultuur, waar de hedendaagse kunst in belangrijke mate toe bijdraagt, is van buitengewoon belang voor een levendige samenleving.‘ En: ‘Het is de taak van het museum de vitale impulsen van deze tijd te herkennen en het publiek te confronteren met wat binnen onze cultuur aan het veranderen is‘. In interviews eerder deze week ter gelegenheid van z’n afscheid laakte Schampers middelgrote musea als het Groninger Museum en het Centraal Museum, maar ook het Stedelijk die op veilig spelen en het experiment schuwen. Anders gezegd, te voorzichtig programmeren.

Voor de politiek van de gevestigde partijen heeft Schampers geen goed woord over: ‘Het is toch eigenlijk onvoorstelbaar dat een minister [Bussemaker], en met haar trouwens vele lokale overheden, openlijk durft te zeggen dat ze weinig vertrouwen heeft in de hedendaagse kunst en niet wenst te investeren in jong talent. Ze zegt daarmee feitelijk het vertrouwen in de toekomst op.‘ Voor wie niet cynisch wil worden over de kortzichtigheid en het economisch denken van een overheid -dat trouwens volledig averechts uitpakt en daarom z’n doel voorbijschiet- is onderhand niks meer onvoorstelbaar. Om het aardig te zeggen over een onaardige politieke klasse: het weet geen afweging meer te maken tussen korte- en langetermijndenken.

Karel Schampers is de museumman van de praktijk die het allemaal heeft meegemaakt. Als conservator en directeur, in contact met cultuurwethouders, fondsen en sponsors. Hij praat niet vanuit een impuls of de waan van de dag, maar vanuit een beredeneerd oordeel van jaren. Het beeld dat-ie schetst is niet om vrolijk van te worden. Grotere musea als Boijmans, het Van Abbe of de Lakenhal proberen zich te onttrekken. Maar ook zij worden snel geconfronteerd met teruglopende middelen. Die de landelijke en lokale overheden de musea opleggen. Tandenknarsend worden ze gedwongen niet het avontuur maar de veiligheid te zoeken.

Schampers’ hartekreet contrasteert met een stuk van de directeur van de Stadsschouwburg Amsterdam Melle Daamen in NRC dat zo begint: ‘Het cultuurbeleid in Nederland mist scherpte en kent veel te veel braafpraat‘. Daamen ziet in het kunstklimaat een ‘fixatie op het nieuwe en het vernieuwende‘. Doordat Daamen het zo scherp aanzet lijkt-ie haakser op Schampers te staan dan het is. Het is de koele rationalist (Daamen) die vanuit een grote cultuurorganisatie redeneert tegenover de realistische idealist (Schampers) die de middelgrote organisaties als onmisbare humuslaag voor de kunsten ziet. Maar ze verschillen van inschatting of talentontwikkeling en vernieuwing in de Nederlandse cultuurpolitiek en kunstpraktijk ondergewaardeerd worden. Wie kijkt hoe er de laatste jaren gekort is op talentontwikkeling -wat zelfs de Raad voor Cultuur in haar advies Slagen in Cultuur toegaf als een tekortkoming in het cultuurbeleid- moet Schampers gelijk geven.

Foto: Vertrekkend directeur van het Haarlemse Frans Hals Museum Karel Schampers. Credits: United Photos/Toussaint Kluiters.