George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Haalbaarheidsonderzoek

Utrecht stopt 3,55 miljoen euro in een nieuwe plek voor film- en beeldcultuur in het Werkspoorkwartier. Een opmerkelijk slecht idee

with 2 comments

Uit het artikelUtrecht wil 3,5 miljoen steken in nieuwe locatie film- en beeldcultuur Werkspoorkwartier’ in DUIC blijkt dat het Utrechtse gemeentebestuur 3,55 miljoen euro wil steken in een nieuwe plek voor film- en beeldcultuur. In het Werkspoorkwartier, het moet De Machinerie gaan heten. Ik heb voor dat voorstel geen goed woord over en geef mijn reactie bij het artikel. Ik zie het als een vlucht vooruit, de leegte in:

De vijand van goed is beter, zo luidt het gezegde. Fantasie komt voor realisme te staan. Dat is hier aan de orde.

Hoe logisch is het dat een filmtheater dat al decennia niet meer kan voldoen aan de standaard van een gemiddeld filmtheater de hogere lat van een Podium voor Film en Beeldcultuur wel weet te halen? Of anders gezegd, waarom is die verdieping en verbreding de afgelopen jaren al niet op de vorige locatie aan de Slachtstraat/ Telingstraat voorbereid en uitgevoerd? Het valt dan ook te betwijfelen of een ‘reset’ voor ’t Hoogt de oplossing zal brengen.

De beleidsmakers van de gemeente en de subsidiegevers dienen de juiste diagnose te stellen. Aan de hand van de geschiedenis en het karakter van ’t Hoogt kunnen ze proberen te begrijpen wat het scharnierpunt is. Ze kunnen dan ook antwoord op de vraag vinden of een ‘reset’ geen middel is om de huidige malaise te verhullen. Als daarnaast ook nog eens het centrum verlaten wordt waar in Utrecht het meeste publiek en de juiste atmosfeer te vinden zijn voor arthouses en een avontuurlijke programmering, dan kondigt zich een nieuwe ramp aan. Naast een financiële ramp van 3,55 miljoen euro, ook een politieke ramp van een wethouder die gaat struikelen.

De Utrechtse raad én het gemeentebestuur hebben vanaf 2010 geworsteld met een andere, excentriek gelegen culturele instelling die het moest hebben van (inkomsten uit) bezoek waarvan onderzoeken vanaf het begin overtuigend aantoonden dat exploitatie door die ligging niet levensvatbaar was: landhuis Oud Amelisweerd waar het MOA werd gevestigd. College en raad sloegen de waarschuwingen in de wind. Of liever gezegd, ze hoopten dat door onvoorziene omstandigheden het tij zich ten goede zou keren. Maar dat gebeurde niet.

In 2018 ging het MOA failliet en werden alle breed uitgemeten waarschuwingen bewaarheid. Zonder dat overigens de Utrechtse politiek ook maar een begin van een mea culpa liet klinken. Succes heeft vele vaders, maar mislukking is een wees. Het is wachten op het moment dat deze volgende vlucht vooruit in het Werkspoorkwartier ontspoort. Opnieuw worden de waarschuwingen van deskundigen in de wind geslagen. In Utrecht herhaalt zich de geschiedenis. Wat zich eerst voordeed als tragedie wordt nu een klucht, zoals Karl Marx ooit zei.

Wensdenken van een wethouder die op sleeptouw wordt genomen door de eigen ambtenaren en bestuurders van organisaties die naar gemeentesubsidie hengelen kan het zicht op de realiteit vertroebelen. Het gebeurde met het MOA en kan met ’t Hoogt en dat brede centrum dat van alles bundelt en klontert opnieuw gebeuren. In elk geval als ’t Hoogt de kerntaak van het vertonen van kwetsbare films op een groot scherm wil blijven vervullen die een adviescommissie die zich daarover uitliet als onmisbaar ziet. Of is dat advies al losgelaten?

Origineel is het wel van het Utrechtse gemeentebestuur om culturele instellingen te bewegen om naar de rand van de stad te vertrekken, die dus niet te situeren in het culturele hart van de stad in de hoop op synergie, dat aan zakelijke partijen te verkopen als aanjaagfunctie voor een buurt en dat te belonen met subsidie. Dat is de naijlende werking van Richard Florida nadat diens ideeën over de creatieve klasse en stadsontwikkeling allang zijn weerlegd. Klaarblijkelijk wordt in het intellectuele centrum van het Utrechtse stadhuis nog ondubbelzinnig in de ideeën van Florida geloofd. Anno 2002.

De hoop dat de vele geconstateerde onzekerheden over levensvatbaarheid en haalbaarheid van een publieksinstelling in het Werkspoorkwartier tegen lage kosten en bescheiden middelen overwonnen kunnen worden is valse hoop. Wethouder Klein presenteert valse hoop als hoop. Dat is blijkbaar de politiek van het moment van het huidige gemeentebestuur.

Het wachten is op betere, realistische tijden.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelUtrecht wil 3,5 miljoen steken in nieuwe locatie film- en beeldcultuur Werkspoorkwartier’ in DUIC, 5 september 2019.

Advertenties

Wethouder Utrecht zegt onderzoek toe om antiek Chinees behang uit landhuis Oud-Amelisweerd te verwijderen. Is dat realistisch?

with 6 comments

Op 23 januari 2019 stelde het Utrechtse raadslid Ellen Bijsterbosch (D66) raadsvragen aan wethouder Anke Klein (D66) over landhuis Oud-Amelisweerd waarbij ze vroeg om te verkennen of het antieke Chinese behang verwijderd kan worden om elders ondergebracht te worden. Op 19 februari 2019 heeft Klein geantwoord.

Het antwoord van de wethouder bevat een raadselachtige passage als het beweert: ‘De keuze voor dit klimaatsysteem is vier jaar geleden expliciet gemaakt met de komst van MOA.’ Dat is 2015, terwijl het MOA officieel op 21 maart 2014 opende nadat het na een verbouwing geschikt was gemaakt voor een museale bestemming. In jaarrekening 2013 van het MOA valt te lezen: ‘In 2013 is verder gewerkt aan de restauratie en herbestemming van landhuis Oud Amelisweerd tot MOA IMuseum Oud Amelisweerd’ en ‘Eind november werd de voltooiing van de restauratie van het Chinees behang gevierd met een feestelijk programma’. In november 2013 werd de voltooiing van de restauratie van het Chinees behang feestelijk gevierd, terwijl wethouder Klein in haar antwoord aan Ellen Bijsterbosch beweert dat pas in 2015 ‘expliciet’ werd gekozen voor het principe van ‘conservation heating’. Het MOA ontving al in maart 2014 bezoekers.

Uit de haalbaarheidsstudie De Weg der Weegen valt af te leiden dat al eind 2010 bekend was dat in voorjaar 2011 waarschijnlijk een klimaatinstallatie zou worden geïnstalleerd volgens het principe van ‘conservation heating’. Het draait om dit beginsel van ‘conservation heating’ (dat in het antwoord ‘conservational heating’ wordt genoemd) waarover ik in een commentaar van 13 december 2010 het onderstaande schreef en wat in het citaat precies bedoeld wordt met ‘expliciet’. Als dat een term is die bedoelt te zeggen dat formeel-bestuurlijk pas in 2015 gekozen werd voor een klimaatsysteem dat uitging van het principe van ‘conservation heating’ dan is het gebruik ervan in het antwoord verwarrend omdat het de suggestie wekt dat voor 2015 dat principe niet werd gevolgd of uitgangspunt zou zijn voor het klimaatsysteem. Maar als randvoorwaarde was ‘conservation heating’ vanaf 2010 publiekelijk bekend voor de klimaatbeheersing in het landhuis.

In haar antwoord zegt wethouder Klein bereid te zijn om de verhuizing van het antieke Chinese behang naar een andere locatie te onderzoeken en daar ook in gesprek over te zullen gaan met het Centraal Museum. Wat zo’n onderzoek precies betekent en omvat is onduidelijk, maar zou kunnen bestaan uit het administratief raadplegen van een publicatie van het RCE over historisch papierbehang dat zegt: ‘Oud behang versterkt de beleving van authenticiteit in het interi­eur van een historisch gebouw. Sommige behangsels zijn inmid­dels uiterst zeldzaam. Behang verschaft bovendien kennis van het soort vertrek en de inrichting, de modernisering ervan, de heer­sende mode, en de persoonlijke smaak en financiële draagkracht van de bewoners.

Er is sinds 2010 niets veranderd in het denken over cultureel erfgoed. Het enige motief voor een beslissing over de verhuizing van het Chinese behang is politiek. Anders gezegd, de deskundigen op het gebied van erfgoed zullen niet anders dan in 2010 denken, namelijk dat het historisch behang ‘in situ’ de waarde ervan optimaal dient. Maar de bestuurders van toen die dat idee ondersteunden worden wellicht met terugwerkende kracht overruled door de bestuurders van nu die beseffen dat de randvoorwaarden voor een middelgroot museum in een landhuis met kwetsbaar antiek behang zeer lastig, om niet te zeggen onmogelijk zijn.

De Stichtse politiek is in 2011 met de keuze voor exploitant Stichting MOA voor Oud-Amelisweerd een doodlopende weg ingeslagen en lijkt nu pas tot het volle besef te komen wat dat inhoudt. Het bezint zich nu op een list. Maar het is een merkwaardige list die bedrieglijk aanvoelt als het met veel expertise, energie, geld en betrokkenheid gerestaureerde antieke Chinese behang alsnog zou moeten verhuizen naar een andere locatie. Waarom is die beslissing niet in 2011 genomen en in de haalbaarheidsstudie van 2010 voorgesteld? Maar die haalbaarheidsstudie kiest juist expliciet voor behoud: ‘De aanwezigheid van de antieke (Chinese) behangsels vormt een belangrijke factor waarmee rekening moet worden gehouden in het gebruik. Het behang is onlosmakelijk verbonden met het landhuis en dient goed geconserveerd en beschermd te worden (ook tegen extra licht en warmte van lampen). De verantwoordelijkheid en deskundigheid ten aanzien hiervan ligt hier bij het Centraal Museum. De behangsels hebben een hoge, onvervangbare educatieve en esthetische waarde. Ze zeggen iets over de plek waar ze definitief zijn geplaatst, te weten het park, het bos en het huis.

Foto 1: Schermafbeelding van deel BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2019, NUMMER 13 door wethouder Anke Klein, gemeenteraad Utrecht, 19 februari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarOnderzoek Armando Museum roept vragen op’ van George Knight, 13 december 2010.

College Utrecht geeft filmtheater ’t Hoogt het voordeel van de twijfel. Ondanks onzekerheden over haalbaarheid en financiën

with one comment

Er zit enige beweging in de verhuizing van het ’t Hoogt. Op 31 december 2018 sloot het oudste filmtheater van het land de deuren in de Utrechtse binnenstad. In een commentaar van 13 april 2018 schreef ik: ‘Want hoe logisch is het dat een filmtheater dat al decennia niet meer kan voldoen aan de standaard van een gemiddeld filmtheater de hogere lat van een Podium voor Film en Beeldcultuur wel weet te halen? Of anders gezegd, waarom is die verdieping en verbreding de afgelopen jaren al niet op de huidige locatie voorbereid en uitgevoerd? Het valt dan ook te betwijfelen of een ‘reset’ voor ’t Hoogt de oplossing zal brengen. De beleidsmakers van de gemeente en de subsidiegevers dienen de juiste diagnose te stellen. Aan de hand van de geschiedenis en het karakter van ’t Hoogt kunnen ze proberen te begrijpen wat het scharnierpunt is. Ze kunnen dan ook antwoord op de vraag vinden of een ‘reset’ geen middel is om de huidige malaise te verhullen. Als daarnaast ook nog eens het centrum verlaten wordt waar in Utrecht het meeste publiek en de juiste atmosfeer te vinden is voor arthouses, dan kondigt zich een nieuwe ramp aan.’ In een raadsbrief van 5 februari 2019 geeft wethouder Klein ’t Hoogt het voordeel van de twijfel. Mijn reactie bij het artikel in DUIC:

Het is prima als een gemeentelijke culture instelling subsidie krijgt. Voor ’t Hoogt is dat geregeld in de cultuurnota 2017-2020. De subsidie bedraagt € 410.631 per jaar.

Dat advies zegt: ‘De betekenis van ’t Hoogt komt voornamelijk tot uiting in de nicheprogrammering van kwetsbare films, die een aanvulling vormt op de programmering van commerciële bioscopen in Utrecht. Samen met de educatie-activiteiten en programma’s ontsluit ’t Hoogt op deze manier een bijzonder filmaanbod. Zonder het filmhuis zou een groot aantal films niet op een groot scherm toegankelijk zijn voor het Utrechtse publiek. De adviescommissie vindt dit een onmisbare component van het Utrechtse cultuuraanbod.

Volgens de adviescommissie zit de (meer)waarde van ’t Hoogt in het vertonen van ‘kwetsbare films’ op een groot scherm van een filmtheater. Maar zoals bekend heeft ’t Hoogt de deuren gesloten en is het (voorlopig) geen fysiek theater meer. Zoals dat heet, het is nomadisch en heeft tijdelijk geen vast onderkomen meer. Dat houdt in dat het op dit moment niet kan voldoen aan wat volgens de adviescommissie die tot de jaarlijkse subsidie van € 410.631 leidde de belangrijkste taak is.

Het is voor het draagvlak bij de Utrechtse bevolking niet goed als een culturele instelling subsidie krijgt voor een kerntaak waar het door omstandigheden (tijdelijk) niet aan kan voldoen.

Een en ander roept vragen op over de bestuurlijke kwaliteit van directie en bestuur van ’t Hoogt. Want de sluiting van ’t Hoogt op de locatie ’t Hoogt was al langer bekend en kwam niet uit de lucht vallen. Directie en bestuur hebben nagelaten daar op te anticiperen met een alternatieve, degelijke programmering. Vergelijkbaar met museum Boijmans die ook een bestaande locatie (voor wellicht 7 jaar) moet verlaten en dat zorgvuldig en tijdig heeft voorbereid in het programma ’Boijmans bij de Buren’.

Wie nu zoekt op de site van ’t Hoogt naar voorstellingen ziet dat er in februari 2019 geen en in maart 2019 slechts drie voorstellingen staan geprogrammeerd. Maar niet alleen de slechte voorbereiding van directie en bestuur wekt verwondering, ook de opstelling van het gemeentebestuur. In een raadsbrief van 5 februari 2019 zegt cultuurwethouder Klein over de adviescommissie: ‘De commissie constateert ook dat de organisatie nog stappen moet zetten om dé speler te zijn op het gebied van alle vernieuwende vormen van beeldvertoning en adviseert daar ook tijd voor te nemen in deze transitiefase.’

Tijd nemen? Maar ’t Hoogt heeft al zoveel tijd genomen. Of liever gezegd, tijd laten passeren. Voor een professionele culturele instelling die het eerste filmhuis van Nederland was en al 46 jaar bestaat wordt door het gemeentebestuur de lat wel erg laag gelegd. Waarom neemt het gemeentebestuur ’t Hoogt niet serieuzer?

Directeur Rianne Brouwers lijkt er vanuit te gaan -en dat is ook begrijpelijk vanuit haar functie- dat een haalbaarheidsstudie zal aantonen dat ’t Hoogt op een nieuwe locatie in het Werkspoorgebied levensvatbaar is. Maar als het een objectief, onafhankelijk onderzoek is waarvan het college de aanbevelingen serieus neemt, is het nog maar de vraag of er sluitend ondernemeningsplan uitrolt. Brouwers uitspraak dat de nieuw locatie ‘geografisch in het midden van Utrecht ligt’ doet het ergste vrezen over haar realiteitszin.

De Utrechtse raad heeft vanaf 2010 geworsteld met een andere excentriek gelegen culturele instelling die het moest hebben van (inkomsten uit) bezoek waarvan onderzoeken aantoonden dat die door die ligging niet levensvatbaar was: landhuis Oud Amelisweerd waar het MOA werd gevestigd. College en raad sloegen de waarschuwingen in de wind. Of liever gezegd, ze hoopten dat door onvoorziene omstandigheden het tij zich ten goede zou keren. Maar dat gebeurde niet. In 2018 ging het MOA failliet en werden alle breed uitgemeten waarschuwingen bewaarheid.

Wensdenken kan het zicht op de realiteit vertroebelen. Het gebeurde met het MOA en kan met ’t Hoogt gebeuren. In elk geval als ’t Hoogt de kerntaak van het vertonen van kwetsbare films op een groot scherm wil blijven vervullen die de adviescommissie als onmisbaar ziet.

Het is aan het gemeentebestuur om een goede afweging te maken en de feiten eerlijk te wegen. Op dit moment zijn er nog veel onzekerheden over de levensvatbaarheid en haalbaarheid van ’t Hoogt als publieksinstelling in het Werkspoorgebied.

Weliswaar kan het gemeentebestuur ‘vertrouwen’ uitspreken in ’t Hoogt en hopen dat het de stappen die het nog moet zetten ook werkelijk en op de juiste manier zet, maar de beslissing moet niet bepaald worden door wensdenken, maar door de soliditeit van het ondernemingsplan, inclusief de sterkte van het weerstandsvermogen. Want met het schooien om geld aan het eind van het jaar vanwege een dreigend faillissement verspeelde het MOA bij alle partijen de goodwill die het had. Het zou verstandig zijn dat het college een bijkomende eis stelt en bedingt dat het ondernemingsplan van ’t Hoogt de opbouw van een duurzaam reservefonds vanuit de lopende inkomsten bevat.

Een financiële en bedrijfskundige toets moet daarbij niet alleen kritisch bekeken worden, maar in de politieke besluitvorming beslissend zijn. Het college moet zich in de tussentijd ‘mentaal’ en persoonlijk niet binden en de mentale en politieke afstand nemen voor zowel een negatief als een positief besluit over de subsidie van ’t Hoogt vanaf 2020. Als het haalbaarheidsonderzoek achteraf een wassen neus blijkt te zijn  geweest, of als het college de belangrijkste aanbevelingen ervan niet overneemt, dan beschadigt dat het draagvlak voor kunst en cultuur in Utrecht. Die geloofwaardigheid staat op het spel en gaat verder dan het belang van ’t Hoogt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFilmtheater ’t Hoogt verhuist naar pand Central Studios’ op DUIC, 5 februari 2019.

College Utrecht wil MOA subsidie geven. Ondanks toezegging raad dat niet te doen en in de Voorjaarsnota met scenario’s te komen

with 3 comments

In december 2010 verscheen hier het eerste stuk over Museum Oud Amelisweerd (MOA). Toen nog ‘Armando Museum’ genoemd. Dat zette vragen bij de integriteit van een ‘haalbaarheidsonderzoek’ dat veel overhoop gooide, maar de haalbaarheid niet echt toetste. Het was een schijnonderzoek. Het gebrek aan objectiviteit gaf het een ingeweven groen licht. Merkwaardig is dat zes jaar later het openbaar bestuur nog steeds van incident naar incident hobbelt, niet het idee geeft grip op dit dossier te hebben en de besluitvorming laat bepalen door externe partijen. Voor echte democraten is dat triest en onbegrijpelijk tegelijk. Zes jaar later wordt nog steeds niet voldoende de vraag gesteld wat de logica van het MOA is en welke toegevoegde waarde het biedt.

Afgelopen weekend bezocht ik de nu lopende tentoonstelling over Lodewijk Napoleon en schrok van het gebrek aan niveau. Van de kwaliteit en selectie van de bruiklenen, de kunsthistorische onderbouwing en de logica en relevantie van de tentoonstelling. Het was in mijn ogen een Nederlands museum onwaardig en de investeringen niet waard. Of liever gezegd, de investeringen in het vastgoed verdienen een betere exploitant die meer waar voor zijn geld biedt. Opvallend aan het dossier MOA is dat door het openbaar bestuur van de gemeenten Amersfoort en Utrecht de vraag naar de kwaliteit van de wetenschappelijke staf nooit is gesteld. Of afdoende beantwoord. Waar is de openbare procedure voor de directeur te vinden, wie waren de kandidaten, hoe verliep de procedure precies en welke eisen werden er aan de kandidaten gesteld? Het is niet terug te vinden, zoals veel over de besluitvorming van het MAO niet terug te vinden is. Want het is een dossier van de voldongen feiten die zich grotendeels aan de democratische controle onttrok. Met als gevolg dat het beoogde einddoel nooit centraal werd gesteld omdat het over procedures, uitruil van belangen en politieke deals ging.

En het gaat maar door, zoals een interview met de Utrechtse cultuurwethouder Kees Diepeveen (GroenLinks) in het AD verduidelijkt:

moa1

Waar de haast vandaan komt is een raadsel. Het college heeft een eigen dynamiek en hoeft zich niet te voegen in de dynamiek van externen. Diepeveen suggereert dat het college op dinsdag 20 december beslist om een subsidie van 75.000 euro aan het MOA te verlenen, maar dat is in strijd met afspraken zoals onder meer bleek uit antwoorden op raadsvragen van Aline Knip (D66) en André van Schie (VVD) uit november 2015. Het college heeft de Utrechtse gemeenteraad toegezegd om geen subsidie te verlenen in de exploitatie van het MOA.

moa2

Uit dit antwoord van het college blijkt dat als het MOA de exploitatie niet rond krijgt de gemeente Utrecht een nieuwe bestemming kiest. Dus een andere exploitant zoekt. Dat valt binnen de strekking van motie 188 van november 2016 (zie onder) waarin de Utrechtse raad het college vraagt om ‘een toekomstbestendige en realistische openstelling van het landhuis Oud Amelisweerd’. Dat beperkt zich dus niet tot financiële steun aan de ‘noodlijdende’ exploitant Stichting MOA. De motie vraagt het college een en ander in de Voorjaarsnota 2017 uit te werken. Wethouder Diepeveen heeft zich te houden aan eerdere toezeggingen aan de raad die hem verbieden om het MOA subsidie te verlenen en de opdracht om in de Voorjaarsnota verschillende scenario’s te overleggen. Hoe deze verplichtingen zich verhouden tot zijn suggestie om het MOA direct of indirect voor 1 januari 2017 een subsidie van 75.000 euro te verlenen is een nieuw raadsel in dit dossier. Het jaarlijkse exploitatietekort van het MOA bevindt zich overigens al sinds de opening in 2014 boven de 200.000 euro. Dus wat de 75.000 euro die nu van Utrecht gevraagd wordt daar structureel aan verandert is de vraag.

moa3

Foto 1: Schermafbeelding van deel interview met wethouder Kees Diepeveen in het AD, 18 december 2016.

Foto 2: Raadsvragen en antwoorden van Aline Knip en André van Schie, 13 november 2015. Gemeente Utrecht.

Foto 3: Schermafbeelding van motie 188, 10 november 2106. Gemeente Utrecht.

Utrecht geen Culturele Hoofdstad: Trust The Future Create Your City

with 6 comments

MG_0068

In november 2010 was het volgende te lezen in de rapportage haalbaarheidsonderzoek ‘De Wegh der Weegen‘ over rijksmonument Oud-Amelisweerd te Bunnik: ‘De vestiging van het Armando Museum in Oud Amelisweerd is een belangrijke bijdrage aan de ambities van Utrecht in het licht van de Vrede van Utrecht in 2013 en Utrecht Culturele Hoofdstad van Europa in 2018.’ Nu blijkt dat Utrecht van de vijf kandidaten samen met Den Haag niet doorgaat naar de tweede ronde. Eindhoven, Maastricht en Leeuwarden gaan wel door.

Uit hun reacties blijkt dat Utrechtse verantwoordelijken het verlies nog niet hebben verwerkt. Wethouder Cultuur Frits Lintmeijer is onnavolgbaar: ‘Laat ik om te beginnen zeggen dat Utrecht een – zo niet dé – Europese stad van kennis en cultuur blijft. Met en zonder de titel culturele hoofdstad.’ Waarschijnlijk is-ie de enige die Utrecht nu ‘dé Europese stad van kennis en cultuur’ noemt. Gedeputeerde Mariëtte Pennarts is even onnavolgbaar: ‘Ik betreur het oordeel van de jury, maar constateer tegelijkertijd dat werken aan het bidbook heel veel energie en ideeën heeft opgeleverd hoe stad en regio cultuur kunnen inzetten bij hun toekomstige ontwikkeling. We gaan het merken dat 2000 mensen hebben meegewerkt aan het Utrechtse bidbook.

Er hebben dus maar liefst 2000 mensen aan een bidbook gewerkt dat deels verspilde moeite is. De kosten van het projectbureau en de onkostenvergoedingen hadden ook anders besteed kunnen worden. Bij een andere prioritering. Alle energie, kosten en ideeën hadden directer op de kunstenaars gericht kunnen worden. Zonder tussenschakel van projectbureau en stadspromotie waarvan nu blijkt dat de plannen en presentaties van het Utrechtse bidbook onvoldoende gewaardeerd werden. Volgens RTV Utrecht heeft Utrecht al 1,2 miljoen euro aan promotie voor de Culturele Hoofdstad 2018 uitgegeven. Een deel van de middelen had naar de reguliere cultuurbegroting kunnen stromen met zicht op betere resultaten. En een betere beeldvorming van de stad.

Behalve de plannen over Utrecht Culturele Hoofdstad 2018 zijn nu ook argumenten en onderbouwingen over Oud-Amelisweerd doorgeprikt. De bestuurlijke behandeling heeft uitgewezen dat het primair een onroerend goed project was en dat de bestemming daaraan ondergeschikt werd. Het tonen van ambities is goed als het realistisch gebeurt, dat kan iets of iemand boven zichzelf doen uitstijgen. Maar als ambities als argument dienen om projecten te realiseren dat komt de politiek terecht in het domein van het wensdenken. De Utrechtse raad moet die ambities nog maar eens evalueren om er lering uit te trekken voor de toekomst.

PS: Op 30 november vierde CBK Utrecht de slotavond. Door het intrekken van overheidssubsidie gaat het dicht. ‘Tussen het gesloten wereldbeeld van BAK en het gebrek aan focus van het Centraal Museum wist het een perfecte middenweg te vinden. Ook interessant voor een breed publiek‘. Zie ‘CBK Utrecht verdwijnt om politieke redenen‘.

Foto: Promotie Utrecht Culturele Hoofdstad 2018: ‘Trust The Future Create Your City‘.

Wethouder Lintmeijer loopt risico door Oud-Amelisweerd

with 4 comments

Na het AD op 17 februari is De Volkskrant op 22 februari de tweede landelijke krant die kritische aandacht besteedt aan de huisvesting van de Armando Collectie in Oud-Amelisweerd. Jammergenoeg worden oude misverstanden niet verklaard, maar juist bevestigd. Feit dat het stukje verschijnt is daarom het grootste nieuws. Niet wat er staat. Onbedoeld problematiseert het de stand van zaken in de Nederlandse journalistiek.

Charlotte Hulsman schetst de toenemende kritiek in de Utrechtse raad. Zij noemt de onlogische combinatie van Armando en Oud-Amelisweerd en de optimistische inschatting van bezoekersaantallen, maar laat het wantrouwen jegens onderbouwing van het ondernemingsplan en gezonde exploitatie ongenoemd. Zoals dat in de voltallige Amersfoortse raad is geuit. Hulsman laat eveneens na de aangescherpte voorwaarden te noemen.

Welke misverstanden worden bevestigd? Wethouder Lintmeijer komt voor de zoveelste keer met de foute bewering dat het landhuis al twintig jaar leegstaat. Zijn vermenging van oorzaak en gevolg lijkt steeds meer op kwade opzet. Sinds 1990 wordt Oud-Amelisweerd beheerd door het Centraal Museum met de bedoeling het te ontsluiten. Maar door een grootschalige restauratie kon het huis niet optimaal opengesteld worden. Toen de rigoureuze ingrepen tenslotte achter de rug waren kwam ‘toevallig‘ het Armando Museum langs.

Lintmeijer stelt over de belangenverstrengeling en liefdesrelatie tussen directeur Jacobs van het Centraal Museum en Ploum van het Armando Museum dat Jacobs hem dat meteen gemeld heeft. Als dit betekent dat Jacobs dit in zijn eerste gesprek met Lintmeijer na de bestuursopdracht deed, dan pleit dit Jacobs vrij. Maar het zadelt de wethouder met problemen op. Vraag is of een meerderheid van de raad dit wil onderzoeken.

Lintmeijers opmerking dat-ie het voorstel van Jacobs voor het Armando Museum ‘puur zakelijk‘ heeft beoordeeld is irrelevant. Evenals het feit dat-ie Jacobs uit werkgroepen heeft gehaald. Wat trouwens de vraag oproept of Jacobs de belangen van zijn museum nog optimaal kon behartigen. Hoofdtaak van een directeur. MaarZelfs als Oud-Amelisweerd de beste optie zou zijn en beide partners op afstand gezet zouden zijn was er al een ethische code doorbroken in de eerste fase en zouden de plannen afgebroken moeten worden. 

Lintmeijer ziet Museum Oud-Amelisweerd met de Armando Collectie als een gegeven paard, vanwege ‘de enorme zak geld die is meegegeven voor de exploitatie‘. Hij probeert hiermee twee zwakheden in zijn betoog te verhullen: 1) de exploitatie bevat volop onrealistische aannames en is niet rooskleurig, zeker niet vanaf 2016; 2) haalbaarheid van de bestemming gaat boven noodzaak en inhoudelijke toetsing. Lintmeijer weigert het paard in de bek te kijken en staat dat anderen evenmin toe. Zijn opmerking dat de huisvesting van de Armando Collectie een gegeven is zou een zelfbewuste raad aan het denken moeten zetten. Wie beslist?

Toevoeging: Een overzicht van de inventarisatie van knelpunten van de huisvesting van de Armando Collectie in rijksmonument Oud-Amelisweerd is hier te lezen. Intussen geeft het Amersfoortse college Fons Asselbergs opdracht om een bestemming te zoeken voor vier ‘culturele iconen‘, waaronder de herbouwde Elleboogkerk.

Foto: Artikel ‘Rauwe kunst in antieke ruimte’ van Charlotte Hulsman in De Volkskrant van 22 februari 2012

Amersfoort laat zich Oud-Amelisweerd inrommelen

with 2 comments

Altijd lachen met de politiek. Op maandag zegt het A en op dinsdag B. Maar als het vertrouwen in de politiek afneemt dan is dat de schuld van de calculerende burger. Ik heb me afgewend van deze politieke partijen. Los van het feit dat slechts 2% van de bevolking er lid van is en ze alle functies in het openbaar bestuur voor zichzelf claimen. Met een variatie op de slogan van de Occupy-beweging over 1% haves en 99% have nots. 

In Amersfoort krijgt de soap rond het Armando Museum absurde trekken. Het college stemt ondanks alle bezwaren toch in met een miljoen bruidsschat. Coalitie noch oppositie zien trouwens veel in de onderbouwing voor een nieuw op te richten Museum Oud-Amelisweerd in een Bunniks rijksmonument. Maar ze willen zich er ‘niet in mengen’. De VVD speelt het het allerbelabberts. Woordvoerder Cultuur Hetty Hessels zegt op maandag het Armando Museum geen miljoen mee te willen geven en stemt er op dinsdagavond mee in.

Staat de Amersfoortse raad zich nog echte reflectie toe? Kansen om de opbouw van de Amersfoortse museumsector breed te bespreken zijn gemist. Nu dreigen claims van AiC en laat het college zich blijkbaar bang maken. Wie de openbare stukken terugleest ziet slechts intentieverklaringen en toezeggingen onder voorbehoud, maar nergens formele besluiten. De toekenning van het miljoen tekent dus een democratisch tekort omdat besluitvorming een projectie wordt van het voortraject. Da’s vanaf het begin het bestuurlijk falen geweest. Intenties en verkenningen wegen uiteindelijk zwaarder dan een open besluitvorming zonder last.

Met dit miljoen is de huisvesting van de Armando Collectie in Oud-Amelisweerd nog niet definitief. Er is maatschappelijke tegenstand zoals van de omwonenden van de Buurtschap. Ze pleiten voor organische groei. Ook kunstliefhebbers zien weinig in de combinatie Armando en een 18de eeuws landhuis. Het zal van een onthutsende lelijkheid zijn. Erfgoedmensen verbazen zich over de logica om een publieksmuseum in zeldzaam erfgoed te huisvesten. Ethici verbazen zich over de bestuursopdracht van wethouder Lintmeijer die Edwin Jacobs bij zijn partner Ploum deed uitkomen. Utrecht moet in college en raad dit dossier nog afronden. Hopelijk weten zij wel tot een fundamenteel debat te komen. In Amersfoort is het tot nu toe niet gelukt.

Er is nog veel meer aan te merken op de huisvesting van de Armando Collectie in Oud-Amelisweerd. Steeds weer wreekt zich het feit dat men niet begonnen is met een inhoudelijk debat over wenselijkheid, noodzaak en logica. Maar deze kritiek kent geen focus en geen forum. De politiek verzaakt haar maatschappelijke plicht en concentreert zich op zichzelf. En voelt zich immens belangrijk omdat het zichzelf vertegenwoordigt.

Foto: Draaimolen op de kermis