Leg uitvoering van vaccinatieprogramma bij landelijke organisatie en zet kabinet op afstand

Schermafbeelding van artikelTientallen ouderen met afspraak toch zonder prik weggestuurd; GGD maakt excuses’. BD, 7 april 2021.

Nog maar eens over het mislukte vaccinatieprogramma van Nederland. Hoewel ze het omgekeerde suggereren ontbreekt het gevoel van urgentie bij zowel minister Hugo de Jonge en premier Mark Rutte als de uitvoerende instanties zoals de GGD. Huisartsen lijken praktischer en minder ambtelijk te handelen.

Het kabinet Rutte III legt nu al ruim een jaar strenge maatregelen ter bestrijding van de pandemie op omdat de situatie ernstig is, maar handelt daar vervolgens zelf niet naar. Dat verschil tussen schijn en wezen wordt steeds opvallender. Het ondermijnt het vaccinatieprogramma en geeft de critici ervan onnodig wind in de zeilen.

De uitleg die gegeven wordt voor het gebrek aan voortgang is tweeledig. Er zijn te weinig vaccins en de zorgsector is nodeloos verdeeld en verkaveld zodat er niet eensgezind en krachtig opgetreden kan worden. Dat is allebei waar, maar is toch niet een sluitende verklaring.

Er had met speciale bestuurlijke regelgeving een landelijke organisatie opgetuigd kunnen worden die met een ruim mandaat alle versnippering had kunnen bestrijden. Voor het geval de vaccins in ruime mate voorhanden zijn. Nu blijven trouwens al nodeloos veel vaccins op de plank liggen. Nu werkt de regelgeving juist de andere kant op. Het haalt het tempo uit het programma.

Schermafbeelding van artikelTientallen ouderen met afspraak toch zonder prik weggestuurd; GGD maakt excuses’. BD, 7 april 2021.

Iedereen die liever slim dan dom is, begrijpt waarom het kabinet Rutte III het zo ingewikkeld maakt en zichzelf zo belangrijk acht in een kwestie die om een doelmatige uitvoering draait. Oudere echtparen die iets in leeftijd verschillen kunnen niet gezamenlijk gevaccineerd worden omdat de jongste partner nog niet in aanmerking komt. Wat door onduidelijke communicatie niet eens duidelijk is. Dat is onpraktisch, voor zowel het programma als de mensen die gevaccineerd moeten worden. Van de andere kant worden gezonde, jongere partners (in de leeftijd van 60 tot 65 jaar) van echtparen eerder gevaccineerd dan hun oudere partners. De logica is volledig zoek.

Onbegrijpelijk is dat door de regelgeving van de rijksoverheid van bovenaf alles is dichtgetimmerd. Maar nog onbegrijpelijker is dat dit al maanden duurt en minister De Jonge, premier Rutte en de uitvoerende instanties van hun fouten niets hebben geleerd. Ze beloven elke keer beterschap, maar dat zijn lege woorden. Rutte en De Jonge lijken de persconferenties waarin ze mededelingen doen over de maatregelen vooral te gebruiken om zichzelf te profileren. Waarbij het trouwens de vraag is of de langdradige en wollige De Jonge daar veel mee opschiet.

Uiteraard is het voor elke leider waar ook ter wereld improviseren. Het is niet erg dat er fouten worden gemaakt, want dat is onvermijdelijk in een pandemie van deze grootte en uniciteit, het is erg dat de top van de Nederlandse politiek niet van haar fouten leert.

De oplossing is simpel. Zet het ministerie van Volksgezondheid op afstand omdat de politisering van het vaccinatieprogramma alleen maar verwarring zaait. Dat schaadt de vaccinatiebereidheid. Over AstraZeneca en de prioriteit wie als eerste aan de beurt is. Minister De Jonge heeft om politieke redenen adviezen van de Gezondheidsraad naast zich neergelegd en heeft zich tot een sta in de weg gemaakt. De Jonge is ruis en zorgt voor onnodige verwarring. Zijn vermeende onmisbaarheid is geen excuus om hem niet te vervangen en zijn taken die verband houden met de bestrijding van de pandemie rechtstreeks naar de chef van een landelijke uitvoeringsorganisatie over te hevelen.

Tuig een landelijke, militaire operatie op die op een flexibele manier in snel tempo alle Nederlanders oproept om zich te laten vaccineren. Besef de urgentie. Vaccineer met mobiele teams mensen die niet mobiel zijn aan huis. Hanteer als belangrijkste criterium de leeftijd en vaccineer eerst de ouderen en daarna jongere leeftijdsgroepen die per 10 jaar zijn ingedeeld. De trieste constatering is dat Nederland de capaciteit, de infrastructuur en de kennis heeft om dat te doen, maar dat die niet wordt benut. Wat op dit moment ontbreekt zijn de commandostructuur en voldoende vaccins. Maar dat laatste komt eind april beschikbaar. Dan dient er tempo gemaakt te worden. Tot die tijd kunnen de vaccins die nu op de plank liggen verspreid worden.

De huidige stagnatie van het vaccinatieprogramma die leidt tot een daling van de vaccinatiebereidheid onder de bevolking is in tegenspraak met de claim van de coalitiepartijen dat het kabinet Rutte III demissionair is, behalve op het gebied van de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Premier Rutte claimde in januari 2021 dat de bestrijding onverminderd door zou gaan. Maar voor de bestrijding van de pandemie was het kabinet helemaal niet nodig geweest als er tijdig een onafhankelijke organisatie was opgetuigd. Premier Rutte en minister De Jonge zitten een doelmatig vaccinatieprogramma alleen maar in de weg. Nu al een jaar lang.

Rutte versus Wilders: Wat is het tegengif tegen de eigenbaat van de partijpolitiek die tot een verzwakte overheid leidt?

Met velen verbaas ik me al weken over de traagheid van de campagne om zorgmedewerkers, kwetsbare ouderen en andere risicogroepen te vaccineren. Het komt maar niet van de grond en het kabinet geeft de indruk de urgentie van snel prikken niet in te zien. In Europa bungelt Nederland onderaan als een van de landen dat het langzaamst op gang komt, terwijl de uitgangspositie vergeleken met sommige andere landen goed is. Wat gaat hier mis?

De reden voor deze labbekakkerigheid is niet duidelijk. Komt het door de tot op het bot uitgeklede ‘gerationaliseerde’ gezondheidszorg waar alles om de kosten draait? Komt het door de versnippering van verantwoordelijkheden binnen de zorgsector? Komt het door het disfunctioneren van de GGD’s? Komt het door het gebrek aan improvisatievermogen van alle betrokkenen en de doorgeslagen regelgeving die verlamt? Komt het door een disfunctionele minister Hugo de Jong die altijd meer belooft dan levert? Of komt het door een combinatie van deze aspecten die tot een perfecte storm van onvermogen en ontbrekende resultaten leidt?

De vraag is actueel omdat zich een tweede beleidsterrein aankondigt waar het opnieuw mis dreigt te gaan nu zich daar nieuw werk aan de winkel aankondigt. Namelijk het zo goed als onbestuurbare ministerie van Justitie en Veiligheid dat de afgelopen jaren zoveel brekebenen in de top had. Veelal laconieke VVD’ers die geen grip op de materie kregen. Het gaat om de opsporing en berechting van de relschoppers van de zwaarste rellen in 40 jaar en de analyse van de netwerken en geldstromen die de simpele geesten rijp hebben gemaakt om vernielzuchtig en opstandig de straat op te gaan.

Het valt te vrezen dat net als in de zorgsector de aanpak bij Justitie en Veiligheid zal falen. Hoewel de Nederlandse inlichtingendiensten internationaal goed bekend staan, is het nog geen uitgemaakte zaak dat de anonieme organisatoren van de demonstraties en vernielingen door hen in kaart zijn gebracht én als dat zo is of ze bereid zijn om hun informatiepositie bekend te maken door daarmee in de openbaarheid te treden voor de onderbouwing van de aanklachten. De opmerking van premier Rutte dat de overheid het niet alleen kan en de burgers mee moeten helpen om relschoppers aan te geven doet vermoeden dat het kabinet streeft naar aanklachten waarvoor burgers informatie leveren zodat de informatie van de veiligheidsdiensten geheim kan blijven en uitsluitend als dubbelcheck voor die burgeraanklacht dient.

De Nederlandse politie staat bekend als slecht georganiseerd aan de top met vooral strijd over competenties, overbelast en te klein in capaciteit. Dat leidt tot ophelderingspercentages die vergeleken met identieke buitenlandse regio’s opvallend laag zijn, hoewel de oorzaak daarvoor niet eenduidig te geven is. Het OM dat gaat over de strafvervolging deelt ook in de malaise. De Nederlandse politie staat dicht bij de burger, maar dat heeft als nadeel dat de drempel voor kwaadwillenden om geweld tegen de politie te gebruiken laag is vanwege het ontbrekende afschrikkingseffect. Een relschopper die weet dat hij hard aangepakt wordt en voor lange tijd achter de tralies verdwijnt past wel op om tijdens rellen een winkel te plunderen of een ziekenhuis te bestoken, zoals in Enschede gebeurde en in Den Bosch op het nippertje voorkomen kon worden.

Men zou hopen dat binnen de overheidsdiensten in een relatief stabiele politieke omgeving iedereen gewoon zijn of haar werk kan doen. Niet afgeleid door groteske hervormingsplannen, verlammende regelgeving, partijpolitieke spelletjes of te ver doorgevoerde bezuinigingen. Maar niet alleen doet de overheid niet wat het belooft, het geeft ook de tegenkrachten die de overheid af willen breken alle munitie om te scoren. Met als boegbeelden de stuntelende en beschadigde ministers Hugo de Jonge (CDA) en Ferd Grapperhuis (CDA) die in de marge van de electorale aanval van het CDA op de VVD dubbel zo irrelevant lijken. De realiteit is dat PVV-leider Geert Wilders daardoor makkelijk kan scoren.

In Nederland is de meerderheid aan burgers welwillend, ook wat de coronamaatrdegelen betreft, maar weet de overheid die steun niet te verzilveren doordat het die burgers uiteindelijk teleurstelt door de verbinding met hen geen prioriteit te geven. Daarnaast is de communicatie van de rijksoverheid over COVID-19 slecht doordacht, onlogisch en onduidelijk. De partijpolitiek van VVD, CDA, D66, PVV en andere partijen verkeert in zichzelf en vecht de strijd uit in het eigen reservaat Het Binnenhof. Een slecht voorbereid vaccinatieprogramma en een veiligheidsbeleid dat van incidenten aan elkaar hangt zijn gevolgen van een haperende overheid.

Deze vraag zou in een goed functionerende democratie niet gesteld hoeven worden omdat die beschamend, maar toch actueel is. Namelijk doen de tegenkrachten (Wilders en dergelijke) meer schade aan aan de overheid dan degenen die op dit moment de overheid besturen? Ik weet het antwoord niet.

Foto: Still uit Frankenstein (1931) met links Boris Karloff als Frankenstein.