Roemers uitspraken over Bouterse kloppen niet met verslag van jury van Prijs der Nederlandse Letteren die haar inzicht in de grote geschiedenis toedicht

Schermafbeelding van deel artikel ‘Advocaat Spong over schrijfster Astrid Roemer: ‘Ze is niet goed snik” op DBS, 6 augustus 2021.

Er is kritiek op politieke uitspraken van de Surinaamse schrijfster Astrid Roemer die in Brussel in oktober 2021 de Prijs der Nederlandse Letteren 2021 ontvangt. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van € 40.000. Het juryverslag zegt: ‘Haar werk is onconventioneel, poëtisch en doorleefd. Roemer slaagt erin thema’s uit de recente grote geschiedenis, zoals corruptie, spanning, schuld, kolonisatie en dekolonisatie, te verbinden met de kleine geschiedenis, het verhaal op mensenmaat‘.

De kritiek gaat erover dat Roemer de voormalige Surinaamse president en oud-legerleider Desi Bouterse een moordenaar weigert te noemen. Volgens DBS zei Roemer op haar FB-pagina dat Bouterse zelf alle betrokkenheid bij de moorden ontkent. Roemer meent ook dat er geen bewijs is dat hij ‘daadwerkelijk een of meerdere moorden heeft gepleegd‘.

Schermafbeelding van deel artikel Surinaamse schrijfster Roemer: ‘Ik weger Desi Bouterse moordenaar te noemen‘ op DBS, 5 augustus 2021.

De critici zeggen dat Roemer geen verstand heeft van het recht en het uitgebreide vonnis van de Krijgsraad niet begrijpt. Dat vonnis onderbouwt dat Bouterse medeplichtig is aan de moorden en daarom strafrechtelijk aansprakelijk is. Ook is Roemers argument merkwaardig dat zij Bouterse gelooft als hij zegt dat hij niet betrokken was bij de moorden. Het is juist de rechtbank die objectief heeft vastgesteld dat Bouterse wel betrokken is. Feitelijk verwerpt Roemer met haar uitspraken de legitimiteit van de Surinaamse rechtsstaat.

De oproep aan de Prijs der Nederlandse Letteren om Roemer vanwege haar politieke uitspraken de prijs in oktober 2021 niet feestelijk uit te reiken is onverstandig. Want voor haar politieke kennis of overtuiging heeft ze deze prijs niet ontvangen, maar vanwege haar literaire talent. Het is ongepast om iemand te cancellen vanwege een politieke mening. Juist nu moeten we daar uitermate voorzichtig mee zijn.

Toch wringt er iets als Roemer in het juryverslag wordt geroemd als iemand die in haar werk erin slaagt de recente grote geschiedenis te verbinden met de kleine geschiedenis. Deze affaire maakt duidelijk dat Astrid Roemer een beperkt inzicht heeft in de grote geschiedenis. Met haar uitspraken zet Roemer niet zozeer zichzelf te kijk als iemand die weinig verstand heeft van het recht, de rechtsstaat en de actuele politiek van Suriname, maar zet ze de jury te kijk vanwege de verkeerde inschatting van Roemer. Het is een gotspe als zij wordt geroemd als iemand die een thema als corruptie in haar verhalen weet te verbinden, terwijl ze de daden van Desi Bouterse die Suriname heeft gecorrumpeerd relativeert. Dat kan niet allebei waar zijn.

De strijd om het hart van de Nederlandse democratie is ontbrand. Bij een boekbespreking in NRC over Pepijn van Houwelingen

vortrag-burmeister-i-407x600

Het is leerzaam om de tweets van het Burgercomité-EU te lezen, één van de initiatiefnemers van het Oekraïne-referendum dat op 6 april werd gehouden. De sfeer die eruit oprijst is die van verbolgenheid, het zich tekort gedaan voelen, aangedaan onrecht en projectie over wat het volk is en wil. Het leest als een socio-psychologisch verslag van een collectieve dispositie zoals Siegfried Kracauer dat beschreef in From Caligari To Hitler over de Duitse film. Men waant zich verplaatst naar de vroege jaren 1930 van de Weimar-republiek. Alles wordt zonder nuancering of onderbouwing gezegd. Radicale partijen breken vanaf de flanken ieder op hun eigen manier de democratie af. Centrumpartijen worden naar elkaar gejaagd, zodat zelfs GroenLinks of de VVD gematigd lijken. De EU is de boosdoener en vijanden ervan zoals het Kremlin zijn de begenadigden.

Dit trappen tegen de democratie, de democratische instituties en vertegenwoordigers van de democratie wil niet zeggen dat de democratie weerloos en verloren is. Verre van dat. Het besef dat een democratie zich moet verdedigen tegen krachten die de democratie willen ondermijnen zoals die door het Burgercomité, het Forum voor Democratie, GeenPeil, de PVV, de SP of talloze malcontente columnisten worden verwoord is aanwezig. De bewustwording over de weerbaarheid kan nog wel wat worden vergroot. Dat besef breekt langzaam door.

Nieuw is dus dat het centrum wakker is geworden en beseft dat het zich in de publiciteit moet verdedigen tegen de aanvallen vanaf de flanken op de democratie. Dat ontwaken gaat uitermate langzaam en gaat nog niet gepaard met tegenaanvallen die even hard zijn als de aanvallen door de radicalen. Maar het begin is er, zoals een boekbespreking in NRC verduidelijkt. Radicalen hebben niet langer het rijk alleen in het publieke debat. Reacties op Twitter waren voorspelbaar en wijzen erop dat de schoppers tegen de EU en de democratie het nog niet gewend zijn te worden tegengesproken en verantwoordelijk te worden gesteld voor hun uitspraken, in dezelfde mate als zij zelf de vertegenwoordigers van de democratie verantwoordelijk stellen.

De boekbespreking gaat over de roman ‘Oneigentijds’ van Vossius uit 2010. Een pseudoniem waarachter een bestuurslid van het Burgercomité schuilgaat: Pepijn van Houwelingen die met Arjan van Dixhoorn in een interview in NRC stelde: ‘Oekraïne kan ons natuurlijk niets schelen, dat moet u begrijpen’. Deze door Wilmer Heck opgetekende uitspraak werd aanleiding voor het verkennen van een aanklacht door Gerard Spong tegen het Burgercomité op grond van artikel 98 van de Referendumwet dat spreekt over ‘valse voorwendsels’. Als ideeënroman doet het boek denken aan het Gesprek op den Drachenfels (1963) van Geel en Brandt Corstius.

Hecks tekent met Derk Stokmans op dat Van Houwelingen’s roman eerder leest als een politiek essay dan een roman: ‘Sommige uitlatingen van Vossius lijken op een sterk geradicaliseerde versie van de standpunten van zijn geestesvader Van Houwelingen. En er zijn momenten dat Van Houwelingen en zijn personage samenvallen.’ Van Houwelingen houdt de lezer geen spiegel voor, maar doet aan programmatische literatuur met een politiek doel. Met overlappingen met zijn opinie-artikelen en politieke stellingname. Dat is meer dan de oude discussie over literatuur of de mening van een romanpersonage samenvalt met die van de auteur. Dit is politiek in de vorm van literatuur die geen verbolgenheid moet veinzen als het een weerwoord oproept.

De persoon ‘Vossius’ die deels samenvalt met Van Houwelingen wil volgens Hecks en Stokmans de democratie afbreken: ‘In het boek staat ook dat Europa verziekt en verzwakt is door „het mekkeren” over mensenrechten als vrijheid en gelijkheid. En er staat ook dat het Derde Rijk te verkiezen is boven onze samenleving, omdat het, hoe grotesk ook, tenminste nog een hoger doel diende, en daarmee vitaliteit en kracht losmaakte.’

De hoogste tijd dat de democratie zich weerbaar opstelt en zich ten volle bewust wordt van de intenties van types als Pepijn van Houwelingen, Arjan van Dixhoorn, Thierry Baudet of Geert Wilders. Onder het verhullen van hun ware intenties duiken ze met een beroep op ‘het volk’ weg in een fictieve rol, suggereren speelsheid, onschuldigheid en belangeloosheid en menen in een vacuüm te kunnen opereren waarin ze onaantastbaar zijn en alles kunnen beweren zonder persoonlijk verantwoordelijk te worden gesteld voor hun opereren. De boekbespreking maar ook een artikel van Thijs Kleinpaste in De Groene over GeenPeil is het teken ervan dat dit verandert. De strijd om het hart van de Nederlandse democratie is definitief ontbrand. Het centrum moet zich wapenen en kan er niet op vertrouwen dat aanvallen vanaf de flanken de democratie niet ondermijnen.

Foto: Dada.

Rabobank in Nederland strafrechtelijk niet vervolgd voor Liborfraude

Ex-medewerkers van de Rabobank en de Rabobank zelf worden strafrechtelijk niet vervolgd voor de jarenlange manipulatie van de zogenaamde Libor-rente, waar ze zelf beter van werden. Want het Hof oordeelt dat de Rabobank al een boete is opgelegd en dat daar strafrechtelijk niet veel meer aan toe te voegen valt. De NOS legt uit hoe de procedure begon zoals ook het fragment uit februari 2014 toont: ‘Advocaat Gerard Spong begon vorig jaar, namens de stichting Justitia Distributiva en gedupeerde Rabobank-certificaathouders, een procedure om de bank en verantwoordelijke medewerkers vervolgd te krijgen.’  De klagers maakten dus bezwaar tegen de manier waarop het OM de zaak afdeed. In 2013 trof de Rabobank een schikking met Amerikaanse, Britse en Nederlandse toezichthouders van 774 euro, waarvan 70 miljoen in Nederland.

Dit besluit van het gerechtshof in Den Haag voedt de vermoedens dat banken en politiek te weinig afstand tot elkaar bewaren. Weliswaar geeft het gerechtshof in een persbericht toe dat er schade is aangebracht: ‘Het gerechtshof is het met klagers eens dat de rechtsorde en voor de financiële markt en alle deelnemers zo noodzakelijke rust en vertrouwen ernstig zijn geschaad’, maar dat het voorleggen aan de rechter geen toegevoegde waarde meer heeft, het lastig is om de bestuurders van de Rabobank die nalatig hebben gehandeld vast te pinnen op crimineel gedrag, en vervolging van de ex-medewerkers lastig is omdat ze elders als vervolgd worden of dat een strafrechtelijk dossier een hogere mate van zorgvuldigheid vraagt. Het gerechtshof houdt vervolging van ex-medewerkers die nog niet elders vervolgd worden nog open.

Het is lastig te begrijpen dat een bank die het vertrouwen in de rechtsorde en de financiële markt ernstig heeft geschaad door de jarenlange manipulatie van de Libor-rentetarieven hiermee wegkomt. Nu lijkt het alsof de schikking heeft gediend voor het afkopen van de strafrechtelijke vervolging van ex-bestuurders en ex-medewerkers van de Rabobank. In elk geval in Nederland. Het is onverteerbaar voor het rechtsgevoel dat bankbestuurders en managers onder wiens verantwoordelijkheid het Libor-schandaal door nalatig optreden kon gebeuren strafrechtelijk niet vervolgd worden. Er zijn ongetwijfeld juridische bezwaren waarom vervolging lastig is, maar nu wordt het beeld bevestigt dat de wil bij de politiek -die het OM op afstand met een aanwijzing kan aansturen- ontbreekt om bankiers persoonlijk aansprakelijk te stellen voor fraude.