Stemmen op een politieke partij is als het kijken naar een afzichtelijk schilderij

Pim Ras, ‘Kluphuis Oost aan de Galileïstraat doet dienst als stembureau tijdens de verkiezingen voor de Tweede Kamer in september 1989. Medewerkers van het Kluphuis hebben speciaal voor de kiesgerechtigden een expositie van schilderijen ingericht. De kunstwerken zijn gemaakt tijdens een eerdere schildercursus in het buurthuis. Op de achtergrond achter de tafel rechts politicus Theo Schoenmakers.’ Collectie: Beeldbank Schiedam.

Vandaag is het 16 maart 2022, men mag stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dat heb ik gedaan in Utrecht, bij me om de hoek in het gebouw van het College voor de Rechten van de Mens. Van de berichten dat er een tekort was aan bemensing voor stembureaus was niks te merken. Zes mensen ontvingen ons.

Nog nooit heb ik zo tegen mijn zin gestemd op een partij die ik niet zie zitten. Maar ik meen een partij te hebben gekozen die ik het minst niet zie zitten. Dat alleen maar om radicaal-rechts en in mindere mate radicaal-links een tegenstem te geven.

De verkiezingsdebatten waren zoals gewoonlijk het aanhoren niet waard. Zonde van de tijd om je daar mee bezig te houden. Niet alleen omdat landelijke politici zichzelf projecteerden op en katapulteerden naar lokale onderwerpen, wat uiteraard per definitie een mission impossible is.

Mijn kritiek is anders. Wat zou logischer zijn om partijen te vragen hoe ze in de afgelopen vier jaar hebben geopereerd, hoe ze hun programma hebben uitgevoerd en waar en in welke mate ze daarvan zijn afgeweken? Laat ze dat uitleggen. Partijen wordt echter geen verantwoording gevraagd over wat ze wel of niet bereikt hebben. Als er enig moment is om dat te doen, dan is het op het moment dat een zittingsperiode eindigt.

Journalisten zijn jammergenoeg nalatig en gemakzuchtig, en laten politici de ruimte om weg te vluchten in vergezichten, toekomstplannen en het opstellen van onbetaalde rekeningen van een immens vrijblijvend niveau. Zo verandert parlementaire journalistiek bewust in science fiction. Aardig voor de liefhebbers, maar ondergeschikt voor het begrip van de praktische politiek. Niemand die het over vier jaar nog weet, controleert en de uitspraken van nu vergelijkt met de uitspraken van straks.

De foto is ongewild droevig. Godsgruwelijke schilderijen sieren het stembureau. Wat het nog schrikaanjagender maakt is dat ze daar speciaal zijn geplaatst. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk? Goed om als amateur ‘kunst’ te maken, maar val anderen daar niet mee lastig. Dit gaat ook nog eens voorbij aan de neutraliteit van een stembureau. Dat is ongewenst.

Deze schilderijen horen niet thuis in een stembureau. Of juist wel? Platte smaak viert hoogtij op verkiezingsdag. Alles wordt versimpeld. Ik deed er ook aan mee door op een partij te stemmen die, als ik het moest vertalen naar een schilderij, niet veel meer was dan een burlend hert dat met de poten in een zoetig landschap om aandacht vraagt.

Advertentie

Gemeenteraadsverkiezingen: Ik wil per se stemmen, maar weet niet waarop

Verkiezingsbord Utrecht voor gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart 2022. Bron: Oostkrant.

Stel je bent een links-liberale, secularistische vrijdenker, woont in Utrecht en wilt bij de gemeenteraadsverkiezingen stemmen volgens je overtuiging. Ook om radicaal-rechtse partijen als PVV en BVNL, een extreem-rechtse partij als FvD, een radicaal-linkse partij als BIJ1 en varianten van de SP, een dwaallichtpartij als de Piratenpartij waar ik enkele jaren lid van was en religieuze partijen als CDA, Christen-Unie en DENK de pas af te snijden.

Dat is keuze die je maakt als je de overtuiging wilt volgen die geen radicalisme, populisme en godsdienst in de politiek toelaat.

Hopeloos.

Het lukt niet om zo’n partij te vinden. Partijen die op het eerste gezicht in aanmerking komen vallen af. D66 in Utrecht is te populistisch rechts en heeft zich afgelopen jaren geprofileerd met terrassen voor de Horeca, GroenLinks te populistisch links en wereldvreemd en VOLT kan niet eens de eigen partij organiseren, laat staan dat aan zo’n partij het bestuur van de vierde stad van Nederland toevertrouwd kan worden.

Ik wil per se stemmen, maar weet niet waarop.

Dat is wat anders dan het idee dat een politieke partij als een handschoen moet passen bij de eigen overtuiging. Dat idee heb ik al sinds het einde van de jaren 1990 losgelaten toen ik me bij geen enkele partij meer ‘natuurlijk’ thuis voelde om daar blindelings op te stemmen.

Stemmen was dus altijd al water bij de wijn doen. Maar nu zie ik alleen maar water met een druppeltje wijn erin. De politiek is verregaand verwaterd.

Politieke partijen leveren niet wat ik van hen verwacht. Bij lange na niet. Zelfs niet als ik mijn verwachtingen nog een extra naar beneden bijstel en mijn duim leg over grote delen van het programma waar ik me niet in kan vinden voldoen de partijen nog niet aan de toch al verlaagde norm die ik aan een volwassen politieke partij stel.

Hoe komt dat? Marketing en populisme zijn niet nieuw, maar lijken opnieuw in de strijd om de kiezer terrein te hebben gewonnen. Haak ik daarom af?

Ben ik te kritisch en verwacht ik te veel van de partijpolitiek? ‘Wie luistert, weet meer‘ is een slogan van de radiozenders van de Publieke Omroep. Maar wat als wie meer weet tot de slotsom komt dat geen enkele politieke partij nog voldoet om op te stemmen? Dan verkeert de slogan in het tegendeel ‘Wie luistert, weet minder’.

Op 16 maart 2022 zijn de gemeenteraadsverkiezingen. In Utrecht kan ik op 20 partijen stemmen.

Dat lijkt weelde, maar is armoede. Vergelijkbaar met een supermarkt waar kwantiteit en keuze van producten gaat voor kwaliteit. Lokale partijpolitiek is verworden tot een buurtsuper waar de producten over de datum zijn, de prijzen te hoog, het assortiment te beperkt en de korte keten tussen kiezer en partij niet grondt in lokale traditie, maar overspoeld wordt door landelijke en globale mode.

Ik kom er niet uit. Ik zit gevangen in het beeld van te hoge verwachtingen en te lage verrichtingen van de lokale politiek. Ik kom er niet uit.

PvdA Zwolle: waar is het verhaal van Patty Wolthof?

Patty Wolthof zegt in dit campagnefilmpje het volgende: ‘Politiek begint voor mij bij verhalen. Verhalen van mensen die ik spreek op buurtbezoek, in het wijkcentrum. Verhalen van ouders op het schoolplein, of op zaterdagochtend langs de lijn.’ Wolthof is lijsttrekker van de PvdA in Zwolle bij de komende gemeenteraadsverkiezingen op 16 maart 2022.

Het filmpje draait om het begrip ‘samen’ dat kracht en solidariteit suggereert. De claim is dat als problemen ‘samen’ aangepakt worden, ze opgelost kunnen worden. Maar wie tot dat ‘samen’ behoort is onduidelijk. Ook degenen die een oplossing in de weg staan? Of alleen de medestanders in rode jasjes die toch al aan de kant van Wolthof en de PvdA staan?

Het is opmerkelijk dat volgens Wolthof politiek begint bij verhalen. Waarna ze het koppelt aan de politieke marketing van de populist: buurtbezoek, wijkcentrum, schoolplein, voetbalveld. Populistischer kan het niet worden. Wolthof houdt het vaag en algemeen, en vlucht in abstracties: verhalen en ‘samen’. Dat is panelpolitiek van het niveau ‘u vraagt, wij draaien’. Of de Zwolse kiezer door deze politieke marketing wordt aangetrokken valt te betwijfelen.

Een goede politicus begint niet met het aanhoren van verhalen van anderen. Een echte politicus is daarvoor al tot wasdom gekomen. Wolthof en haar influisteraars begrijpen waarschijnlijk niet eens wat er fout aan is om te zeggen dat politiek met verhalen begint. Alsof een politicus een leeg vat is die gevuld wordt met verhalen op buurtbezoek, in het wijkcentrum, op het schoolplein en langs het voetbalveld. Ja, en wat dan? Hoe worden die verhalen dan gewogen? Bestaat er volgens Wolthof niet zoiets als politiek handwerk?

Linkse partijen als de PvdA begrijpen het niet. Toegegeven, rechts populisme kán met links populisme beantwoord worden. Maar dat moet dan wel ontdaan zijn van naïviteit, gebrek aan urgentie en de angst om klare taal te spreken. Voor Patty Wolthof lijkt politiek nu vooral plichtmatige sleur. Ze is met haar influisteraars verstrikt geraakt in een cirkelgang. In de kringloop van oubolligheid, vaagheid, oude symboliek en het zich verbergen achter verhalen die aan anderen worden toegeschreven.

Wolthof begrijpt niet dat voor iemand die krachtdadig optreedt reageren geen sterkte, maar een zwakte is.

Partijen rechts van de VVD begrijpen het evenmin. Hun populisme is goedkoop en onwaarachtig en herbergt tegenstrijdigheden in zich. Maar de leugens van FvD en PVV worden wel consequent en tot vervelens toe met herhaling en met het benoemen van actuele thema’s aan de kiezers geserveerd. Dat blijft hangen. Van het verhaal van Wolthof blijft niks hangen dan vaagheid en op z’n best een goed gevoel dat snel vervliegt.

De tragiek van de Nederlandse politiek op dit moment is dat linkse partijen als PvdA, GroenLinks en SP in zichzelf verstrikt zijn geraakt. Ze zijn met zichzelf bezig. Dit filmpje is daar een voorbeeld van. De paradox volgens velen is dat ze geen ‘verhaal’ hebben om de kiezer te overtuigen. Ze hebben zowel geen blauwdruk voor de toekomst als een goed perspectief om de kiezer ‘mee te nemen’. Juist daarom is het wat Wolthof doet zo veelzeggend in symboliek en nietszeggend in inhoud. Namelijk, het zich verschuilen achter verhalen van anderen. Dat is geen politiek. Dat is het negeren van de essentie van politiek.

Hard interview van Kathleen Cools met Dries Van Langenhove. Over Vlaamse rechtse politiek en de keuze van de rechts-extremist

Dries Van Langenhove is oprichter van de extreem-rechtse jongerenorganisatie Schild & Vrienden die op sociale media volop inzet op racisme, antisemitisme en seksisme. In september 2018 kwam deze organisatie in het nieuws door een reportage van de rubriek Pano van de Vlaamse publieke omroep VRT. Zie hier voor een commentaar. Die reportage ging erover dat leden van Schild & Vrienden infiltreren in rechtse organisaties zoals de politieke partijen NV-A en Vlaams Belang, of zelfs platforms van de landelijke overheid zoals de Jeugdraad. Dat is wat in het interview voor de actualiteitenmagazine Terzake van de VRT door Kathleen Cools centraal staat. Namelijk hoe extreem-rechts en Vlaamsgezind populisme zich tot elkaar verhouden.

Aanleiding voor het interview is het nieuws dat Van Langenhove als onafhankelijke kandidaat de Kamerlijst van Vlaams Belang in Vlaams-Brabant zal trekken. Hoewel de partijraad dit formeel nog moet goedkeuren. Hij wordt stevig aan de tand gevoeld door Cools. Hij probeert vol te houden dat hij door zijn kandidatuur niet aan partijpolitiek doet ‘omdat hij daar niks mee te maken wil hebben’ en daarvoor niet uit de staatskas betaald wordt. De uitspraken van Van Langenhove zijn niet geloofwaardig. Hij blijft steken in zijn alternatieve feiten.

Daarnaast is Van Langenhove’s claim onjuist dat al beslist is dat hij volgens het gerechtelijk onderzoek naar aanleiding van de gewraakte reportage van Pano niet vervolgd wordt. Het onderzoek door de Gentse afdeling van het parket Oost-Vlaanderenis is nog volop aan de gang zodat nog niet duidelijk is of hem iets ten laste zal worden gelegd. Van Langenhove is een zetstuk in de strijd tussen NV-A en Vlaams Belang die om de rechtse stemmen vechten. De ontwikkeling in Ninove heeft het schaduwgevecht tussen NV-A en Vlaams Belang aangescherpt. Door een lid van NV-A die de oppositie van links en centrum-rechts steunde bleef de lokale partij Forza Ninove, die wordt geleid door Vlaamse Belanger Guy D’haeseleer, buiten het college.

Het politieke spectrum is relatief. Partijen verhouden zich tot elkaar en schuiven gezamenlijk op naar de ene of de andere kant. Hun onderlinge afstand blijft doorgaans gelijk. Vlaams Belang is radicaler dan NV-A, en Schild & Vrienden extremer dan Vlaams Belang. Zoals in Nederland de PVV radicaler is dan de VVD, en de beweging Erkenbrand extremer dan de PVV. In de concurrentiestrijd op rechts radicaliseren VVD of NV-A en trekken naar rechts. De term daarvoor is ‘ideologische samenspanning’. Dat wil zeggen dat een rechtse partij in de samenwerking met een meer radicale of extreme beweging de retoriek en agenda ervan overneemt.

De frisse jongens van Schild & Vrienden zijn niet zo fris met hun racisme, antisemitisme en seksisme. Ze voelen de hete adem in hun nek van de techbedrijven die door de politiek tot actie worden gedwongen. Dat komt om allerlei redenen niet van de grond, zodat actie tegen extreem-rechtse activisten als Gavin McInnes en Milo Yiannopoulos naar verwachting van die techbedrijven voldoende daadkracht toont om die oproepen tot verdere actie (en investeringen) te bezweren. Schild & Vrienden is ook zo’n symbolisch doelwit. Uit een column uit december 2018 van Van Langenhove voor  blijkt een ander motief voor zijn overstap naar de gevestigde partijpolitiek: gebrek aan middelen en een nieuwe stap in zijn politieke carrière. Kathleen Cools merkte dat in het interview op, maar dat mocht van Dries Van Langenhove hem niet gezegd worden.

Foto: Schermafbeelding van deel column van Dries Van Langenhove in ’t Pallieterke, 26 december 2018.

Frustratie bij Forza Ninove omdat het als grootste partij buiten college blijft. Maar is dat de ‘verkrachting van de democratie’?

Ik begrijp de frustratie van leden van een lokale partij die met 40% van de stemmen de grootste worden in hun gemeente, maar toch niet in het gemeentebestuur komen. Dat overkwam Forza Ninove in 2018 en in 2012 in Ninove, een gemeente met ongeveer 38.000 inwoners in de provincie Oost-Vlaanderen. De reactie hierop is buiten proportie als partijleden en sympathisanten spreken over ‘de verkrachting van de democratie’ en een ‘mars voor democratie’ houden. Wat proberen ze ermee te bereiken dat iets toevoegt aan de democratie?

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 behaalde Forza Ninove 40% van de stemmen. Deze partij is met boegbeeld Guy D’haeseleer nauw verbonden aan het Vlaams Belang, de partij die met de N-VA van Bart De Wever jaagt op de rechts-nationalistische stem. Maar andere partijen hebben met elkaar een meerderheid weten te vormen, zodat Forza bij de vorming van het college opnieuw aan de zijlijn blijft staan.

De wetmatigheid is dat een partij die polariseert en zich radicaal opstelt weliswaar een grote minderheid aan kiezers kan trekken, maar zich tegelijk isoleert en vervreemdt van andere partijen. Dat is de keuze die Forza Ninove heeft gemaakt. Het heeft gegokt en verloren. Dat kan het zichzelf aanrekenen, niet de werking van de democratie. Mijn reactie bij de video op het YouTube-kanaal van het lokale nieuwsmedium Ninofmedia:

Hoe men het ook draait of keert, een meerderheid is een meerderheid, en een minderheid is een minderheid. Feit is dat Forza Ninove (trouwens een merkwaardige Vlaamse naam) geen meerderheid heeft weten te halen in de raad. De grootste partij heeft geen claim op deelname aan het stadsbestuur. In vele steden blijft de grootste partij buiten het bestuur als andere partijen een meerderheid hebben. Bijvoorbeeld ook in Rotterdam.

Als de partijen vooraf afspreken op lokaal niveau te gaan voor een afspiegelingscollege, dan heeft Forza Ninove gelijk in haar verontwaardiging. Maar als dat niet zo is, dan heeft het ongelijk. De opmerkingen over ‘het verkrachten van de democratie’ moeten dan met een korreltje zout genomen worden.

Zijn de opstelling van zowel Forza Ninove als Samen en Open VLD op te vatten als tamelijk rechtlijnig en voorspelbaar, dat geldt niet voor N-VA dat intern verdeeld raakte. In die partij is de besluitvorming onduidelijk verlopen. Maar verdeeldheid en afsplitsing horen ook bij het democratische proces. Dat geeft Forza en de ene N-VA’er aan haar kant de hoop op een herkansing.

Het goed beheersen en uitvoeren van het politieke handwerk lijkt voor een politieke partij zinvoller dan het tonen van verontwaardiging en miskenning, het zwaaien met vlaggen, het invliegen van kopstukken en het bezigen van grote woorden over democratie die niet waargemaakt kunnen worden. Dat beschadigt de democratie juist.

Foto: Schermafbeelding van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 in Ninove.

Belgische islampartij pleit voor gescheiden vervoer van mannen en vrouwen in het openbaar vervoer. Wat is de zin achter die idioterie?

In oktober 2018 zijn er in België gemeenteraadsverkiezingen. Ook de islamitische ‘Parti Islam Belgique’ loopt zich warm. Naar verluidt doet het in ten minste 28 Brusselse en Waalse gemeenten mee. Het programmapunt dat de Belgische media in vuur en vlam zet is de verplichte scheiding van mannen en vrouwen in het openbaar vervoer. Dat is pikant omdat een accent van de emancipatiestrijd van Afro-Amerikanen lag op het beëindigen van het gescheiden reizen in bussen. Dat eindigde in 1956. Door de moord 50 jaar geleden op Dr. King zijn de emancipatiestrijd en de strijd tegen racisme weer prominent in het nieuws. Gescheiden reizen, nu niet volgens ras maar volgens sekse, in openbaar vervoer zet de klok meer dan 60 jaar terug. Het is echter een onhaalbaar standpunt dat slechts bedoeld lijkt om de bekendheid van de partij in de publiciteit te vergroten en een achterban van ultra-conservatieve moslims te binden. Dat is gelukt. Vooral Vlaamse politici merken op dat dat voornemen in strijd met de grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is.

Mijn reactie op de FB-pagina van de Parti Islam Belgique (vertaald): ‘Haat leidt inderdaad alleen maar tot verlies. Daarom is in België een partij die verdeling tussen mannen en vrouwen bevordert en mensenrechten schendt, contraproductief. Het resultaat van uw opvattingen is dat de islam wordt belasterd en moslims belachelijk worden gemaakt. Uw partij lijkt op een satirische tv-show die probeert te bewijzen dat moslims idioten, onwetend en antidemocratisch zijn. U lijkt goed te slagen in uw missie.’ De mensen achter de Parti Islam Belgique zijn politieke spookrijders die dankzij de steun van conservatieve moslims wellicht enkele zetels kunnen halen. Meer dan de twee die de partij in 2014 kreeg. Maar het neveneffect is groter. Bij het brede publiek wordt het beeld bekrachtigd van een onverdraagzame en achterlijke islam die niet verenigbaar is met democratie en de nationale rechtsstaat. Zoals een andere commentator zegt, de partij vergroot het gevoel van afwijzing en vijandigheid tegenover de islamgemeenschap. In dit geval lijkt dat gevoel terecht.

Foto: Schermafbeelding van posting met reacties op FB-pagina van de Parti Islam Belgique, 4 april 2018.

D66 is de grootste vijand van zichzelf. Hoelang willen kiezers op die partij dat nog aanzien?

Lijsttrekker Said Kasmi van D66 in Rotterdam sloot tijdens de campagne Leefbaar Rotterdam uit vanwege de samenwerking van die partij met Forum voor Democratie. Dat paste in het landelijke patroon van D66 om zich af te zetten tegen Forum voor Democratie. Deze rechts-radicale partij deed bij de gemeenteraadsverkiezingen alleen in Amsterdam onder eigen naam mee en haalt daar naar verwachting twee of drie zetels. Zo werd een kleine partij tot een groot spookbeeld gemaakt en als afschrikwekkend voorbeeld in de campagne voorgesteld. Enfin, partijpolitiek in campagnetijd moet hoe dan ook met een korreltje zout genomen worden. De vraag is of een politicus als Said Kasmi door de boden van zijn eigen geloofwaardigheid kan zakken.

D66 zal waarschijnlijk ook op lokaal niveau de kans niet laten liggen om zich opnieuw ongeloofwaardig te maken. De partij strompelt van de ene naar de andere strategische blunder. Na afschaffing van het raadgevend referendum dat ooit een van de kroonjuwelen van de partij was en de ommezwaai van tegen- naar voorstander van de sleepwet. Voor die wet stemden bij het referendum meer tegen- dan voorstanders. In het voor D66 belangrijke Utrecht zelfs 60% tegenstemmers, zodat de partij zichzelf daar in de weg zat en het nog een wonder is dat kiezers de partij niet massaal de rug toekeerden.  Na alle fratsen, tegenstrijdigheden en het gedraai dat niet om aan te zien was.

Nu lijkt de draai in Rotterdam in de maak waarbij D66 in de coalitie met Leefbaar Rotterdam stapt. Ondanks de definitieve uitsluiting door D66 van Leefbaar. Dit alles roept de vraag op wie het bij D66 eigenlijk voor het zeggen heeft en of er wel sprake is van central regie. Gezond verstand en principes verliezen het van machtshonger. Een ontluisterend beeld van een ooit redelijke partij.

Gemeenteraadsverkiezingen: Keuze is nog nooit zo moeilijk/ makkelijk geweest

De keuze om te stemmen is nog nooit zo makkelijk geweest. Morgen zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Er zijn namelijk maar twee partijen. Partijen die politiek willen bedrijven binnen het bestaande politieke systeem en de partijen die dat niet willen, maar het systeem op willen blazen. En bewust of onbewust steun zoeken bij of geven aan tegenstanders van dat politieke systeem. Daarmee verkleinen ze de legitimiteit ervan. Gelovigen in de diepe staat en complotdenkers vallen in de tweede categorie. Ze willen puinhopen creëren om er iets nieuws op te bouwen. Of ze te laten smeulen als waarschuwing voor iets wat ze nog moeten ontdekken.

Het is nog helemaal niet zo makkelijk om te bepalen welke partijen in welke categorie vallen. Wat te doen met de SGP dat weliswaar het bestaande politieke en sociale systeem op wil blazen omdat het gaat voor de theocratie ‘waarin de godheid als onmiddellijke gezagsdrager wordt beschouwd’, maar dat tevens binnen de bestaande politieke structuur zich gouvernementeel gedraagt. En wat te doen met de SP die aanhaakt bij krachten die de EU en de bestaande Europese veiligheidspolitiek willen verzwakken of zelfs opblazen, maar die zich tegelijk evenals de SGP correct gedraagt binnen het bestaande systeem? En wat te denken van de VVD dat in theorie zegt te gaan voor het bestaande politieke systeem, maar dat in praktische politiek ondermijnt door corrupt gedrag en een buitenlandse politiek die minimalistisch steun geeft aan de EU en de slagkracht van de defensie in de afgelopen decennia tot een onaanvaardbaar laag niveau heeft teruggeschroefd? De VVD is over de grenzen heen loyaler aan de bestuurskamers van de multinationals dan aan Nederlandse burgers.

De keuze om te stemmen is nog nooit zo moeilijk geweest. Want als we politieke partijen langs de meetlat van steun voor het bestaande politiek systeem leggen, dan is niet op voorhand duidelijk wat een systeempartij en een anti-systeempartij is. Wel is duidelijk wie er in de tweede categorie vallen: PVV, Forum voor Democratie, DENK en allerlei links-radicale of rechts-radicale partijen die of hun loyaliteit buiten Nederland hebben liggen of het bestaande politieke systeem willen afbreken. Als hetzelfde voor de SGP, SP en de VVD geldt, dan weet de kiezer wat een systeem- en een anti-systeempartij is. De afweging om voor de ene of andere categorie te kiezen is bepalend. Hoe men vervolgens binnen de categorie stemt maakt minder uit. Hoewel de ketelmuziek van de campagne anders suggereert. Wetmatigheid is dat overeenkomsten gekleineerd worden en verschillen uitvergroot. Complicatie voor de kiezer is dat anti-systeempartijen zich voordoen als systeempartijen en hun ware aard slechts gedeeltelijk laten zien. Dan lijkt het zelfs alsof het totaal niet uitmaakt waarop men stemt.

Foto: Bord met verkiezingsaffiches voor de gemeentaadsverkiezingen van 21 maart 2018 in Den Bosch in artikelSneue foto’s, holle frases: zijn verkiezingsaffiches nog van deze tijd?’ in het het BD, 10 maart 2018; © copyright Marc Bolsius.

Het zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand

Update 9 december 2020: GroenLinks krijgt kritiek omdat het Kauthar Bouchallikht op nummer 9 van de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer heeft gezet. Zij was tot 1 december 2020 via een jongerenvereniging gelieerd aan de Moslimbroederschap. De leiding van GroenLinks lijkt niet tot in detail te hebben begrepen waar Bouchallikht voor staat en wil achteraf niet toegeven dat de screening onvoldoende is geweest en ze niet bij het karakter van de partij past. Die vrijheid heeft GroenLinks, maar het is de vraag of het deze publicitair zeurende kwestie goed behandelt. De vergelijking met een alliantie voor de Rotterdamse gemeenteraadsverkiezingen in 2018 van SP, PvdA en GroenLinks met de islamitisch geïnspireerde partij NIDA is treffend. Vanwege de overeenkomst tussen de kwestie Kauthar Bouchallikht en de kwestie NIDA herplaats ik onderstaand commentaar.

Het ontbreekt de linkse partijen aan een goede antenne. De fout die ze maken is dat ze niet inzien dat deze islam-fundamentalisten in vorm modernistisch zijn, maar niet in inhoud. Met de aan de Moslimbroederschap gelieerde Tariq Ramadan maakten de gemeente Rotterdam en de Erasmus Universiteit dezelfde fout. De linkse partijen laten zich door schone schijn van conservatief-religieuze opvattingen verleiden die in tegenspraak met hun uitgangspunten zijn. Vaak komt daar nog antisemitisme bij. In onderstaand commentaar concludeer ik: ‘De linkse reflex van diversiteit en insluiting is even kwalijk als de rechtse reflex van homogeniteit en uitsluiting als die niet samengaat met het toetsen van uitspraken op hun betekenis.’ 

In een opinie-artikel voor NRC geeft de Rotterdamse hoogleraar Sociologie Willem Schinkel commentaar op het opbreken van het zogenaamde Links Verbond in Rotterdam. Dat was een samenwerking tussen de drie linkse partijen GroenLinks, PvdA en SP en de islamitsch geïnspireerde partij NIDA die een maand geleden werd gesloten en deze week uit elkaar viel. Aanleiding voor die breuk was was een tweet van vier jaar geleden van NIDA waar het geen afstand van wilde nemen: ‘Wij zeggen #Zionisme = #ISIS #vrijheidmeningsuiting’. Schinkel hangt aan deze tweet zijn hele betoog op. Door deze bijziendheid die zich ook vertaalt in een dualisme dat de politiek in een links-rechts frame vangt, mist hij de essentie voor de breuk. Dat zijn de principes van NIDA.

Schinkels artikel roept de vraag op of hij wel doorziet wat NIDA’s principes zijn en de partij beoogt. Schinkel lijkt zich te laten sturen door de actualiteit en partijpolitiek gehakketak. Hij kijkt niet naar de echte oorzaak voor de breuk. NIDA zegt in het beginselprogramma 25 CONCRETE IDEEËN: ‘Onze geloofsbeleving is van meerwaarde in de samenleving en verdient terecht de ruimte in de publieke sfeer, in publieke voorzieningen en het openbaar bestuur.’ Volgens NIDA is geloofsbeleving geen particuliere zaak, maar moet die in de publieke ruimte, openbaar bestuur en de publieke voorzieningen doorgevoerd worden.

NIDA rekt de scheiding van kerk en staat op. Is dat gewenst? Valt dat te verenigen met de opvatting van de nationale rechtsstaat? Daar gaat het echte verschil in opvatting tussen de drie linkse partijen en NIDA om. Schinkel creëert valse tegenstellingen. Het is niet voldoende om in een soort gemakzuchtig pamflettisme en verwijzing naar racisme en ‘witte politici’ die het bij de linkse partijen voor het zeggen hebben triomfantelijk te concluderen dat de vijand van mijn vijand een vriend is. Het gaat erom wat de principes van NIDA zijn en of die passen bij vrijzinnige partijen als SP, PvdA en GroenLinks die hun waarden als uitgangspunt hebben.

Ja, Wierd Duk is een rechtse onruststoker. Ja, Joost Eerdmans is een rechtse scherpslijper. Ja, Thierry Baudet is een rechts-extremistische opportunist met racistische neigingen in zijn partij. Ja, Geert Wilders is een islamhater. Ja, het debat in Rotterdam wordt fel gevoerd en de links-rechts tegenstelling wordt er aangedikt. Maar wat zegt dat dan nog over NIDA? Het terecht afkeuren van rechts is niet voldoende om het links-conservatieve of conservatief-religieuze NIDA blindelings te omarmen of het voor deze partij op te nemen.

Ik begrijp hoe iemand die zegt seculier, vrijdenkend of atheïstisch te zijn zich niet kan verenigen met de principes van NIDA. Deze partij wil terug naar de verzuiling van eind 19de eeuw. Ik ben het met dit principe van religie die zich uitgesproken manifesteert in publieke ruimte en openbaar bestuur fundamenteel oneens. Het valt niet in te zien hoe een partij die zich als vrijzinnig beschouwt en ondubbelzinnig de rechtsstaat onderschrijft -inclusief scheiding van kerk en staat- een partij als NIDA met zulke standpunten kan steunen.

En wat moeten kunstliefhebbers denken van een ‘Religieus-wetenschappelijk-kunstzinnige raad’ die het openbaar bestuur adviseert? Het is een krankjorum idee, een moskee die samen met een museum als Boijmans het openbaar bestuur adviseert en daar via een aparte raad onderwerpen voor agendeert. Dit is opnieuw een tactiek van NIDA om via de zijdeur de scheiding van kerk en staat op te rekken. NIDA depolitiseert de politiek door het te vermengen met het middenveld. Dat is de weg naar het corporatisme waarbij allerlei onverkozen groepen in een vaag verband een beslissende rol in de besluitvorming krijgen.

Ik vraag me werkelijk af of de landelijke en Rotterdamse leiders van SP, GroenLinks en PvdA de principes van NIDA wel goed tot zich hadden laten doordringen toen hun Rotterdamse afdelingen met NIDA een Links Verbond sloten. Hoewel Lilian Marijnissen (SP) vanaf het begin sceptisch was en zei het zelf niet gedaan te hebben. Maar wat de landelijke leiders van PvdA en GroenLinks bezielde toen ze dachten dat hun eigen gedachtengoed verenigbaar was met dat van NIDA blijft een raadsel. Ook na het verbreken van het verbond.

De linkse reflex van diversiteit en insluiting is even kwalijk als de rechtse reflex van homogeniteit en uitsluiting als die niet samengaat met het toetsen van uitspraken op hun betekenis. NIDA verdient het om op de principes die het voorstaat beoordeeld te worden. Niet op goede bedoelingen of slachtofferschap. Of een al te eenvoudige links-rechts tegenstelling die de positie van NIDA moet verklaren, maar die eerder vertroebelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelRacisme breekt linkse samenwerking in Rotterdam op’ van Willem Schinkel in NRC, 14 maart 2018.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van paragrafen uit beginselprogramma25 CONCRETE IDEEËN’ van NIDA Rotterdam.

Op campagne in Utrecht: globaal verdiepen in lokale onderwerpen met premier Rutte

Het is campagnetijd. Op 21 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen en kan er ook gestemd worden voor het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, ook wel sleepwet genoemd. Tijdens de campagne gaan politieke partijen de straat op. Ze blazen hun ballonnetjes op, verkleden zich in hesjes met partijkleur, zetten een jolig of ernstig gezicht op en strooien hun liftpraatje over het passerend publiek. Aan deze wetmatigheid van simplisme, oppervlakkigheid, eenzijdigheid, clownerie, verlakkerij en komedie kunnen politici en burgers, maar ook het politieke bedrijf zich blijkbaar niet onttrekken. Het is niet om aan te zien.

Premier Mark Rutte bezocht in het kader van die raadsverkiezingen voor de tweede keer in korte tijd Utrecht, volgens een bericht in het AD. Hij heeft geen verleden in de stad, maar doet net alsof dat wel zo is. Zoals hij dat in Nijmegen, Groningen, Leiden, Wageningen, Den Bosch, Eindhoven of elke andere stad ook doet.

Een landelijke politicus trekt een lokale jas aan, maar van ver is te zien dat die jas niet past. Dat is potsierlijk en zielig tegelijk. Campagnetijd is een kruising tussen carnaval, toneelspel, propaganda, een jaarmarkt en reality tv. Het is de extreme situatie van de gespeelde gewoonheid. Overigens gaat het om gemeentelijke verkiezingen, zodat het de vraag is waarom een landelijke politicus zich er in meent te moeten mengen.

Rutte jongleert in een video die het AD van het bezoek heeft gemaakt subtiel langs de positionering van partijen. Hij noemt D66, GroenLinks en de PvdA ‘wat linksere partijen’ wat het AD in het bericht onterecht vertaalt naar ‘linkse partijen’. Maar D66 beschouwt zichzelf niet als linkse partij en kan dat redelijkerwijs ook niet genoemd worden. Het AD prikt de fout in het betoog van Rutte niet door. Ruttes waarschuwing voor een links college slaat dus nergens op omdat D66 geen linkse partij is. Nu is D66 in de raad de grootste partij, met GroenLinks als tweede, en VVD en PvdA als derde partij. Ruttes claim is dat de VVD nodig is als rechts tegenwicht. Maar centrum- of centrum-linkse partijen als PvdA, D66 en GroenLinks lijken de VVD niet nodig te hebben als buitenboordmotor. Utrecht heeft in Jan van Zanen een VVD-burgemeester die mans genoeg is om het rechtse geluid in het college te bewaken. Een reden te minder om de VVD in het college op te nemen.

Maakt het optreden van Rutte indruk? Ach, zo’n campagne waarbij een landelijk kopstuk wordt ingevlogen lijkt eerder bedoeld om de VVD’ers in Utrecht een hart onder de riem te steken, dan dat het electorale invloed heeft. Rutte rolt de logica van de marketing uit met het thema ‘veiligheid’. Dat is eerder een zwakte- dan een sterktebod omdat het een gedepolitiseerd thema is dat vaag en leeg is. Met Utrecht heeft het allemaal weinig te maken. Campagne voeren is voor partijpolitici een moetje. Een wederzijdse gijzeling van partij en politicus.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelPremier Mark Rutte: ‘laat Utrecht niet in linkse handen vallen’’ (met video) van Diane Hoekstra in het AD, 7 maart 2018.