George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘GeenStijl

Bij herdenking Februaristaking Hilversum weigeren antifascisten rechtse media. Herrie tussen radicaal-links en radicaal-rechts

leave a comment »

In Hilversum werd vandaag 77 jaar na de Februaristaking in 1941 een strijd uitgevochten tussen radicaal-links en radicaal-rechts. De uit het communistische verzet uit de Tweede Wereldoorlog voortgekomen vereniging Antifascistische Oud-Verzetsstrijders Nederland / Bond van Antifascisten (AFVN) weigerde rechtse media de toegang tot de herdenking. Het gaat om PowNed, GeenStijl, WNL, De Dagelijkse Standaard en The Post Online.

Hilversums burgemeester Pieter Broertjes distantieert zich van de herdenking. Hij zegt over organisator Arthur Graaff in een reactie voor de NOS: ‘Er is niet samen te werken met de man. Toen hij vanmiddag ook nog die mail over de pers verstuurde, was ik er helemaal klaar mee.’ Volgens Broertjes had De Graaff de organisatie van de herdenking naar zich toegetrokken. De gewraakte mail waarin De Graaff zegt dat de genoemde rechtse media niet welkom ondertekent hij met ‘lid NVJ’. Op een inmiddels verwijderde Wikipedia-pagina die als waarschuwing geeft dat de neutraliteit ervan wordt betwist is meer te lezen over zijn journalistieke verleden.

Broertjes heeft gelijk dat wat Arthur Graaff en zijn Comité Februaristaking Gooi doen ontoelaatbaar is. Het is ongepast om media de toegang tot een openbare bijeenkomst te ontzeggen. Rechtse politieke partijen als de PVV of Forum van Democratie of het links-conservatieve DENK hebben in het verleden ook media de toegang geweigerd of geboycot en krijgen daar terecht kritiek op. Dat past niet in een open democratie. Het tekent de mentaliteit van radicaal-links en radicaal-rechts die de tolerantie voorbij zijn. Graaff suggereert dat de vijf media die hij de toegang ontzegt ontspoord zijn en ontspoort zelf in de weigering ze niet toe te laten. Tot een herdenking waar buiten Hilversum niemand ooit van had gehoord. Dat is nu veranderd. Niet in gunstige zin.

Foto 1: Voorpagina van website afvn.nl. De site bevat onder meer een persbericht over de Herdenking Februaristaking Gooi/ Hilversum.

Foto 2: Schermafbeelding van de e-mail van Arthur Graaf over weigering om media toe te laten tot herdenking Februaristaking in Hilversum, 26 februari 2018. 

Advertenties

Mediahuis zet GeenStijl te koop. Welk bedrijfsmodel gaat voor dit weblog werken?

with one comment

De nieuwe eigenaar van weblog GeenStijl (GS) wil dit weblog verkopen. Zo zegt Bert Ysebaert in een interview met De Volkskrant. Deze topman van het Vlaamse Mediahuis heeft afgelopen donderdag na een moeizame partij schaduwboksen met John de Mol de Telegraaf Media Groep (TMG) gekocht waar GS een dochter van is. GS werd de afgelopen tijd beschuldigd van seksisme. Maar of dat de enige reden voor het Mediahuis is om GS van de hand te doen is de vraag. Het lijkt eerder dat het gebrek aan perspectief en het slechte vooruitzichten om zwarte cijfers te schrijven bepalend zijn. De  winstgevendheid van GS staat al vele jaren onder druk.

Ooit was het in 2003 opgerichte GS een voorloper op internet dat naar alle kanten schopte. Dat maakte het fris en eerlijk. Het bond zich niet en verzette zich tegen politiek extremisme. Maar die houding wist het niet vol te houden. Het werd steeds meer de rechts-populistische hoek ingetrokken. Wat voor het vasthouden van de ongebondheid niet hielp was dat het onderdeel van het Telegraaf-concern was. De anarchistisch-kritische houding van weleer ging over in conservatisme. Dat op zich hoeft echter geenszins de dood in de pot te zijn. Want profileerde de in 2013 overleden NRC-columnist Jérôme Heldring zich ook niet als conservatief? Dat staat originaliteit, ongebondenheid of opstandigheid niet in de weg. Maar daar draaide het bij GS wel op uit. Het werd een zich herhalende vorm zonder veel inhoud. Het zette zichzelf in de hoek, opereerde lollig, werd voorspelbaar en wist nog weinig invloed uit te oefenen buiten de eigen kring. De anarchistische subtiliteit van ooit was uitgewerkt. Het heilig vuur werd alleen nog kunstmatig opgestookt voor commerciële doeleinden.

Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Vanaf zomer 2015 maakte GS zich sterk voor het Oekraïne-referendum en tegen de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne. Dat was een opstelling die GS voor langere tijd bond aan een segment van het politieke spectrum. Opvallend was dat dat andere oude weblog Retecool (sinds 2000) zich aan de andere kant opstelde. Achteraf gezien heeft het verzet van GS politiek tot niets geleid. Een meerderheid in de Eerste Kamer stemde onlangs in met de associatie-overeenkomst. Maar GS trok aandacht en wist haar positie binnen TMG te consolideren. Zo werd door GS een politiek onderwerp ingezet vanwege economische doeleinden en de eigen positie binnen het concern waar het deel van uitmaakte. Maar het was een nipte overwinning vol verlies. Want hiermee beschadigde GS in de kern haar profiel van ongebondenheid.

Het leek te werken, want TMG schopte GS niet de deur uit. Maar GS was intussen ver af komen te staan van de dwarse houding van de rebel die naar alle kanten schopt. Het weblog was zelf partij geworden of had zich tot partij laten maken. In dat proces had het een deel van het oude publiek van zich vervreemd. Het valt te bezien of een doorstart mogelijk is. Het is uiteraard geen 2003 meer en GS kan de eigen geschiedenis niet meer terugdraaien. Het zeult op dit moment een rechts-populistisch en seksistisch profiel met zich mee als ballast. GS is afgelopen jaren een doodlopende weg ingestapt waar het bedrijfsmodel leunt op een publiek dat GS economisch niet overeind kan houden. Een nieuwe leiding van GS moet vooral daar een oplossing voor vinden.

Foto: Schermafbeelding van postingAlweer Te Koop. Weldenkend weblog GeenStijl’ van GS op Facebook met eigen reactie, 24 juni 2016.

Petitie: Stop referendum-carnaval. Over associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne. En vooral: repareer de Referendumwet

with 2 comments

petit

Gisteren mailde een betrokkene bij een campagne me naar aanleiding van de posting over het Oekraïne-referendum en de subsidies die verdeeld worden door de Referendum Commissie: ‘(..) heb net je stuk gelezen over het subsidieverdeling. Het is inderdaad schandalig, dat 50.000 wordt gegeven voor WC-papier. (..) In het laatste overleg meldde XXX dat sommige mensen uit “ja”-kamp meer bezig zijn met eigen promotie dan met campagne. En ik merk dat ook. (..) Wel heeft het aan dat het “ja”-kamp niet met de campagne maar met zichzelf bezig is. En het resultaat is meteen te zien. Jammer, vind ik persoonlijk.’ Mijn kritiek gold niet alleen het JA-kamp, maar ook het NEE- en neutrale kamp. Binnenharken van subsidie wordt een doel op zichzelf.

Er zijn volop bezwaren tegen het referendum over de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne. Naast procedurele zijn er ook juridische bezwaren. Deskundigen tonen aan dat het referendum slechts een uitspraak over 20% van de associatie-overeenkomst vraagt zonder dat de kiezers daar weet van hebben of door media of de campagnekampen passend en volledig over worden voorgelicht. Op 8 februari vatte ik dat aldus samen: ‘Evenals Wessel legt een andere hoogleraar Internationaal en Europees Recht Linda Senden van de Universiteit Utrecht in een uitzending van Nieuwsuur van 7 februari 2016 uit dat het Nederlandse referendum hoe dan ook geen uitspraak vraagt over de handelsbetrekkingen die in volume 80% van het verdrag uitmaken, maar uitsluitend over de politieke en juridische component. Want de handelsbetrekkingen vallen wettelijk gezien onder de bevoegdheid van de Europese Unie en daar heeft de Nederlandse kiezer geen invloed meer op.

Bijzonder hoogleraar kiezersonderzoek aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden Joop van Holsteyn concludeert in een opinie-artikel in NRC niet alleen dat de uitslag nog lang niet vaststaat, maar ook dat zowel voor- als tegenstanders in een eigen parallel universum leven bij hun stembepaling. Tegenstanders hanteren als hoofdargument dat een associatie automatisch wordt gevolgd door een EU-lidmaatschap van Oekraïne en voorstanders hanteren geopolitieke overwegingen als hoofdargument die zeggen dat het verdrag een belangrijk middel is om vrede en stabiliteit op internationaal en regionaal niveau te bevorderen. Deze argumenten zijn geen onderdeel van een algemeen publiek debat waarin ze met elkaar worden gewogen, maar resoneren tamelijk geïsoleerd onder de kiezers. Die opstelling roept twijfels op over de pogingen van de Referendum Commissie om een open, publiek debat op te starten.

De petitie stelt dat het referendum vol onduidelijkheden zit die in de voorlichting niet worden weggenomen. Met als gevolg dat het voor de kiezer praktisch onmogelijk is om afgewogen een stem te bepalen. Het meent met de suggestie van oneigenlijk gebruik dat dit referendum het vertrouwen in het instrument referendum beschadigt. Met de term referendum-carnaval doelen de petitionarissen van Tertium waarschijnlijk op de zigzagkoers van partijen in de Tweede Kamer. Enerzijds stemden deze in meerderheid in 2015 voor een niet bindend referendum, maar in de aanloop naar dit referendum zeiden sommige partijen toe een geldige uitslag (opkomst > 30%) te volgen. Dit is tegenstrijdig, verwarrend en verdient geen politieke schoonheidsprijs.

De oproep om de Referendumwet aan te passen snijdt hout omdat nu toch wel de overtuiging heeft postgevat dat de wetgeving veel te ruim is geformuleerd en de associatie met Oekraïne een opgeschikt onderwerp is om in een referendum te bevragen. Immers inmiddels geratificeerd door 27 van de 28 EU-lidstaten zonder de verwachting dat dit eenstemmig wordt teruggedraaid bij een mogelijke Nederlandse NEE-stem en ook nog eens over een overeenkomst die voor 80% in Brussel wordt beslist. Nederland doet op 6 april een uitspraak over 20% van een overeenkomst die al door 27 EU-lidstaten en Oekraïne is goedgekeurd. De Nederlandse wetgevers moeten zich kapot schamen dat ze deze krakkemikkige wetgeving hebben laten passeren.

Foto: Schermafbeelding van petitieStop referendum-carnaval’ op petities.nl. Initiatiefnemers Tertium, bureau voor burgerparticipatie. Zie hier.

Referendum Commissie geeft subsidie voor Oekraïne-referendum. Hoe serieus is dat?

with 3 comments

vr

De Referendum Commissie deelt namens de overheid subsidies uit aan rechtspersonen en particulieren om campagne te voeren over de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne waar op 6 april een referendum over plaatsvindt. Een ruif  voor scharrelaars in politieke marketing om rijkelijk uit te eten. Opzet van die subsidies is om het publieke debat op peil te brengen en de afstand tussen politiek en burger te verkleinen.

Het omgekeerde gebeurt. Het peil van de campagne wordt zoals uit enkele voorbeelden in de publiciteit blijkt er eerder lager dan hoger op. Ze zijn mogelijk niet representatief, maar wel bepalend voor de beeldvorming. Zoals Raspoetin BV dat € 47.973 krijgt voor ‘Het laten vervaardigen, transporteren en door studenten laten verspreiden van toiletrollen bedrukt met argumenten tegen/ de nadelen van toetreding van Oekraïne tot de EU.’ Of ‘Vereniging Vrede en Recht’ dat € 41.780 subsidie ontvangt voor een stedentour met een bus. Door de toon en inhoud van de campagne wordt de afstand tussen politiek en burger eerder vergroot dan verkleind.

Zoals uit bovenstaand voorbeeld blijkt is de Vereniging Vrede en Recht niet in staat om in begrijpelijk en correct Nederlands te verwoorden wat het met de subsidie wil bereiken. Het argument dat wordt gegeven om tegen te stemmen is: ‘de internationaal geldverkwistingen door de associatieovereenkomst met Oekraïne’. Wat is ‘internationaal geldverkwistingen’ en wat is het Nederlands belang bij ‘internationaal geldverkwistingen’? Nog een: ‘onze handen vol met onze eigen schulden saneringen’. Er valt werkelijk geen touw aan het betoog van Vereniging Vrede en Recht vast te knopen met een stemadvies om tegen te stemmen dat uit de lucht komt vallen omdat het niet met zinnige, begrijpelijke en toepasselijke argumenten onderbouwd wordt.

Webmagazine Retecool ontpopt zich ook in de stellingname over de associatie-overeenkomst als tegenhanger van GeenStijl. Die laatste is onderdeel van de Telegraaf Media Groep en neemt samen met De Telegraaf EU-kritische standpunten in. Het al sinds 2000 bestaande Retecool stelt zich nog steeds dwars en weinig voorspelbaar op, en ook anarchistischer en libertijnser zoals past bij oprichter Hubert Roth. In elk geval niet zoals GeenStijl door de partijpolitiek op afstand te volgen. In het itemOEKRAÏNE REFERENDUM: SUBSIDIE IS ALTIJD HANDIG VOOR JE EIGEN AGENDA’ hekelt Retecool de subsidie aan Vereniging Vrede en Recht van de Referendum Commissie: ‘Prompt had Peter een blinde vlek, want campagne voeren begreep hij wel, maar dat die campagne dan wel voor het Oekraïne Referendum bedoeld was, is hem blijkbaar even ontschoten.’

Retecool doelt op Peter Vlug die de € 41.780 subsidie die bedoeld is voor de campagne over het Oekraïne-referendum niet daaraan besteed, maar aan de profilering van zijn politieke partij ‘Vrede en Recht’. Retecool vermoedt trouwens niet dat Vlug de subsidie zal kunnen verantwoorden. Maar een artikel in De Stentor roept vragen op hoe serieus de Referendum Commissie is. Woordvoerder Frank Wassenaar zegt geen probleem te zien in de aanwending van de subsidie door Vrede en Recht: ‘Het is toch logisch dat als een partij bijvoorbeeld een debat over dit referendum organiseert, dat ze dan ook partijposters ophangen. Het publiek heeft er toch ook recht op om te weten wie het organiseert en vanuit welke optiek. Het zou raar zijn als dat geheel anoniem gebeurde’. Dat gaat er echter aan voorbij dat Vrede en Recht meer doet dan de eigen organisatie inzetten om publiciteit te maken voor een standpunt. Het zet het referendum als middel in om publiciteit te maken voor de eigen politieke partij. Dat is nogal een verschil. Het valt te hopen dat de Referendum Commissie bij de verantwoording serieus kijkt of Vrede en Recht en anderen de verkregen subsidie goed hebben besteed.

rc

Foto 1: Schermafbeelding van deel ‘Oekraïne Associatieverdrag van ‘Vereniging Vrede en Recht’.

Foto 2: Schermafbeelding van overzichtStand van zaken afhandeling subsidieaanvragen per 26 februari 2016’ van de Referendum Commissie.

Wat te doen als het referendum kloof tussen politiek en burger vergroot?

with one comment

3a36037r

In 2005 ging ik stemmen, op 6 april ga ik ook naar het stem-lokaal, maar inmiddels weet ik niet meer of ik wel voorstander ben van referenda. In plaats van bij te dragen aan het overbruggen van de kloof tussen burgers en politici lijken ze die kloof juist te accentueren: het referendum als middel om te laten zien hoe diep het volk de politiek wantrouwt. Ik vrees dat een gloedvol betoog van een politicus voor een ja tegen het associatieverdrag daar geen verandering in kan brengen. Dat is argument versus emotie. Het verdiept het wantrouwen.’ Aldus Aukje van Roessel in een artikel voor De Groene dat grenzen van de democratie verkent.

Uiteindelijk probleem van een referendum is de introductie van oneigenlijke argumenten. Zo gaat het de initiatiefnemers van GeenPeil zoals ze zelf meermalen hebben aangegeven helemaal niet om de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne, maar om de EU die ze een halt toe willen roepen. Partijen die in 2015 in de Tweede Kamer tegen de associatie stemden waren PVV, SP, GrBvK en Partij voor de Dieren. Deze rechts- en links-radicalen die in de Nederlandse politiek vertegenwoordigd zijn hebben hun eigen redenen om zich door een tegenstem tegen de associatie te positioneren. In politiek zijn alle middelen toegestaan, maar als dat leidt tot oneigenlijke argumenten dan verstoort dat zowel het politieke proces als het instrument referendum.

Net als Van Roessel zet ik vraagtekens bij de opstelling van Meer Democratie van Nescio Dubbelboer dat ooit zei te gaan voor de vernieuwing van het politieke bestel. Als voorstander van het referendum schaarde het zich achter het initiatief van Geen Peil voor een Oekraïne-referendum. Ik vond dat een inschattingsfout. Dit verweet ik Meer Democratie in een open brief van 18 augustus 2015: ‘In Meer Democratie  meende ik een nieuwe manier van democratie te hebben gevonden die onder meer de particratie en de Oerlemanse Eenpartijstaat probeert te corrigeren door het helpen verleggen van de grenzen van de politiek. Zodat burgers meer macht krijgen en de macht van de politieke partijen verminderd wordt. Ik meende dat Meer Democratie ver afstond van de partijpolitiek, maar ik vrees me vergist te hebben. Meer Democratie probeert nu zelfs m’n aandacht te vestigen op een politiek initiatief van GeenStijl dat haaks staat op het idee van democratie zoals ik dat voor me zie. En waarvan ik dacht dat Meer Democratie dat ook zo zag.

Meer Democratie trapte in de valkuil van het populisme, de roep om directe democratie en de vermomming van anti-politiek als politiek, zonder de gevolgen daarvan te overzien en de voor- en nadelen zorgvuldig af te wegen. Zoals Van Roessel formuleert over Dubbelboer: ‘Toen de Volkskrant hem vroeg of de initiatiefnemers van GeenPeil met hun referendum over het associatieverdrag met Oekraïne de democratie redden, zoals zijzelf beweren, zei hij de kreet weliswaar wat pathetisch te vinden, maar deze wel te onderschrijven. Referenda zetten aan tot gesprek, creëren volgens hem draagvlak. (..) Het is die achterliggende houding, schijt aan de politiek, die zorgen baart. En die komen boven op de zorgen over de gevolgen van een nee voor de invloed van de Russische president Poetin, op Oekraïne, de EU en het Midden-Oosten.

Hoe kan de kloof tussen de politiek en de burger dan wel overbrugd worden? Voorwaarde is om partijen en groeperingen die niet uitgaan van het algemeen belang en buiten de kaders van het parlement treden niet teveel macht te geven. De wetgeving en het politieke proces moeten zo ingericht worden dat dit onmogelijk is. Het is daarom merkwaardig dat de initiatiefnemers van de Referendumwet in de wetgeving niet hebben weten te voorkomen dat een referendum op oneigenlijke gronden gebruikt wordt, zoals nu bij het Oekraïne-referendum gebeurt door het initiatief van GeenPeil. De wetgevers zijn vergeten een noodrem in te bouwen.

De oplossing ligt niet in de richting van een herwaardering van de partijpolitiek, maar in een afwaardering ervan. De uitweg is de machtsdeling met de burger en het terugdringen van de macht van de politieke partijen die als nadeel hebben dat ze hun continuïteit dienen. Burgers zijn divers in verscheidenheid, hoogopgeleid en deskundig en staan wanneer ze serieus worden genomen niet haaks op het algemeen belang. Schoppen door GeenPeil tegen de politiek is hoe dan ook een schijnoplossing die de politiek ondermijnt en niet opwaardeert.

Foto: ‘Arizona. Grand Canyon, photographer suspended on climber’s rope’, 1908.

Mislukt debat bij Nieuwsuur tussen Van Bommel en Van Hulten over Oekraïne-referendum

with 2 comments

In de aanloop naar het Nederlandse referendum over de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne op 6 april 2016 hield Nieuwsuur op 2 februari een debat. Omdat de informatieverstrekking ondergeschikt was werd het een mislukking. Woordvoerder van de JA-campagne Michiel van Hulten (PvdA) kende de feiten onvoldoende en wist niet passend te reageren, en Harry van Bommel (SP) die in de ontregel-stand stond stelde de feiten verkeerd voor. De kijker die op zoek was naar de waarheid werd het slachtoffer van dit debat.

Harry van Bommel maakt het er het meest bont op. Het viel op dat hij zich zelfs in zijn taalgebruik (‘etnische Russen’) leek te vereenzelvigen met het perspectief van de Russische regering. Als een polder-Stalinist biedt Van Bommel een karikatuur van iemand die probeert de standpunten van het Kremlin zo nauwgezet mogelijk te verwoorden. Het is beschamend dat een Nederlandse volksvertegenwoordiger aanhaakt bij het Russische, en niet bij het Nederlandse standpunt. Al is dat in kritische zin. Van Hulten heeft geen weerwoord. Op zijn beurt lijkt hij ontregeld door de ontregelende uitspraken van Van Bommel. Opvallend is trouwens dat Van Hulten stelt dat het raadgevende referendum opgevat moet worden als bindend. Daarmee gaat hij op de stoel van de regering zetten en verwart hij de campagne met de staatsrechtelijke ruimte die het kabinet heeft.

Van Bommel bouwt zijn betoog op de aanname dat Oekraïne tot op het bot verdeeld is. Dat is juist, maar anders dan hij het voorstelt. Hij legt de breuklijn verkeerd. Die lijn volgt niet eenduidig etnische verschillen. Een meerderheid van meer dan 90% steunt de eenheidsstaat Oekraïne. Uit opinieonderzoeken, zoals PEW, 2015  blijkt dat minder dan 10% van de Oekraïeners zelfstandigheid voor de zogenaamde volksrepublieken Donetsk en Loehansk wil of aansluiting ervan bij de Russische Federatie. De echte breuklijn in Oekraïne loopt tussen degenen die de corruptie hard en doelmatig willen bestrijden en degenen die het als systeem in stand willen houden. Het is het verschil tussen de oude elite en degenen die hun lot in eigen hand willen nemen, onder wie de jongere generaties. De laatsten zien daarvoor de meeste kansen door associatie met de EU.

Uitgaande van die weergave van etnische verdeeldheid deelt Van Bommel ‘etnische Russen’ en ‘Russisch sprekenden’ automatisch in bij het pro-Kremlin kamp. Dat is onjuist omdat vele Russische-Oekraïeners om politieke en economische redenen afstand nemen van het Kremlin dat denkt in termen van Novorossiya of ‘Groot Rusland’. Ze steunen de eenheidsstaat Oekraïne. Van Bommel stelt de verhoudingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen te simpel voor. In het verlengde daarvan suggereert hij dat die zogenaamde etnische verdeeldheid de oorlog vanwege binnenlandse verschillen heeft aangejaagd. De klacht van de Russische oud-rebellenleider in Donetsk Igor Girkin in de zomer van 2014 duidde op het tegendeel. Girkin en andere door het Kremlin naar Oost-Oekraïne gestuurde rebellenleiders viel het op dat de lokale bevolking niet in beweging te brengen was voor een revolte tegen Kiev en zich ondanks alles vooral Oekraïens voelde. Het waren Russische vrijwilligers, huurlingen en militairen, en Oekraïense beroepsrevolutionairen die hun kansen roken die een idee van een burgeroorlog moesten suggereren wat feitelijk een oorlog tussen twee landen was.

Van Bommel pleidooi voor een pas op de plaats voor Oekraïne is niet anders dan een beloning van de huidige ondermijning en destabilisatie van Oekraïne door de Russische Federatie. De situatie waarin Oekraïne zich nu bevindt is geen natuurlijke situatie waarin het land zich door eigen toedoen bevindt. Bijzonder aan de huidige situatie van Oekraïne is de door de Algemene Vergadering van de VN in maart 2014 in een resolutie breed veroordeelde bezetting van de Krim en de continue aanwezigheid van tussen de 5.000 en 10.000 reguliere Russische militairen in Oost-Oekraïne. Zo’n pas op de plaats levert Oekraïne over aan de invloed van de Russische Federatie die er alle belang bij heeft dat het land zich niet ontwikkelt zoals het zou kunnen doen in associatie met de EU. Ondermijning en destabilisatie zijn doel van het Kremlin opdat Oekraïne niet kan normaliseren. Ontwikkeling in associatie met de EU verkleint de Russische invloed in Oekraïne en geeft Russen een voorbeeld op de eigen drempel van een Oost-Europees land dat succesvol voor burgers kan zijn.

Zo fabuleert Van Bommel verder over een afspraak in 1990 tussen de toenmalige Sovjet-Unie en het Westen over de uitbreiding van de NATO naar de Russische grens. Zo’n afspraak is nooit gemaakt en was zelfs in de gesprekken in die jaren tussen de Sovjet-Unie en het Westen geen onderwerp van gesprek, behalve over voormalig Oost-Duitsland zoals oud-president Gorbachov in een interview in 2014 op een rijtje zette. Het is gewenst dat Nieuwsuur de volgende keer een debat tussen historici met kennis van de recente geschiedenis van Oost-Europa organiseert. De misleidingen van Van Bommel informeren het publiek niet, evenmin het gebrek aan feitenkennis van Van Hulten. De Nieuwsuur-redactie had dit zorgvuldiger moeten voorbereiden.

Media roepen op bij referendum: stem JA, stem NEE. Maar waarvoor of waartegen?

with one comment

Op (sociale) media is de strijd tussen de voor- en tegenstanders van de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne nu definitief losgebarsten. De NEE-campagne die zich verenigd heeft in een uit het weblog GeenStijl voortgekomen initiatief GeenPeil wist vanaf augustus 2015 de publieke opinie te domineren en krijgt nu voor het eerst weerwoord. Op 6 april 2016 kunnen de Nederlanders zich in een referendum uitspreken.

Bizar is dat de meeste voor- en tegenstanders niet vinden dat het werkelijk over Oekraïne gaat, maar over onderwerpen zoals ‘de gebrekkige Europese democratie’ of het kabinet Rutte. Zo wordt het referendum een bekrachtiging van het gebrek aan populariteit van de EU of de Nederlandse politiek. Extra aangejaagd door de onjuiste aanpak van de vluchtelingencrisis. Toch wordt telkens weer het verband met Oekraïne gelegd dat tegelijkertijd ontkend wordt. Zo’n benadering oogt absurd en gespleten. Even bizar is dat de associatie-overeenkomst al in 2015 door het Nederlandse parlement is geratificeerd en op 1 januari 2016 in werking is getreden. Alleen met Europese eenstemmigheid kan het teruggedraaid worden, wat onwaarschijnlijk is.