George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Gebouw

RTV Rijnmond stelt kunst en sport, Museum Boymans en Feyenoord City tegenover elkaar in een kader. Is dat zinvol en verhelderend?

leave a comment »

De toelichting bij de video op het YouTube-kanaal van RTV Rijnmond luidt: ‘De gemeenteraad van Rotterdam trekt veel makkelijker de portemonnee voor Museum Boijmans Van Beuningen dan voor een nieuw Feyenoordstadion. Het museum krijgt 168,5 miljoen voor een grote renovatie, terwijl over een veel lager bedrag voor een nieuw stadion veel langer gesteggeld wordt. In het programma De Zoekmachine van RTV Rijnmond wordt de vraag gesteld waarom dat zo is.’ Op toelichting en reportage valt nogal wat aan te merken.

Een bezwarend aspect komt aan het eind aan de orde als raadslid Gerben Vreugdenhil van Leefbaar Rotterdam (portefeuille ‘Majeure Projecten’) uitlegt dat Stadion Feyenoord/  Feyenoord City en Museum Boijmans verschillende soort ondernemingen zijn. Vreugdenhil: ‘Publiek geld naar publiek bezit geldt hier [= Boymans]. Voor Feyenoord City geldt: Publiek geld gaat naar een privaat initiatief’. Maar dat ligt genuanceerder, want Museum Boymans is in 2006 geprivatiseerd. Weliswaar zijn een deel van de collectie en het gebouw eigendom van de gemeente Rotterdam gebleven, maar is het geen gemeentelijk museum zoals het commentaar zegt. Het museum kan op de markt als ‘creatieve ondernemer’ opereren en heeft dat sinds 2006 succesvol gedaan. De gemeente staat echter meer op afstand dan deze vermeende tweedeling suggereert, hoewel het een feit is dat de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud van het gebouw. Zoals sommige geïnterviewden opmerken hebben de kosten zich opgestapeld doordat de gemeente Rotterdam renovatie heeft uitgesteld.

Raadslid Ruud van der Velden van de Partij voor de Dieren merkt op dat het hem niet duidelijk is waarom bij Museum Boijmans voor de zogenaamde ‘ambitievariant’ is gekozen. Maar die terechte kritiek lijkt niet zozeer met Museum Boijmans te maken te hebben, maar meer met het opereren van de Rotterdamse coalitie en de tekortschietende voorlichting en transparantie. Zoals VVD’er Jan-Willem Verheij opmerkt en Van der Velden overigens ook al suggereert is het bij Boijmans net als bij Stadion Feyenoord evenmin snel gegaan. In beide gevallen gaat het om langlopende processen. Wat uiteindelijk de zin van de kritiek op de ‘ambitievariant’ is als het verschil van 55 miljoen euro niet door de gemeente Rotterdam, maar door andere private of publieke partijen wordt opgebracht is de vraag. Overigens trok de Stichting Droom en Daad afgelopen week haar aanbod voor de schenking van ‘een substantieel deel’ van die 55 miljoen euro in omdat het blijkbaar geen ’stoel aan tafel’ kreeg die het had opgeëist. Het overleg erover kan echter weer vlotgetrokken worden.

Een gemeente trekt de portemonnee voor van alles: stadspromotie en -marketing, burgerzaken en bestuur, voorlichting en communicatie, grondexploitatie, bouwen, onderwijs, zorg, transport, sociale uitkeringen, veiligheid en inderdaad ook sport en cultuur. Het grootste punt van kritiek op de reportage is het tegenover elkaar in hetzelfde kader plaatsen van sport en kunst. Kunnen die op zo’n simpele wijze vergeleken worden?

Dat begint al met de vraag van sportpresentator Peter van Drunen die werkzaam is voor RTV Rijnmond. Zijn vraag wordt als volgt verwoord: ‘Waarom trekt Rotterdam veel makkelijker de portemonnee voor museum Boijmans dan voor een nieuw stadion?’ Dat is een veelgelaagde vraag waarin allerlei elementen samenkomen. Ze worden in de reportage  beantwoord (privaat/publiek, slimmer lobbyen door Boymans dan door Feyenoord City, steeds weer veranderende projectplannen van Feyenoord City op verschillende plekken terwijl die van Boymans redelijk continu zijn), op het aspect na wat het verschil is van de functie van kunst en een museum (Museum Boymans) en de functie van professionele sport en een evenementenlocatie (City Feyenoord).

De reportage van RTV Rijnmond is journalistiek niet onzorgvuldig, maar doet door het niet logisch achter elkaar zetten van de feiten en het niet benadrukken van de verschillen tussen sport en kunst toch aan het creëren van een tegenstelling die extra wordt uitvergroot. Dat is ongelukkig en ongewenst. Het weerlegt misverstanden over deze ‘Majeure Projecten’ niet, maar houdt ze in de lucht zonder ze afdoende te duiden. Duiden is de functie van goede journalistiek. RTV Rijnmond kiest halfslachtig voor een debat dat als open wordt gepresenteerd, maar laat te veel essentiële elementen ongenoemd om het debat af te kunnen sluiten.

Advertenties

Hilversum verzelfstandigt Museum Hilversum. Tel uit je winst

leave a comment »

RIJK02_NG-1990-25-22_W

Het is niet meer van deze tijd dat een gemeente een Museum beheert. Met een verzelfstandiging wordt de bewegingsvrijheid voor Museum Hilversum groter’ aldus wethouder cultuur Eric van der Want van Hilversum in een persbericht. Hij suggereert met z’n turbotaal baanbrekend bij de tijd te zijn. ‘Bij een zelfstandig museum, los van de gemeente, kan het cultureel ondernemerschap beter tot zijn recht komen’. De bezwering ‘cultureel ondernemerschap‘ gebruikt-ie als geneesmiddel voor alle kwalen. De D66-cultuurwethouder presenteert dit panacee als wondermiddel en zoethoudertje tegelijk. Een oude wijsheid die elders al op de terugtocht is dringt ten langen leste tot Hilversum door. Zoals zo vaak mag een cultuurwethouder van D66 het praatje uitventen.

Zoals gebruikelijk bij verzelfstandiging blijven gebouw en collectie eigendom van de gemeente. Van der Want opereert als een tovenaar die zegt het onverzoenlijke te kunnen verzoenen. Met minder geld denkt-ie voor meer kwaliteit te zorgen: ‘Ruim een jaar geleden ben ik als wethouder Cultuur op pad gestuurd met als opdracht een forse bezuiniging op cultuur en een verbetering van de kwaliteit in de sector. Mijn ambitie was gericht op ontwikkeling van cultureel ondernemerschap en versterking van de culturele functies door samenwerking tussen de instellingen. En dat met heel veel minder geld.‘ De verzelfstandiging van het lokale museum is onderdeel van een grootscheepse bezuinigingsoperatie. Maar wordt toch niet zo gepresenteerd.

Gemeenten doen met musea, wat de rijksoverheid met gemeenten doet. Ze schuiven eigenmachtig en verhuld de lasten door. De gemeente gooit de lastenverzwaring over de schutting bij het museum. Hilversum heeft het lef om ‘verder bezuinigingen op cultuur niet verantwoord‘ te noemen, maar tegelijk niets anders te doen dan bezuinigen. Om die tegenstelling te maskeren noemt het daarom een bezuiniging geen bezuiniging, maar ‘cultureel ondernemerschap‘. Als semantisch sluitstuk van een traditie die bij het oud vuil wordt gezet.

Overal is wel een museumdirecteur te vinden die cultureel ondernemer wil spelen. En volop denkt te kunnen genieten van de vrijheid van de markt die voor kleinere instellingen een valkuil wordt. De praktijk leert dat pas als alle reserves verteerd zijn de opvolgers van wethouder en directeur in de problemen komen. Museum Hilversum krijgt een maximale jaarlijkse subsidie van €600.000 en eenmalig een startsubsidie van €100.000.

Foto: “Compositie met twee lijnen” van Piet Mondriaan. ‘Een bezoekster poseert bij “Compositie met twee lijnen” van Piet Mondriaan. Het schilderij werd voor 2,5 miljoen gulden gekocht van de gemeente Hilversum door het Stedelijk Museum Amsterdam. Het Stedelijk Museum Amsterdam had het werk al sedert 1951 in bruikleen van de gemeente. In 1987 besloot de gemeente Hilversum het schilderij te veilen om de renovatie van het cultureel centrum “Gooiland” te financieren. Dit besluit veroorzaakte veel opschudding, er werd gevreesd dat het schilderij naar het buitenland zou verdwijnen. Het schilderij is niet geveild en voor 2,5 miljoen gulden in handen gekomen van het Stedelijk Museum Amsterdam.‘ Credits: Ferry André de la Porte.

Pleidooi voor flexmuseum met het FemArtMuseum als pionier

leave a comment »

2010_10_23_Coverfoto-Gottweiblich

FemArtMuseum omschrijft zichzelf als een museum zonder muren. Het neemt initiatieven en brengt die onder bij bestaande musea. Het gaat om het promoten van kunst van, door en over vrouwen. Naar eigen zeggen is slechts vier procent van de kunstwerken die wereldwijd in vaste collecties van musea wordt gepresenteerd van vrouwelijke kunstenaars. Oprichtster Freda Dröes schetste bij Joke Hermsen de doelstellling: ‘het opwaarderen van de kunst door vrouwen gemaakt‘ en ‘de oprichting van een museum voor kunst in Amsterdam‘.

Dat extra muros idee is dus geen bewuste keuze, maar gevolg van het niet kunnen vinden van een eigen gebouw. In de jaren 2007-2011 ketsten plannen voor de realisatie van een museum in de Tolhuistuin en het voormalig GAK-gebouw af. Ruim voor de uitdunning van de basisinfrastructuur en de bezuinigingen in de cultuur. Nu musea met krimpende budgetten kampen, vaker hun toevlucht nemen tot tentoonstellingen uit eigen collectie en in het programma schrappen wordt dat extra muros concept een toegevoegde waarde. Waarom zou het FemArtMuseum zich opsluiten in een gebouw en energie steken in het veroveren van een plaats op de drukke museummarkt als het haar projecten bij bestaande musea onder kan brengen?

Dat onderbrengen zal echter een onzekerheid blijven en maakt afhankelijk van andere musea. Daarom is de keuze voor een eigen gebouw en organisatie begrijpelijk. Maar nieuwe tijden vragen nieuwe antwoorden. Politici begrijpen het onroerend goed aspect van musea doorgaans beter dan de bedrijfsvoering. Niet in het minst omdat dat eerste een eindpunt heeft en dat laatste niet. Het flexmuseum is het nieuwe antwoord dat uitgaat van de denkwijze van de politiek, krimpende budgetten, onderbrenging van kunsthistorische kennis in een Karel van Mander instituut, nieuwe ontwikkelingen en doelgroepen, en het snijden in overhead.

Dat flexmuseum kan een ruimte zijn die afwisselend of tegelijk door meerdere instellingen wordt gebruikt. Met langlopende afspraken om naar twee kanten voor continuïteit te zorgen. Zoals orkesten een concertzaal gebruiken of voetbalclubs een stadion. De oprichting is voorwaardenscheppend en dient bekostigd te worden door de overheid. Voorstelbaar is dat het uit vijf delen bestaat: een presentatiegebouw, een kantine, een depot, een kantoorgebouw en een digitaal platform. Zo zet het FemArtMuseum haar nadeel van ontbrekende eigen ruimte om in een voordeel door al profilerend voortrekker van een nieuw museumconcept te worden.

Een flexmuseum biedt ook een middenweg als antwoord in het debat tussen voor- en tegenstanders van de oprichting van een apart vrouwenmuseum. Onder de eersten lijken de meer geharnaste feministes van het eerste uur te vinden en onder de laatsten jongere vrouwen die tegen afzondering zijn. Directeur Ann Demeester (1975) van kunstencentrum De Appel is van deze laatste groep een representant. Uiteindelijk gaat het om het optimaliseren van de doelstelling en het verhogen van het bereik. Het apparaat is ondergeschikt.

Allerlei sluimerende initiatieven kunnen er hun plek vinden. Wie weet een tentoonstelling over slavernij waarmee Boris van Berkum bezig is. Of nieuwe presentaties van het onlangs gesloten Moluks Museum. Of presentaties van de ambachtelijke glas-, edelsmederij-, textiel- en keramiek ontwikkelinstellingen. Of presentaties van academies die nu in rommelige gebouwen vaak onopgemerkt blijven voor het grote publiek.

Intussen gaan deze week op initiatief van het FemArtMuseum drie tentoonstellingen open. Op vrouwendag 8 maart in het Bijbels Museum Divine Surprise!. Een overname van het Bibel + Orient Museum in het Zwitserse Freiburg met antieke objecten die het vrouwelijke in God verbeelden. Vorige week opende in het MKKA te Arnhem Female Power. En op 9 maart opent in het Allard Pierson MuseumWomen for all seasons‘. Pico bella.

Foto: Omslagfoto van de tentoonstelling Gott Weiblich, 2010.

Museum Zwolle wil overtuigen door te getuigen over het getuigen

with one comment

WereConvinced_musmnd

Musea staan onder druk. De cultuurbezuinigingen zijn bovenproportioneel. Zelfs verzelfstandigd blijven overheden eigendom van gebouw en collectie. Een directeur is niet echt baas in eigen huis. Het instituut museum is door zijn opdracht per definitie een plek van de dood. Kunstenaars doen meewarig, totdat ze enthousiast een aanbod accepteren voor een presentatie. Het museum mist aansluiting bij de eigen tijd. Het kiest tandenknarsend voor populisme in de vorm van Museumnachten of- Weekends of trekt zich mentaal terug in een verleden. Daartussen ontbreekt de bedrijfsvoering die leert van AH, de Efteling, McDonalds of de plaatselijke schouwburg. Om puur te blijven moet de hoofdfunctie ‘museum’ zichzelf opnieuw uitvinden. In de schaduwgevechten tussen NMV en Raad voor Cultuur wordt een aarzelend begin met nadenken gemaakt.

Nu loopt in Stedelijk Museum Zwolle de tentoonstelling Het Nieuwe Pronken of Pronken. In de marge houdt ‘welvaartskunstenaar’ Daan Samson met fotograaf Jeronimus van Pelt een fotoshoot in de museumkeuken. Samson baarde opzien met zijn foto van Halbe Zijlstra als liberaal determinist. Het persbericht duidt op hedendaagsheid en marktgerichtheid: ‘Opvallend binnen de compositie zijn de kleurige sapcentrifuges, broodroosters en foodprocessors. De ‘sexy’ apparatuur is beschikbaar gesteld door Magimix, marktleider op het gebied van keukenapparatuur. De meeste aandacht zal echter worden opgeëist door de aanwezigheid van een aantal jonge Zwolse meiden. Door de welvaartskunstenaar zijn de bewuste beauties van Facebook gehaald. Daan Samson heeft hen gevraagd op speelse wijze te poseren tussen de groenten en de blenders.

Meisjes of vrouwen heten in hedendaags jargon ‘meiden’. Tijdens deze fotoshoot loopt alles in elkaar over, zo lijkt het. Commercie en kunst, sexy en eeuwige schoonheid, moraliteit en media. Als verantwoording voor de fotoshoot wordt gezegd dat alles en iedereen zich toch al in de etalage zet: ‘De hedendaagse mens wil zien én gezien worden‘. Is dat zo en moet een museum dat dan volgen? Ai Weiwei gebruikt ook sociale media, maar wel met een ander doel. In de zoektocht om aan de weg te timmeren geeft Stedelijk Museum Zwolle ruim baan aan nevenverschijnselen. Wat vragen oproept over de hoofdfunctie. Zoals het uitdrukken van verveling in films tot slaapverwekkende films leidt, zo leidt in Zwolle het uitdrukken van de buitenkant van producten en consumenten tot de getuigenis dat de getuigenis de getuigenis is. De nieuwe leegte tot 5 mei in Zwolle.

Foto: ‘We’re Convinced!‘ (2012) van Daan Samson. Fotografie: Jeronimus van Pelt. Lambda photo C-print on dibond / 3mm plexiglass / 160 x 120 cm. Geplaatst bij persbericht van Stedelijk Museum Zwolle.