Bidens verwijzingen naar God en gebed in toespraak over Afghanistan passen niet bij een veranderende VS

Ik ben teleurgesteld en ook wel verrast over presidents Bidens verwijzing naar God en de stilte voor gebed die hij vroeg in zijn toespraak over Afghanistan. Hierin stond hij stil bij de dood van 13 Amerikaanse militairen die hij helden noemde. Ik dacht dat deze president verder was in zijn denken en zijn persoonlijk geloof niet goedgelovig rechtstreeks zou verbinden met zijn functie.

Het is ongepast voor elke Amerikaanse president om in zijn functie te verwijzen naar God. Persoonlijk geloof moet men voor zichzelf houden en niet verbinden met een functie.

Als president Biden de Amerikanen wil verbinden, dan moet hij niet religie centraal stellen omdat hij daarmee andersdenkenden uitsluit. Door te verwijzen naar God bereikt Biden het omgekeerde van wat hij beoogt. Hij verbindt niet, maar verdeelt.

President Biden die zijn katholiek geloof niet verbergt geeft ermee een signaal af aan vooral de jongere generaties dat hij iemand van het verleden, van oude tradities is die op de terugtocht zijn. Hij prijst onbewust zichzelf ermee uit de tijd. Tevens schept hij in de beeldvorming het idee dat het christendom, want daar verwijst hij impliciet naar, een soort staatsgodsdienst is en andere levensovertuigingen en godsdiensten door de regering minder belangrijk worden gevonden.

Bidens spirituele verwijzingen zijn electoraal onverstandig omdat hij zich richt tot een minderheid. Volgens onderzoek van Gallup uit maart 2021 zegt nog slechts een minderheid van 47% te behoren tot een kerk, moskee of synagoge. Een derde van de Millennials (1981-1996) en de daarna komende Generatie Z zegt geen religieuze affiliatie te hebben. Onder oudere generaties is sinds 2000 het percentage verdubbeld dat van traditionele denkbeelden naar ‘geen religieuze affiliatie’ is veranderd.

Politiek is Bidens verwijzing naar God en gebed alleen te begrijpen als een poging om de activistische witte, radicaal-rechtse christenen de pas af te snijden. President Biden probeert er ongetwijfeld mee duidelijk te maken dat geloof geen exclusief rechts thema is.

Maar hij schat het gevolg van zijn verwijzing verkeerd in. Hij breekt weliswaar in in een homogeen wit, rechts christendom door dat binnen te dringen en daarin een rol als wereldlijk en spiritueel leider op te eisen, maar hij vergeet dat demografisch de VS de laatste decennia in snel tempo gediversifieerd is en hij zich met de verwijzing naar God en gebed vervreemdt van vele landgenoten.

Bidens staf moet hem duidelijk maken dat het ongepast is om in zijn functie te verwijzen naar religie of een specifieke wijze van interreligiositeit omdat hij zich hiermee richt tot een VS die allang niet meer bestaat. Het automatisme van autoriteiten om bij calamiteiten te verwijzen naar thoughts and prayers is niet alleen verworden tot een lege formule, maar sluit ook steeds minder aan bij de mentaliteit in het land. Hoewel het op Capitol Hill tegen de landelijke trend in nog steeds de leidende mentaliteit is. Het parlement is ook in dit opzicht behoudend en mist de koppeling met de veranderingen in het land.

Uiteraard zijn de VS nu nog een door en door religieus land dat zichzelf met de geestelijke paplepel heeft gevoed, maar onder de oppervlakte gist het en lijkt weinig nodig om door de schil van godsvrucht, vanzelfsprekendheid en christelijke taboes te breken. Dat levensgevoel weigert Biden aan te spreken en zal hem door delen van zijn progressieve achterban aangerekend kunnen worden.

Het er nauw mee verbonden idee dat de VS een exceptionele natie is met een speciale opdracht is ook aan erosie onderhevig. De mislukking van het Afghanistan-beleid zet dat idee opnieuw onder druk.

Biden benadrukt met zijn christelijke referenties onbewust zijn ouderdom en zijn gegrondheid in traditionele denkbeelden die slecht passen bij een divers land dat etnisch en in levensovertuiging op weg is een land van minderheden te worden. Dat kan niet de bedoeling zijn van een president die zegt zijn land te willen verbinden, maar in die verbinding de verkeerde aanpak en toon kiest.

Steun voor godsdienst neemt op allerlei manieren af. Een feit

In de westere landen schrijdt de ontkerkelijking voort. Publieke steun voor religie kalft van jaar tot jaar af. Volgens steekproeven van het CBS daalt het aantal volwassen dat zichzelf godsdienstig acht. Van 1999 tot 2012 met 6 procent, naar 54 procent. In 2012 bezocht zo’n 16% van de volwassen bevolking minstens een keer per maand een kerk, moskee of andere religieuze bijeenkomst. In 1999 was dat nog 25%. Met 45 procent is nu geen godsdienstige gezindte‘ de meest voorkomende religieuze of levensbeschouwelijke groep.

Het is een gedateerde benadering van het CBS om Nederlanders met een levensbeschouwing negatief ten opzichte van anderen -in dit geval godsdienstigen- in statistieken te definiëren. Zeker nu de groep ‘geen godsdienstige gezindte’ de grootste religieuze of levensbeschouwelijke groepering is. De enige aanleiding lijkt de gewoonte om dat zo te doen. Maar nu het evenwicht definitief verschoven is pleit meer ervoor om godsdienstigen in het denken over religie en levensbeschouwing als afgeleide van andersdenkenden te gaan beschouwen. Ook in taal. Godsdienst is nu of binnenkort niet langer de norm, maar de uitzonderingspositie.

Schadelijker dan de gestaag afkalvende aanhang onder de westerse bevolking is voor godsdiensten het afnemende respect ervoor en het vertrouwen erin. Vergenoegd zet Cenk Uygur van The Young Turks dat voor de VS op een rijtje naar aanleiding van een Gallup-onderzoek. Voor het eerst sinds 1977 is het vertrouwen in de eerlijkheid en de ethiek van de geestelijkheid onder de 50% gedaald. De claim van vertegenwoordigers van godsdiensten en religieuze instellingen op de moraal is zo nog potsierlijker dan deze al was.

Zo kalft bij westerse bevolkingen kwantitatief en kwalitatief gestaag de steun voor religie af. Dit is niet iets om honend over te doen of leedvermaak over te hebben. Religie past bescheidenheid in de erkenning van dat feit.

hli8kvobh0gb9djsujqrng

Foto: Gallup, ‘Honesty and Ethics Rating of Clergy Slides to New Low‘, 16 december 2013.