Het spook van het xenofobe populisme waart door Europa

andrei-rublev-1966-006-mongol-torch-00n-0hs

Een spook waart door Europa. Het spook van het xenofobe populisme. Zo zou het manifest van de anti-liberale democratie kunnen beginnen, zoals het Communistisch Manifest uit 1848 van Friedrich Engels en Karl Marx begon. Strijden tegen een schim is lastig. Want per definitie bestaat een fantoom, een droombeeld, een hersenschim niet. Het is illusie en betovering tegelijk. Spoken kunnen alleen bestreden worden met spoken.

Analyses over het xenofobe populisme leggen de opkomst van de oorzaak ervan in een samenleving die is doorgeschoten in abstracties. Wat wil zeggen een onstoffelijke laag in de samenleving die onzichtbaar tussen de mensen en de samenleving is geschoven. Waardoor ze van hun eigen omgeving vervreemd zijn. Dat is de theoretisering van de globalisering, de economisering van de politiek, het neoliberalisme of de rationalisering.

Het xenofobe populisme is nationalistisch van aard en gaat voor etnische eenheid, claimt van bovenaf namens ‘het volk’ te spreken en zich tegen ‘de elite’ te verzetten. Het wil de representatieve democratie vervangen door volkssoevereiniteit en zich als woordvoerder van dat volk opwerpen. Het xenofobe populisme ondermijnt het idee van streven naar waarheid en universalisme die voor allen als overkoepelende,  voorspellende waarde geldt en vervangt dat door een idee van context dat de waarheid op voorhand probeert te construeren.

Jan Terlouws toespraak voor DWDD geeft aan hoe wereldvreemd oplossingen kunnen zijn : ‘Ik zeg tegen alle politici in Nederland en in het buitenland: mensen wees integer, wees onkreukbaar en vooral draag uit dat je er bent om het publieke belang te dienen.’ Was het maar zo simpel. Probleem is dat de meeste politici niet onkreukbaar kunnen zijn omdat ze bezit zijn van belangengroepen. Of gevangen zitten in partijpolitiek. Zo cynisch is het. Terlouw is overigens minder naïef in zijn analyse dan in zijn hoop voor de toekomst als hij perfect de spanning tussen theorie en praktijk beschrijft met een verwijzing naar Hillary Clinton: ‘Die heult met Wall Street en vertelt het ons niet. Ik vertrouw de politiek niet.’ Zij kon zich niet aan haar eigen schaduw onttrekken, zoals Donald Trump dat evenmin kan. Beide kandidaten zijn bezit van big money. Doorgaans kunnen politici niet integer en onkreukbaar zijn en het publieke belang dienen omdat ze bezit van specifieke belangen zijn. Zoals multinationals, grote buitenlandse mogendheden of banken die de politici chanteren.

Wat is het andere spook dat het spook van het xenofobe populisme kan bestrijden? Hoe moet dat opgetuigd worden om de liberale democratie zoals we die kennen te behouden, en te hervormen? Waar is het personeel ervoor als traditionele beroepspolitici niet vrij genoeg meer zijn om te handelen in het algemeen belang? Hoe kan dat spook zowel de onzichtbare laag tussen mensen en samenleving opruimen en ze hun eigen omgeving teruggeven als het spook van het xenofobe populisme verslaan dat mensen uit eigenbelang schijnoplossingen voorhoudt? Het is een zoektocht naar vaardige en integere politici die geen bezit zijn van multinational, bank, denktank, vakbond, werkgeversorganisatie, vreemd land of eigen partij. Het is een veeleisende speurtocht.

Gevestigde partijen hebben de dreiging van het xenofobe populisme nog steeds onvoldoende begrepen. Ze zien de ernst van de situatie niet of zijn niet in staat om over te schakelen naar een noodscenario. In de PvdA verzetten Samsom en Asscher in een potsierlijke leiderschapsverkiezing de stoelen op het dek van de Titanic.

Bijkomend voordeel is dat het Nederlandse xenofobe populisme met PVV, VNL, FvD en GeenPeil vier partijen heeft die zich namens hetzelfde volk opwerpen. Dat is ongeloofwaardig omdat Nederland geen vier volkeren heeft. Partijen moeten verjongen, maar met behoud van ervaring twintigers en dertigers in de bovenste helft van hun kieslijst zetten. Ze moeten een combinatie van politieke partij en burgerbeweging worden. Vanwege de ongebondenheid heeft progressief Nederland een bijzondere rol om over partijgrenzen en -belangen heen een visioen voor de toekomst te ontwikkelen dat het spook van het xenofobe populisme doet verdwijnen. Het kan, maar hoe het moet worden aangepakt is nog niet uitgewerkt. De overtuiging is bouwstof voor spoken.

Foto: Andrei Roeblev (1966) van Andrei Tarkovsky.

Een verhaal van twee partijen: VCP en PVV

Op haar website onderschrijft de Verenigde Communistische Partij (VCP) onverkort het gedachtengoed van Marx, Engels en Lenin. Fascisme en nationaal-socialisme legitimeerden ongelijkheid, uitbuiting en geweld en verheerlijkten dat zelfs en bestempelen zich daarmee tot criminele ideologieën. Maar het communisme, liever: wetenschappelijk socialisme, mag niet op een lijn gesteld worden met het fascisme en het nationaal-socialisme. Aldus de Verenigde Communisten van Nederland die in het Groningse Oldambt een bruggehoofd hebben om Nederland te veroveren. 

De VCP zegt: Het zijn voornamelijk communisten die het communisme benadeeld hebben. Communistische partijen in het vroegere Oostblok waren door en door corrupt. Nu wordt het communisme genegeerd. Nooit is de VCP erop aangesproken een bedreiging voor de democratische rechtsorde of de rechtsstaat te zijn. Die radiostilte verbaast vanwege de heftige reactie op de PVV.

Hoe is deze asynchroniteit te verklaren? Waarom worden partijen die meedraaien in het democratische kiesstelsel en voor nu de rechtsorde en de rechtsstaat onderschrijven zo verschillend bejegend? Waarom worden er geen vragen gezet bij het bestaansrecht van een splinter als de VCP, maar wel bij het bestaansrecht van de grote PVV? Terwijl het toekomstbeeld dat de VCP schetst ronduit afschrikwekkend is en niet veel anders dan wat de PVV voor ogen staat.

Niet het gedachtengoed van een bepaalde partij alleen veroorzaakt de reactie van politieke opponenten. Niet het principe alleen telt. De reactie wordt opgeroepen door electorale, politieke, financiële en maatschappelijke macht van een beweging of partij. Pas als dat als bedreigend wordt ervaren koppelen opponenten er de suggestie aan vast dat het gedachtengoed bedreigend is. Niet eerder en niet later.

Het voorafgaande leert dat we soorten reacties op de PVV kunnen onderscheiden. De PVV is op allerlei terreinen een bedreiging voor de macht van de politieke kaste. Dat betreft onder meer de partijfinanciering (niet directe subsidie, maar wel via fondsenwerving en donaties), het aantal zetels, het zicht op functies in het openbaar bestuur en de macht in het landsbestuur.

Doelstelling van de politieke en maatschappelijke concurrenten van de PVV is om haar concurrentiekracht aan te tasten. Zoals partijen elkaar kunstjes flikken. Een simpel middel is om het gedachtengoed van een concurrent verdacht te maken en te diskwalificeren als extreem. Zoals ooit bij de communisten, later bij Hans Janmaat, de linkse kerk, Pim Fortuyn en nu bij de PVV gebeurde. Da’s politieke marketing.

Waarmee niet gezegd is dat communisten, PVV’ers of extremistische religieuze groeperingen geen bedreiging voor de democratische rechtsorde kunnen vormen. Maar terughoudenheid in kwalificaties is geboden omdat nieuw toetredende partijen altijd een politiek of maatschappelijk evenwicht verstoren. Dat benadeelt de macht van de gevestigde partijen die alle middelen zullen aangrijpen om de eigen positie te consolideren.

Pech en geluk voor de Nederlandse communisten is dat ze alleen nog hun afschrikwekkend gedachtengoed hebben maar door niemand meer als bedreiging worden gezien. Dat geeft ze volop speelruimte en een vrijheid die ze voorheen niet hadden. Tegelijkertijd verdwijnen ze van de radar omdat niemand nog aandacht voor ze heeft. In het genre onderscheiden ze zich onvoldoende. Maar het is niet hun gedachtengoed dat het verschil maakt, maar het feit dat ze niet langer worden gezien als een bedreiging voor de gevestigde macht.

Foto: Communistische propaganda met Lenin die de strijd tegen het imperialisme aanvoert