COVID-19 houdt ons een spiegel voor: ‘De rek is eruit’ of ‘Onze veerkracht is groter dan ons verteld wordt’?

Je hoort het de laatste weken steeds meer ‘de rek is eruit’. Een petitie vraagt om ‘een open en vrije samenleving, waarin iedere burger vrij is om te gaan en te staan waar hij wil.’ Dat is marketing van de politieke partij Vereniging Vrij en Sociaal Nederland. Burger is mannelijk.

De medische oorzaak die kan leiden tot overbezette ziekenhuizen en IC’s, en uitgestelde zorg voor andere ziektes wordt weggemoffeld. Vrijheid is de leus. Ieder voor zich. De banvloek van 2021 is de excommunicatie van de werkelijkheid. Daar gaan velen lichtzinnig in mee.

Wie de media volgt komt al snel tot het vermoeden dat er een complot is om burgers als zielig, afhankelijk en op de rand van een zenuwcrisis of depressie af te beelden. Media doen niet alleen verslag, maar zetten zelf de toon van het opzwepen en het wijzen op de miskenning.

Hulp zou nodig zijn voor jongeren, ouderen en iedereen in psychische nood. Burgers kunnen het blijkbaar niet meer alleen klaren. Ze zijn te beklagen en hebben hulp van de staat nodig.

Nederland heeft zich onder het regime van COVID-19 verklaard tot een land van watjes. Terwijl de zorgsector onder enorme druk staat schiet Nederland in de verpleegstand. Als in een eierdoosje van zes met schattige veertjes liggen ze zacht met elkaar afgesloten van de harde wereld verbolgen te wachten op wat komen gaat. Of zo lijkt het in de media.

Vermoedelijk zijn Nederlanders veerkrachtiger en souvereiner dan nu alom wordt gesuggereerd. Dat geluid dringt slecht door omdat het niet in het denken past. Maar de befaamde Nederlandse trits van individualisme, nuchterheid en medemenselijkheid is niet weggesmolten als het laatste restje sneeuw voor de zon. Het is een beeld dat wordt vervormd.

Gaat het zo slecht met de Nederlanders dat ze reden tot klagen hebben? Er zijn beperkingen waarvan iedereen baalt. Maar het raderwerk van de samenleving loopt toch gewoon door? Iedereen kan de straat op en genieten van de zon. Iedereen kan een vriend of vriendin ontvangen of spreken. Onze veerkracht is groter dan ons verteld wordt. Weten we het niet? Daar op wijzen is het beste medicijn.

Foto: Aleksandr Mikhailovich Bermant, Yuzhno-Kurilsk. 2000. In de serie: ‘The Russian Far East in Modern Photography’. Collectie: Library of Congress.

Sneeuw valt en mensen vallen voor de sneeuw. Gedachte bij een sneeuwploeg in Morez (1904)

Een sneeuwploeg (chasse-neige) wordt door 11 paarden door de Hoofdstraat van het Franse dorp Morez in de Jura getrokken. Het is een beeld uit 1904, nog zonder auto’s. De gang van de sneeuwploeg is een belevenis. Of dat lijkt het in elk geval voor de kinderen én volwassenen die erachter lopen. En voor de uitgever die er een ansichtkaart van maakt. Maar ook voor andere uitgevers die deze foto gebruiken voor hun ansichtkaart (met spelfout: chase-neige) of hun ansichtkaart.

Aardig aan dit soort oude foto’s is dat er wel altijd enkele toeschouwers naar de fotograaf kijken. Hier zijn dat er best veel, toeschouwers op de stoep van de kledingwinkel van Ostas Chevassu en kinderen in de optocht. Want wees nou eerlijk was zo’n fotograaf in 1904 niet een even grote belevenis dan de magnifieke sneeuwploeg met 11 paarden?

Wat is ervoor nodig om kinderen en volwassenen tot verrukking te brengen over sneeuw en wat daar mee samenhangt? Dat is de mate van geestvervoering die het normale te buiten gaat en de sleur doorbreekt. Mits men het zichzelf toestaat om de dagelijkse beslommeringen die zo zwaar kunnen drukken even aan de kant te zetten. Hoewel in regio’s waar doorgaans weinig sneeuw valt de exaltatie groter en de beslommeringen geringer zullen zijn dan in regio’s waar veel sneeuw valt.

Sneeuw is als een circus, een kermis, een jaarmarkt of de visite van een koning of president aan dorp of stad. Het eenmalige bezoek geeft een feestelijke sfeer die gewillig wordt omarmd. De sneeuwploeg is de voorstelling van een schaar die zowel de sneeuw als de inwoners trimt, omwoelt en loswerkt. Meer hebben mensen niet nodig om uit de cirkelgang van het dagelijkse leven te ontsnappen. Ze zijn erop getraind en maken er daarom een treffen van. Voor het ogenblik.

Foto: ‘CPA 39 Jura Morez Le Chasse-Neige dans la Grande Rue animé’ (‘Jura Morez De sneeuwploeg in de levendige Hoofdstraat), 1904.

Gedachte bij foto ‘Mevrouw Offerhaus bij een Haagse waarzegster die iemand tot waanzin zou hebben gebracht’ (1910)

De beschrijving van deze foto luidt: ‘Waarzegsters : Mevrouw Offerhaus bij een Haagse waarzegster die iemand tot waanzin zou hebben gebracht. Nederland, Den Haag, 1910. Foto is zwaar geretoucheerd’. Dat laatste valt te bezien.

Spirituele fotografie was eind 19de eeuw populair. Dat omvatte beelden van spoken, geesten en onthoofden die door filmeffecten en dubbele belichting werden bereikt. Hoe dat werkte beschreef ik in een commentaar over William Mumler. Dat lijkt hier echter niet aan de orde te zijn. Het is waarschijnlijk dat het gaat om een studiofoto van drie vrouwen en een kind. Maar het achteraf bewerken van het beeld van kind en de staande vrouw in het midden roept de gedachte aan een geest wel op. Het is dus niet waarschijnlijk dat door fotografische technieken de deels onzichtbare  dame en het zittende kind in het midden geen onderdeel van de oorspronkelijk foto waren.

De beschrijving roept de vraag op wat de bedoeling van de foto was. Waarom gingen de waarzegster, Mevrouw Offerhaus en de twee deels weggewerkte figuren naar de studio van fotograaf Wilhelm Stremme uit het Duitse Korbach? Die namen worden genoemd in de indruk. De stad in Hessen werd tot 1934 als Corbach geschreven. Werkte Stremme in die tijd tijdelijk in Den Haag? Het gaat immers om een ‘Haagse waarzegster’ en de plek is Den Haag. Waarom zegt de informatie bij deze foto dat de fotograaf onbekend is terwijl zijn naam expliciet genoemd wordt?

Als het vervaardigingsjaar niet 1910 maar enkele jaren later was, zeg 1915, dan zou het kunnen dat Stremme het neutrale Nederland had opgezocht omdat dit veiliger en lucratiever was. Hij was in 1914 met 59 jaar te oud om gemobiliseerd te worden. Maar dat is gissen en weten we niet zeker.

Waarom heeft de waarzegster iemand tot waanzin gebracht? En wie is dan degene die zij tot waanzin zou hebben gebracht? Deze foto roept vooral vragen op die op antwoord wachten. Wat in 1910 al een raadsel was is het meer dan 110 jaar later niet minder. De geesten staan niet op de foto, maar vergezellen die wel. Zo lijkt het.

Foto: [Wilhelm Stremme], ‘Waarzegsters : Mevrouw Offerhaus bij een Haagse waarzegster die iemand tot waanzin zou hebben gebracht. Nederland, Den Haag, 1910. Foto is zwaar geretoucheerd.’ Fotocollectie Het Leven (1906-1941).

De klassenstrijd van fotograaf Emil Acklin: [Elite Hotel Zürich], 1930-1950

De Zwitserse fotograaf Emil Acklin (1889 – 1976) zag fotografie als klassenstrijd. Of zo wordt deze communist na zijn dood gepresenteerd, onder meer in een tentoonstelling in het stadsarchief van Zürich in 2019. De 1 mei parade, straatscènes ‘van de onderkant’ en werkers waren zijn vaste onderwerpen. Zürich was een rode stad waar de sociaal-democratie een machtspositie had.

Het is moeilijk om zoveel jaar later te begrijpen wat voor blik dat was. De sterke mannelijke lijven van de arbeiders lijken erg aan te sluiten bij de verheerlijking van arbeiders in de toenmalige Sovjet-Unie. Dat is wel een erg sterke documentaire inspiratie die raakt aan parodie en namaak. Het gevaar van zo’n politieke invalshoek is dat het individu achter de ideologie verdwijnt.

De foto’s waar dat net niet lukt zijn deze van een bloemenverkoopster. Zij is een individu. Acklin schuwt de tegenstelling niet tussen de breiende en koukleumende verkoopster en de afbeelding van het luxueuze Elite Hotel. De naam ‘Elite’ alleen al. Het scheve kader moet het de terloopsheid van een informele momentopname meegeven. Of het klopt dat de bloemenverkoopster eeuwig onderdeel van een politieke tegenstelling blijft of op eigen benen staat valt te bezien. Hoe dan ook heeft Acklin de sociale geschiedenis van zijn stad vastgelegd. Hij geeft duiding. Dat is zijn verdienste.

Foto 1: Emil Acklin, [Elite Hotel Zürich], 1930-1950. In: arché No 2 – Emil Acklin – Fotografie als Klassenkampf (p.4).

Foto 2: Emil Acklin, [Elite Hotel Zürich], 1930-1950. In: EMIL ACKLIN: FOTOGRAFIE ALS KLASSENKAMPF

Gedachte bij de foto ‘Artillería utilizada en la Guerra Civil. Cañones, ametralladoras, antiaéreos, tanques, morteros’ (1936-1939)

Door het zwarte kader lijkt het hier om een rouwkaart te gaan. De combinatie van kinderen met wapens geeft deze foto een wrange ondertoon. Het standbeeld van Don Quichot en Sancho Panza verraadt dat het een Spaans tafereel is. Het doet niet eens vreemd aan dat de projectielen rakelings voor deze twee dolende romanpersonages langs zouden schieten. Voorgoed de lucht in. In een loze exercitie die zo past bij een dwaze held gaan ze voor in de strijd.

Het bijschrift geeft details. Het gaat om een kanon van het Volksleger op de Plaza de España in Madrid gedurende de Spaanse burgeroorlog (1936-1939). Zo’n oorlog die nog steeds niet volledig is verwerkt door het land waar die werd uitgevochten. Het gebouw op de achtergrond is het modernistische Casa Gallardo uit 1914. Door de plek vat de foto tradities samen.

Dat deze artillerie werd gebruikt als luchtdoelgeschut geeft aan dat de Republikeinen de oorlog wel moesten verliezen. Deze rode batterijen lijken eerder geschut uit 1916 dan uit 1936.

De foto heeft iets ontwapenends en naïefs tegelijk. Naar wat die toen probeerde duidelijk te maken kunnen we alleen maar gissen. Zoals het altijd raden is naar de betekenis van ooit. Dat de bevolking pal achter de regering stond? Dat de bevolking zag dat het Republikeinse leger gevechtsklaar was? Of tonen ze al de wanhoop van de nederlaag die onontkoombaar was? Maar daarvoor maakt men geen propaganda.

Dit beeld benadrukt de tragiek van de stilte voor de storm. Hebben de kinderen de intocht van Franco’s leger in Madrid in maart 1939 overleefd? Heeft de vermoedelijke vader de gevechten overleefd? Of de zuiveringen daarna?

Vragen, lastige vragen, preguntas difíciles, van een conflict dat in Spanje nog levende geschiedenis is. Zoals Nederland geobsedeerd blijft en niet op kan houden om terug te blikken op onze oorlog die van 1940 tot 1945 duurde. Het leed draagt strikken in het haar. Dat maakt het schrikaanjagend.  Zelfs zo’n 85 jaar later sluimert de argeloosheid er nog doorheen. We willen roepen ‘Pas toch op voor wat komen gaat’. De omlijsting verhindert het.

Foto: Foto Mayo (?), ‘Artillería utilizada en la Guerra Civil. Cañones, ametralladoras, antiaéreos, tanques, morteros (Artillerie gebruikt in de burgeroorlog. Kanonnen, machinegeweren, luchtafweer, tanks, mortieren), 1936-1939. Collectie: BIBLIOTECA DIGITAL HISPÁNICA.

Gedachte bij de foto ‘Fiac (Foire Internationale d’Art Contemporain), Grand Palais, 8ème arrondissement, Paris’ (1983)

Het is maar een kleine, doch niet onbelangrijke gedachte. Namelijk dat de ‘vijand’ hetzelfde kan denken als de beschouwer. Dat is de empathische variant van het waarschuwende gezegde ‘Feind hört mit!. Dat kan iedereen zijn. Het kunnen Donald Trump en oprichter Q Clearance Patriot van QAnon zijn, gestaalde Leninisten die de wereld willen verbeteren door die te vernietigen, religieuze scherpslijpers die claimen alleen de wijsheid in pacht te hebben, complotdenkers die COVID-19 als een griepje voorstellen of kunsthaters die de functie van kunst ontkennen of terugbrengen tot amusement of een middel om politiek te bedrijven.

Het vergt soms een forse portie hersengymnastiek om je je voor te stellen hoe de vijand denkt. Maar bij bovenstaande foto van Christian Louis uit 1983 is dat niet moeilijk. Het is een variatie op de stelregel ‘de grootste vijand ben je zelf’. Hoewel dat ook weer tot een cliché is geworden in de softe kanten van de lifestyle, de mindfulness-industrie en adverteerders die een product willen slijten met pseudo-interessante zwaarwichtigheid.

De titel van de foto is ‘Fiac (Foire Internationale d’Art Contemporain ), Grand Palais, 8ème arrondissement, Paris’ en de fotograaf zet zijn handtekening onder de foto alsof het een schilderij of tekening betreft. De indirecte associatie met het schilderij ‘La reproduction interdite (Verboden af te beelden)‘ van René Magritte uit de collectie van Museum Boijmans is aanwezig. De twee mannen poseren met een interessante blik voor de schilderijen. Voor de kunsthater is het een koud kunstje om van dit ensemble dat de pretentie stapelt alsof het bakstenen zijn gehakt te maken.

Voor deze uitzonderlijke keer schaar ik me aan de kant van de kunsthaters. Soms brengt zelfingenomenheid van ‘vrienden’ kunst meer schade toe dan ‘vijanden’ doen. De grootste vijand van onszelf zijn we soms zelf. Mee eens? 

Zie hier voor een verslag van de kunstbeurs FIAC 1983.

Foto: Christian Louis, Fiac (Foire Internationale d’Art Contemporain), Grand Palais, 8ème arrondissement, Paris’. Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Culturele topografie van de mislukte opstand: Amerikaanse helden van de sociale media houden van krijgshaftig vertoon

Het is opvallend hoeveel flutexcuses er achteraf komen van mensen die op 6 januari 2021 het Capitool in Washington DC bestormden. Maar de staatsgreep die door president Trump werd aangemoedigd mislukte. Hun identiteit werd achterhaald en ze werden ontslagen of aangeklaagd. Deelname aan een mislukte staatsgreep kan gevolgen hebben voor de plegers ervan. Het is geen spelletje. Dat zijn de lui die houden van martiale poses in pseudo- en para-militaire uitrusting die op sociale media worden geplaatst.

De aspirant-helden doen nu zielig en zijn de echte watjes in dit verhaal. Zoals dat altijd is. Ze kunnen niet moedig de last van het verlies dragen. Hun virtuele schijnwereld dachten ze straffeloos naar de echte wereld te kunnen verplaatsen. Maar dat wringt uiteindelijk.

Dat zichzelf groot maken en het door vermomming aanschurken tegen de uiterlijkheden van het militarisme zonder zelf militair te zijn is iets van alle tijden. Na 16 maanden militaire dienst als dienstplichtige in de vorige eeuw was ik voorgoed van dat militarisme genezen dat vooral bestond uit wachten op de Russen die maar niet kwamen. Eerlijk gezegd was ik al genezen voordat ik de krijgsmacht inging. In die tijden van lang haar en de soldatenvakbond VVDM (Vereniging van Dienstplichtige Militairen).

Maar sommigen denken blijkbaar een gemis te voelen dat ze willen compenseren door een krijgshaftig uiterlijk en verbondheid met andere uitgeslotenen. Dat is geen beroepsvariant, maar een psychische gesteldheid en staat ver af van waar echte militairen mee bezig zijn.

In een project bestudeert cultureel topograaf Martina Baleva de Bulgaarse helden uit de fotostudio. De Universiteit van Basel besteedt er in een interessant bericht aandacht aan. De foto’s tonen twee deelnemers aan de mislukte april opstand in 1876 tegen het Ottomaanse Rijk die hardhandig werd onderdrukt. Europa sprak er schande van.

Martina Baleva merkt op dat de “gebruikers” werden misleid omdat de geportretteerde vaak veel minder knap, belezen, moedig of bekwaam bleek te zijn dan hun portret deed lijken, net zoals op internet tegenwoordig. Ze zegt: ‘Als je verstandig was met het gebruik van het 19e-eeuwse equivalent van Facebook, dan zou je harten kunnen veroveren, roem verwerven of politieke onrust veroorzaken.’

Beide individuen dragen hetzelfde uniform. De opstandeling op de bovenste foto werd  ter dood veroordeeld en de persoon op de onderste foto niet. Dat is ook een wetmatigheid van mislukte opstanden. Sommigen worden gestraft en anderen komen ermee weg. De geschiedenis herhaalt zich. Het verschil is dat tegenwoordig de nationale helden niet gemaakt worden in de fotostudio, maar op sociale media. Maar hun uiterlijk vertoon blijft even potsierlijk.

Foto 1: [After the 1876 uprising had been quelled, Georgi Izmirliev was sentenced to death, whereas Sava Penev (following picture) was released from lifelong imprisonment in 1878. Prior to the insurrection, they had each had their pictures taken by an unknown photographer – apparently wearing the same uniform. (Image: Nacionalna Biblioteka Sv. Sv. Kiril i Metodij, Sofia)]

Foto 2: [After the 1876 uprising had been quelled, Sava Penev was released from lifelong imprisonment in 1878, whereas Georgi Izmirliev (previous picture) was sentenced to death. Prior to the insurrection, they had each had their pictures taken by an unknown photographer – apparently wearing the same uniform. (Image: Nacionalna Biblioteka Sv. Sv. Kiril i Metodij, Sofia]

Gedachte bij de spirituele fotografie van William Mumler (1860)

Dit is spirituele fotografie van William Mumler van eind jaren 1850. Het betreft het produceren van surrealistische beelden van spoken, geesten en onthoofden die door filmeffecten en dubbele belichting werden gefabriceerd.

Deze fotograaf werd in 1869 voor de rechter in New York gedaagd, maar niet veroordeeld. Ofschoon zijn bedrog overtuigend was aangetoond. De rechter zei het volgende: ‘hoe hij ook mocht geloven dat truc en bedrog was gebruikt [door Mumler], maar terwijl hij daar zat in zijn hoedanigheid van magistraat, was hij gedwongen om te beslissen dat de vervolging de zaak niet had bewezen’.

Dit leidt tot een klassieke patstelling. De vergelijking met nu is aantrekkelijk. Journalistiek kost het weinig moeite om het bedrog van complotdenkers aan te tonen, maar voor het rondkrijgen van het bewijs van dat bedrog voor de rechtbank ligt de lat hoger. Met als gevolg dat de maatschappelijke accceptatie niet wordt gestopt. In deze ongelijkheid kan bedrog floreren. Het is aangetoond, maar niet bewezen. Zowel bedriegers als degenen die het bedrog onthullen kunnen hun gelijk claimen omdat ze in verschillende werelden opereren. Die van de realiteit en die van de illusie. Maar een illusie valt niet te onthullen omdat het niks om het lijf heeft.

Foto: William Mumler, Photographie spirite (tegen 1860).

Gedachten bij de foto ‘Homecoming Prisoner, Vienna’ (1946-48)

Is zo’n kunstbeen in de rugzak niet te veel van het goede? Het antwoord op de vraag hangt ervan af of dit beeld fantasierijk of banaal wordt ingeschat. Valt nog na te gaan of het een eerlijk beeld is? De plek is Wenen, het tijdperk is enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog. Net als Berlijn is Wenen een bezette stad waar Sovjets, Amerikanen, Britten en Fransen de dienst uitmaken. Vanuit de Sovjet-zone worden opgespoorde nazi’s oostwaarts  gestuurd. Dat is de sfeer van de film De Derde Man (1949) waar spionage, zwarte handel en gebrek aan alles de overhand hebben.

De Oostenrijks-Amerikaanse fotograaf Ernst Haas maakt een serie ‘Homecoming of Prisoners of War’. De emoties spatten eraf. Zakdoeken, verwachtingsvolle en angstige gezichten verbeelden tegelijk slachtoffer- en daderschap. De oorlog is nog niet voorbij, maar leeft nog voort. Hopelijk niet meer voor lang. Pas in 1955 verlaten de bezettende machten het land. Oostenrijk is neutraal. Langzaam op de weg terug naar normaal. De straf was niet mals.

Foto 1: Ernst Haas, ‘Homecoming Prisoner, Vienna’ (1946-48).

Foto 2: ‘Karl F. Schuster, ‘Gebt ihnen doch endlich den wirklichen Frieden!, Bilderwoche (24 December 1949), n.p. Universitätsbibliothek Wien’.

De fotografische wereld van Roberto Donetta (1865-1932)

Roberto Donetta (1865-1932) is een fotograaf van wie gezegd wordt dat hij herontdekt is. Vergelijk deze Zwitser uit het bijna volledig Italiaans sprekende kanton Ticino met andere fotografen voor wie fotografie niet hun hoofdbestaan was en die niet opereerden in de kunstsector. Zoals Vivian Maier (fotograferende nanny), Seydou Keïta (ambachtsman in studio) of William Kinnimond Burton (fotograferende ingenieur) en al die fotografen die periodiek ontdekt en afgestoft worden. Waarna hun afdrukken terechtkomen in kunsthandel of bij kunstinstellingen.

De vraag is waarom dit type fotografen betrekkelijk veel aandacht trekt. Trouwens niet al hun werk is interessant, zoals de reeks portretten toont die de Fondazione Archivio Donetta op een voorbeeldige manier presenteert. Dat is er een teken van dat dit cultureel erfgoed wordt gekoesterd en gewaardeerd. Het heeft iets bezwerends om langs de honderden afbeeldingen te scrollen. Is de stelling gewaagd om te veronderstellen dat ze door het ontbreken van pretentie een meer directe blik op een verdwenen wereld geven dan professionele fotografen doen? Het gaat om de registratie van het gewone leven en niks anders. Zo lijkt het.

Oordeel zelf en bekijk de wereld van Roberto Donetta. Om mogelijk te verdwijnen in zijn verbeelding. Overigens is het volgende zelfportret van hem en zijn naasten geënsceneerd. Ook amateurfotografen spreken zichzelf tegen, zo zeggen we dan om ze alsnog in een kader te plaatsen en in te tomen. Hoewel hij ons hier in voorgaat.

Foto 1: Roberto Donetta, Funerale a Comprovasco (Begrafenis in Comprovasco), 1900-1932. Collectie: Fondazione Archivio Donetta (1653.jpg).

Foto 2: Roberto Donetta, Messa in scena in un cortile: Roberto Donetta e la moglia Linda con la testa inquadrata in un cesto e i figli Brigida e Saul (Geënsceneerd op een binnenplaats: Roberto Donetta en zijn vrouw Linda met hun hoofden ingelijst in een mand en hun kinderen Brigida en Saul), 1900-1932. Collectie: Fondazione Archivio Donetta (2965.jpg).