De ‘Angela S. and Gerit J. Bussemaker photograph albums, 1923-1966’ 

Angela Bussemaker with relatives on a shopping trip, Utrecht, Netherlands, 1950‘. Collectie: University of Washington Libraries, Special Collections.

De ‘gevonden fotografie’ van Erik Kessels heeft mede onze blik opgerekt en wellicht geconditioneerd voor gevonden foto’s van anonieme fotografen. Doorgaans albums met vakantiekiekjes op rommelmarkten die de tragiek van afgeronde levens tonen.

Het Centraal Museum toonde in 2006 Kessels tentoonstellingLoving Your Pictures‘. De toelichting zegt dat de oorspronkelijke makers deze foto’s nooit als ‘kunstwerken’ hadden bedoeld. Het museum durft zelfs te beweren dat ze door Kessels ‘een volledig nieuwe betekenis’ hebben gekregen vanwege de ‘bijzondere vormgeving’ van de expositie. Dat was toen ook de kritiek erop, namelijk dat de vormgeving voor de inhoud ging staan en deze wegdrukte.

Found footage is een subgenre dat een verhaal vertelt aan de hand van gevonden materiaal of materiaal dat als zodanig gepresenteerd wordt. In Nederland werd de film ‘Lyrisch Nitraat‘ (1991) van Peter Delpeut gestructureerd rond ‘gevonden’ filmfragmenten. Die film was toen in Nederland invloedrijk en heeft ongetwijfeld andere makers beïnvloed.

De University of Washington Libraries, Special Collections in de staat Washington bevat de Angela S. and Gerit J. Bussemaker photograph albums, 1923-1966 waarin bovenstaande foto in is opgenomen. Ze hebben een hoog Kessels-gehalte. De albums vertellen het verhaal van een internationaal leven over grenzen heen. Ontheemde personen die uiteindelijk hun plek vinden. Een deel van de 195 foto’s is gedigitaliseerd. De albums zijn in 2006 geschonken aan de bibliotheek.

Het draait om Angela Saturnia en de Nederlandse Gerrit Jan (Johnny) Bussemaker die in 1912 waarschijnlijk in Hengelo werd geboren en in Enschede en Rotterdam opgroeide. Zijn ouders overleden vermoedelijk allebei op 3 mei 1925 en Gerrit werd door zijn oom en tante in huis genomen. De bibliotheek geeft overigens 1924 als datum van overlijden van Gerrits moeder. Over Angela Saturnia worden weinig details gegeven, behalve dat ze op 1 februari 1922 in Litouwen werd geboren en in 2004 in Seattle overleed. Haar naam klinkt Italiaans.

In de documentatie wordt Gerrit steevast ‘Gerit’ genoemd. Het stel trouwde in 1946 en ze waren ‘Displaced Persons‘, waarschijnlijk vluchtelingen of ‘uitgebombardeerd’ en op zoek naar nieuw onderdak? Gerrit werkte voor het Amerikaanse leger in Duitsland, ze toerden vlak na de oorlog door Europa en emigreerden in 1952 naar Washington state. Na 1948 nam de VS dit soort mensen op. Ze reisden ook veel door de VS. Gerrit overleed in 1966.

Bij de titel ‘Johnny’s aunt and uncle with Angela‘ van bovenstaande foto staat beschreven: ‘Holland–Utrecht–1950–Johnny’s Aunt & Uncle & I came from Zeist for dinner & shopping‘. Of dat de oom en tante waren waarbij Gerrit is opgegroeid is onduidelijk. Het is goed denkbaar.

Angela Bussemaker outside of the Cliff House, San Francisco, California, approximately 1956‘. Collectie: University of Washington Libraries, Special Collections.

Over necromantie. Foto van een kermisattractie op de Brusselse Zuidmarkt (1900)

Dood is dood. Of is dat te simpel gedacht? Zo zijn er gelovigen die een godsdienst belijden die zegt dat er een leven na de dood is. Geloven ze dat echt of maar half? In de populaire cultuur is er het aparte genre van de horror met directe lijnen tussen onze wereld en het hiernamaals. Spoken, geesten, demonen, monsters, verschijningen of manifestaties zouden communiceren vanuit de dood. Magiërs, sjamanen, priesters en kunstenaars zijn de bemiddelaars met gene zijde. De stijl van de dood is die van duisternis en schaduw waardoor met minimale effecten maximale effecten kunnen worden bereikt. Er kan maar beter niet te veel gezegd worden zodat er veel te suggereren blijft. De dood is een invuloefening.

De foto toont een attractie op een Brusselse kermis in 1900. Het is een foto uit het archief van de Belgische krant Le Soir die in 2012 werd geplaatst ter gelegenheid van de jaarlijkse kermis bij het Zuidstation. Het wordt gepresenteerd als erfgoed, een getuigenis uit het verleden. Dat heeft bij deze foto een dubbele betekenis.

De attractie waar het om gaat is die van de necromantie. Volgens Wikipediaeen methode van voorspelling waarbij getracht wordt te communiceren met de doden’. Dat ‘trachten’ geeft aan dat het geen gelopen race is dat de communicatie ook werkelijk tot stand komt. Dat is afwachten.

Het artikel in Le Soir zegt het volgende: ‘In 1900 kon op de Brusselse kermis de toekomst worden voorspeld door deze knappe dame die necromantie beoefende, zoals we konden lezen door in te zoomen op de panelen die achter haar hingen: “Het HOOFD laat mensen weten dat de men wenst te weten in ware vriendschap als in interesse.”’

Verder valt in dit artikel een opmerkelijk nostalgisch citaat van de Franse toneelschrijver Ernest Blum uit 1903 te lezen. Hij betreurt dat de oude kermis is verdwenen. De eenvoud is volgens hem verdrongen door luxe en vooruitgang. Maar dit kraam komt voor de ogen van 2020 tamelijk ouderwets over. Daarom lijkt Blums conclusie over de kermis voorbarig: ‘Verdwenen, verzonken in de duisternis van het verleden, gewist onder de ripolinlaag van vergetelheid!’. (Deze vindplaats van ripolin, een vernis die in 1887 door de Nederlander Carl Julius Ferdinand Riep werd ontwikkeld loopt vooruit op de opname ervan in het Franse woordenboek van 1907).

De necromantie is springlevend als daaronder de poging wordt verstaan om met de doden te communiceren. Want wie kent niet de wens om met een overleden vriend of familielid te communiceren? Maar het is een onmogelijke opgave. De meest zekere voorspelling is dat de voorspelling om te communiceren met de doden ten dode is opgeschreven. Als troost hebben we in het niemandsland van de kermis de waarzeggers die half-serieus onze wensen inlossen terwijl we weten dat het niet kan. Dat is het geloof dat mensen parten speelt, maar ook hoop geeft om door grenzen te gaan.

Foto: Verschenen in artikel1900 : baraque foraine à la foire du Midi’ in Le Soir, 13 juli 2012.