George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Fiscale politiek

Kunst, subsidie, markt, terugtredende overheid en voorzieningen

with 32 comments

izis-israelis-bidermanas-le-clown-grock-1295021745896493

Een deelnemer aan de discussie antwoordde op m’n stukje ‘Kwadratuur van de culturele cirkel: subsidie, markt en politiek‘ over Zweedse cultuurpolitiek met een pleidooi voor een terugtredende overheid en particuliere subsidiëring van de kunstsector. Omdat ik zijn reactie serieus neem en het een principieel verschil van mening aan de oppervlakte legt, reageer ik in een aparte posting. We zijn het meer eens dan het lijkt:

Onaardig om kritiek gezever te noemen. Mijn stukje was onderdeel van de zoektocht naar de afstemming tussen voorzieningen en de rol van de overheid. En hoe kunstenaars daar hun houding in moeten bepalen.

Overheden herverdelen geld dat door belastingen en heffingen opgebracht wordt. Ondersteuning gaat naar uiteenlopende sectoren: landbouw, industrie, banken, koningshuis, defensie, onderwijs, zorg, Bulgaren, sport, omroep, kunst en noem maar op. Omdat burgers sterk uiteenlopende gedachten over die verdeling hebben wordt dat in een uitruil van belangen en politieke programma’s beslist. Kunst heeft daar een plek in omdat het meer is dan franje, maar een overstijgend doel heeft. Da’s een ander aspect dat ik nu laat voor wat het is.

Het rijk besteedt zo’n 0,25% van de collectieve uitgaven aan kunst. In 2010 nog 0,4%. Kritiek klinkt over het voorzieningenniveau. Er zouden teveel opleidingen, kunstenaars en instellingen zijn. Toch besteden andere West-Europese landen procentueel meer aan kunst. Is dan het ‘probleem‘ van de Nederlandse kunstsector die te veel leunt op overheidssubsidie dat het relatief verstandig en zuinig omgaat met de middelen? Veel waar voor weinig geld biedt? Onderbetaling in de sector is daar een aanwijzing van. Beeldende kunstenaars die tentoonstellen vangen vaak niet eens een fee. Geld wordt wellicht verspild aan onnodige projecten, maar niemand wordt er rijk van. Da’s in andere sectoren zoals onderwijs, zorg of woningcorporaties wel anders.

Kunsten zijn divers. Concerten van populaire muziek of films kunnen zich bedruipen vanwege de sterke verwevenheid met de commercie en de volksgunst. Kamermuziek, ballet of experimentele beeldende kunst kunnen dat niet. Toch wordt het eerste ook gevoed door overheidssteun. Zo ontstaat een ‘cultureel’ klimaat en infrastructuur als voorwaarde voor functioneren, en kruisbestuiving en overloop tussen disciplines. Ook een filmacteur is immers opgeleid aan een academie of een musicus in het orkest van André Rieu aan het conservatorium. Daarom pleitte de Raad voor Cultuur in haar advies over de basisinfrastructuur voor behoud van talentontwikkeling. Dat deed het trouwens zo halfhartig omdat het bovenmatig sneed in experiment en talentontwikkeling als groei voor de toekomst, dat het de morele steun van het culturele veld verloor.

25-04-1992-inner-landscape

Er valt veel te zeggen voor een kleine, compacte overheid zoals Singapore die kent. Dat lijkt beter dan het hybride Nederlandse systeem. Want alle sinds Balkenende II opeenvolgende regeringen pleitten met hun mond voor een terugtredende overheid, maar deden vervolgens het omgekeerde. Da’s van een verregaande misleiding. Concreet gaat de miljardensteun voor de ING, SNS, ABN ten koste van het onderwijs of de kunst.

Ook ik ben voor een terugtredende overheid. Nederland kiest daar niet consequent voor, het blijft hangen in voornemens en beeldvorming. De bezuinigingen die premier Rutte in de mond neemt zijn lastenverzwaringen waarmee het volume van de rijksbegroting eerder toe- dan afneemt. De recente kabinetten van VVD met CDA of PvdA sneden het hardst in kwetsbare en slecht georganiseerde sectoren zoals de kunsten. Dat eenzijdig en selectief snijden wordt als onevenwichtig en onterecht ervaren. Ook omdat flankerend overheidsbeleid voor culturele instellingen richting markt zo goed als ontbreekt. Kortom, het slechtste van 2 werelden.

De kunstsector kan best een stapje terug in voorzieningenniveau. Nederland kan toe met minder orkesten. Of met 15% minder musea, zodat de musea die overblijven beter bediend kunnen worden. Maar hier rijden de lokale en regionale politiek de landelijke politiek in de wielen. Cultuurwethouders en gedeputeerden cultuur willen in hun rijkjes gloriëren, vaak om futiele redenen zoals een Culturele Hoofdstad of een bezoek van het staatshoofd.  Niet altijd staat in de besluitvorming kwaliteit voorop, maar wordt cultuurpolitiek ondergeschikt aan partijpolitieke, electorale of regionale belangen. Het idee dat de markt en particuliere subsidiëring de kunstsector kunnen schragen is aantoonbaar onjuist. Het leidt tot verschraling die ons op termijn opbreekt.

Foto 1: De clown Grock, jaren 1930-40. Credits:Izis Bidermanas

Foto 2: Han Bierman, Inner Landscape. 1992.

Advertenties

Kwadratuur van de culturele cirkel: subsidie, markt en politiek

with 4 comments

Sg33big

De aan Timbro verbonden Zweedse musicus, cultureel ondernemer en analist Lars Anders Johansson steunt theatermaakster Catta Neuding in haar streven om financiering te vinden buiten overheidssubsidie om. Neuding zegt tegen The Local dat ze zich met deze uitspraak niet populair heeft gemaakt bij haar collega’s in de cultuur. Uiteindelijk wil ze met haar theater kunnen draaien op de verkoop van kaartjes. Politiek op het toneel wijst ze af, maar met haar werkwijze heeft ze een politiek doel: de acceptatie van een met particulier geld gefinancierd theater. Vergeleken met Nederland is de greep van de staat op de samenleving veel groter.

Neuding wijst erop dat de Zweden niet de gewoonte hebben om aan de kunst te doneren. Terwijl in de VS er ‘bijna een sociale verwachting is dat men bijdraagt ​​aan de maatschappij, met inbegrip van de kunsten’. Die steun door burgers spiegelden de regeringen Rutte I en II voor als deel van de oplossing voor de kortingen op het kunstbudget. Onterecht omdat evenmin als Zweden Nederlanders die sociale verwachting voelen. Waarbij komt dat de fiscale voordelen van de VS om door schenkingen bij te dragen aan de samenleving, inclusief de kunsten in Nederland ontbreken. Zodat ons land een hybride systeem heeft met het slechtste van 2 werelden.

Johansson en Neuding maken deel uit van wat ze zelf schertsend ‘Rode Wijn Rechts’ noemen. Als reactie op ‘Rode Wijn Links’ waaronder een linkse stedelijke creatieve klasse zich schaart en dat met haar standpunten de culturele sector domineert. Zeg maar, een ‘Linkse Kerk’. Het in aantal en invloed kleine ‘Rode Wijn Rechts’ wil de vanzelfsprekendheden over cultuur en subsidie ter discussie stellen. Links produceert gepolitiseerde cultuur en rechts wil daar niet meer van hetzelfde tegenover zetten. Hoe cultuur kan bestaan die de status quo niet politiek bevraagt maar tegelijk a-politiek kan zijn is de vraag die Johannson en Neuding bezighoudt.

Interessant is de constatering van Johansson dat overheidssubsidies twee problemen met zich meebrengen. Het speelt in op mensen of organisaties in het culturele veld die beter zijn in het omgaan met subsidies dan in de uitoefening van hun creatieve beroep. Het voorbeeld van de Brabantse bkkc dat het eigen belang steeds meer ophangt aan het bemiddelen over subsidies schiet hierbij als voorbeeld in gedachten. Verder wordt de Zweedse situatie bepaald door politieke voorbehouden die op zichzelf goede doelstellingen zijn, maar ermee eindigen dat de staat de variatie in wat gezegd kan worden inperkt. Zodat consensus tot censuur verwordt.

Valt er uit het Zweedse voorbeeld iets te leren? Voorop staat dat de greep van de Nederlandse overheid op de kunstsector minder fors is. Waarmee niet gezegd is dat de Nederlandse overheid via haar subsidiebeleid niet de inhoud van de kunsten bepaalt. Juist als overheden door krimp taken afstoten moeten er politieke keuzes worden gemaakt. Weliswaar gedempt doordat er adviesorganen zoals de Raad voor Cultuur tussengeschoven zijn, maar subtiel volgt het geld het overheidsbeleid. Het geprezen bedrijfsmodel voor culturele instellingen om telkens 1/3 uit subsidie, markt en eigen inkomsten te halen wordt een valkuil voor talentontwikkeling, experiment, instellingen die op het grensvlak van disciplines opereren en uitingen die tegen de politieke en culturele consensus ingaan. Kunst is te divers om in een model te stoppen. En stop dat maar ‘ns in een model.

Foto: De Zweedse toneelschrijver August Strindberg (1849-1912), Zelfportret. Gersau, 1886.

Romney kiest met Paul Ryan een ‘bold’ running mate

with 3 comments

De Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney kiest Paul D. Ryan van Wisconsin als kandidaat voor het vice-presidentschap. Een afgevaardigde die betrekkelijk weinig verantwoordelijkheid heeft gedragen buiten zijn kiesdistrict in Wisconsin. Volgens analist Nate Silver van de New York Times is Ryan een ‘bold choice‘, een vette en veilige keuze. Ryan ligt goed bij de conservatieve achterban vanwege zijn fiscale politiek van bezuinigen. Romney dreigt daarmee de onafhankelijke kiezers te verliezen. En die maken het verschil.

De keuze voor Ryan is voorspelbaar en trekt de Republikeinse partij  naar rechts. Blijkbaar voelde Romney zich ertoe gedwongen en was-ie te onzeker om een gematigde kandidaat te kiezen. Ryan wordt een intellectueel genoemd en bewondert het Objectivisme van schrijfster en filosofe Ayn Rand. Politiek kiest-ie daarmee voor een anarcho-kapitalisme dat aan de rechterkant van het libertarisme staat en staatsinmenging beperkt. Zijn fiscale politiek wijst daarop. Onduidelijk is of Ryan ook de logische consequentie trekt, zoals Ron Paul doet, dat de VS zich niet moeten verliezen in oorlogen overzee. Als dat zo is dan halen Romney en Ryan hun tegenstanders Obama en Biden links in op het gebied van buitenlandse politiek en nationale veiligheid.

Foto: Rep. Paul Ryan (rechts), R-Wis. introduces Mitt Romney at the Grain Exchange in Milwaukee, April 3, 2012. (Credit: AP Photo/M. Spencer Green)

VVD worstelt met hypotheekrenteaftrek door cliëntelisme

with 3 comments

In Den Haag ontstond vandaag storm in een glas water. VVD-Fractieleider in de Tweede Kamer Stef Blok had op een spreekbeurt in Drachten gezegd dat zijn partij geen voorstander is van aanpassingen van de hypotheekrenteaftrek. Ook zou-ie volgens de Leeuwarder Courant gezegd hebben dat dit onderwerp taboe is in de onderhandelingen in het Catshuis. Blok en premier Rutte ontkenden dat laatste. Blok zou niet gedoeld hebben op de onderhandelingen, maar het verkiezingsprogramma van de VVD verwoord hebben.

Maar ook dit laatste is merkwaardig. Want welke fractievoorzitter grijpt op dit moment terug naar een 2 jaar oud verkiezingsprogramma dat achterhaald is door de politieke en economische situatie? Want zelfs zonder achterhaald te zijn door de actualiteit was ook in 2010 het standpunt van de VVD over hypotheekrenteaftrek al achterhaald. Wat noemt de VVD niet en wat zijn de verkeerde aannames en misverstanden?

Het eigenwoningbezit ligt in Nederland boven de 55% en is hiermee vergelijkbaar met landen als Finland, Oostenrijk en Frankrijk. Historisch was de Nederlandse hypotheekrenteaftrek ooit bedoeld om het lage percentage eigen woningen op te krikken. Da’s intussen gebeurd. Afschaffing van de hypotheekrente moet niet opgevat worden als een belastingverhoging, maar als de afschaffing van overheidssubsidie. Dat past bij een kleinere overheid die de VVD zegt voor te staan. Bij een geleidelijke afbouw van de hypotheekrenteaftrek houden fiscale maatregelen de huizenprijzen niet langer hoog. De starters worden hiermee gediend.

De OESO vraagt al jaren om de geleidelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek omdat het een onevenwichtigheid van onze economie vormt. De Volkskrant schrijft al in 2004 naar aanleiding van een OESO-rapport: ‘De miljardenverslindende subsidieregeling houdt de belastingtarieven hoog, bevoordeelt de hoogste inkomens, beperkt de mobiliteit van eigen-woningbezitters en verstopt de woningmarkt‘. Schulden van huishoudens zijn nergens in Europa zo hoog als in Nederland. Enige oorzaak is de hypotheekrenteaftrek.

Zoals alle politieke partijen bedient de VVD de eigen belangengroep, namelijk de huizenbezitters. Zwakte van een politiek systeem met machtige partijen is dat deze verdelen en heersen. Doel van partijen is niet per definitie het dienen van het algemeen belang maar het vasthouden van een achterban door beloften en douceurtjes. Partijen snijden die band liever niet door omdat ze daardoor aan hun eigen voortbestaan raken.

Foto: Schermafbeelding van het standpunt over hypotheekrenteaftrek op website VVD

Terugblik op een optimaal pragmatisch kabinet

with 13 comments

In de aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer waarschuwde Frits Bolkestein in mei 2010 voor Job Cohen in een VK-opinieartikel. Volgens Bolkestein ‘verwende Cohen ten onrechte zijn moslims’. De kritiek is gerechtvaardigd, maar ook overbodig. Het gaat om de economie. Een terugblik op de voorspellingen.

I. Cohen was een onvaste premier geworden. Die verwachting was de reden dat ik met chagrijn en ellende in het hart VVD stemde. Bolkestein staat aan de zijlijn, maar Cohen vindt zichzelf nog steeds terug in de actuele politiek. Tamelijk verloren. Ze spelen dubbelrollen. Want in de jaren ’90 (vdve) beten ze niet door terwijl ze nu een beeld van bekwaam handelen trachten op te roepen.

Het gaat om economie, niet om integratie. Bolkestein en Cohen hebben niets gedaan om de uitwassen van het kapitalisme te dempen, laat staan de controle erop te versterken. Met hun medewerking is de inrichting van de maatschappij verhard en ontspoord in rationalisaties. Hun gepraat over islam en moslims was niet onwaar, maar irrelevant. Ze misten de hoofdzaak. Uit onkunde of moedwil.

Nederland had geen behoefte aan een rechts kabinet, maar aan een goed kabinet dat problemen aanpakte, moderniseerde en over de eigen schaduw heenstapte. Een centrum-rechts kabinet is er gekomen. Het was beter geweest als GroenLinks en D66 de plaats van de PVV hadden ingenomen. Mede doordat deze partijen aan de PvdA kleefden is het niet gebeurd.

Duidelijk is dat PvdA en Cohen door de fundamenteel foute interpretatie van de economie geen inbreng aan een goed kabinet hadden kunnen geven. ECB-president Jean-Claude Trichet zei in mei 2010 in een interview met het Duitse Handelsblatt dat bezuinigingen niet de economie kapotmaken, maar dat uitblijven van juiste fiscale en budgettaire maatregelen dat doen. Cohen miste dit aspect en plaatste zich buiten een kabinet. Niet door Uruzgan of integratie. Hij sleepte GroenLinks en in mindere mate D66 mee.

Wat moet een goed kabinet doen? Het dringt de invloed van banken terug zodat ze nationale staten niet meer in gevaar kunnen brengen. Het vergroot vrijheden van de burger en dringt de macht van de staat terug in het surveilleren, controleren en corrigeren van burgers. Het voert een gezonde fiscale en budgettaire politiek en handhaaft zo de geloofwaardigheid van de Nederlandse economie. Het combineert compassie voor de zwakkeren met werkzaamheid en zelfstandigheid van anderen. Het stopt tijdelijk de instroom van kansarmen zonder nationalistisch en xenofoob te worden. Het handelt doelmatig, treedt trefzeker op, geeft prioriteit aan het oplossen van problemen en zet het algemeen belang van Nederland voorop. Naar schatting wordt door Rutte 25% van deze minimumeisen gevolgd.

II. Welke partijen konden een goed kabinet schragen? In een coalitiesysteem gaat het om een coalitie die een meerderheid vormt in de Tweede Kamer. In pragmatiek kunnen uiteenlopende partijen elkaar treffen. Zodat aanpakken en oplossen van problemen de gemeenschappelijk noemer wordt. Ideologie wordt ondergeschikt. Motorblok VVD-CDA was vanaf voorjaar 2010 duidelijk. Vraag was wie er aan mocht schuiven.

De rol van de VVD was leidend. Het lag op koers voor een goed kabinet, maar wist ideologische afwijkingen niet achter zich te laten. Zoals de hypotheekrenteaftrek. De VVD kent op dit moment automatische reflexen die naar het verleden verwijzen. Het is een schaduw van een vrijzinnig liberale partij geworden.

Het CDA dat christelijke scherpslijperij achter zich kan laten is een pragmatische partij die alle kanten op kan buigen. De CU wordt bepaald door christelijke ideologie om met overtuiging pragmatische politiek te kunnen voeren. De CU kan nooit over de eigen schaduw heenstappen omdat het aan de bijbel haar bestaansrecht ontleent. De SGP is bestuurlijk zuiver en lijkt daardoor pragmatisch, maar streeft naar een theocratie. Het tegenovergestelde van pragmatiek.

De PvdA en Cohen hadden zelfs een half jaar later nog steeds een verkeerde opvatting over de rol van de economie, overheidsfinanciën en bezuinigingen. Erger is dat de PvdA onduidelijk in haar beweegredenen blijft. SP en GroenLinks zijn rechtlijniger. Maar dat maakte deze partijen nog niet geschikt voor regeringsdeelname. Van deze drie partijen had GroenLinks toch als enige in staat moeten worden geacht om door de pragmatische en open opstelling van Femke Halsema over de eigen schaduw heen te stappen. Dat lukte niet omdat zij onvoldoende afstand nam tot de PvdA.

D66 is in de kern een pragmatische partij die in verkeerd vaarwater is terechtgekomen. Koerswijziging lijkt mogelijk. Dan moet de macht verschuiven. Pragmatici als Alexander Rinnooy Kan of Hans Wijers zouden gemeenschappelijke grond met de VVD kunnen vinden. Onder meer in het vergroten van burgerrechten, het verkleinen van het belang van de staat en het moderniseren richting kenniseconomie. Jammergenoeg blijft Pechtold zijn partij gijzelen.

Resteert de PVV. Een partij die zich ideologisch profileert en onderscheidt van pragmatische partijen. Vraag is echter hoe dik dit ideologische vernis is. Omdat het eerder een instrument van politieke marketing is dan een kernwaarde kon de PVV buigen in de onderhandelingen met VVD en CDA. De PVV blijft een twijfelgeval, mede omdat het als organisatie zwak is. Affaires rond kamerleden wijzen daarop.

Conclusie is dat voor een goed kabinet een coalitie VVD-CDA-PVV realistisch was, maar een coalitie van VVD-CDA-D66-GroenLinks optimaal. Een onwaarschijnlijk scenario. Immers de combinatie van de meest vrijzinnige partijen die mogelijk was. Bovenal waren het de enige partijen die pragmatisme boven ideologie hadden kunnen stellen en in staat waren geweest om samen te opereren. Het is er niet van gekomen.

Foto: Marcel van Eeden, 5 september 2006 [1854] tekening; credits Marcel van Eeden