Laura, the face in the misty lights

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 29 juni 2011.

Ooit vroeg de eigenaar van een Brugs jazzcafé wat ik wilde horen. Nog in de tijd van de elpee. Bird with Strings antwoordde ik. Hij legde Laura op zijn Dual. De versie van zomer 1950. Charlie Parker met Strings was toen zo populair dat de studioband een working band werd en het tot in Carnegie Hall bracht. Ik bestelde nog een trappist.

Laura is film en song. De film noir van Otto Preminger uit 1944 met Gene Tierney en Dana Andrews was er het eerst. David Raskin maakte een jaar later de muziek, Johnny Mercer de lyrics. Film en song, Bird en Frank Sinatra, Woody Herman en Dick Haymes lopen door elkaar. Daar tussendoor loopt Laura. Dat is de Amerikaanse cultuur waar alles op een hoogtepunt samenwerkt en dromen verkoopt. Zo ontstaan standards.

Laura is the face in the misty lights
Footsteps that you hear down the hall
The laugh that floats on a summer night
That you can never quite recall

And you see Laura on the train that is passing through
Those eyes how familiar they seem
She gave your very first kiss to you
That was Laura but she’s only a dream

1944: Dana Andrews puts the spotlight on Gene Tierney during the interrogation scene of the film noir, ‘Laura‘, directed by Otto Preminger.
Advertentie

Such Sweet Thunder (1957/58)

Dit stukje verscheen op George Knight Kort op 26 mei 2011. Licht gewijzigd.

It! The Terror From Beyond Space van Edward L. Cahn, 1958. Het monster met Shirley Patterson.

Het monster werpt schaduwen. De film past in een Shakespeare-decor zonder details. Haaks op realisme. Uit het theater loopt een lijn van Henrik Ibsen, Adolphe AppiaGordon Craig en Norman Bel Geddes naar deze B-film. En de cinema voegt daar Duits Expressionisme en Film Noir aan toe. Belichting is ruimte. In vaktermen low-key lighting.

It! The Terror From Beyond Space wordt geproduceerd door United Artists. Weinig middelen en een snelle productie zijn het achterliggende idee. Deze genrefilm gaat nergens over, nou een soort Journey into Space dan. De Sprong in het Heelal kluistert volksstammen aan de radio.

In 1958 heerst in filmstudio’s nog vakmanschap dat de santekraam goed laat uitkomen. Shirley Patterson op de schouder van een Marsiaan. Om je dood te schrikken. Maar niet echt. In 1957 maakt Duke Ellington de op Shakespeare gebaseerde suite Such Sweet Thunder. Hoge en lage cultuur spelen haasje-over.

Gedachten bij foto ‘Alkoholiliike’ (1937)

Alkoholiliike, 1937. [A branch store of Oy Alkoholiliike Ab (Finnish national alcoholic beverage retailing company) in the Weckman house at Sepänkatu 9 in Oulu on May 10, 1937. The store’s staff standing behind the counter]. Collectie: Finnish Heritage Agency.

Een onderwerp waarover men nooit uitgepraat raakt is hoe kunst en samenleving elkaar beïnvloeden. Tamelijk bekend is de wisselwerking tussen de Amerikaanse maffia en films als ‘The Godfather‘-cyclus van Francis Ford Coppola. Het is een dubbele identificatie heen en weer. De echte gangsters van de jaren 1970 zagen het filmbeeld van hun broederschap als zelfbevestiging. En gingen zich ernaar gedragen. Alsof ze pas echt bestonden toen hun leven werd gefictionaliseerd. Met als cadeau een gratis geïnternaliseerd zelfbeeld. Tegenwoordig onderzoeken sociaal-psychologen de beïnvloeding van ons gedrag door ‘nudging‘.

Stuart Kaminsky formuleert dat in het hoofdstuk ‘The White-Hot Violence of the 1970s‘ in zijn boek ‘American Film Genres‘ (1984) zo (p. 107) : ‘And in some way, the viewing of the violence in an aesthetic context contributes to one’s understanding of the action‘. Dat geldt in algemene zin voor het brede publiek, maar in het voorbeeld van ‘The Godfather‘ ook voor de mobsters. Dat is een effect van kunst, of in dit geval films met een artistieke ambitie. Films die zijn bedoeld om te amuseren hebben dat effect niet.

Voorbeelden van films die doorsijpelen naar de samenleving zijn talrijk. Dat loopt van kijkers die zich zo identificeren met hun filmheld dat ze gedrag en uiterlijkheden imiteren tot films die succesvol een onderwerp of een misstand aansnijden die de politiek besluitvorming beïnvloedt.

Still uit ‘Toivon tuolla puolen‘ [The Other Side of Hope], (2017) van Ari Kaurismäki.

Het is niet lastig om het ‘raamwerk’ van de foto uit 1937 van de Finse alcoholwinkel in toneelbeeld en gereserveerd acteren te koppelen aan de films van de Finse regisseur Ari Kaurismäki. Het is dezelfde droge, uitgebeende absurditeit met trieste ondertoon van de films van Wes Anderson en Alex van Warmerdam. Of het toneel van Samuel Beckett. Alfred Jarry, Harold Pinter of Eugène Ionesco. In het beste geval meer dan een opeenvolging van tableaus.

In dramatisch effect slaat de foto uit 1937 het absurdisme van de grootmeesters van de cinematografie en het theater. Het beeld van de sobere drankwinkel met de drie medewerkers als paspoppen verbeeldt Finse melancholie. De treurnis van de weemoed. Portugese saudade in het hoge Noorden. Door deze reflectie erop wordt de relatie tussen kunst en samenleving verder verstevigd.

Still uit ‘Kauas pilvet karkaavat‘ [Drifting Clouds], (1996) van Ari Kaurismäki.

Nacht, sigaretten en lichtreclames in Montréal, 1937

Conrad Poirier, La rue Sainte-Catherine Montréal, 1937.

Tram 41 stopt om passagiers uit te laden en op te pikken. Niet alleen uit het straatbeeld volgt dat het andere tijden zijn. Ook uit de reclames voor sigaretten. Sweet Corporal op zowel de tram als op de pui op de straathoek. De lichtreclame voor Buckingham domineert het beeld. De slogan van dit merk was ‘Throat Easy‘. Dat klinkt nu akelig tegenstrijdig. De fotograaf is Conrad Poirier.

Het is 1937, Montreal, Canada. De regen maakt het er fotogeniek op omdat het zorgt voor een spiegelend oppervlakte. Het beeld verdubbelt door regen en lichtreclames, en wordt gehalveerd door de nacht. De optelsom is vermengd en verward. Dit is voyant de parallelle biotoop van de film noir.

Klassieke film noir: Odds Against Tomorrow (1959)

Voor de liefhebbers, een klassieke film noir: Odds Against Tomorrow (1959). In prachtig zwart wit wat de film een korrelig realisme geeft. Cameraman is Joseph C. Brun. Een project van Robert Wise in de overgang naar de jaren 1960.

Vergelijkbaar in toon, met andere (deels) in New York City opgenomen films: Alexander Mackendricks Sweet Smell of Success (1957), Cassavetes’ Shadows (1958) en Shirley Clarkes The Connection (1961) en The Cool World (1964).

Het verhaal is volgens IMDB simpel: ‘Dave Burke (Ed Begley) huurt twee zeer verschillende mannen met schulden (Harry Belafonte en Robert Ryan) in voor een bankoverval. Achterdocht en vooroordelen dreigen hun partnerschap te beëindigen’. Uiteraard moet het slecht aflopen.

De muziek is geschreven door pianist en componist John Lewis die jarenlang deel uitmaakte van het populaire Modern Jazz Quartet. De muziek ondersteunt de groezelige sfeer.

Klassieke Amerikaanse film noir: ’The Lady from Shanghai’ (1947)

The Lady from Shanghai (1947) is het bekijken waard. De camera houdt van de hoofdrolspeelster. Deze film noir van regisseur Orson Welles is tevens een commentaar op dit genre. Hoewel de ironie nou ook weer niet zo afwijkend is als het lijkt. Shanghai speelt geen rol in de film. De film speelt na wat in het echt gebeurde: Welles aanbidt Hayworth en wil haar veroveren. Maar een femme fatale kan op vele manieren noodlottig zijn.

Hoofdrolspeelster Rita Hayworth en regisseur Welles waren getrouwd tijdens de opnamen, maar toen al stond hun later ontbonden huwelijk onder druk. De van origine Spaanse Hayworth die door studiobaas Harry Cohn werd gerestyled tot een Amerikaans icoon en wonderboy Welles waren op hun afzonderlijke manier twee atypische verschijningen in de Amerikaanse filmwereld. Ze gaven wel om glamour, maar trokken zich er tegelijk niks van aan. Tot aan hun dood hielden ze hun eigenzinnigheid vast.

Het genie Welles en de door een harde jeugd onontwikkelde en onzekere als danseres opgeleide Hayworth die tijdens de Tweede Wereldoorlog tot hét sekssymbool van de VS werd werken hier samen. Dat is al bijzonder. Het verschil tussen Arthur Miller en Marilyn Monroe was kleiner.

Het verhaal doet er weinig toe. IMDb vat het zo samen: ‘Zeeman Michael O’Hara (Welles) is gefascineerd door de prachtige mevrouw Bannister (Hayworth) en neemt deel aan een bizarre jachtcruise en komt terecht in een complex moordcomplot.’ Tja, dat verklaart weinig. De vele adjectieven zijn niet nodig om de extravagantie van het verhaal te benadrukken. Wie deze film te lang en te complex vindt kan volstaan met de scène in de cakewalk (funhouse) op het kermisterrein (na 1 uur 21’). Met spiegels, spiegelingen en spiegelbeelden die samenvallen met de identiteit van de personages. Of juist niet. De toeschouwers hebben het nakijken.

Hollywood zou Hollywood niet zijn als de producent in het publiciteitsmateriaal voor deze film het iconische beeld van een scène uit Hayworth’s succesfilm Gilda van het jaar daarvoor niet zou reproduceren. Vol verborgen betekenissen. De droomfabriek draait op z’n best door in deze genrefilm de verwachtingen van de toeschouwer een extra stukje op te rekken:

Rita Hayworth in The Lady from Shanghai (1947).

Klassieke Amerikaanse film noir: ‘Detour’ (1945)

Detour’ uit 1945 is een typische film noir uit de gloriejaren van het Amerikaanse studiosysteem van Hollywood dat rond 1960 ten einde liep. De film werd geproduceerd door de kleine onafhankelijke studio Producers Releasing Corporation voor 30.000 dollar en kent daarom meer vrijheid en buitenopnames dan het lopende band werk van de grote studios.

Deze film met regisseur Edgar G. Ulmer en hoofdrolspeler Tom Neal als pianist Al Roberts wiens levensbeschrijving leest als het scenario voor een film noir heeft de laatste jaren aan waardering gewonnen.

Zoals de beschrijving van deze film op IMDB opmerkt klinkt door de hele film de song ‘I Can’t Believe That You’re in Love with Me’ die Billie Holiday in 1938 met Teddy Wilson voor Vocalion opnam. De tekst vangt de kern van Detour: ‘Your eyes of blue your kisses too/ I never knew what they could do/ I can’t believe you’re in love with me/ You’re telling everyone I know/ I’m on your mind each place you go/ They can’t believe you’re in love with me’. In de film noir is de femme fatale een drijvende kracht. Vaak richting de afgrond.

NB: Klik voor Engelse of Nederlandse ondertiteling op instellingen.

Foto: Still van Tom Neal in Detour (1945).

Fantasierijke gedachte bij foto ‘Pigalle’ (1948-49)

Dit is de beeldentaal van de film noir. De hoofdpersoon in trenchcoat is de apotheek op de hoek binnengestapt. Of het theater aan de overkant die uitnodigt voor de meest gedurfde naaktshow ter wereld (PIGALL’S / REVUE FLOOR-SHOW / NUS LES / PLUS / OSES DU MONDE). Vindt hij hier zijn femme fatale? Op een rijtje staan zes auto’s naast elkaar. Is de volgende scène de achtervolging door de stad? Met melancholische jazz van Barney Wilen of Miles Davis die het tempo opvoert? Het is nacht op de Place Pigalle in Parijs. Het is 1948. Er kan van alles gaan gebeuren. Een stil, bevroren moment draagt de kiem van de uitbarsting in zich. Nu genieten we nog even van het beeld.

Of wacht eens, is de hoofdpersoon wellicht het pleintje zelf? Of kan dat niet in een drama waarin het verhaal wordt verteld aan de hand van personages? Toch, de lichtreclames, weerspiegelingen in glas en lak, en duisternis vormen de spil. Het neon kruis van de apotheek valt precies binnen beeld. Dat kan geen toeval zijn. Geeft iemand er een soort zegen aan? Een ding is duidelijk, fotograaf René-Jacques was er. De stijl roept meer dan 70 jaar later verlangen op. Op de vraag naar wat is het antwoord niet te geven. Hoe denken we dat nog ooit te kunnen achterhalen?

Foto: René-Jacques (René Giton dit), ‘Pigalle’ (1948-1949). Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Bij een muziekdocumentaire uit 1962. Is het spel of het tussenspel het meest verouderd?

co

Een still uit een Duits televisieprogramma uit 1962 dat in 1963 werd uitgezonden. Het gaat om ‘An Ort und Stelle – Jazz in Kopenhagen’ van Radio Bremen. Geproduceerd door Klaus ‘Lolo’ Lorenzen. Met ondermeer Dexter Gordon en Lars Gullin. Maar het gaat niet om het spel in de Kopenhaagse Jazzclub Montmartre waar de liefhebbers woorden voor tekortkomen om het te prijzen, maar om het tussenspel. De dode momenten. De reclame ‘Utrecht’ op een huizenrij of de avondopnamen die verwijzen naar een filmstijl die we kennen van de film noir of de Amerikaanse voorbeelden op Broadway’s 42nd street. Wat veroudert er in onze beleving eerder, het spel of het tussenspel? Het antwoord ligt per individu aan de verwachting en aan het spel, maar hier lijkt het tussenspel het snelst verouderd. Is dat een pleidooi voor het spel of tegen het verdwenen stadsbeeld?

co1

Foto: Stills uit de muziekdocumentaireAn Ort und Stelle – Jazz in Kopenhagen’, 1962.