Klassieke Amerikaanse film noir: ’The Lady from Shanghai’ (1947)

The Lady from Shanghai (1947) is het bekijken waard. De camera houdt van de hoofdrolspeelster. Deze film noir van regisseur Orson Welles is tevens een commentaar op dit genre. Hoewel de ironie nou ook weer niet zo afwijkend is als het lijkt. Shanghai speelt geen rol in de film. De film speelt na wat in het echt gebeurde: Welles aanbidt Hayworth en wil haar veroveren. Maar een femme fatale kan op vele manieren noodlottig zijn.

Hoofdrolspeelster Rita Hayworth en regisseur Welles waren getrouwd tijdens de opnamen, maar toen al stond hun later ontbonden huwelijk onder druk. De van origine Spaanse Hayworth die door studiobaas Harry Cohn werd gerestyled tot een Amerikaans icoon en wonderboy Welles waren op hun afzonderlijke manier twee atypische verschijningen in de Amerikaanse filmwereld. Ze gaven wel om glamour, maar trokken zich er tegelijk niks van aan. Tot aan hun dood hielden ze hun eigenzinnigheid vast.

Het genie Welles en de door een harde jeugd onontwikkelde en onzekere als danseres opgeleide Hayworth die tijdens de Tweede Wereldoorlog tot hét sekssymbool van de VS werd werken hier samen. Dat is al bijzonder. Het verschil tussen Arthur Miller en Marilyn Monroe was kleiner.

Het verhaal doet er weinig toe. IMDb vat het zo samen: ‘Zeeman Michael O’Hara (Welles) is gefascineerd door de prachtige mevrouw Bannister (Hayworth) en neemt deel aan een bizarre jachtcruise en komt terecht in een complex moordcomplot.’ Tja, dat verklaart weinig. De vele adjectieven zijn niet nodig om de extravagantie van het verhaal te benadrukken. Wie deze film te lang en te complex vindt kan volstaan met de scène in de cakewalk (funhouse) op het kermisterrein (na 1 uur 21’). Met spiegels, spiegelingen en spiegelbeelden die samenvallen met de identiteit van de personages. Of juist niet. De toeschouwers hebben het nakijken.

Hollywood zou Hollywood niet zijn als de producent in het publiciteitsmateriaal voor deze film het iconische beeld van een scène uit Hayworth’s succesfilm Gilda van het jaar daarvoor niet zou reproduceren. Vol verborgen betekenissen. De droomfabriek draait op z’n best door in deze genrefilm de verwachtingen van de toeschouwer een extra stukje op te rekken:

Rita Hayworth in The Lady from Shanghai (1947).

Klassieke Amerikaanse film noir: ‘Detour’ (1945)

Detour’ uit 1945 is een typische film noir uit de gloriejaren van het Amerikaanse studiosysteem van Hollywood dat rond 1960 ten einde liep. De film werd geproduceerd door de kleine onafhankelijke studio Producers Releasing Corporation voor 30.000 dollar en kent daarom meer vrijheid en buitenopnames dan het lopende band werk van de grote studios.

Deze film met regisseur Edgar G. Ulmer en hoofdrolspeler Tom Neal als pianist Al Roberts wiens levensbeschrijving leest als het scenario voor een film noir heeft de laatste jaren aan waardering gewonnen.

Zoals de beschrijving van deze film op IMDB opmerkt klinkt door de hele film de song ‘I Can’t Believe That You’re in Love with Me’ die Billie Holiday in 1938 met Teddy Wilson voor Vocalion opnam. De tekst vangt de kern van Detour: ‘Your eyes of blue your kisses too/ I never knew what they could do/ I can’t believe you’re in love with me/ You’re telling everyone I know/ I’m on your mind each place you go/ They can’t believe you’re in love with me’. In de film noir is de femme fatale een drijvende kracht. Vaak richting de afgrond.

NB: Klik voor Engelse of Nederlandse ondertiteling op instellingen.

Foto: Still van Tom Neal in Detour (1945).

Fantasierijke gedachte bij foto ‘Pigalle’ (1948-49)

Dit is de beeldentaal van de film noir. De hoofdpersoon in trenchcoat is de apotheek op de hoek binnengestapt. Of het theater aan de overkant die uitnodigt voor de meest gedurfde naaktshow ter wereld (PIGALL’S / REVUE FLOOR-SHOW / NUS LES / PLUS / OSES DU MONDE). Vindt hij hier zijn femme fatale? Op een rijtje staan zes auto’s naast elkaar. Is de volgende scène de achtervolging door de stad? Met melancholische jazz van Barney Wilen of Miles Davis die het tempo opvoert? Het is nacht op de Place Pigalle in Parijs. Het is 1948. Er kan van alles gaan gebeuren. Een stil, bevroren moment draagt de kiem van de uitbarsting in zich. Nu genieten we nog even van het beeld.

Of wacht eens, is de hoofdpersoon wellicht het pleintje zelf? Of kan dat niet in een drama waarin het verhaal wordt verteld aan de hand van personages? Toch, de lichtreclames, weerspiegelingen in glas en lak, en duisternis vormen de spil. Het neon kruis van de apotheek valt precies binnen beeld. Dat kan geen toeval zijn. Geeft iemand er een soort zegen aan? Een ding is duidelijk, fotograaf René-Jacques was er. De stijl roept meer dan 70 jaar later verlangen op. Op de vraag naar wat is het antwoord niet te geven. Hoe denken we dat nog ooit te kunnen achterhalen?

Foto: René-Jacques (René Giton dit), ‘Pigalle’ (1948-1949). Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Bij een muziekdocumentaire uit 1962. Is het spel of het tussenspel het meest verouderd?

co

Een still uit een Duits televisieprogramma uit 1962 dat in 1963 werd uitgezonden. Het gaat om ‘An Ort und Stelle – Jazz in Kopenhagen’ van Radio Bremen. Geproduceerd door Klaus ‘Lolo’ Lorenzen. Met ondermeer Dexter Gordon en Lars Gullin. Maar het gaat niet om het spel in de Kopenhaagse Jazzclub Montmartre waar de liefhebbers woorden voor tekortkomen om het te prijzen, maar om het tussenspel. De dode momenten. De reclame ‘Utrecht’ op een huizenrij of de avondopnamen die verwijzen naar een filmstijl die we kennen van de film noir of de Amerikaanse voorbeelden op Broadway’s 42nd street. Wat veroudert er in onze beleving eerder, het spel of het tussenspel? Het antwoord ligt per individu aan de verwachting en aan het spel, maar hier lijkt het tussenspel het snelst verouderd. Is dat een pleidooi voor het spel of tegen het verdwenen stadsbeeld?

co1

Foto: Stills uit de muziekdocumentaireAn Ort und Stelle – Jazz in Kopenhagen’, 1962.