Vragen in Utrechtse raad over de alFitrah-moskee

Op 17 november 2020 stelden VVD, SP, CDA en PVV interessante schriftelijke vragen in de Utrechtse raad over de alFitrah-moskee. Aanleiding is de kritiek van mensenrechtenactiviste Shirin Musa namens Femmes for Freedom die meent dat de moskee gesloten dient te worden. Reden daarvoor is dat die moskee vrouwelijke genitale verminking, polygamie en illegale shariahuwelijken goedpraat en dit met lesmateriaal onderbouwt.

De vragenstellers wijzen op de grenzen aan de vrijheid van meningsuiting. Omdat het hier zou gaan om het propageren van geweld tegen vrouwen zijn ze met Shirin Musa van mening dat de alFitrah-moskee zich niet kan verschuilen achter de vrijheid van meningsuiting omdat er fundamentele mensenrechten worden geschonden.

Deze kwestie geeft aan hoezeer bestaande religieuze organisaties in Nederland juridische en mentale voorrechten én bescherming genieten boven andere, levensbeschouwelijke organisaties en nieuwe religieuze organisaties die zich nog niet gevestigd hebben. Het is alleen al volgens een maatschappelijke gewoonte lastig voor het openbaar bestuur om een kerk of moskee te sluiten indien aangetoond is dat de mensenrechten er geschonden worden. De overheid mag zich volgens de wet niet bemoeien met de leerstellingen, de interne werking van een geloof terwijl niet-religieuze organisaties deze bescherming niet genieten. Dit is een maatschappelijke ongelijkheid die informeel is gevestigd en als basis dient voor extra juridische bescherming van gevestigde, religieuze organisaties.

Dat het openbaar bestuur en rechtscolleges als de Raad van State hier niet altijd consequent in handelen laat de kwestie rond de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster zien. In augustus 2018 deed de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Dat noemde ik in een commentaar een ‘voorspelbare, teleurstellende, wereldvreemde, a-historische, politiek gekleurde en niet moedige uitspraak’. Ik schreef: ‘Het probleem is dat de Raad van State alleen kandidaat-godsdiensten beoordeelt, maar niet de traditionele godsdiensten. Want die zijn immers ouder dan de Raad van State. Dat schept ongelijkheid. Niet alleen in het oordeel, maar ook in de procedure. Want als een rechtscollege de ene godsdienst kritisch bejegent, dan zou het wel zo objectief zijn om andere godsdiensten op exact dezelfde criteria te beoordelen. Dat gebeurt niet.

Dit draait om twee aspecten die met elkaar vermengd zijn. De overheid mag volgens de grondwettelijke vrijheden geen oordeel geven over ‘de binnenkant’ van een godsdienst. Daarnaast is de overheid en zijn bestuurscolleges als de Raad van State theologisch niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. De Raad van State neemt de vier criteria die aan een godsdienst gesteld worden, te weten overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang te letterlijk en weigert verder te kijken.

Het getuigt van een dubbele standaard van de overheid dat een bestaande religieuze organisatie als de islamitische alFitrah-moskee door de overheid niet of zeer terughoudend wordt aangepakt en kan doorgaan met het prediken van geweld tegen vrouwen omdat het volgens de wet daartoe de vrijheid heeft, terwijl bij monde van de Raad van State dit principe van niet-inmenging in godsdiensten overboord wordt gegooid als het zich uitspreekt over een nieuw religieuze organisatie en vanuit de toetsing van de interne werking ervan stellig beweert dat het geen godsdienst is.

De Raad van State had de zaak van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster niet in behandeling moeten nemen. Dat zou in lijn zijn met de visie op alle andere godsdiensten die evenmin in alle gevallen voldoen aan alle criteria die aan een godsdienst gesteld worden. Het is van tweeën één: of de overheid en de rechtscolleges toetsen elke godsdienst ‘aan de buitenkant’ en erkennen die als het zo op het oog aan de kenmerken ervan voldoet of de overheid en de rechtscolleges toetsen elke godsdienst ‘aan de binnenkant’ en kijken gedegen naar de interne werking ervan.

De huidige situatie is dat de overheid de gevestigde godsdiensten ‘aan de buitenkant’ toetst en onaantastbaar acht en nieuwkomers ‘aan de binnenkant’ toetst en criteria stelt die het aan gevestigde religieuze organisatie niet stelt.

De rechtscolleges zouden de bestaande maatschappelijke situatie door dienen te laten wegen in hun uitspraken nu een meerderheid van de Nederlanders zegt zich niet te laten inspireren door geloof en religie de uitzondering aan het worden is. Zo beredeneerd zou de alFitrah-moskee op een wettige manier getoetst kunnen worden op de kenmerken ernst en belang, en te licht kunnen worden bevonden vanwege de schending van fundamentele mensenrechten. Betreffende moskee zou in een rechterlijke uitspraak in twee stappen eerst de beschermende status van een godsdienst of religieuze organisatie ontnomen kunnen worden omdat het niet voldoet aan de criteria ervan en daarna definitief gesloten kunnen worden vanwege het structureel overtreden van de grondwettelijke vrijheden.

Het bederf ligt niet in de uitingen van een geloof die tegen de wet en de universele waarden ingaan, maar in de kern van dat geloof dat niet deugt omdat het op een fundamenteel niveau is verweven met ongelijkheid, schending van fundamentele mensenrechten en grondwettelijke vrijheden. Het is een politiek taboe om dat inzichtelijk, laat staan bespreekbaar te maken.

Alles in overweging nemend is de samenstelling van de groep vragenstellers opvallend. Los van het feit dat ze allen deel uitmaken van de oppositie. Met het CDA gaat een religieuze partij een grens over door vragen te stellen over de vrijheid van een weliswaar concurrerende, religieuze organisatie die op termijn toch de status en de bescherming van alle gevestigde godsdiensten en religieuze organisaties kan aantasten. Daarnaast valt het op dat de SP en de VVD samen optrekken met de rechts-radicale PVV.

Foto: Schermafbeelding van deel schriftelijke vragenSchriftelijke vragen Handhavingsverzoek alFitrah’ van VVD, SP, CDA en PVV in de Utrechtse gemeenteraad, 17 november 2020.

Politie overtreedt de wet bij bemiddeling islamitisch huwelijk

dagelijksleven_trouw_bruiloft

Update 15 mei: Leden van verschillende partijen stellen kamervragen. Keklik Yücel  van de PvdA, Joram van Klaveren van de PVV en Malik Azmani van de VVD. Ze richten hun vragen allen aan minister Asscher van Sociale Zaken. Yücel ook aan minister Bussemaker van Onderwijs en Van Klaveren aan minister Opstelten van Veiligheid en Justitie en Plasterk van Binnenlandse Zaken. De toon van alles is kritisch en afwijzend.

Politie Amsterdam Zuid-Oost en hulpverleningscentrum Fier Fryslân uit Leeuwarden hebben zichzelf klem gezet. De Volkskrant bericht over hun bemiddeling bij de sluiting van een islamitisch huwelijk tussen minderjarigen. Een meisje met een islamitische achtergrond was uitgehuwelijkt aan een neef in Pakistan en wilde daar vanaf. Als compromis besloot de familie toe te stemmen in een religieus huwelijk zonder voorafgaand burgerlijk huwelijk met een Pakistaans-Hindostaanse jongen. In Nederland is dit strafbaar. Maar de eer voor de familie was gered. De politie presenteerde in een workshop van 11 april trots het resultaat. Nu kritiek van burgerrechtenactivisten klinkt ontkennen politie en hulpverleners. Ze waren niet ‘actief‘ betrokken.

Femmes for Freedom vindt het onbegrijpelijk dat de politie zich niet aan de wet houdt: ‘Niemand staat boven de wet en mag de rechteloosheid van vrouwen en kinderen bevorderen, ook de politie en Fier Fryslan niet. Toen Femmes for Freedom de politie en Fier Fryslan tijdens de workshop wees op het feit dat het sluiten van een religieus huwelijk zonder voorafgaand burgerlijk huwelijk strafbaar is en dat een imam daarmee in overtreding is, werd gereageerd: “Het waren minderjarigen en alleen een religieus huwelijk was mogelijk. Zo gaat het nou eenmaal in die culturen.Femmes for Freedom vindt de gang van zaken kwalijk: ‘De politie wordt geacht conform de wet te handelen en niet mee te werken aan het sluiten van religieuze huwelijken.’

Ook PvdA-Kamerlid Yücel hekelt de rol van politie en hulpverleners: ‘Het kan niet zo zijn dat sommige meisjes in een religieus huwelijk en dus rechteloosheid terechtkomen, vanwege een compromis tussen instanties en familie.‘ Ze twitterde: ‘Niemand staat boven de #wet en niemand mag de rechteloosheid van vrouwen bevorderen!‘ Keklik Yücel gaat minister Asscher van Sociale Zaken vragen uit te zoeken hoe instanties de culturele achtergrond meewegen: ‘Waar vrouwen onderdrukt worden of met eerkwesties te maken krijgen, moet de familie niet worden ontzien, maar de dader worden aangepakt en de vrouwen worden beschermd‘.

Vanwege hun verschillende rol kan nog enig begrip op worden gebracht voor de hulpverleners van Fier Fryslân die willen verbinden en sussen. Da’s hun blinde vlek waarbij de lieve vrede boven alles gaat. Maar de politie die de wet moet toepassen past geen enkel begrip. De houding ‘Zo gaat het nou eenmaal in die culturen‘ is neerbuigendTen koste van de ene boven de andere burger mag het nooit kiezen voor overtreding van de wet. Dat de politie nattigheid voelt blijkt er wel uit dat het zich nu onder haar verantwoordelijk probeert uit te draaien. De minister Asscher en Opstelten dienen de politie erop te wijzen dat een glijdende schaal die buiten de wet uitkomt voor de toekomst ontoelaatbaar is. Zoals gebeurde. Cultureel relativisme is van vroeger.

Foto: Islamitisch huwelijk (niet van de genoemde minderjarigen).