George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘EVRM

College voor de Rechten van de Mens zegt dat overheid en rechter niet op stoel van de theoloog moeten zitten, maar deed dat zelf wel

leave a comment »

Op 13 december 2017 schreef ik bovenstaand commentaar over een oordeel van het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht. Het ging om Michael Afanasyev die in piratenkostuum wilde promoveren aan de TU Delft vanwege zijn godsdienstige overtuiging. Dat verzoek werd afgewezen door het College voor Promotie van de TU Delft. Daarop was hij naar het College voor de Rechten van de Mens gestapt, maar kreeg nul op het rekest. Hij is lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Voor de volledigheid, ik ben ingeschreven als lid en mag mezelf ‘Pastafarian’ bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster noemen.

Ik had geen goed woord over voor het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens en kwalificeerde het als dubbelhartig. Ik schreef: ‘Het College is geen theologisch college en is niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen’ en ‘Het College gaat haar boekje te buiten door de verzoeker te verwijten dat hij weinig kennis van zijn godsdienst heeft of onvoldoende kan uitleggen op welke gronden hij zijn kostuum op de promotieplechtigheid wil dragen. Dat zijn eisen die niet gesteld kunnen worden aan een gelovige en waarover het College zich niet uit te  spreken heeft’. Mijn conclusie: ‘Het College zit met de uitspraak op het verkeerde spoor. Het kan vanwege de Algemene Wet Gelijke Behandeling niet zeggen dat er op het dragen van het voorgeschreven promotiekostuum bij de TU Delft voor geen enkele godsdienst of levensovertuiging een uitzondering mogelijk is. Die uitzondering op religieuze gronden bestaat wel. Ontbreken van discriminatie zou inhouden dat er voor geen enkele godsdienst en levensovertuiging een uitzondering gemaakt wordt. Nu blijft het vermoeden hangen dat een gevestigde godsdienst een streepje voor heeft op een jonge godsdienst die nog weinig maatschappelijke invloed heeft.’

Op 1 augustus 2019 heeft het College de toelichtingVerbod gezichtsbedekkende kleding’ geplaatst over het zogenaamde ‘boerkaverbod’ dat per 1 augustus 2019 is ingegaan en onder meer dragers van een boerka of niqaab om zich met gezichtsbedekkende kleding te begeven in overheidsgebouwen, onderwijsinstellingen, zorginstellingen en het openbaar vervoer. In die toelichting zegt het College onder meer:

Het lijkt er sterk op dat het College met twee maten meet. Het neemt het op voor degenen die zich laten inspireren door de islam, maar laten degenen die zich laten inspireren door de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster in de kou staan. Dat is niet de soort onpartijdigheid en ‘kleurenblindheid’ volgens welke dit College zou moeten opereren en lijkt sterk te wijzen op juridische willekeur en politieke voorkeur. Overigens zijn de oordelen van het College niet bindend en wordt het gezag ervan niet breed maatschappelijk aanvaard.

Bij het oordeel over Michael Afanasyev zegt het: ‘Het College oordeelt dan ook dat uit de Open Letter van Henderson noch uit de praktijk blijkt dat het dragen van een piratenkostuum tijdens een promotiezitting, als uiting van een godsdienst moet worden beschouwd’. Maar in de toelichting op het boerkaverbod zegt het College: ‘Het recht op godsdienstvrijheid is een fundamenteel recht dat onder meer is opgenomen in artikel 6 van de Nederlandse Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM, art. 9). Dit recht beschermt ook het in het openbaar manifesteren van een godsdienst, onder andere door het dragen van bepaalde kleding of  hoofdbedekking. De gezichtssluier wordt gezien als een uiting van een godsdienst (islam). Dat niet alle moslims dit zo zien of alle moslimvrouwen er een dragen, is daarbij niet relevant. De overheid of rechter mag namelijk geen inhoudelijke oordeel vellen over wat al dan niet een religieuze verplichting is: zij mogen niet ‘op de stoel van de theoloog’ gaan zitten. Als een groep van moslims meent dat het dragen van een gezichtssluier een religieuze uiting is en de gezichtssluier door een groep vrouwen wordt gedragen, dan valt dat onder de bescherming van de vrijheid van godsdienst.’

In de toelichting op het boerkaverbod haalt het College het eigen oordeel over Afanasyev onderuit. Het College zegt in de toelichting terecht dat de ‘overheid of rechter geen inhoudelijk oordeel mag vellen over wat al dan niet een religieuze verplichting is: zij mogen niet ‘op de stoel van de theoloog’ gaan zitten’. Maar in het oordeel over Afanasyev doet het College precies dat: het gaat op de stoel van de theoloog zitten als het oordeelt wat als uiting van een godsdienst moet worden beschouwd. Hoe kan het College in de toelichting op het boerkaverbod stellen dat overheid op rechter niet op de stoel van de theoloog mag gaan zitten terwijl het dat in het oordeel 2017-145 over Afanasyev wel deed? Dit roept niet zozeer de vraag op hoe samenhangend, consistent en ‘doorleefd’ de aanhanger van een geloof moet zijn om juridisch goedgekeurd te worden een geloof aan te hangen, maar hoe samenhangend, consistent en ‘doorleefd’ de oordelen van het College van de Rechten van de Mens zijn. Dit raakt aan onzorgvuldigheid en politieke willekeur van het College.

De toelichting kan nog met een andere uitspraak worden verbonden, namelijk uitspraak 201707148/1/A3 van de Raad van State van 15 augustus 2018 waar ik in twee commentaren fundamentele kritiek op had. Zie hier en hier. In dat laatste commentaar schreef ik: ‘De Raad van State heeft zich met de uitspraak zo ver buiten het juridische domein gewaagd dat het ermee de aandacht gevestigd heeft op het eigen perspectief. Zoals gezegd, 1) rechtbanken zijn niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen; 2) de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt buiten de toetsingscriteria door politiek-maatschappelijke belangen zwaar in haar toetsing door te laten wegen en 3) de toetsingscriteria zijn onheus omdat ze scheefgegroeide leerstellingen van de traditionele godsdiensten -volgens welke betreffende godsdienst afgewezen zou moeten worden- achteraf onterecht fiatteren én nieuwe kandidaat-godsdiensten op deze identieke gronden de toegang tot de religieuze sector ontzegt wat de rechtsongelijkheid versterkt.’

De toelichting van het College geeft ondersteuning voor mijn kritiek op de Raad van State die op de stoel van de theoloog is gaan zitten. Dezelfde kritiek had ik op een uitspraak van 15 februari 2017 van de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch waar ik dit in een commentaar benadrukte: ‘Essentie is dat de rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst of levensovertuiging, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken (..).

Instituties vertegenwoordigen de status quo. Het is goed dat ze continuïteit waarborgen omdat er anders wanorde zou ontstaan. Maar soms dringen maatschappelijke ontwikkelingen sneller op naar het centrum van de samenleving en worden er geaccepteerd zonder dat de instituties dit tijdig voorzien en er passend op reageren. Dan ontstaat een maatschappelijk ervaren ongelijkheid. Dat gebeurde bij de opkomst van de Provo-beweging eind jaren 1960. Het gezag liep achter de feiten aan en wist enkele jaren met zichzelf geen raad.

Het lijkt er sterk op dat sinds de jaren 1990 de ontkerkelijking, individualisering, opkomst van sociale media en de reactie op de gedeeltelijke restauratie van orthodox-religiositeit zo’n nieuwe breuk in de samenleving hebben gecreëerd. Instellingen als het College voor de Rechten van de Mens, de Raad van State en lokale rechtbanken lopen mede door de personele invulling met oudere medewerkers die zijn opgevoed met traditionele waarden en godsdiensten achter op wat de samenleving verlangt. Het is een kwestie van tijd voordat dat rechtgetrokken wordt en deze instellingen tot het volle besef over hun achterstand komen. De conflicterende oordelen bij het College voor de Rechten van de Mens duiden op die overgangssituatie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel commentaarKwestie Michael Afanasyev/ TU Delft. Oordeel van het College voor de Rechten van de Mens over het pastafarisme biedt perspectief’ van George Knight, 13 december 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van deel toelichtingVerbod gezichtsbedekkende kleding’ van het College voor de Rechten van de Mens, 1 augustus 2019.

Advertenties

Nogmaals de uitspraak van de Raad van State over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Gebrekkige toetsing en criteria

with 7 comments

Wat een godsdienst is valt niet makkelijk te bepalen. De bandbreedte is breed. Dat is begrijpelijk omdat de betekenis van de term ‘godsdienst’ vaag is en dit de weg opent voor uiteenlopende interpretaties. Daarbij zijn godsdiensten dynamisch en in ontwikkeling. De religieuze markt waarop de godsdiensten elkaar ontmoeten is een vechtmarkt met grote economische, politieke en maatschappelijke belangen. Dat strekt zich uit tot de eisen die gesteld mag worden aan het geloof van een gelovige die zich laat inspireren door een godsdienst. Die interne dimensie omvat ook de vrijheid voor de gelovige om gedachten en overtuigingen te hebben die tegenstrijdig zijn aan de gedachten en overtuigingen die uit dat geloof volgen. Dit alles geeft aan dat het lastig, zo niet onmogelijk is om aan de hand van vooraf bepaalde criteria vanaf de buitenkant te toetsen wat een godsdienst is. Hoofdzaak is dat godsdiensten in de praktijk elkaar uitsluitende kenmerken hebben. Ofwel, godsdiensten zijn niet onder één noemer te vangen of over één kam te scheren volgens artikel 9 van de EVRM.

Criteria volgens welke de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als buitenstaander en niet-deskundige op het gebied van theologie, metafysica of teleologie meende in augustus 2018 in een uitspraak de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster te kunnen toetsen zijn ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’. Er kondigen zich interpretatieproblemen aan als die criteria toegepast worden op geaccepteerde, traditionele godsdiensten die die toetsing niet zouden overleven. Ook wordt rechtsongelijkheid tussen oud en nieuw geïntroduceerd. Met name wreekt zich de rol van de Raad van State als het stelt dat het de KVS in het bijzonder aan ernst en samenhang ontbreekt en het satirisch element overheerst. Dat getuigt van onkunde.

Want er blijft weinig over van het criterium ‘samenhang’ (of coherentie) als dat wordt toegepast op bestaande godsdiensten. Zie wat docent bestuursrecht UvA Taco Groenewegen daarover in een analyse uit 2009 zegt op het weblog Publiekrecht en Politiek: ’Is een coherente wereldbeschouwing een hanteerbaar criterium? Ook niet. Eén van de centrale leerstellingen van het christendom is dat Jezus en geheel mens is en geheel god. Dat is echter evident onmogelijk. Iemand kan of geheel mens zijn of geheel god, of deels god en deels mens. Tegelijkertijd geheel mens en geheel god zijn is echter een logische onmogelijkheid en daarmee incoherent. Op dit punt zijn nog vele andere voorbeelden te bedenken, ook met betrekking tot andere religies. Maar het christendom is natuurlijk wel een religie, ook al is het niet coherent.’ Groenewegen stelt dat bestaande criteria onwerkbaar zijn en de zoektocht naar hanteerbare criteria voortgaat. Dit geeft aan dat genoemde uitspraak van de Raad van State over de KVS en het beroep op de criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ minder vanzelfsprekend en juridisch geaccepteerd is dan het in de uitspraak pretendeert.

Zo ontstaat een tweedeling en laat de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich kennen door het bevestigen van een dubbele standaard die in de praktijk de religieuze sector afschermt voor toetreders zoals de KVS. De Raad van State treedt vanwege een gebrek aan inhoudelijke expertise, juridische oprechtheid én maatschappelijk en politieke onafhankelijkheid buiten de toetsingscriteria over wat een godsdienst is. Zo ontstaat een januskop vol onoprechtheid. De Raad van State oordeelt wegens onwerkbare criteria waar het niet kan oordelen. De Raad van State oordeelt verkeerd omdat het de criteria verkeerd interpreteert. De Raad van State had deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling moeten nemen. Of het had in lijn met de visie op andere godsdiensten die per definitie evenmin voldoen aan alle criteria van ernst en samenhang (en overtuigingskracht en belang) de KVS na toetsing vanaf de buitenkant moeten erkennen als godsdienst.

De Raad van State heeft zich door het oordeel over de KVS in een wespennest gestoken door te suggereren dat de jurisprudentie over de onderhavige zaak vast en omschreven is. Maar dat is het niet. De Raad van State heeft zich met de uitspraak zo ver buiten het juridische domein gewaagd dat het ermee de aandacht gevestigd heeft op het eigen perspectief. Zoals gezegd, 1) rechtbanken zijn niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen; 2) de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt buiten de toetsingscriteria door politiek-maatschappelijke belangen zwaar in haar toetsing door te laten wegen en 3) de toetsingscriteria zijn onheus omdat ze scheefgegroeide leerstellingen van de traditionele godsdiensten -volgens welke betreffende godsdienst afgewezen zou moeten worden- achteraf onterecht fiatteren én nieuwe kandidaat-godsdiensten op deze identieke gronden de toegang tot de religieuze sector ontzegt wat de rechtsongelijkheid versterkt.

Foto 1: J. van Meurs, ‘Justitia als putto bij de ‘Rechten van den Mensch en Burger’’, 1795. Collectie Nederlandse Rechtsgeschiedenis van het Gevangenismuseum via Geheugen van Nederland.

Foto 2: Schermafbeelding van artikel 9 van de EVRM.

Belgische islampartij pleit voor gescheiden vervoer van mannen en vrouwen in het openbaar vervoer. Wat is de zin achter die idioterie?

with 5 comments

In oktober 2018 zijn er in België gemeenteraadsverkiezingen. Ook de islamitische ‘Parti Islam Belgique’ loopt zich warm. Naar verluidt doet het in ten minste 28 Brusselse en Waalse gemeenten mee. Het programmapunt dat de Belgische media in vuur en vlam zet is de verplichte scheiding van mannen en vrouwen in het openbaar vervoer. Dat is pikant omdat een accent van de emancipatiestrijd van Afro-Amerikanen lag op het beëindigen van het gescheiden reizen in bussen. Dat eindigde in 1956. Door de moord 50 jaar geleden op Dr. King zijn de emancipatiestrijd en de strijd tegen racisme weer prominent in het nieuws. Gescheiden reizen, nu niet volgens ras maar volgens sekse, in openbaar vervoer zet de klok meer dan 60 jaar terug. Het is echter een onhaalbaar standpunt dat slechts bedoeld lijkt om de bekendheid van de partij in de publiciteit te vergroten en een achterban van ultra-conservatieve moslims te binden. Dat is gelukt. Vooral Vlaamse politici merken op dat dat voornemen in strijd met de grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is.

Mijn reactie op de FB-pagina van de Parti Islam Belgique (vertaald): ‘Haat leidt inderdaad alleen maar tot verlies. Daarom is in België een partij die verdeling tussen mannen en vrouwen bevordert en mensenrechten schendt, contraproductief. Het resultaat van uw opvattingen is dat de islam wordt belasterd en moslims belachelijk worden gemaakt. Uw partij lijkt op een satirische tv-show die probeert te bewijzen dat moslims idioten, onwetend en antidemocratisch zijn. U lijkt goed te slagen in uw missie.’ De mensen achter de Parti Islam Belgique zijn politieke spookrijders die dankzij de steun van conservatieve moslims wellicht enkele zetels kunnen halen. Meer dan de twee die de partij in 2014 kreeg. Maar het neveneffect is groter. Bij het brede publiek wordt het beeld bekrachtigd van een onverdraagzame en achterlijke islam die niet verenigbaar is met democratie en de nationale rechtsstaat. Zoals een andere commentator zegt, de partij vergroot het gevoel van afwijzing en vijandigheid tegenover de islamgemeenschap. In dit geval lijkt dat gevoel terecht.

Foto: Schermafbeelding van posting met reacties op FB-pagina van de Parti Islam Belgique, 4 april 2018.

Hof oordeelt dat Verschuur beledigde in informele sfeer. Tegen het OM in

with 4 comments

De argumenten van advocaat-generaal P. van Zeben namens het Openbaar Ministerie heeft het gerechtshof Den Haag niet gevolgd. Een advocaat-generaal bij een gerechtshof is vergelijkbaar met een Officier van Justitie bij een rechtbank. Het OM pleitte ervoor dat de fractievoorzitter van Beter Alphen Wil Verschuur werd vrijgesproken van belediging van het Boskoopse collega-raadslid Pauline Heijkoop die in november 2014 uit de fractie van D66 werd gezet en nu een eenmansfractie vormt. Advocaat-generaal Van Zeben vindt dat raadsleden politiek onschendbaar zijn tijdens politieke vergaderingen. Maar in een uitspraak oordeelde het hof dat Verschuur geen immuniteit geniet en veroordeelde haar voor ‘eenvoudige belediging’ tot een boete van 150 euro met een strafblad van 5 jaar. In november 2014 veroordeelde de rechtbank Den Haag Verschuur tot dezelfde boete waartegen ze in beroep ging. Ook toen werd zij vrijgesproken van bedreiging. Mogelijk gaan Wil Verschuur en/of OM in cassatie. Het is te hopen, want dit gaat om een principiële kwestie.

De zaak draait om de context waarin de belediging gedaan werd. Gebeurde dat in een politieke of informele sfeer? Verschuur wordt ten laste gelegd dat zij ‘op of omstreeks 16 juli 2014 te Alphen aan den Rijn opzettelijk beledigend [slachtoffer], in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden “vuile leugenaar en/of klerewijf en/of tyfuswijf”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.’ Het hof meent uit de getuigenverklaringen op te kunnen maken dat ‘het overleg van 16 juli 2014 een informeel karakter had’ en dat daarom ‘betreffende vergadering niet aan te merken [valt] als een vergadering van een bestuurscommissie’. Met de gevolgtrekking van de raadsheren L.A.J.M. van Dijk, M.C.R. Derkx en G.J.W. van Oven dat Verschuur tijdens betreffend overleg geen immuniteit had.

Houdt die afweging in cassatie stand? Het ging wel om een besloten vergadering op het stadskantoor met als onderwerp de werkwijze van een commissie, met raadsleden waarbij Heijkoop optrad als voorzitter van de werkgeverscommissie. Is dat echt geen vergadering van een bestuurscommissie volgens artikel 83, lid 1 van de Gemeentewet? Zie hier verdere overwegingen. Volgens sommigen speelt op de achtergrond ook de D66-achtige gezindheid van de rechterlijke macht en het netwerk van Heijkoop dat haar zou beschermen. Zij was van september 2010 tot februari 2015 ambtelijk secretaris van de Tweede Kamerfractie van D66.

Ter aanvulling: Marije van der Laan was in juli 2014 de Officier van Justitie van het Haagse parket die de aangifte van Heijkoop opnam. Zij is kaderlid en fractiemedewerker van D66 in Leidschendam-Voorburg.

Hoge Raad beperkt vrijheid van meningsuiting politici. Gewenst?

leave a comment »

Update 1 februari 2016: De Amsterdamse politicus Delano Felter krijgt toch nog een boete voor antihomo-uitspraken die hij deed in 2010. Het gerechtshof in Amsterdam heeft hem maandag veroordeeld tot een geldboete van 1.000 euro, wegens belediging en discriminatie. Aldus een bericht in Nu.nl.

Terugkomend argument van Delano Felter: Dat is nou eenmaal zo. In deze video uit 2010 geeft hij zijn visie. Een sympathieke Surinamer die onsympathieke dingen zegt. Zoals over homoseksuelen die ‘ook leuke mensen’ zijn, maar wel met een afwijking. Als Republikein vindt hij dat de koningin mag blijven. Waarschijnlijk bedoelt hij niet in functie, maar in het land. Vandaag is Felter weer even actueel omdat de Hoge Raad in een arrest heeft gewezen dat er grenzen moeten worden gesteld aan de vrijheid van meningsuiting van politici. Hiermee draait de Raad een eerdere vrijspraak van het hof terug. Artikel 10 EVRM biedt politici hiermee minder bescherming. Het past in een patroon van ingeperkte burgerrechten. NRC zet het op een rij.

Rare raadszaak in Alphen van Wil Verschuur en Pauline Heijkoop

with 19 comments

Joke Mizée (tankgirl) wees in een reactie op de veroordeling van een raadslid uit Alphen ‘omdat ze iemand uitschold, tijdens een vergadering nota bene, en dat gebeurde ook door de politierechter.’ Dat betreft dus een strafzaak voor de enkelvoudige kamer waarin de overheid zich mengt. Het raadslid werd afgelopen vrijdag 14 november door de politierechter in Den Haag wegens belediging (= scheldwoord) een geldboete van 150 euro opgelegd. Op basis van artikel 266 Sr. De eis van het OM was 400 euro. Da’s niet niks. Dan moet er iets aan de hand zijn dat onomstotelijk is bewezen, maatschappelijk belang heeft, binnen de reikwijdte van artikel 266 Sr valt en buiten de vrijheid van meningsuiting (EVRM artikel 10). Is dat aan de orde? Het lijkt er niet op.

Het gaat om Wil Verschuur die collega-raadslid Pauline Heijkoop (D66) bedreigd en beledigd zou hebben tijdens een overleg tussen vier fractievoorzitters op 16 juli 2014. Heijkoops aangifte werd opgepakt door het OM. De politierechter ziet geen bewijs voor bedreiging, maar wel voor belediging. Verschuur blijft de belediging echter ontkennen. Op FB schrijft ze: ‘Ik lees vandaag het AD. De scheldwoorden die daar genoemd worden, heb ik NOOIT gezegd. Dat heeft Heijkoop verzonnen om mij pootje te lichten. Het enige wat ik heb gezegd is “leugenachtig Rotwijf”. Ik ben veroordeeld op een feit wat door haar gepleegd is! Schande.

Volgens deze politierechter in Den Haag mag het ene het andere raadslid tijdens een besloten overleg dat als openbaar wordt beschouwd niet de kwalificatie ‘leugenachtig Rotwijf’ (of: ‘gemeen leugenachtig rotwijf’) toevoegen. Verschuur ontkent Heijkoop een ‘klerewijf’, ‘kutwijf’ of ‘teringwijf’ genoemd te hebben. De getuigen zijn volgens de uitspraak niet eensluidend in hun herinnering. Toch acht de politierechter bewezen dat Verschuur aangeefster Heijkoop heeft toegevoegd: ‘ “vuile leugenaar en/of klerewijf en/of tyfuswijf”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking’. Wat is er eigenlijk onomstotelijk vastgesteld? 

De uitspraak wordt des te opmerkelijker als politierechter Elianne van Rens verwijst naar fatsoensnormen: ‘Ook binnen de setting van het politieke debat – en misschien juist wel daar – dienen door personen met een publieke functie zoals verdachte fatsoensnormen in acht genomen te worden. Door de wijze waarop verdachte zich in woord en gedrag tegenover aangeefster heeft opgesteld, heeft zij die normen overschreden.’ Maar artikel 266 Sr. verwijst niet naar fatsoensnormen. De politierechter concludeert door de strafoplegging dat de beledigingen van Verschuur ‘onnodig grievend zijn en Heijkoop aantasten in haar waardigheid’.

Onduidelijk aan de uitspraak blijft hoe belediging en beledigde bij elkaar komen. De politierechter meent van de ene kant dat Verschuur ‘het (?) opzet had om aangeefster te beledigen’, maar het tevens niet ging om een ‘kritische uiting als onderdeel van een politiek debat maar om iemand die woedend is en al scheldend op haar opponent wegloopt uit dat debat’. Daarom blijft het in het midden hangen of Verschuur zichzelf verloor en de opzet had om Heijkoop te beledigen en opzettelijk minachting toonde jegens Heijkoop. Maar bovenal is het onbegrijpelijk waarom bij oplopende capaciteitsproblemen het strafrecht voor een uit de hand gelopen woordenwisseling binnen een semi-gesloten overleg tussen lokale politici wordt ingezet. Daarmee geeft het OM aan Pauline Heijkoop een strafrechtelijke bescherming die door alle publiciteit uitpakt in haar nadeel.

Arizona beschouwt homoseksuelen als tweederangs. Akelige religie

with one comment

Update 27 februari 2014: De Republikeinse gouverneur van Arizona Jan Brewer heeft een wetsvoorstel gevetood dat homoseksuelen zou achterstellen. Ze tekent de wet niet omdat ze deze onnodig is, het bedrijfsklimaat zou beschadigen en de burgers verdeelde. Hiermee gaat Brewer in tegen de rechterflank van haar partij. Ze stond onder druk van bedrijven en meer gematigde Republikeinen als John McCain en Mitt Romney om het controversiële wetsvoorstel te vetoën. 

In Arizona is onder het mom van vrijheid van godsdienst een wetsvoorstel gepasseerd dat erop neerkomt dat bedrijven homoseksuele klanten kunnen weigeren. Bijvoorbeeld in een kroeg of restaurant. Maar ook in een polikliniek waar fundamentalistische dokters homoseksuelen als patiënt kunnen weigeren. De Lutheraanse, Republikeinse gouverneur Jan Brewer moet de wet nog ondertekenen voordat deze van kracht wordt.

Er is veel protest tegen een wet die homoseksuelen tot tweederangsburgers maakt. Democraten noemen het voorstel discriminerend en beschamend. En beschamend is het. Daar is geen Putin voor nodig met anti-homo wetten. Amerikaanse conservatief-christelijke groepen steunen de Russische anti-homo wetgeving van harte.

Arizona, dat kale land met Monument Valley waar John Ford zijn klassieke westerns situeerde. Over groepen mannen die het altijd weer samen met elkaar moesten zien te rooien. Met het woord van God in de achterzak. Nu loopt de staat uit in een shootout waarin religie sowieso verliest. Waar worden straks gelovigen geweigerd?

800px-USA_10279_Monument_Valley_Luca_Galuzzi_2007

Foto: Monument Valley, Arizona.